Telechargé par Marcelo Julián Burda

Belgische Parlementaire Vragen & Antwoorden 1981

publicité
N. 23
l'ÇAÎH. UNlVERSlîEI.T LEUVEN
FAC. RECHTSQELEEROHEtD
BIBUOTHEEl<
TlanallNraat -41 • S-3000 Leuven
KAMER
VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS
CHAMBRE
DES REPRÉSENTANTS
GEWONE ZITTING 1980-1981
SESSION ORDINAIRE 1980-1981
17 MAART 1981
17 MARS 1981
Vr~gen
Que s tio-n s
en
et
Antwoorden
Réponses
VRAGEN EN ANTWOORDEN QUESTIONS ET. RÉPONSES -
KAMER VAN VOLKSVERT. 1980-1981
CHAMBRE DES REPRÉS. 1980-1981
278
2190
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
INHOUD
Bladz.
Pages
(23)
SOMMAIRE
Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting
2197
2199
Vice-Eerste Minister
• ' en Minister van Economische Zaken
2200
Vice-Premier Ministre
et Ministre des Affaires économiques
2213
Vice-Premier Ministre
et Ministre des Classes moyennes, du Plan
et Adjoint à la Communauté française
Eerste Minister
Vice-Eerste Minister en Minister van Middenstand,
van het Plan en Adjunct voor de Franse Gemeenschap
Minister van Openbare Werken
en lnstitutionele Hervormingen
Minister van Buitenlandse Zaken
Minister van Nationale Opvoeding
(Nederlandse sector)
Minister van Landbouw
Minister van Sociale V oorzorg en V ~lksgezondheid
Minister van de Vlaamse Gemeenschap
en Adjunct voor Nationale Opvoeding (N.)
(de heer G. Geens)
Minister van het Waalse Gewest
Minister van Buitenlandse Handel
Minister van Financiën
Minister van Tewerkstelling en Arbeid
Minister van de Vlaamse Gemeenschap
(de heer M. Galle)
Minister van de Franse Gemeenschap
Minister van Justitie en lnstitutionele Hervormingen
Minister van Ontwikkelingssamenwerking
2216
2224
2226
2232
2234
2244
2246
2246
2251
2257
2261
2261
2262
2271
Minister van Openbaar Ambt en Wetenschapsbeleid,
belast met de Coordinatie van het Leefmilieubeleid
Minister van het Brusselse Gewest
Minister van Pensioenen
Minister van de Posterijen, Telegrafie en Telefonie
Minister van Landsverdediging
Minister van Binnenlandse Zaken
et Minister van Nationale Opvoeding
(Franse Sector)
Minister van Verkeerswezen
Staatssecretaris voor de Vlaamse Gemeenschap,
toegevoegd aan de heer Geens,
Minister van de Vlaamse Gemeenschap
(Mevr. H. De Backer-Van Ocken)
Staatssecretaris voor- het Brusselse Gewest
toegevoegd aan de Minister van het Brusselse Gewest
-(Mevr. C. Goor-Eyben)
Staatssecretaris voor de Vlaamse Gemeenschap,
toegevoegd aan de heer Geens,
Minister van de Vlaamse Gemeenschap
( de heer P. Akkermans)
Staatssecretaris voor de Vlaamse Gemeenschap,
toegevoegd aan de heer Geens,
Minister van de Vlaamse Gemeenschap
(Mevr. R. Steyaert)
2274
2277
2277
2279
2285
2286
2303
Premier Ministre
Vice-Premier Ministre et Ministre du Budget
Ministre des Travaux publics
et des Réformes institutionnelles
Ministre des Affaires étrangères
Ministre de l'Education nationale
(Secteur néerlandais)
Ministre de l' Agriculture
Ministre de la Prévoyance sociale et de la Santé publique
Ministre de la Communauté flamande
et Adjoint à l'Education nationale (N.)
(M. G. Geens)
Ministre de la Région wallonne
Ministre du Commerce extérieur
Ministre des Finances
Ministre de l'Emploi et du Travail
Ministre de la Communauté flamande
(M. M. Galle)
Ministre de la Communauté française
Ministre de la Justice et des Réformes institutionnelles
Ministre de la Coopération au Développement
Ministre de la Fonction publique
et de la Politique scientifique, chargé de
la Coordination de la Politique de l'Environnement
Ministre de la Région bruxelloise
Ministre des Pensions
Ministre des Postes, Télégraphes et Téléphones
Ministre de la Défense nationale
Ministre de l'Intérieur
et Ministre de l'Education nationale
(Secteur français)
Ministre des Communications
Secrétaire d'Etat à la Communauté flamande,
adjoint à M. Geens, ministre de la Communauté flamande
(Mme De Backer-Van Ocken)
2313
2314
Secrétaire d'Etat à la Région bruxelloise,
adjoint au Ministre de la Région bruxelloise
(Mme C. Goor-Eyben)
Secrétaire d'Etat à la Communauté flamande,
adjoint à M. Geens, Ministre de la Communauté flamande
(M. P. Akkermans)
2314
Secrétaire d'Etat à la Communauté flamande,
!
adjoint à M. Geens, Ministre de la Communauté flamand~;
(Mme R. Steyaert)
1
2315
Staatssecretaris voor het Brusselse Gewest,
toegevoegd aan de Minister van het Brusselse Gewest
(Mevr. L. De Pauw-Deveen)
Secrétaire d'Etat à la Région bruxelloise,
adjoint au Ministre de la Région bruxelloise
(Mme L. De Pauw-Deveen)
Staatssecretaris voor het Waalse Gewest,
toegevoegd aan de Minister van het Waalse Gewest
(de heer M. Wathelet)
Secrétaire d'Etat à la Région wallonne,
adjoint au Ministre de la Région wallonne
(M. M. Wathelet)
Staatssecretaris voor het Waalse Gewest,
toegevoegd aan de Minister van het Waalse Gewest
(de heer G. Coëme)
2315
Secrétaire d'Etat à la Région wallonne,
adjoint au Ministre de la Région wallonne
(M. G. Coëme)
17 maart 1981 -
17 mars 1981
2191
(23)
Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het Reglement
(Art. 71 van het Reglement van de Kamer)
Questions auxquelles il n'a pas été répondrn <tans le délai fixé par le Règlement.
(Art. 7i du Règlement de la Chambre)
Vraag nr.
Question n°
Datum
Date
Auteur
Blz.
Page
• Vraag nr.
Question n°
Datum
Date
Auteur
Vice-Eerste Minister
en Minister van Economische Zaken
Minister van Sociale Voorzorg
en Volksgezondheid
Vice-Premier Ministre
et Ministre des Affaires économiques
Ministre de la Prévoyance sociale
et de la Santé publique
10- 2-1981
19- 2-198l
143
160
Bourgeois
Gahriels
2087
2213
Vice-Eerste Minister
en Minister van Middenstand, van het Plan
en Adjunct voor de Franse Gemeenschap
Vice-Premier Ministre
et Ministre des Classes moyennes, du Plan
et Adjoint à la Communauté française
19-11-1980
26-12-1980
26-12-1980
7
20bis
21bis
Vansteenkiste
Mundeleer
Mundeleer
783
1248
1249
Ministre des Travaux publics
et des Réformes institutionnelles
73
89
109
110
112
116
117
Marchand
Kuijpers
Buchmann
Valkeniers
Poma
Mw. Smet
Poma
1505
1793
2222
2222
2222
2223
2223
Minister van Buitenlandse Zaken
Ministre des Affaires étrangères
27-11-1980
34
Mundeleer
Sociale Voorzorg - Prévoyance sociale
19- 2-1981
175
Maistriaux
Volksgezondheid -
Santé publique
4-12-1980
10- 2-1981
10- 2-1981
10- 2-1981
12- 2-1981
62
151
153
155
161
18- 2-1981
18- 2-1981
18- 2-1981
166
167
169
Poma
Poma
Vanvelthoven
Vanvelthoven
Mw. TyherghienVandenhussche
Fiévez
Fiévez
Somers
1113
24-10-1980
10-12-1980
10-12-1980
10-12-1980
·.3_ 2-1981
3- 2-1981
3- 2-1981
3- 2-1981
5- 2-1981
12- 2-1981
10
26
27
28
45
46
47
50
55
56
18- 2-1981
19- 2-1981
57
58
Knijpers
Kuijpers
Kuijpers
Vansteenkiste
Tromont
Bertouille
Bertouille
Vreven
Kuijpers
Mw. TyherghienVandenhussche
Buchmann
Valkeniers
Minis ter van het Waalse Gewest
(Nederlandse sector)
Ministre de la Région wallonne
Ministre de l'Education nationale
(Secteur néerlandais)
34
98
104
106
110
112
114
115
Kuijpers
Van Grembergen
Gheysen
Kuijpers
Verherckmoes
Buchmann
Tromont
Valkeniers
1138
2116
2117
2117
2118
2243
2243
2243
Ministre de la Communauté flamande
et Adjoint à l'Education nationale (N.)
(M. G. Geens)
Minister van Nationale Opvoeding
10-12-1980
4- 2-1981
rn- 2-1981
12- 2-1981
18- 2-1981
18- 2-1981
19- 2-1981
19- 2-1981
2235
Minister van de Vlaamse Gemeenschap
en Adjunct voor Nationale Opvoeding (N.)
(de heer G. Geens)
Minister van Openhare Werken
en Institutionele Hervormingen
15- 1-1981
30- 1-1981
18- 2-1981
19- 2-1981
19- 2-1981
19- 2-1981
19- 2-1981
·iUz.
Pag~;
1116
1954
2101
2101
2230
2230
2231
2231
14-10-1980
28-10-1980
26-11-1980
26-11-1980
17-12-1980
20- 1-1981
3- 2-1981
3- 2-1981
18- 2-1981
19- 2-1981
1
2
5
6
11bis
15
17
20
22
24
Gahriels
Poma
Gheysen
Valkeniers
Valkeniers
Poma
Tromont
Persoons
Buchmann
Valkeniers
400
1144
1144
1145
1978
1978
1979
1979
2119
2119
2245
2245
401
504
1145
1145
1148
1684
1980
1981
2246
2246
2192
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Datum
Date
Vraag or.
Question 0°
14- 1-1981
Auteur
Blz.
Page
Questions et Réponses - Chambre
Datum
Date
Blz.
Page
Minister van Buitenlandse Handel
Minister van Ontwikkelingssamenwerking
Ministre du Commerce extérieur
Ministre de la Coopération au Développement
21
Mw. DemeesterDe Meyer
1529
18- 2-1981
19-2-1981
87
Van den Brande
2273
2274
1540
Minister van Tewerkstelling en Arbeid
16
Valkeniers
1195
Minister van Posterijen,
Telegrafie en Telefonie
Ministre de l'Emploi et du Travail
Valkeniers
Vansteenkiste
Van Grembergen
Breyne
Baert
Valkeniers
Ministre de la Région bruxelloise
3-12-1980
47
60
84bis
85bis
38
41
Minister van het Brusselse Gewest
Ministre des Finances
2- 1-1981
30- 1-1981
• 18- 2-1981
18- 2-1981
Auteur
Vraag or.
Question 0°
Minister van Financiën
14- 1-1981
(23)
1372
1851
2260
2260
Minister van de Vlaamse Gemeenschap
(de heer M. Galle)
Ministre des Postes,
Télégraphes et Téléphones
26-12-1980
4- 2-1981
18- 2-1981
19- 2-1981
19- 2-1981
52bis
80
100
101
103
Cardoen
Knoops
Buchmann
Hendrick
Tromont
1309
2038
2284
2285
2285
Ministre de la Communauté flamande
(M. M. Galle)
Minister van Landsverdediging
14-10-1980
24-10-1980
27-11-1980
3- 2-1981
18- 2-1981
2
5
14
21
24
Gabriels
Kuijpers
Mundeleer
Tromont
Buchmann
420
421
1173
2007
2261
Minister van de Franse Gemeenschap
Ministre de la Communauté française
..
19-11-1980
5
Vansteenkiste
841
- -
56
60
62
64
68
77
79
80
86
91
92
93
Mme Banneux
Tobback
Dejardin
Kuijpers
Caudron
Vansteenkiste
Bertouille
Bertouille
le Hardy de Beaulieu
Buchmann
Valkeniers
Tromont
1580
1581
1582.
1582
1583
187/i
204~)
204<)
216:J
228:.;
2286
22~.?
(Franse Sector)
Ministre de l'Intérieur
et Ministre de l'Education nationale
Ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
--·------ -··
14- 1-1981
14- 1-1981
14- 1-1981
15- 1-1981
15- 1-1981
30- 1-1981
3- 2-1981
3- 2-1981
10- 2-1981
18- 2-1981
19- 2-1981
19- 2-1981
Minister van Binnenlandse Zaken
• en Minister van Nationale Opvoeding
Minister van Justitie
en lnstitutionele Hervormingen
---
Ministre de la Défense nationale
1
11
(Secteur français)
. -~----·- -
------
3- 2-1981
3- 2-1981
4- 2-1981
10- 2-1981
18;. 2-1981
19- 2-:-1981
19- 2-1981
80
82
85
92
98
99
100
Tromont
Bertouille
Van Grembergen
Thys
Van Renterghem
Valkeniers
Tromont
2009
2010
2011
2135
2270
2271
2271
Binnenlandse Zaken - Intérieur
28-10-1980
11-12-1980
4- 2-1981
10- 2-1981
25
82
139
149
Van Grembergen
Van Dessel
Bourgeois
Dillen
11
111,
808
11'59
1993
2172
1
17 maart 1981 Datum
Date
Vraag nr. •
Question n°
Nationale Opvoeding (F) -
7-11-1980
12-11-1980
19-11-1980
10-12-1980
10-12-1980
10-12-1980
10-12-1980
17-12-1980
17-12-1980
17-12-1980
18-12-1980
18-12-1980
2- 1-1981
2- 1-1981
14- 1-1981
14- 1-1981
14- 1-1981
14- 1-1981
20- 1-1981
20- 1-1981
20- 1-1981
21- 1-1981
30- 1-1981
30- 1-1981
3- 2-1981
3- 2-1981
3- 2-1981
3- 2-1981
5- 2-1981
10- 2-1981
10- 2-1981
12- 2-1981
12- 2-1981
12- 2-1981
12- 2-1981
12- 2-1981
12- 2-1981
18- 2-1981
18- 2-1981
18- 2-1981
19- 2-1981
19- 2-1981
19- 2-1981
19- 2-1981
8
12
19
29
31
32
33
36
37
38
39
42
47
49
49bis
50
51
53
59
62
63
65
70
71
72
72bis
74
77
83
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
96
97
98
99
Auteur
Blz.
Page
Education nationale (F)
Liénard
Tromont
Vansteenkiste
Liénard
Ylieff
Kuijpers
De Vlies
Van Gompel
Knoops
Marcel Remacle
Van Grembergen
Van Grembergen
De Vlies
De Vlies
Breyne
Kuijpers
Bertouille
Dejardin
Liénard
Vansteenkiste
Van Grembergen
Kuijpers
Breyne
Mw. TyberghienVandenbussche
Tromont
Kuijpers
Bertouille
Damseaux Van Grembergen
Hiance
Kuijpers
Van der Diest
Knoops
Van Gompel
Van Gompel
Liénard
Kuijpers
Tromont
Delhaye
Buchmann
Tromont
Biefnot
Valkeniers
Tromont
637
758
857
1216
1216
1216
1217
1218
1218
1218
1219
1220
1386
1591
1592
1592
1592
1593
1744
1745
1745
1746
1889
1889
2053
2053
2054
2056
2058
2177
2178
2178
2178
2179
2179
2179
2180
2300
2300
2301
2301
2302
2302
2303
Staatssecretaris voor de Vlaamse Gemeenschap,
toegevoegd aan de heer Geens,
Minister van de Vlaamse Gemeenschap
(Mevr. H. De Backer-Van Oeken)
Secrétaire d'Etat à la Communauté flamande,
adjoint à M. Geens,
Ministre de la Communauté flamande
(Mme H. De Backer-Van Ocken)
28-10-1980
12-11-1980
19-11-1980
19-11-1980
5
6
6bis
7
Gheysen
Gabriels
Sleeckx
Vansteenkiste
17 mars 1981
Datum
Date
19-11-1980
19-11-1980
19-11-1980
19-11-1980
10-12-1980
11-12-1980
2- 1-1981
14- 1-1981
20- 1-1981
21- 1-1981
·3_ 2-1981
3- 2-1981
3- 2-1981
3- 2-1981
10- 2-1981
18- 2-1981
19- 2-:1981
2193
(23)
Vraag nr.
Question n°
8
8bis
9bis
10bis
12bis
13bis
14
15bis
16
17
18
19
20
21
21bis
22
23
Auteur
Blz. i
Page
Mundeleer
Van Grembergen
Gabriels
Valkeniers
Grafé
Ylieff
Ylieff
Poma·
Vansteenkiste
Mundeleer
Tromont
Bertouille
Bertouille
Anciaux
Van Grembergen
Buchmann
Valkeniers
1221
860
860
860
1221
1222
1386
1596
1748
1748
2059
2059
2060
2060
2180
2313
2313
Staatssecretaris voor het Brusselse Gewest,
toegevoegd
aan de M,inister van het Brusselse Gewest
(Mevr. C. Goor-Eyben) •
S_ecrétaire d'Etat à la Région bruxelloise,
adjoint au Ministre de la Région bruxelloise
(Mme C. Goor-Eyben)
20- 1-1981
7
1748
Thys
Staatssecretaris voor de Vlaamse Gemeenschap,
toegevoegd aan de heer Geens,
Minister van de Vlaamse Gemeenschap
(Mevr. R. Steyaert)
Secrétaire d'Etat à la Communauté flamande,
adjoint à M. Geens,
Ministre de la Communauté flamande
(Mme R. Steyaert)
18- 2-1981
14
Buchmann
2315
Staatssecretaris voor het Waalse Gewest,
toegevoegd aan de Minis ter van het Waalse Gewest
(de heer M. Wathelet)
Secrétaire d'Etat à la Région wallonne,
adjoint au Ministre de la Région wallonne
(M. M. Wathelet)
534
761
858
859
17-12-1980
3- 2-1981
3- 2-1981
3- 2-1981
4- 2-1981
18- 2-1981
5bis
9
10
11
12
13
Van Grembergen
Bertouille
Thys
Mundeleer
Weckx
Buchmann
1226
2064
2064
2064
2065
2315
Vragen en Antwoorden - Kamer -
2194
Questipns et Réponses - Chambre
(23)
Vragen waarop een « voorlopig antwoord » werd gegeven.
Questions auxquelles une « réponse provisoire » a été donnée.
--
natum
Date
Vraag or~
Question D
Auteur
Vraag nr.
Question n°
Datum
Date
0
Vice-Eerste Minister
en Minister van Economische Zaken
Minister van Landhouw
Ministre de l' Agriculture
Vice-Premier Ministre
et Ministre des Affaires économiques
19-11-1980
56
18- 2-1981
19- 2-1981
Buchmann
Tromont
Minister van Sociale Voorzorg
en Volksgezondheid
Ministre de la Prévoyance sociale
et de la Santé publique
Vice-Premier Ministre
et Ministre des Classes moyennes, du Plan
et Adjoint à la Communauté française
13
14
34
38
50
55
Vansteenkiste
Vice-Eerste Minister
en Minister van Middenstand, van het Plan
en Adjunct voor de Franse Gemeenschap
3-12-1980
3-12-1980
4- 2-1981
10- 2-1981
Auteur
Sociale Voorzorg - Prévoyance sociale
14- 1-1981
4- 2-1981
4- 2-1981
19- 2-1981
Van Grembergen
Grafé
van de Put
Flamant
99,
146
147
174
Durgeon
Liénard
van de Put
Durgeon
Volksgezondheid - Santé publique
Minis ter van Openhare Werken
en Institutionele Hervormingen
4-12-1980
15- 1-1981
15- 1-1981
Ministre des Travaux publics
et des Réformes institutionnelles
15- 1-1981
10- 2-1981
•
74
• 102
Ministre de la Communauté flamande
et Adjoint à l'Education nationale (N~)
(M. G. Geens)
Ministre des Affaires étrangères
26
50
81
Gabriels
Desutter
Kuijpers
Minister van de Vlaamse Gemeenschap
en Adjunct voor Nationale Opvoeding (N.)
• (de heer G. Geens)
Marchand
Dillen
Minister van Buitenlandse Zaken
19-11-1980
18-12-1980
19- 2-1981
69
102
110
Vansteenkiste
Vansteenkiste
Durgeon
18-12-1980
2- 1-1981
29·
.••. 31
Vansteenkiste
Cardoen
Minister van Financiën
Ministre des Finances
Minister van Nationale Opvoeding
(Nederlandse sector)
131
145
3- 2-1981
10- 2-1981
Ministre de l'Education nationale
Dertouille
Liénard
(Secteur néerlandais)
19-11-1980
11-12-1980
19
41
18-12-1980
14- 1-1981
21- 1-1981
22- 1-1981
30~ 1-1981
45
56
71
74
86
3- 2-1981
12- 2-1981
96
107
Vansteenkiste
Mw. TyberghienVandenbussche
Van Grembergen
Kuijpers
Dupré
Desutter
Mw. TyberghienVandenbussche
Vansteenkiste
. Mw. DemeesterDe Meyer
Minister van Tewerkstelling en Arheid
Ministre de l'Emploi et du Travail
19-11-1980
1
i 18-12-1980
4- 2-1981
: 11- 2-1981
• 18- 2-1981
1
1
24
42
77
78
87
Vansteenkiste
Vansteenkiste
Liénard
Cardoen
Buchmann
17 maart 1981 -
Vraag nr.
Question n°
Datum
Date
Auteur
17 mars 1981
Vraag nr.
Question n°
Datum
Date
Ministre de la Communauté française
3
11
12bis
18
19
21
Van Grembergen
Vansteenk.iste
Verberckmoes
Bertouille
Bertouille
Valkeniers
Auteur
Minister van Posterijen,
Telegrafie en Telefonie
Minis ter van de Franse Gemeènschap
24-10-1980
10-12-1980
17-12-1980
3- 2-1981
3- 2-1981
19- 2-1981
2195
(23)
Ministre des Postes,
Télégraphes et Téléphones
28-10-1980
20- 1-1981
4- 2-1981
10- 2-1981
19- 2-1981
27- 2-1981
27- 2-1981
13
63
80
91
102
106
108
Somers
Hendrick
Knoops
Somers
Valkeniers
Cardoen
Cardoen
Minister van Justitie
en Institutionele Hervormingen
Ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
24-10-1980
24-10-1980
28-10-1980
20-11-1980
3-12-1980
4-12-1980
4-12-1980
11-12-1980
14- 1-1981
14- 1-1981
20- 1-1981
30- 1-1981
4- 2-1981
4- 2-1981
11- 2-1981
3bis
4
7
29
38
39
43
47
60
67
71
79
86
88
95
Poma
Van Grembergen
Poma
Vansteenkiste
Valkeniers
Damseaux
Damseaux
Bourgeois
Valkeniers
Tijl Declercq
Weckx
Levaux
Suykerbuyk
Van Grembergen
Ylieff
Minister van Landsverdediging
Ministre de la Défense nationale
3- 2-1981
12- 2-1981
82
90
Harmegnies
Knoops
Minister van Ontw~elingssamenwerking
Minister van Binnenlandse Zaken
en Minister van Nationale Opvoeding
Ministre de la Coopération au Développement
(Franse Sector)
10-12-1980
20
Vansteenkiste
Ministre de l'Intérieur
et Ministre de l'Education nationale
(Secteur français)
Minister van Openhaar Amht
en Wetenschapsheleid, helast met
de Coordinatie van het Leefmilieuheleid
Ministre de la Fonction publique
et de la Politique scientifique, chargé de
la Coordination de la Politique de l'Environnement.
12-11-1980
12- 2-1981
12- 2-1981
7bis
58
59
Mundeleer
Kuijpers
Kuijpers
Binnenlandse Zaken - Intérieur
7-11-1980
4-12-1980
10-12-1980
15- 1-:1981
15- 1-1981
30
78
79bis
114
116
Colla
Nols
Van Grembergen
Kuijpers
Vanderheyden
Nationale opvoeding (F) - Education nationale (F)
4- 2-1981
79
Van Grembergen
2196
Vragen en Antwoorden - Kamer Datum
Date
Questions et Réponses - Chambre
(23)
. Vraag nr.
Question n°
Minister van Verkeerswezen
Ministre des Communications
12-11-1980
12-11-1980
19-11-1980
27-11-1980
3-12-1980
10-12-1980
11-12-1980
14- 1-1981
30- 1-1981
30- 1-1981
3- 2-1981
3- 2-1981
3- 2-1981
3- 2-1981
3- 2-1981
3- 2-1981
3- 2-1981
18- 2-1981
19- 2-1981
42
44
56
66
71
78
84
102
141
143
146
147
148
149
152
153
154
180
191
Dejardin
Uyttendaele
Vansteenkiste
Van Grembergen
Somers
Somers
Vansteenkiste
Poma
Taelman
Vansteenkiste
Tromont
Bertouille
Bertouille
Cardoen
Louis Michel
Poswick
Moors
Buch:mann
Valkeniers
/
"-
Staatssecretaris voor de Vlaamse Gemeenschap,
to~gevoegd aan de heer ·ceens,
Minister van de Vlaamse Gemeenschap
(Mevr. H. De Backer-Van Ocken)
Secrétaire d'Etat à la Communauté flamande,
adjoint à M. Geens,
Ministre de la Communauté flamande
(Mme H. De Backer-Van Ocken)
2- 1-1981
15
Mundeleer
Staatssecretaris voor het Brusselse Gewest,
toegevoegd aan de Minister van het Brusselse Gewest
(Mevr. L. De Pauw-Deveen)
Secrétaire d'Etat à la Région bruxelloise,
adjoint
Ministre de l,'1 Région bruxelloise
(Mme L. De Pauw-Deveen)
au
2- 1-1981
5
Mundeleer
1
li
17 maart 1981 -
17 mars 1981
2197
(23)
(Fr.) : Vraag gesteld in 't Frans.
(N.) : Vraag gesteld in 't Nederlands.
(Fr.) : Question posée en français.
(N.) : Question posée en néerlandais.
Eerste Minister
Premier Ministre
Vraag nr. 80 van de heer Valkeniers d.d. 19 fehruari 1981
(N.):
Question n° 80 de M. Valkeniers du 19 février 1981 (N.):
Yakbo;,,dspremie.
Prime syndicale.
Graag had ik afzonderlijk voor iedere administratie die onder
uw bevoegdheid staat de volgende inlichtingen bekomen inzake
de syndikale premie; Dit zowel betreffende het jaar 1977 als
1978:
1. aantal betrokken personeelsleden :
a) in dienst,
b) op rust;
~- aantal afgeleverde formulieren;
3. aantal uitbetaalde formulieren per rechthebbende organisatie;
4. overgedragen sommen per rechthebbende organisatie :
a) ais uitbetaling aan hun leden,
b) ais administratiekosten;
5. werden voor al deze sommen de uitbetaalde formulieren
terug aan de administratie afgeleverd ter staving van het aantal
werkelijke uitbetalingen? Zoniet, waarom niet?
Je vous saurais gré de me fournir, pour chaque -administration
ressortissant à votre compétence, les données suivantes en ce qui
concerne la prime syndicale, et ce pour les années 1977 et 1978 :
1. nombre de bénéficiaires :
a) en activité de service,
b) mis à la retraite;
2. nombre de formulaires délivrés;
3. nombre de formulaires ayant donné lieu à paiement, _par
organisation ayant droit;
4. les sommes versées à chaque organisation ayant droit :
a) à titre de paiement à leurs membres,
b) à titre de frais administratifs;
5. les formulaires ayant donné lieu à paiement ont-ils été remis pour toutes ces sommes en vue de justifier le nombre de
paiements réellement effectués? Dans la négative, pourquoi
pas?_
Antwoord : Het geacht Lid gelieve hierna de gevraagde inlichtingen te vinden wat betreft mijn kabinet en de rechstreeks
onder mijn gezag geplaatste diensten :
1. Aantal betrokken personeelsleden :
- voor het jaar 1977 :
a) in dienst: 277;
b) op rust: 3.
- voor het jaar 1978:
a) in dienst : 311;
b) op rust: 4.
2. Aantal afgeleverde formulieren :
- voor het jaar 1977: 280;
- voor het jaar 1978: 315.
3. Het aantal uitbetaalde formulieren per rechthebbende
organisatie kan nog niet bepaa:ld worden.
4. Voorde uitbetaling zowel van de premie aan al hun leden
die ten laste van de Rijksbegroting vallen en tot dekking van
hun administratiekosten werden tot heden volgende voorschotten uitbetaald :
•
- Christelijke Federatie Overheidsdienst
V.Z.W . ........................... :............................. 248.160.000 fr.
- Vakbondspremie V.Z:W . ............................. 248.160.000 fr.
- Arbeid en Verdienste V.Z. W......................... 67.680.000 fr.
Réponse: L'honorable Membre voudra bien trouver ci-après
les renseignements demandés en ce qui concerne mon cabinet et
les services placés directement sous mon autorité :
1. Nombre des agents concernés :
- pour l'année 1977 :
a) • en servièe : 277;
b) à la retraite : 3.
- pour l'année 1978 :
a) en service : 311;
b)• à la retraite : 4.
2. Nombre des formulaires distribués :
~ pour l'année 1977 : 80;
- pour l'année 1978 : 315.
3. Il n'est pas encore possible de déterminer le nombre des
formulaires honorés pour chaque organisation bénéficiaire.
__
4. Les avances versées aussi bien pour le paiement de la
prime à tous leurs membres qui tombent à charge du budget de
PEtat, que pour couvrir leurs frais adm1nisi:ratiîs,. s,·éievent JUSqu' à présent à :
- pour la Fédération des Syndicats Chrétiens
des services publics A.S.B.L ........................... 248.160.000 F
- pour la Prime syndicale A.S.B.L. ................... 248.160.000 F
- pour Travail et Mérite A.S.B.L. ...................... 67.600.000 F
Totaal............................................................ 564.000.000fr.
5. De V.Z.W.'s hebben ingevolge artikel 19, § 1, van het koninklijk besluit van 30 september 1980 betreffende de toekenning en de uitbetaling van een vakbondspremie aan sommige
Total.............................................................. 564.000.000 F.
5. En vertu de l'article 19, § 1er, de l'arrêté royal du 30 septembre 1980 relatif à l'octroi et au paiement d'une prime syndicale à certains membres du personnel du secteur public (Moni-
279
2198
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
personeelsleden van de overheidssector (Belgisch Staatsblad ··leur belge du 10 octobre 1980), les A.S.B.L. ont le temps jusvan 10 oktober 1980), tot 30 april 1981 de tijd om aan de Eer- qu'au 30 avril 1981 pour faire parvenir au Premier Ministre un
..ste Minister een omstandige afrekening van de werkelijk uitbe.:. décompte détaillé des primes syndicales qui ont effectivement
,taalde vakbondspremies te bezorgen.
été payées.
Vraag nr. 85 van de heer Bertouille d.d. 27 februari 1981
(Fr.) :
Question n° 85 de M. Bertouille du 27 février 1981 (Fr.):
Minder-validen. - lndienstneming.
Handicapés. - Engagement.
Krachtens de wet zijn openbare besturen ertoe gehouden een
aantal minder-validen op elk niv~au in dienst te nemen.
Les administrations publiques sont tenues, en vertu de la loi,
d'engager un certain nombre de handicapés ·de différents niveaux.
L'Assemblée générale des Nations-Unies a proclamé « 1981 »
Année internationale des Handicapés. A ce sujet le Ministre de la
Fonction publique du Gouvernement Martens III a recommandé
aux diffi~rents depaiteriient:scfe veillera secomormer-aUx d1spo-:
sitions réglementaires en matière de mise au travail des handicapés, soulignant qu'il trouvait inadmissible que certains services
demeurent en défaut à cet égard.
De algemene U.N.O.-vergadering heeft 1981 uitgeroepen tot
het Internationale Jaar van de Gehandicapte. ln dat verband
heeft de Minister van het Openbaar Ambt van de Regering Martens III aan de verschillende departementen aanbevolen e:rop toe
te zien zich te schikken naar de verordenende bepalingen inzake
de tewerkstelling van minder-validen, en er de vadruk op gelegd
dat hij het onaanvaardbaar achtte dat bepaalde diensten op dat
stuk in gebreke blijven.
Wil de Eerste Minister mij zeggen ;
1. hoe de wetgeving betreffende de indienstneming van
minder-validen in zijn departement en de openbare inrichtingen
die eronder ressorteren, wordt nageleefd;
2. welke voorzieningen hij trof om de aanbeveling van de
Minister van het Openbaar Ambt te beantwoorden?
Antwoord : Het geacht Lid gelieve hierna de gevraagde
inlichtingen te vinden wat de Diensten van de Eerste Minister
betreft (sectoren « Eerste Minister », « Openbaar Ambt » en
« Wetenschapsbeleid ») :
1. Met aantal minder-validen dat voor de Diensten van de
t,Eerste Minister is vastgelegd overeenkomstig artikel 2 van het
koninklijk besluit van 11 augustus 1972 ter bevordering van de
tewerkstelling van minder-validen in de rijksbesturen, te weten
8, is bereikt.
2. Ik heb aan de Minis ter van Openbaar Ambt mijn instemming verleend om het aantal vermeld onder 1., met 50 % te
verhogen, zodat het aantal minder-validen die door de Diensten
van de Eerste Minister moeten worden aangeworven, op 12
wordt gebracht.
Monsieur le Premier Ministre voudrait-il me dire :
1. comment le législation relative à l'engagement des handicapés est respectée au niveau de son département et des établissements publics -0.épendant de son département;
2. les dispositions qu'il a prises pour répondre à la recommandation de M. le Ministre de la Fonction publique?
Réponse: L'honorable Membre voudra 'bien trouver ci-après
les renseignements demandés en ce qui concerne les Services du
Premier Ministre (secteurs « Premier Ministre, « Fonction publique » et « Politique scientifique ») :
1. Le quota de 8 handicapés fixé pour les Services du Premier
Ministre par l'article 2 de l'arrêté royal du 11 août 1972
stimulant l'emploi de handicapés dans les administrations de
l'Etat, est atteint;
~ - J'ai marqué mon accord au Ministre de· 1a Fonction
publique pour augmenter de 50 % le quota dont question au 1.,
et porter ainsi à 12 le nombre de handicapés à recruter pour les'
Services du Premier Ministre.
1
Vraag nr. 93 van de heer Valkeniers d.d. 5 maart 1981 (N.) :
Question n° 93 de M. Valkeniers du 5 mars 1981 (N.) :
Herklassering van minder-validen.
Le reclassement des handicapés.
In het kader van de herklassering van minder-validen is per
departement het quotum van aanwervingen vastgelegd.
Graag vernam ik hoeveel minder-validen in uw diensten
tewerkgesteld zijn in dit kader en hoeveel dit quotum bedraagt.
Dans le cadre du reclassement des handicapés on a procédé ;l,
la fixation d'un quota de recrutements par département.
Je désirerais savoir, à cet égard, combien de handicapés vos
services occupent et à combien d'unités ce quota a été fixé? :;1
Antwoord : Het quotum van acht minder-validen dat vastgesteld is voor het geheel van de Diensten van de Eerste Minister
bij artikel ~ van het koninklijk besluit van 11 augustus 1972,
ter bevordering van de tewerkstelling van minder-validen in de
rijksbesturen is bereikt. ln overleg met de Minister van Openbaar Ambt wordt zelfs overwogen bedoeld quotum met 50 % te
verhogen.
Réponse : Le quota de huit handicapés fixé pour l'ensemble
des services du Premier Ministre par l'article 2 de 1'.arrêté royal
du 11 août 1972, stimulant l'emploi de handicapés dans l9s
administrations de l'Etat, est atteint. En accord avec le Minist~Le
de la Fonction publique, une majoration de ce quota de l'ordire
de 50 % est même envisagée.
17 maart 1981 -
17 mars 1981
ERRATUM
ERRATUM
Bulletin nr. 22 van 10 maart 1981, blz. 2071.
2199·
(23)
Bulletin n° 22 du 10 mars· 1981, p. 2071.
Eerste Minister
Premier Ministre
Vraag nr. 143 d.d. 10 februari 1981 va~ de heer Bourgeois
werd per vergissing gepubliceerd, onder de hoofding
La question n° 143 du 10 février 1981 de M. Bourgeois a ~té
publiée erronément sous le titre
•
« Eerste Minister »
Ze moest verschijnen onder de rubriek
« Premier Ministre»
Elle devait paraître sous la rubrique
Economische Zaken
Affaires économiques
Vice-Eerste Minister
en Minister van Begroting
Vice-Premier Ministre
et Ministre du Budget
Vraag or. 153 van de heer Kuijpers d.d. 12 fehruari 1981
(N.) (1) :
Question 0° 153 de M. Kuijpers du 12 février 1981 (N.) (1) :
Yakbondspremie. -
Prime syndicale. -
Commissie~
Tijdens het beleid van uw voorgangers de heer E. Deworme en
de heer G. Geens, verscheen een koninklijk besluit op 30 september 1980, betreffende de toekenning en uitbetaling van een
vakbondspremie aan sommige personeelsleden in de overheidssector.
ln artikel 20 staat vermeld dat een commissie wordt opgericht
waarvan de samenstelling en de werking bepaald worden.
Commision.
L'arrêté royal du 30 septembre 1980 relatif à l'octroi et au
paiement d'une prime syndicale à certains membres du personnel du secteur public a été contresigné par les prédécesseurs de
MM. les Ministres, à savoir M. E. Deworme et M. G. Geens.
Vermits men aan de uitbetaling toe is zou ik graag dè
_samenstelling en werking van deze commissie willen vernemen.
L'article 20 prévoit la création d'une commission des priµies
syndicales dont la composition et le fonctionnement seront
également réglés.
Plairait-il à Monsieur le Ministre de me faire connaître la
composition et le fonctionnement de cette commission?
Antwoord : Mijn voorganger ondertekende het koninklijk •
besluit van 30 september 1980 betreffende de toekenning en de
uitbetaling van een vakbondspremie aan sommige personeelsleden van de, overheidssector, ais medeondertekenaar in uitvoering van artikel 6 van de wet van 20 juli 1921.
De uitvoering van het koninklijk besluit van 30 september
1980 en vooral artikel 20 behoort in eerste instantie tot de
bevoegdheid van de heer Minister van Openbaar Ambt, waaraan
blijkbaar dezelfde vraag gesteld werd.
Er wordt bijgevolg verwezen naar het antwoord dat mijn
collega van Openbaar Ambt zal geven.
Réponse : Mon prédécesseur a signé l'arrêté royal du 30 septembre 1980 relatif à l'octroi et au paiement d'une prime
syndicale à certains membres du personnel du secteur public, et
ce, à titre de cosignataire en exécution de l'article 6 de la loi du
20 juillet 1921.
L'exécution de l'arrêté royal du 20 septembre 1980, et
particulièrement de l'article 20, relève en première instance de
la compétence de M. le Ministre de la Fonction publique auquel,
apparemment, la même question a été posée.
Par conséquent, il est référé à la réponse qui sera donnée par
mon Collègue de la Fonction publique.
(1) Deze vraag werd. gesteld aan de heer Mathot in zijn hoedanigheid van Minister van Binnenlandse Zaken en Begroting.
(1) Cette question a été posée à Monsieur Mathot en sa qualité
de Ministre de l'Intérieur et du Budget.
2200
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
Vice-Eerste Minister
en Minister van Economische Zaken
Vice-Premier Ministre
et Ministre des ~ffaires économiques
Vraag nr. 139 van de heer Suykerbuyk d.d. 4 februari 1981
(N.) :
Question n° 139 de M. Suykerbuyk du 4 février 1981 (N.) :
Benzineprijs. - Schommelingen.
Prix de l'essence. - Fluctuations.
In 1979, zo zegt men mij, is de benzineprijs in ons land aan de
pomp 77 maal gewijzigd.
Prijsaanpassingen in zulke mate zouden enig zijn in Europa.
Kan de Minister - en deze vraag heeft niets te maken met het
verminderen van de benzineprijs - het contract tussen zijn
departement en de petroliumfederatie niet derwijze wijzigen dat
deze meer dan wekelijkse prijsschommeling drastisch wordt
herleid.
De ongemakken voor iedereen, maar vooral voor de pompisten, zijn legio.
On me signale qu'en 1979, le pnx de l'essence aurait été
modifié à soixante-seize reprises.
Cette fréquence des fluctuations de pnx serait umque en
Europe.
Monsieur le Ministre ne pourrait-il - en dehors de toute
question de réduction du prix de l'essence - modifier le contrat
conclu entre le département et la fédération pétrolière de façon à
ce que ces fluctuations de prix plus qu'hebdomadaires soient
considérablement réduites.
•
En effet, les inconvénients du système de prix précité sont
légion pour le consommateur comme pour le pompiste.
Antwoord : Tijdens 1979 werden in het totaal 49 prijswijzigingen genoteerd waaronder 24 voor benzine.
Gezien dit aantal te hoog is, werden reeds enkele weken besprekingen met alle betrokken partijen aangevat om tot een
nieuwe prijsformule te komen, die het aantal prijswijzigingen
drastisch client te beperken.
Réponse: Lors de l'année 1979, on a connu 49 modifications
de prix dont 24 pour l'essence.
Vu ce nombre trop élevé de changements, des négociations
ont commencé depuis quelques semaines afin d'arriver à une
nouvelle formule de prix, ce qui devrait diminuer considérablement le nombre de changements de prix.
Vraag nr. 149 van de heer Buchmann d.d. 18 februari 1981
(N.):
Question n° 149 de M. Buchmann du 18 février 1981 (N.) :
Ministeriële diensten. - Koffiebedeling.
Services ministériels. - Distribution de café.
Het is gebruikelijk dat in de diverse diensten van uw
departement dagelijks een koffiebedeling wordt georganiseerd.
Kan de Minister, in verband met deze activiteit, mij meedelen :
1. hoeveel personen helast of hetrokken zijn bij de koffiebedeling in zijn departement, en in de parastatale instellingen die
onder zijn bevoegdheid valleri;
Il est d'usage d'organiser dans les différents services du
département une distribution journalière de café.
Monsieur le Ministre pourrait-il, à ce sujet, me communiquer :
2. welke het ja~rlijks vetbruik is aan koffie en thee;
3. hoeveel belopen de uitgaven in verband met deze koffiebt>deling (personeel, materieel en produkten)?
Antwoord:
1. Bij de koffiebedeling in mijn departement zijn twaalf personeelsleden betrokken, verdeeld over acht gebouwen. Ze zijn
gelast met het zetten van de koffie en met de bedeling op de verschillende verdiepingen. Er is één heurt in de voormiddag en één
in de namiddag. Eike heurt duur ongeveer één uur.
2. Het verhruik hedroeg in 1980, 1.870 kg koffie en 37. 700
zakjes thee.
3. De uitgaven bedroegen, eveneens in 1980 :
à) Personeel : herekend tegen het minimumloon (165,52 fr./
. uur) en 240 werkdagen : 953.395 fr. Te noteren valt dat het
personeel betreft, dat werkzaam is in de restaurants van het
departement. De koffiebedeling is één van hun hezigheden.
Niemand werd speci(lal aangeworven voor de koffiebedeling.
1. le nombre de personnes chargées de la distribution de café,
ou y intervenant d'une façon ou d'une autre, dans son département et dans les institutions parastatales relevant de son .
Ministère;
2. la consommation annuelle de café et de thé;
3. les dépenses occasionnées par cette distribution de café
(personnel, matériel et produits)?
1
Réponse:"
~ 1. La distribution de café dans mon département fait appel'
aux services de huit personnes, réparties sur huit bâtiments. Ces i
personnes sont chargées de préparer le café et de le distribue},
aux différents étages. Il y a une tournée le matin et une autrJ'
l'après-midi. Chaque tournée prend environ une heure.
2. La consommation s'est élevée en 1980 à 1.870 kg de cafo
et 37.700 sachets de thé.
3. Les dépenses se sont élevées, également en 1980, à:
a) Personnel : sur base d'un salaire horaire minimum d~
165;52 F et à·raison de 240 jours ouvrables : 953.395 F. Il~
a lieu de noter que le personnel en question est occupé dan.s
les restaurants du département. La distribution du café e~t
une de ses tâches parmi d'autres. Il n'y a pas eu de recrutelment spécial de personnel en vue de la distribution de caféJ
b) Matériel: néant. A noter qu'au cours des années précédent#s
des percolateurs ont été achetés à des prix variant de 30.0Q:O
à 45.000 F, selon la contenance. Sauf â l'Institut national ~~e
Statistique où la distribution a lieu dans le réfectoire, qu i.conque désire se faire servir du café utilise sa propre tasse,
1
i'
1
b) Materieel: nihil. Wei werden in-de loop van vorige jaren
percolators aangekocht tegen 30.000 à 45.000 fr. naargelàng p.un inhoud. Behalve in het Nationaal lnstituut voor de
Stati~tiek, waar de bedeling in de refter geschiedt, gebruikt
ieder die koffie wenst te nemen~ zijn eigen tas.
!11
1
1
17 maart 1981 c) Producten : Er werd in 1980 koffie, thee, melk, suiker,.
citroen en speculoos aangekocht voor een bedrag van
771.686 fr.
•
Ik meen hier mogen aan toe te voegen dat dè koffiebedelin~
niet gratis is, maar geschiedt teqen 5 fr. de tas. Zo werden vorig
jaar 248.182 tassen bedeeld.
Voor de parastatale instellingen, die afhangen van mijn departement, zal rechtstreeks aan het geacht Lid geantwoord worden.
17 mars 1981
2201
(23)
c) Produits : Le ·montant des achats de café, thé, lait, sucre,
citron et speculaus s'est élevé en 1980 à 771.686 F.
Je crois pouvoir ajouter que la distribution de cafê n'est pas
gratuite, mais donne lieu au paiement de 5 F par tasse. Le nombre de tasses servies en 1980 a été de 248.182.
En ce qui concerne les institutions parastatales dépendant de
mon département, il sera répondu directement à l'honorable
.\'Iembre.
Vraag nr. 150 van de heer Tromont d.d. 18 fehruari 1981
(Fr.) :
Question n° 150 de M. Tromont du 18 février 1981 (Fr.) : .
Distributiebedri;f. -
Entreprise de distribution. - Implantation à Mons.
Vestiging te Bergen.
Een groot distributiebedrijf maakt zich klaar om in de naaste
omgeving van Bergen (autoweg E 10) een eigen vestiging op tt·
richten.
De handelszaken te Bergen en inzonderheid de zelfstandigt'
handelaars en ambachtslieden zouden het best zonder die
abnormale concurrentie aan de stadspoorten kunnen stellen.
want zij hebben in 1980 al te lijden gehad onder winstderving
en zij lijden er in 1981 no~ onder, doordat inzake gemeentewerken een beleid wordt gevolgd waarbij onvoldoende rekening
wordt gehouden met de inwendige inrichting van de handelswijken te Bergen.
Kan de achtbare Minister mij zeggen :
1. wat de voornaamste redenen zijn op grond waarvan dr
vestiging werd toegestaan ;
2. wat waren de adviezen van de Nationale Commissie voor
de Distributie en het schepencollege van Bergen op dat stuk;
3. hoeveel groter de verkoopoppervlakte is van die vestiginf!
. in vergelijking met de vro~gere vestiging in de stad;
4. -wëlk personeel zal er worden tewerkgesteld, wat, naar ik
onderstel, speciaal de verleende vergunning verantwoordde?
Une grande entreprise de distribution achève son installation
à l'entrée de Mons (par l'autoroute E10).
Le çommerce montois et tout particulièrement les commerçants et artisants indépendants auraient pu se passer de cette
nouvelle concurrence anormale située aux portes de la ville, eux
qui ont déjà dû subir des manques à gagner en 1980, et qui en
souffrent encore en 198_1, suite à une politique de travaux
communaux qui ne tient pas beaucoup compte du tissu commercial montois.
L'honorable Ministre peut-il me préciser :
1. les raisons principales qui ont milité en faveur de l'autorisation d'implantation;
2. les avis de la Commission nationale de la Distribution et du
collège échevinal de Mons en la matière;
3. l'accroissement de surface de vente entre cette implantation et l'ancien emplacement intramuros;
4. le personnel qui sera occupé à cet endroit et qui a,
particulièrement justifié j'imagine, l'autorisation accordée?
--
Antwoord : Ik heb de eer het geacht Lid ter kennis te brengen
dat het dossier betreffende de betrokken inplanting ( Sarma) het
onderwerp heeft uitgemaakt van een onderzoek door het Sociaal-Economisch Comité voor de distributie op datum _van
13 juni 1978. De analyse van de aanvraag gebeurt op basis van
vier criteria : de lokalisatie van het handelsapparaat, de verbruikers, de tewerkstelling en de weerslag op de bestaande
handel. Door de positieve en negatieve aspecten van het dossier
te wegen heeft dit Comité een collegiaal gunstig advies uitgebracht ten aanzien van de ingediende aanvraag voor dezr
inplanting op voorwaarde dat de handelsgalerij toegevoegd aan
de hypermarkt de 1.000 m 2 netto-verkoopoppervlakte toegank
lijk voor het publiek niet overschrijdt, handel en diensten samen
genomen.
De Provinciale Commissie voor de distributie van Henegouwen heeft het dossier op datum van 6 juli 1978 onderzocht. De
groep « Werknemersorganisaties », de groep « Verbruikers » en
de groep « Geintegreerde Handel » hebben een gunstig adviesuitgebracht; de groep « Middenstand » bracht een ongunstig
advies uit.
Het college van burgemeester en schepenen van de stad
Bergen heeft, op datum van 1 september 1978, besloten de
inplanting van het handelskompleks toe te staan onder dezelfde
voorwaarden als vastgesteld door het Sociaal-Economisch Comité voor de distributie. Het college herinnert tevens de
betrokken onderneming eraan dat zij zich verbonden heeft haar
inplanting in het centrum van de stad aan te passen en te
verbeteren. De beslissing van de stad Bergen betreffende de
nieuwe inplanting is gebaseerd op de volgende motieven :
- ontwikkeling van de zone waarin de inplanting gepland is;
-------------
Réponse : J'ai l'honneur de porter à la connaissance de
l'honorable Membre que le dossier relatif à l'implantation visée
(Sarma) a fait l'objet d'un examen par le Comité socio-économique pour la distribution en date du 13 juin 1978. L'analyse
du dossier se fait sur base de quatre critères : la localisation de
l'appareil commercial, les consommateurs, l'emploi et les répercussions sur le commerce existant. En pondérant les aspects
positifs et négatifs du dossier, ce comité a émis un avis collégial
favorable à l'égard de la demande introduite pour cette implantation à condition que la galerie commerciale adjointe â
l'hypermarché ne dépasse pas 1.000 m 2 de surface de vente
accessible au public, commerces et services globalisés.
La Commission provinciale pour la distribution du Hainaut a
examiné le dossier en date du 6 juillet 1978. Le groupe « Syndicat », le groupe « Consommateur » et le groupe « Commerce
intégré » ont émis un avis favorable; le groupe « Classes
moyennes » a émis un avis défavorable.
Le collège des bourgmestre et échevins de la ville de Mons a
décidé, en date du 1er septembre 1978, d'autoriser l'implantation de ce complexe commercial aui mêmes conditions que celles fixées par le Comité socio-économique pour la distribution,
en rappelant aussi à la société concernée qu'elle s'est engagée à
réadapter et à améliorer son implantation au centre-ville. La
décision de la ville de Mons, en ce qui concerne la nouvelle
implantation, est basée sur les motifs suivants :
développement de la zone dans laquelle se situe l'implantation;
2202
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
complémentarité d'assortiments dans une zone facilement
cômplementariteit qua assortiment in een gemakkelijk toeaccessible;
gankelijke zone;
création d'emplois;
scheppen van tewerkstelling;
- répercussions supportables sur le commerce existant.
aanvaardbare weerslag op de bestaande handel.
L 'Entente wallonne des Associations de Classes moyennes
« L 'Entente wallonne des Associations de Classes moyennes ·
vertegenwoordigd in de schoot van de Nationale Commissie voo, • représentée au sein de la Commission nationale de la distribude distributie, heeft beroep aangetekend tegen deze beslissinµ tion a interjeté appel de cette décision, en date du 26 septembre
1978.
op .datum van 26 september 1978.
Le 27 octobre 1978, les groupes « Agriculture », « Classes
Op 27 oktober 1978 hebben de groepen « Landbouw >>.
moyennes » « Syndicats », « Consommateurs », « Patronat » et
« Middenstand », « Werknemersorganisaties », « Verbruikers ».
« Commerce intégré », siégeant à la Commission nationale de la
« Werkgevers » en « Geintegreerde Handel », zetelend in d,·
Nationale Commissie voor de Distributie, hun adviezen uitge- distribution, ont émis leurs avis qui ont été transmis au Comité
bracht die overgemaakt werden aan het Interministerier 1 interministériel.
Comité.
En date du 7 novembre 1978, le Comité interministériel a
Op datum van 7 november 1978, heeft het Interministerierl
Comité het beroep verworpen dat ingediend werd en beslote11 rejeté le recours qui avait été introduit et décidé que l'autorisadat de socio-economische vergunning toegestaan onder de tion socio-économique, accordée sous conditions par la ville de
voorwaarden door de stad Bergen, op datum van 1 september Mons en date du ter septembre 1978, était maintenue.
1978, behouden blijft.
Il apparaît donc clairement que les différents goupes d'intérêt
Het blijkt dus duidelijk dat de verschillende belangengroepen
op verschillende niveaus hun mening over het projekt hebben ont pu exprimer, à divers niveaux, leur opinion sur le projet.
kunnen uitbrengen.
L'implantation du centre-ville avait une surface de 941 m2 •
De inplanting in het centrum van de stad had een oppervlaktr
2
van 941 m •
L'implantation qui vient de s'ouvrir à la porte du Parc à Mons
De inplanting die onlangs geopend werd aan « porte du Parc »
te Bergen heeft de vorm genomen van een polyvalent handels- a pris la forme d'un centre commercial polyvalent comprenant:
centrum met :
a) une grande surface avec :
a) een grote oppervlakte met :
- un hypermarché de 5.837 m 2 ;
een hypermarkt 5.837 m 2 ;
- •• un garden de 790 m 2 ;
- een garden 790 m 2 ;
2
- un restaurant de 7 40 m 2 ;
- een restaurant 7 40 m ;
b) une galerie de 17 boutiques spécialisées qui sont exploitées
b) een galerie met 17 gespecialiseerde boetieken die uitgebaat
par des indépendants (1.000 m 2 ).
worden door zelfstandigen (1.000 m2 ).
Le magasin centre-ville sera tranformé en New-Shop (mode)
De winkel in het centrum van de stad zal omgevormd worden
et occupera moins de 900 m 2 •
in een New-Shop (mode) en zal minder dan 900 m 2 beslaan.
Enfin l'effectif du personel passerait de 46 personnes dans
Tenslotte zou het personeelsbestand van 46 personen in de
centrale handelskern-vestiging evolueren naar 170 voor de twee l'ancien centre-ville à 170 pour les deux unités.
eenheden.
Vraag nr. 153 van de heer Tromont d.d. 18 februari 1981
(Fr.) :
Question n° 153 de M. Tromont du 18 février 1981 (Fr.) :
Vakbonden. - Werkloosheidsuitkeringen. belastingcontrole.
Syndicat. -Indemnités de chômage. -· Contrôle comptable et
fiscal.
Boekhoudings- en
Uit het antwoord dat de Minister van Economische Zaken in
Dans la réponse que le Ministre des Affaires économiques 1, ;
1
het bulletin van Vragen e,:,, Antwoorden van de Senaat nr. 14 van fournit à mon honorable collègue Peeters dans le bulletin des',' ,
13 januari. 1981 (blz. 496-497) aan mijn achtbare collega, de Questions et Réponses du Sénat, n° 14, du 13 janvier 1981
heer _P.eeters gaf, onthoud îk in hoofdzaak dat er-geen boekhoud.:. (pp. 496-497), je retiens essentiellement qu'aucun contrôle
kundige en fiscale controle is op vakbonden die erkend worden comptable et fiscal n'est appliqué aux syndicats dont l' agréation
ais zij gewoon een afschrift van hun statuten en een lijst van de est accordée sur la base du simple dépôt d'une copie des statuts
et d'une liste de dirigeants responsables.
verantwoordelijke !eiders indienen.
Diezelfde vakb(!nden treden op ais « betalers » van de werk- . Ces mêmes syndicats servant de « payeurs » des indemnités d~
loosheidsuitkeringen en daarom zou ik willen weten hoe het : chômage, je souhaiterais connaître comment il est encore possi~
thans nog mogelijk is bedragen die jaarlijks tientallen miljoenen hie aujourd'hui de confier des fonds qui se montent annuelle1+
vertegenwoordigen toe te vertrouwen aan verenigingen zonder ment à plusieurs dizaines de milliards de francs à des associa;
verantwoordelijkheid, terwijl het niet mogelijk is een boekhoud- tions sans responsabilités alors qu'il n'est pas possible d'exiger
kundige controle te eisen van die gelden en die feitelijke vereni- un contrôle comptable de ces fonds et que ces « associations de
~ngen aan geen enkele belastingcontrole onderworpen zijn.
. fait » ne sont soumises à aucun contrôle fiscal.
Kan U me ook zeggen welke maatregelen U wil nemen om de
Pouvez-vous également me préciser les mesures que voùis
sociale bijdragen die zo aan 'Y'erkloze werknemers ·worden over- comptez mettre en œuvre pour mieux protéger et contrôler leis
gedragen, beter te beschermen e~ te controleren?
cotisations sociales qui sont ainsi transférées aux travailleuJls
inoccupés?
1
1
11
:
11
17 maart 1981 -
11 mars 1981
(23)
2203
Antwoord : ln antwoord op zijn vraag kan ik het geacht Lid
mededelen dat het ontegensprekelijk is dat de vakverenigingen
geen ondernemingen zijn zoals bedoeld in de boekhoudwetgeving, en dat zij derhalve niet aan de wet van 17 juli 1975 en aan
haar uitvoeringsbesluiten onderworpen zijn.
Dit werd evenwel reeds uitdrukkelijk gezegd en onderlijnd in
mijn antwoord op de vraag van de heer Senator Peeters.
ln de voorgenomen wijziging van voornoemde wet om ze in
overeenstemming te brengen met de 4de E.E.G.-richtlijn wordt
op voorstel van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven het toepassings veld van de wet tot andere ondernemingen uitgebreid.
Syndicaten worden niet ais zodanig beschouwd.
Aangezien de vraag in wezen gaat over de controle op de ten
laste van de Sociale Zekerheid en van de Staat door de vakbonden uitbetaalde werkloosheid uitkeringen, ressorteert zij veeleer
onder de bevoegdheid van de Minister van Tewerkstel1ip.g en Arbeid.
1k ver-wijs het geacht Lid dan ook naar het antwoord terzake
van mijn Collega.
Réponse : En réponse à sa question je peux communiquer à
l'honorable Membre que les organisations syndicales n'étant pas
des entreprises au sens de la législation comptable, elles ne sont
pas régies par la loi du 17 juillet 1975 et ses arrêtés d'exécution.
Vraag nr. 154 van de heer Bourgeois d.d. 18 fehruari 1981
Question n° 154 de M. Bourgeois du 18 février 1981 (N.) :
C'est d'ailleurs ce que j'ai souligné dans ma réponse à laques- •
tion de M. le sénateur Peeters.
Dans le projet tendant à modifier ladite loi afin de la mettre en
concordance avec la 4me directive de la C.E.E., le champ d'application de la loi est étendu, ai:q.si que le propose le Conseil central
de l'Economie, à d'autres entreprises, les syndicats n'étant pas
considérés comme tels.
Etant: donné que la question porte essentiellement sur le contrôle des allocations de chômage versêes par les organisations
syndicales et supportées par la Securité soèiale et par l'Etat, elle
est plutôt de la compétence du Ministre de· l'Emploi et du Travail.
C'est pourquoi je renvoie l'honorable Membre à la réponse de
m~m Collègue.
(N.):
Kostprijs kWh. - Internationale vergelijking.
Prix de revient d'un kWh. -
Soms wordt beweerd dat de kostprijs van de elektriciteit in
België merkelijk duurder uitvalt dan in het buitenland.
Dit zou dan ook nadelige gevolgen hebben voor de konkurrentiemogelijkheden van onze bedrijven.
Kan de Minister mij opgave doen van de kostprijs van een
kWh in hoogspanning en in laagspanning, uitgedrukt in de
nationale muntee.nheid en omgerekend in Belgische frank.
telkens op 1 januari 1979, op 1 januari 1980 en 1 januari 1981
in volgende landen : België, Nederland, Luxemburg, Duitsland.
Frankrijk, Engeland, Zwitserland, Italië en Oostenrijk.
Certains prétendent que le prix de revient de l'électricité pratiqué en Belgique est largement supérieur à celui en vigueur à
l'étranger.
Cette situation défavoriserait donc nos entreprises quant à
leur compétitivité.
Monsieur le Ministre pourrait-il me communiquer le coût d'un
kWh en haute et en basse tension, exprimeé en unités monétai~
res nationales de chaque pays et converti en francs belges, au
1"' janvier des années 1979, 1980 et 1981, pour les pays suivants : Belgique, Pays-Bas, Luxembourg, Allemagne, France,
Angleterre, Suisse, Italie et Autriche?
Antwoord : Over het algemeen is de elektriciteitsprijs in België inderdaad hoger dan in de omliggende landen en dit feit
heeft een invloed op de konkurrentiemogelijkheid van onze bedrijven.
De door mijn achtbare Collega gevraagde informatie is niet
beschikbaar.
De onderstaande gemiddelde prijzen hebben betrekking op
het jaar 1978 (B.T.W. niet inbegrepen)
Réponse : D'une façon générale le prix de l'énergie électrique
est en effet plus élevé en Belgique que dans les pays voisins et ce
fa~t a une influence sur le pouvoir concurrentiel de nos entreprises.
L'information demandée par mon honorable Collègue n'est
pas disponible.
Les prix moyens indiqués ci-dessous se rapportent à l'année
1978 (T.V.A. non incluse) :
Laagspanning
Basse tension
België
FB/kWh ......................................................................... .
3,050
FB/kWh ......................................................................... .
3,050
Nederland
et/kWh ................................. :......................................... . 12,84
FB/kWh ......................................................................... .
1,874
Luxemburg
LFR/kWh ....................................................................... .
2,115
FB/kWh ......................................................................... .
2,115
Duits land
pf/kWh ............................................................................. 15,83
FB/kWh ..........................................................................
2,496
Frankrijk
cf/kWh ........................................................................... . 30,81
FB/kWh ............ :............................................................ .
2,269
Engeland
2,708
p/kWh ............................................................................ .
FB/kWh ........................................................................ ..
1,684
Comparaison internationale.
Belgique
FB/kWh ......................................................................... .
FB/kWh ......................................................................... .
Pays-Bas
et/kWh ........................................................................... .
FB/kWh ......................................................................... .
Luxembourg
LFR/kWh ....................................................................... .
FB/kWh ......................................................................... .
Allemagne
pf/kWh ........................................................................... .
FB/kWh ......................................................................... .
France
cf/kWh .......................................................................... ..
FB/kWh ......................................................................... .
Angleterre
p/kWh ................................... :....................................... ..
FB/kWh ........................................................................ ..
3,050
3,050
12,84
1,874
. 2,115
2,115
15,83
2,496
30,81
2,269
2,708
1,684
·~ 2204
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
Zwitserland (*)
FS/kWh .......................................................................... .
0,121
FB/kWh ......................................................................... .
2,238
Italië
Lir/kWh ......................................................................... . 32,93
FB/kWh ......................................................................... .
1,258
Oostenrijk
g/kWh ............................................................................. 117,2
FB/kWh ..........................................................................
2,56:
Suisse (*)
FS/kWh .......................................................................... .
0,121
FB/kWh ......................................................................... .
21238
Italie
Lir/kWh ......................................................................... . 32,93
FB/kWh ......................................................................... .
1,258
Autriche
g/kWh ............................................................................. 117,2
FB/kWh ..........................................................................
2,567
(*) Hoog- en laagspanning samen, zonder industriële elektroketels (1977-78).
(*) Total haute et basse tension, sans chaudières électriques
industrielles (1977-78).
Hoogspanning
Haute tension
België
FB/kWh ......................................................................... .
1,55S
FB/kWh ......................................................................... .
1,55S
Nederland
et/kWh ........................................................................... .
7,62:
FB/kWh ......................................................................... .
1,11:3
Luxemburg
LFR/kWh ....................................................................... .
1,048
FB/kWh ......................................................................... .
1,048
Duitsland
pf/kWh ........................................................................... .
9,598
FB/kWh ......................................................................... .
1,51:l
Frankrijk
cf/kWh ........................................................................... . 15,544
FB/kWh ......................................................................... .
1,14S
Engeland
p/kWh ......................................................... ~ ................. ..
2,046
FB/kWh ....................................................,..................... .
1,272
Zwitserland (*)
FS/k'Wh .......................................................................... .
0,121
FB/kWh ........................................................................ ..
2,238
Italië
i
Lir/kWh ......................................................................... . 16,307'
FB/kWh ......................................................................... .
0,623
Oostenrijk
g/kWh ............................................................................ . 66,5
FB/kWh ......................................................................... .
1,456
Belgique
,
FB/kWh ......................................................................... .
FB/kWh ......................................................................... .
Pay~-Bas
et/kWh .......................................................................... ..
FB/kWh ........................................................................ ..
Luxembourg
LFR/kWh ....................................................................... .
FB/kWh ......................................................................... .
Allemagne
pf/kWh ........................................................................... .
FB/kWh ......................................................................... .
France
cf/kWh ............... : ........................................................... .
FB/kWh ......................................................................... .
Angleterre
p/kWh ............................................................................ .
FB/kWh ......................................................................... .
Suisse (*)
FS/kWh .......................................................................... .
FB/kWh ......................................................................... .
Italie
Lir/kWh ........................................................................ ..
FB/kWh ......................................................... :............... .
Autriche
g/kWh ............................................................................ .
FB/kWh ......................................................................... .
(*) Hoog- en laagspanning samen, zonder industriële elektroketels (1977-78).
(*) Total haute et basse tention, sans chaudières électriques
industrielles (1977 -78).
Vraag nr. 155 van de heer Schiltz d.d. 18 februari 1981
(N.):
Question n° 155 de M. Schiltz du 18 février 1981 (N.):
Prototypesteun. -
Aide aux prototypes. - Sommes accordées.
1,555
1,555
7,627
1,113
1,048
1,048
9,598
1,513
15,544
1,145
2,046
1,272
0,121
2,238
16,307
0,623
66,5
1,456
1
Toegekende bedragen.
In het kader van de vernieuwing waaraan onze industrie
dringend toe is moeten de K.M.O. 's ook voldoende toegang hebben tot de stimulerende instrumenten. Er wordt beweerd dat
deze instrumenten, vooral de prototypesteun, al te sterk geconcentreerd is. In dat verband vernam ik graag voor de periode
1976-1980:
1. Hoeveel werd jaarlijks in het kader van de prototypesteun
uitgekeerd, toegekend en terugbetaald per regio, per sector en
per groottecategorie.
2. Het I.W.O.N.L. publiceert jaarlijks een verslag waarin
opgenomen is hoeveel elk project krijgt en waarbij ook de ondernemingen zijn vermeld die· van de steun genieten.
In de lijn van wat reeds voor het I.W.O.N.L. gebeurt zou ik
willen vragen voor de periode 1978-1980 de lijst te kennen van
de ondernemingen die prototypesteun toegekend krijgen met
opgave van het toegestane bedrag.
I''
Dans le cadre de l'urgente restructuration de notre industrie,·
il est important que les petites et moyennes entreprises puissent
accéder aussi sans difficultés aux instruments stimulants. Or, il
paraîtrait que ces instruments, notamment l'aide aux prototypes, soient exagérément concentrés. J'aimerais à ce sujet obte·
nir, pour la période 1976-1980, les informations suivantes :
1. Quel est le montant de l'aide aux prototypes octroyé:
accordé et remboursé par région, par secteur et par catégorie d~
,
grandeur?
l•i
2. L'Institut de recherche scientifique dans l'industrie ~t
l'agriculture publie chaque année un rapport contenant le mon~
tant accordé à chaque projet ainsi que les entreprises qui bénéc.1
ficient de cette aide.
Comparativement à ce qui se fait déjà pour l'I.R.S.I.A., j~
souhaiterais connaître, pour la période 1979-1980, la liste d~s
entreprises ayant obtenu une aide aux prototypes en précisant fo
montant accordé.
'
1
17 maart 1981 -
Antwoord:
1. ln het kader van de stimulering van K.M.O. 's werden de
laatste jaren bij het 1. W.O.N.L. en de dienst prototypes verscheidene maatregelen genomen om deze een betere toegang te geven
tot deze steunmogelijkheden. Zo werden onder andere de
aanvraagformaliteiten voor prototypesteun sterk vereenvoudigd.
De bedragen jaarlijks toegekend voor het oppuntstellen van
prototypes aan K.M.O. 's schommelen rond de 300 miljoen, zoals
blijkt uit de hiema volgende tabellen. Voor 1980 worden de
gegevens enigszins vervormd, zowel voor K.M.O. 's ais voor de
verdeling per regio en per sektor door de toekenning van een
ruim bedrag voor een aëronautisch projekt.
• Wat betreft de uitbetalingen gaat het meestal om meerjarige
hudgetten die redelijk nauwkeurig of met een lichte vertraging
worden gevolgd. Hierover houdt men dus geen afzonderlijke
statistieken bij. Wat betreft de terugbetalingen, beginnen deze
meestal pas na een aanloopperiode van een 5-tal jaar, zodat
alhoewel voor de dossiers van 7 6 reeds enkele terugbetalingen
gebeurd zijn, er hierover nog geen betekenisvolle gegevens
beschikbaar zijn.
.
17 mars 1981
2205
(23)
Réponse:
1. Dans le cadre des stimulants au profit des P.M.E., certaines mesures ont été prises ces dernières années, tant à
l'I.R.S.I.A. qu'en matière d'aide « prototypes » en vue de faciliter leur accès aux aides à la recherche. C'est ainsi que, pour les
avances prototypes, les formulaires de demande ont été considérablement simplifiés.
Les montants attribu~ annuellement aux P.M.E. pour la mise
au point de prototypes fluctuent aux environs de 300 millions,
ainsi qu'il apparaît dans les tableaux ci-dessous. Ceux-ci
appellent un commentaire relatif à l'année 1980; pour chacun
d'eux l'octroi d'une aide importante à un projet dans le secteur
aéronautique perturbe la comparabilité.
En ce qui concerne les paiements, il convient de remarquer
que les programmes s'étalent le plus souvent sur plusieurs
années et peuvent subir un certain retard. Pour cette raison, il
n'est pas établi de statistique particulière des paiements. Quant
aux remboursements ils ne s'opèrent généralement qu'après une
période d'environ cinq années de sorte que, à cet égard, les remboursements sur les avances octroyées depuis 197 6 sont sans
réelle signification.
Bedrag van de renteloze voorschotten voor prototypes, nieuwe producten en procédés
Mo~tants des avances pour prototypes, nouveaux produits et procédés
Toegekende bedragen (X 1.000 fr.)_
waarvan aan de K.M.O. (X 1.000 fr.)
Avances accordées ( X 1.000 F)
dont aux P.M.E. (X 1.000 F)
1976
1977
1978
1979
1980
796.044
1.404.482
1.149.259
1.647.963
2.460.671
283.433
307.963
314.695
565.284
361.792
35,6 %
21,9 %
27,4 %
34,3 %
14,7 %
Totaal/Total
7.458.419
1.833.167
24,6 %
%
N.B. : De K.M.O. 's betreffen bedrijven met minder dan 500 personen, niet deel uitmakend van een grote groep.
Sont repris comme P.M.E. les entreprises de moins de 500 personnes, ne faisant pas partie d'un groupe important.
Regionale verdeling
(x 1.000 F)
Répartition régionale
1976
1977
1978
1979
1980
Totalen/Totaux
Wallonië
Brussel
Vlaanderen
Wallonie
Bruxelles
Flandre
309.982
632.376
471.633
805.329
1.651.640
189.331
178.618
116.904
154.145
101.491
296.731
593.488
560.721
688.489
707.540
3.870.960
931.151
2.846.969
280
2206
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
Sectoriële vérdeling
( X 1.000 F)
Répartition sectorielle
Metallurgie
Met. verwerkend - Fab. métallique
Scheikunde - Chimie
Textiel - Textiles
Voedingsnijv. - lnd. alimentation
Diversen - Divers
Mijnen & groeven - Mines & carri~res
Energie
Nukleair - Nucléaire
Diensten, enz. - Services, etc.
1976
1977
1978
1979
1980
9.572
269.900
258.749
15.687
15.376
75.816
123.665
715.226
222.679
33.450
804.423
144.298
13.245
11.693
135.504
69.510
1.101.340
186.372
10.980
13.284
48.292
48.419
2.202.227
237.594
15.944
3.154
7.733
99.273
118.912
39.430
28.920
45.594
36.800
88.903
25.241
24.474
183.685
134.753
6.646
2. De zaken liggen bij het I.W.O.N.L. en bij de prototypes
enigszins anders. Bij het I.W.O.N.L. gaat het meestal om
collectieve of semi-competitieve opzoekingen. DaarenboveJJ
staat de publicatieverplichting in haar statuten.
Bij de prototypes gaat het altijd om competitieve opzoekinge11
gericht op de latere commercialisatie.
ln de geest van de wet op de statistieken is het bij ~conomische Zaken dan ook de gewoonte geen enkele openbaarheid tf'
geven aan de individueel gegeven steun voor het oppuntstelle11
van prototypes.
2. Les problèmes se présentent différemment aux « prototypes » et à l'I.R.S.I.A. Celui-ci soutient plutot des recherches
collectives ou semi-compétitives qui, en raison des statuts de
l'Institut reçoivent une certaine publicité.
En matière de prototypes, il s'agit toujours de recherches
compétitives orientées vers une commercialisation ultérieure.
Dans l'esprit qui anime la loi régissant la publication de
statistiques, le département des Affaires économiques à l'habitude de ne donner aucune information de caractère individuel
sur les aides accordées pour la mise au point de prototypes.
Vraag or. 156 van de heer Valkeniers d.d. 18 februari 1981
(N.):
Question n° 156 de M. Valkeniers du 18 février 1981 (N.):
Fonds voor industriële hervorming. - Niet toekennen van hulp.
Fonds de rénovation industrielle. mande. - Aide refusée.
fllaamse streekeconomie.
Heeft het zin om te spreken van maatregelen om het wetenschappelijk onderzoek in de nijverheid te intensifiëren en ht't
operationeel maken van het Fonds voor lndustriële verniewinµ
waardoor een instrument gecreëerd wordt dat de rekonversie e11
de industriële vernieuwing moet verzekeren wanneer we zie11
hoe de Vlaamse electronicamensen on der lei ding van de Leu vense Prof. Roger van Overstraeten, die met hun electronische schakelingen wereldfaam verwierven, zelfs nog gee11
100.000.000 fr. kunnen krijgen van Vlaamse Streekeconomi•·
voor het oprichten van een Vlaamse fabriek ter vervaardiginµ
van Leuvense chips. Deze worden nu vervaardigd in GrootBrittannië en in Californië.
Hoe verklaart U dergelijke mistoestanden? Kon hieraan echt
niet verholpen geweest zijn?
Antwoord: Het Fonds voor lndustriële Vernieuwing kan tussenkomen voor de financiering van de oppuntstelling van prototypen.
Tot op heden heeft het beheerscomité van dit fonds nog geen
enkel dossier gekregen in dit verband.
De belangstellende firma's kunnen zich wenden tot dit fonds.
hetgeen tot nu toe niet gebeurd is.
Wei werden in het kader van de wet van 17 juli 1959 ter bevordering van de economische expansie (art. 7) voor zeven projekten betreffende electronicacomponenten renteloze voorschotten toegestaan voor een totaal bedrag van ± 85 miljoen fr.
Economie régionale fla-
Ne faut-il pas craindre que les mesures destinées à intensifier
la recherche scientifique dans l'industrie et à rendre opération- ,
nel le Fonds de rénovation industrielle, ayant pour but la recon-,'
version et la rénovation industrielle, restent lettre morte, lors.:
qu'on constate que les spécialistes en électronique flamands,;
travaillant sous la conduite du professeur louvaniste Roger Van
Overstraeten et qui se sont distingués sur le plan international
dans le domaine des circuits électroniques., n'ont pu obtenir um1
intervention de l'ordre de 100.000.000 F de la part de l'Econo~
mie régionale flamande pour la fondation d'une usine flamand~,
qui produirait les « chips », fruits de leur recherche? C'est e1~
Grande-Bretagne et en Californie que ces « chips » sont fabriqués actuellement.
Comment expliquez-vous pareille anomalie? N'aurait-elle
vraiment pu être évitée?
1
1
Réponse: Le Fonds de rénovation industrielle peut interven,r
pour le financement de mise au point de prototypes.
1,1,
1
11
Le comité de direction de ce fonds n'a encore été saisi d'al1cune demande de ce genre.
'
Les firmes intéressées peuvent s'adresser à ce fonds, ce qui ni'a
pas encore été fait jusqu'à présent.
Toutefois, dans le cadre de la loi du 17 juillet 1959, pour l'eocpansion économique (art. 7), sept projets concernant la mise au
point de composants électroniques ont fait l'objet d'avandes
sans intérêt pour un montant total de ± 85 millions de F.
'
1
17 maart 1981 -
17 mars 1981
(23)
2207
Wat betreft het oprichten van een fabriek ter vervaardiging
Pour ce qui concerne l'érection d'une usine pour la fabrication
van chips, raad ik het geacht Lid aan zich te wenden tot de voor de chips, je conseille à l'honorable Membre de s'adresser au Sehet verlenen van investeringssteun bevoegde Staatssecretaris • crétaire d'Etat pour la Communauté Flamande Monsieur P. Akvoor de Vlaamse Gemeenschap, de heer P. Akkermans.
kermans, compétent pour l'octroi d'aides aux investissements.
Vritag or. 157 va_n de heer Thys d.d. 18 februari 1981 (Fr.) :
Question n° 157 de M. Thys du 18 février 1981 (Fr.) :
Aardgas te Porcheresse.
Gaz naturel à Porcheresse.
Sinds 1962 bestudeert de aardkundige dienst van België met
een wetenschappelijk doel de Belgische ondergrond. Volgens de
bladen werd meer dan tienmaal geboord en dank zij seismische
proeven zouden de geologen de structuur van onze ondergrond
moeten kunnen nagaan zonder te graven.
Te Porcheresse en op een diepte van ± 6.000 m diepte zou de
grond enkele miljarden kubieke meters aardgas kunnen bevatten.
Wat zijn tot heden de resultaten van die boringen?
Dienen die boringen niet te worden opgevoerd?
\t·elke (particuliere of overheids-) vennootschap zal die
vindplaatsen beheren en onder welk statuut?
Hoeveel nieuwe arbeidsplaatsen zullen zo worden geschapen?
Depuis 1962 le service géologique de Belgique étudie dans un
but scientifique le sous-sol de la Belgique. D'après la presse plus
de dix forages ont été réalisés et grâce à des campagnes sismiques les géologues devraient pouvoir « contrôler » les structures
de notre sous-sol sans creuser.
A Porcheresse et à ± 6.000 m de profondeur le sol pourrait
contenir quelques milliards de mètres cubes de gaz naturel.
Quels sont les résultats actuels de ces forages?
N'y a-t-il pas lieu d'intensifier ces forages?
Quelle société (privée ou publique) sera amenée à gérer ces
gisements et sous que statut?
Combien d'emplois nouveaux seront créés de la sorte?
Antwoord : De vraag van het geacht Lid kan als volgt beantwoord worden.
Uit jarenlange studies van de Belgische Geologische Dienst is
gebleken dat de diepe structuur van de Belgische bodem geschikt zou kunnen zijn voor een aardgasbel.
Réponse : Il peut être répondu ce qui suit à l'honorable
Membre:
A la suite des études poursuivies depuis de nombreuses années
par le Service géologique de Belgique, il est apparu que la structure profonde du sol belge pouvait être favorable à une accumulation de gaz naturel.
Om de door de geologen vooropgestelde hypothesen aan de
C'est pour vérifier lês hypothèses émises par les géologues
werkelijkheid te toetsen, wordt een verkenningsboring uitge- . qu'un sondage de recherches a été entrepris à Porcheresse.
voerd te Porcheresse.
Deze boring, die tot ± 6. 000 m diepte zou kunnen gaan, heeft
Ce sondage, prévu jusqu'à une profondeur de ± 6.000 mètres
thans een diepte van ± 400 m bereikt en zal nog verscheidene ; atteint actuellement ± 400 mètres et se poursuivra pendant de
nombreux mois avant d'arriver au niveau inférieur.
maanden duren vooraleer het eindpunt zal zijn bereikt.
Vooraleer deze diepte benaderd wordt, is geen precieze kennis
Des connaissances plus précises sur la structure profonde du
van de diepe structuur van de bodem te verwachten.
301 ne peuvent être attendues avant l'approche de ce niveau
inférieur.
Er zijn verscheidene vergunningsaanvragen voor het opsporen
Plusieurs demandes de permis de recherches et d'exploitation
en ontginnen van petroleum en gas ingediend.
' :le pétrole et de gaz ont été introduites.
Op dit ogenblik kan nog niet gezegd worden welk soort._
Il n'est pas possible de préciser actuellement quel type de
vennootschap zou kunnen belast worden met het beheer van een
,ociété pourrait être amenée à gérer un gisement de pétrole ou
aardolie- of gasveld, waarvan de ontdekking nog helemaal niet
:le gaz dont la découverte reste actuellement incertaine.
zeker is.
Onder deze omstandigheden kan moeilijk nu reeds gesteld
Dans ces conditions, il est malaisé de prévoir le nombre
worden hoeveel nieuwe arbeidsplaatsen zouden kunnen ged'emplois nouveaux qui pourraient être créés.
creëerd worden.
Vraag,nr. 158 van de heer Valkeniers d.d. 19 februari 1981"
~J:
'
Question n° 158 de M. Valkeniers du 19 février 1,981 (N.) :
Pakbondspremie.
Prime syndicale.
Zie vraag nr. 80 aan de Eerste Minister, blz. 2197.
Antwoord : ln antwoord op zijn vraag, heb ik de eer het
geacht Lid, de door hem gevraagde gegevens ter kennis te
brengen betreffende mijn departement.
Voor de instellingen van openbaar nut die onder mijn voogdij
staan zullen de inlichtingen hem afzonderlijk meegedeeld worden.
'
e
V.Qi_r _questiorr n° 80 au Premier_ M~njstre, p. 2197.
Réponse : En réponse à sa question, j'ai l'honneur de porter à
la -- connaissance de l'honorable Membre, les renseignements
demandés pour mon département.
En ce qui concerne les organismes d'intérêt public soumis à
ma tutelle, les renseignements lui seront communiqués ~éparément.
Vragen en Antwoorden - Kamer -
2208
1. en 2.
Questions et Réponses - Chambre
(23)
1. et 2.
Aantal betrokken personeelsleden
a) ln dienst
b) Op rust
c) Vertrekken
.Totaal vertrekken
(b + c)
Aantal afgeleverde
formulieren
(a+ b + c)
Nombre des membres du personnel concernés
1977
1978
3.776
47
175
3.888
48
48
222
295
3.'998
4.183
3. en 4. Het antwoord op deze vragen behoort tot de
rechtbevoegdheid van de Diensten van de Eerste Minister.
krachtens artikel 19 van het koninklijk besluit van 30 septemb er 1980 (Belgisch Staatsblad van 10 okto·ber 1980,
hlz. 117.13).
__, ~
5. Ik vestig de aandacht van\.het geacht Lid op artikel 25 van
hetzelfde koninklijk besluit dat aan de uitbetalingsinstellingen
voorschrijft alle aanvraagformulieren en. uitbetalingsbewijzen
:ter beschikking te houden van de Commissie ingesteld door dit
• 'koninklijk besluit en belast met de controleopdrachten. .
: Volgens artikel 11 en 12 van het bovenvermeld koninklijk
besluit zijn de · personeelsdiensten alleen onderworpen aan de
verplichting een afgifteregister bij te houden.
1977
1978
a) En service
b) Pensionnés
c) Départs
3.776
47
175
3.888
48
247
Total départs
(b + c)
222
295
3.998
4.183
Nombre de formulaires
délivrés
(a+ b + c)
3. et 4. La réponse à ces questions est de la compétence des
Services du Premier Ministre en vertu de l'article 19 de l'arrêté
royal du 30 septembre 1980 (Moniteur belge du 10 octobre
1980, p. 11713).
'
5. J'attire l'attention de l'honorable Membre sur l'article 25
de ce mê~e arrêté royal qui impose aux organismes de paiement
de tenir tous les formulaires de demande et toutes les preuves de
paiement à la disposition de la Commission instituée par cet arrêté royal et chargée des missions de contrôle.
Aux termes des articles 11 et 12 de l'arrêté royal précité, les
services du personnel ne sont soumis qu'à l'obligation de tenir
un registre de distribution.
Vraag nr. 159 van de heer Tromont d.d. 19 februari 1981
(Fr.) :
Question n° 159 de M. Tromont du 19 février 1981 (Fr.):
Tewerkstelling van werklozen. - Arrondissement Bergen.
Placement de chômeurs. - Arrondissement de Mons.
Met verwijzing naar het overheidsbeleid inzake bevordering
van de werkgelegenheid had ik gaarne vernomen, voor de jaren
1979 en 1980, met betrekking tot de departementen en besturen
die onder U ressorteren :
1. aantal stages voor jongeren (6 maanden);
2. aantal tewerkgestelde werklozen;
3. aantal personen in het bijzonder tijdelijk kader;
4. aantal vacante betrekkingen in de statutaire formatie.
Dans le cadre de la politique de promotion de l'emploi
p;ratiquée par les pouvoirs publics, je souhaite connaître, pour
l'année 1979 et 1980, en ce qui concerne votre département et '
les administrations placées sous votre tutelle :
1. le nombre de stages (6 mois) de jeunes;
2. le nombre de chômeurs mis au travail;
3. le nombre de membres du cadre ~pécial temporaire;
4. le nombre d'e~plois vacants du cadre statutaire.
ii
Antwoord : Het geacht Lid gelieve hierna de gevraagde
înlichtingen te vinden.
Réponse : L'honorable Membre voudra bien trouver ci-après
l~s renseig11ements demandés.
Toestand op
Situation au
Stage der jongeren ..............
T~werkgestelde +
werklozen .. ... .. .. .. .. .. ... .. .. ..
Bijizonder tijdelijk kader .....
pmbezette betrekkingen
op de vaste personeelsformatie ......... ,................. '
1
1" januari 1980
1 januari 1981
76
72
408
201
363
1er janvier 1980
1er janvier 1981
Stage des jeunes ..................
76
72
350
166
Chômeurs ............................
Cadre spécial temporaire ....
408
201
350
166
255
Emplois vacants au
cadre définitif... ...............
363
255
,
i~
1
1
17 maart 1981 -
17 mars 1981
(23)
2209
Vraag nr. 161 de heer Liénard d.d. 19 februari 1981 (Fr.) :
Question n° 161 de M. Liénard du 19 février 1981 (Fr.) :
Schade veroorzaakt door waterwinning. - Herstel.
Dommages causés par les pompages d'eau. - Réparation.
Op grond van de wet van 10 januari 1977 werden allerlei
En fonction de la loi du 10 janvier 1977, divers arrêtés royaux
koninklijke besluiten gepubliceerd, onder meer het koninklijk ont été publiés, notamment l'arrêté royal du 6 décembre 1978
besluit van 6 december 1978 dat de werkwijze van het Voor- , qui fixe les modalités du Fonds d'avances et l'arrêté royal du
schottenfonds regelt en het koninklijk besluit van 29 december 29 décembre 1978 imposant une contribution annuelle aux cap1978 waarbij aan de waterwinningsbedrijven een jaarlijkse bij- teurs.
drage wordt opgelegd.
Kan de Minister mij laten weten:
Monsieur le Ministre pourrait-il me faire savoir :
1. wat de huidige financiële toestand van het Voorschotten1. quelle est actuellement la situation financière du Fonds
fonds is:
d'avance;
2. hoeveel aanvragen om herstel van v-eroorzaakte schade
2. combien de demandes en réparation pour des dommages
causés ont été introduites et pour quels montants;
zijn ingediend en voor welk bedrag.
3. quelle est la ventilation par nouvelle entité communale de
3. hoe de aanvragen gespreid zijn over de nieuwe gemeenten?
'ces demandes?
4. Y a-t-il déjà des demandes qui auraient reçu un avis
4. Kregen aanvragen al een gunstig advies; zo ja, hoeveel en
favorable? Dans l'affirmative, combien et pour quels montants?
voor welk be drag?
5. Werd er al geld uitbetaald aan de eisers; zo neen, kan de
5. Des versements aux réclamants ont-ils déjà été effectués?
Minister zeggen om welke redenen ?
Dans la négative, Monsieur le Ministre pourrait-il m'en expliquer les motifs?
Antwoord : De vraag van het geacht Lid kan ais volgt beantwoord worden :
1. Op 31 december 1980 bedroeg het netto tegoed van het
Voorschottenfonds voor schade veroorzaakt door het winnen en
oppompen van grondwater 93,6 miljoen frank.
2. Op 31 december 1980 waren twee aanvragen voor een
tussenkomst van het Fonds ingediend voor het Waalse Gewest
en één voor het Vlaamse Gewest.
De eerste aanvraag heeft betrekking op twee gebouwen te
Thulin (gemeente Hensies) en slaat op een totaal bedrag van
4.547.540 fr.
De tweede aanvraag heeft betrekking op een gebouw te
Frasnes-lez-Anvaing en slaat op een bedrag van 687.000 fr.
De aanvraag die voor het Vlaamse Gewest ingediend is, heeft
betrekking op de gemeente Ranst en handelt over schade aan
gewassen. Ze slaat op een bedrag van 2.000.000 fr.
3. De gemeente waarop de aanvragen betrekking hebben zijn
hierboven aangeduid.
4. Twee aanvragen zijn al onderzocht door het Raadgevend
Comité, dat een gunstig advies gegeven heeft. Het totaal bedrag
van de voorstellen is 2.559.362 fr.
5. De terugvorderbare voorschotten worden pas uitgekeerd
naarmate facturen van restauratie-uitgaven voorgelegd worden.
Tot dusver zijn nog geen facturen bij het Fonds toegekomen,
zodat nog geen voorschotten aan de aanvragers zijn uitgekeerd.
Réponse : Il peut être répondu ce qui suit à l'honorable
Membre:
1. Au 31 décembre 1980, l'avoir net du Fonds d'avances pour
la réparation des dommages provoqués par les prises et pompages d'eau souterraine s'élevait à 93,6 millions de francs.
2. Au 31 décembre 1980 deux demandes d'i~tervention du
Fonds d'avances ont été introduites pour la Région wallonne et
une pour la Région flamande.
Pour la Région wallonne, la première demande vise deux
bâtiments situés à Thulin (commune de Hensies) et porte sur un
montant global de 4.547.540 F.
La deuxième , demande est relative à un bâtiment situé à
Frasnes-lez-Anvaing et porte sur un montant de 687.000 F.
La demande introduite pour la Région flamande concerne la
commune de Ranst et vise la répération de dommages à la végétation. Elle porte sur un montant de 2.000.000 F.
3. Les entités communales des demandes sont précisées cidessus.
4. Deux demandes ont été examinées par le Comité consultatif, qui a émis un avis favorable. Le montant global des propositions s'élève if 2.559.362 F.
5. Les avances récupérables ne sont versées qu'au fur et à
mesure de la fourniture des factures pour dépenses de restauration. A ce jour aucune facture n'est parvenue au Fonds d'avances et dès lors aucun versement n'a été effectué aux réclamants.
Vraag nr. 163 van de heer Van Grembergen d.d. 19 fehruari
1981 (N.) :
Question n° 163 de M. Van Grembergen du 19 février 1981
(N.):
Olieprodukten. -
Produits pétroliérs. - Etude du sous-sol flamand.
Onderzoek van de rlaams_e ondergrond.
In De Standaard van 11 februari 1981, blz. 3, vonden wij in
een bericht over de werking van Distrigaz, dat ook deze maatschappij geinteresseerd is in de exploitatie van oliebronnen in
Vlaanderen en dan vooral in Limburg. Distrigaz zou dan ook
concessieaanvragen hebben gedaan voor onderzoek en exploitatie in Vlaanderen.
Anderzij ds werd ook door de N. V. Belgian Shell reeds in 1977
een concessieaanvraag ingediend.
Verder vermeldde dit bericht ook dat concessieaanvragen
werden ingediend door Petrofina, Texaco, Total en B.P.
Dans un article sur le fonctionnement de Distrigaz publié
dans le quotidien De Standaard du 11 février 1981, on lit que
cette société était également intéressée par l'exploitation de
sources de pétrole dans la région flamande et plus particùlièrement au Limbourg. Distrigaz aurait demandé des concessions en
vue de procéder à des prospections et à l'exploitation en Flandre.
Toujours selon l'auteur de cet article la S.A. Belgian Shell
aurait déjà demandé une concession en 1977.
Et le même article précise que Petrofina, Texaco, Total et B.P.
ont également introduit une demande dans ce sens.
2210
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Graag zou ik dan ook van de heer Minister vernemen :
1. of het juist is dat door Shell, Texaco, Petrofina, Total, B.P.
en Distrigaz concessieaanvragen werden ingediend om de ondergrond van Vlaanderen (met inbegrip van Vlaams-Brabant)
te onderzoeken op aanwezigheid van aardgas en petroleumprodukten;
2. op welke datum de concessieaanvragen van elk der ze1hogergenoemde maatschappijen werden ingediend;
3. op welke gebieden (provincies of andere entiteiten) hogervermelde concessieaanvragen der zes maatschappijen, voor elk
afzonderlijk, sloegen;
4. of aan hogergenoemde concessieaanvragen reeds een gunstig gevolg (toelating tot onderzoek) werd verleend;
5. indien niet, waarom drie jaar na de eerste concessieaanvraag, naar ik vermoed die van B. V. Shell, nog steeds geen toelating tot onderzoek van de Vlaamse ondergrond werd gegeven:
6. of de heer Minister niet meent dat in deze tijden van energieschaarste geen ogenblik meer mag gewacht worden om een
concessieaanvraag tot opsporing van aardgas en petroleum, ook
in Vlaanderen, positief te beantwoorden;
7. of de heer Minister reeds kan beantwoorden binnen hoeveel dagen:
a) aan de concessieaanvragen tot onderzoek in de Vlaamse
ondergrond door hem een definitief en gunstig antwoord kan
gegeven worden;
•
b) tegen welke datum met de opsporingswerken in de Vlaamse
ondergrond zou kunnen gestart worden ~
-
~
------
Questions et Réponses - Chambre
(23)
Je souhaiterais obtenir une rèponse aux questions suivantes :
1. Est-il exact que Shell, Texaco, Petrofin~, Total, B.P. et
Distrigaz aient introduit des demandes de concession en vue
d'étudier le sous-sol de la Flandre (v comoris le Brabant flamand) et d'y déceler la présence éventuelle de gaz naturel et de
produits pétroliers?
2. A quelle date les demandes de concessions ont-elles été
introduites par les différentes sociétés?
3. A quelles régions (provinces ou autres entités) ces deman-·
des de concession avaient-elles trait?
4. Une suite favorable a-t-elle déjà été donnée à ces demandes (autorisation de procéder à des prospections)?
_5. Dans la négative, pourquoi n'a-t-on pas encore donné trois
ans après introduction de la première demande (celle de la S.A.
Shell si je ne me trompe), l'autorisation d'étudier le sous-sol flamand?
6. Le Ministre n'estime-t-il pas qu'en ces temps de pénurie
d'énergie, il ne faudrait pas hésiter un instant à donner une suite
favorable à une demande de concession visant à déceler la présence de gaz naturel et de pétrole en Flandre?
7. Le Ministre est-il déjà en mesure de préciser :
a) en combien de jours il pourra répondre favorablement et de
manière définitive aux demandes de concession en vue de
l'étude du sous-sol flamand;
b) à quelle date pourraient être entamés les travaux de prospection?
--
Réponse : En ce qui concerne la recherche et/ou l'exploitaAntwoord: In verband met het opsporen en/of ontginnen van
petroleum en hrandbare gassen in Vlaanderen en meer bepaald tion du pétrole et des gaz combustibles en Flandre et en partiin Limburg, st~lt het geacht Lid zeven vragen, die ais volgt kun- culier dans le Limbourg, l'honorable Membre pose sept questions qui appellent les réponses suivantes :
nen beantwoord worden :
1. Er zijn inderdaad aanvragen tot het bekomen van een uit1. Des demandes de permis exclusifs de recherche et/ou d'exsluitende vergunning voor het opsporen en/of ontginnen van pe- ploitation de pétrole et de gaz combustibles ont été effectivetroleum en brandbare gassen ingediend voor gebieden van ment introduites, pour des territoires parfois différents de la
Vlaanderen (met inbegrip van Vlaams-Brabant) die niet altijd Flandre (y compris le Brabant flamand), par les firmes suivansamenvallen, en_ wel door de volgende vennootschappen :
tes :
- S.A. Belgian Shell;
- N.V. Belgia? Shell;
- S.A. Fina;
- N.V. Fina;_
- Texaco International Petroleum Company;
---:- Texaco International Petroleum Company;
- S.A. Distrigaz;
- N.V. Distrigaz;
- S.A. Total Exploration.
- N.V. Total Exploration.
De firma B.P. daarentegen heeft geen aanvraag ingediend.
Par contre, aucune demande n'a été faite par la firme B.P.
2. Comme mentionné dans la réponse à la question n° 1, il n'y,
2. Zoals uit het antwoord op vraag 1 blijkt, hebben in feite
slechts vijf vennootschappen een uitlouitende opsporingsver- a en fait que cinq sociétés qui ont introduit une demande de permis exclusif de recherche.
gunning aangevraagd.
Deze aanvragen werden ingediend op de volgende data :
Chacune de ces demandes a été faite à la date suivante· :
- N.V. Belgian Shell, op 29 september 1977;
, - S.A. Belgian Shell : 29 septembre 1977;
- S.A. Fina : 25 janvier 1978;
- N.V. Fina, op 2? januari 1978;
- Texaco International Petroleum Company, op 30 mei 1980;
- Texaco International Petroleum Company : 26 juin 1980;
- S.A. Distrigaz : 30 mai 1980;
- N.V. Distrigaz, op 30 mei 1980;
- N.V. Total Exploration, op 23 december 1980.
- S.A. Total Exploration : 23 décembre 1980.
3. Ieder van dezè aanvragen sioeg op het gehele grondgebi&d
3. Chacune de ces demandes porte sur l'entièreté ou une pafiï
of op een gedeelte van de volgende provincies :
tie des provinces suivantes :
~i
___.: N.V. Belgian Shell : Antwerpen, Limburg en Brabant;
- S.A. Belgian Shell : Anvers, Limbourg et Brabant;
·I
- N.V. Fina: Antwerpen, Limburg en Brabant;
• - S.A. Fina : Anvers, Limbourg et Brabant;
- Texaco International Petroleum Company : Limburg;
- Texaco International Petroleum Company : Limbourg;
- N.V. Distrigaz: Antwerp~n en Limburg;
• - S.A. Distrigaz : Anvers et Limbourg;
- N.V. Total Exploration: Antwerpen en Limburg.
- S.A. Total Exploration : Anvers et Limbourg.
4. Deze aanvragen zijn nog steeds ter studie, om redenen di1:
4. L'étude de ces demandes est toujours en cours pour les nliin het antwoord op vraag 5 uitgelegd zijn.
sons explicitées dans la réponse à la question n° 5.
1
17 maart 1981 -
17 mars 1981
(23)
2211
5. Naar aanleideng van de eei:ste aanvraag, dat is die van de
5. La demande initiale, qui est celle de la S.A. Belgian Shell,
a fait l'objet d'une demande en concurrence de la part de la S.A.
Fina, conformément aux prescriptions de l'arrêté royal du
het koninklijk besluit van 7 april 1953 houdende regeling van 7 avril 1953 déterminant la forme et les modalités de l'instrucde vorm en van de wijze van onderzoek van de aanvragen tot het tion des demandes de permis exclusif de recherche ou d'exploiopsporen of ontginnen van petroleum en brandbare gassen.
tation du pétrole ou de gaz combustibles.
Er werd destijds wel een poging gedaan om deze twee ven- .
Un essai de conciliation a bien été tenté à l'époque entre ces
nootschappen tot een overeenkomst te brengen en samen een deux sociétés afin qu'elles créent une association pour effectuer
vereniging op te richten om de opsporingen te verrichten, maar les recherches mais cet essai a échoué.
die poging is mislukt.
De jongste tijd werden de onderhandelingen nochtans hervat
Tout récemment, néanmoins, les pourparlers ont repris pour
om te trachten zo een vereniging te stichten.
envisager de former une telle association.
Voor de andere aanvragen zijn de reglementaire termijnen die
Pour ce qui concerne les autres demandes, les délais prévus
door voormeld koninklijk besluit van 7 april 1953 voor het on- pour l'instruction des dossiers par l'arrêté royal du 7 avril 1953
derzoek van de dossiers zijn voorgeschr~ven nog niet verstreken précité sont toujours en cours (S.A. Distrigaz et S.A. Total
(N.V. Distrigaz en N.V. Total Exploration) of pas sinds enkele Exploration) ou bien viennent d'expirer ces derniers jours
dagen (Texaco International Petroleum Company).
(Texaco International Petroleum Company).
6. In feite worden in de beschouwde gebieden nu al opsporin6. En fait, des recherches par des méthodes sismiques ou des
gen door middel van seïsmische procédés of proefboringen uit- sondages sont déjà actuellement entreprises dans les régions
gevoerd door de Belgische Geologische Dienst, meer bepaald considérées par le Service géologique de Belgique pour ce qui
voor steenkolen en de geothermie. Deze opsporingen kunnen concerne le charbon et la géothermie. Toutefois, elles sont susevenwel geologische structuren aan het licht brengen, die gun - ceptibles de mettre en évidence des structures géologiques
stig zijn voor de aanwezigheid van petroleum of brandbare gas- favorables à la présence de pétrole ou de gaz cnmbustibles. Elles
sen.) Ze zullen bijgevolg aanwijzingen kunnen opleveren om de permettront ainsi d'orienter éventuellement les programmes de
opsporingsprogramma's van de firma of firma's die de vergun- recherches de la ou des firmes qui seront titulaires d'un permis
ning zal of zullen bekomen in een bepaalde richting te sturen.
exclusif.
Alles zal trouwens in het werk gesteld worden, opdat deze
Tout sera d'ailleurs mis en œuvre pour que cette ou ces firmes
firma of firma' s zo spoedig mogelijk met de opsporingen begin- entament ces recherches dans les meilleurs délais possibles.
nen.
7. Om de in het antwoord op vraag 5 uitgelegde redenen, kan
Pour les raisons explicitées dans la réponse à la question n° 5,
op dit ogenblik nog niet bepaald worden over hoeveel dagen een on ne peut, dés à présent, estimer dans combien de jours une
definitief antwoord zal dunnen gegeven worden op de verschil- réponse définitive pourra être donnée aux diverses demandes
lende aanvragen, en nog minder wanneer met de opsporings- précitées, ni d'autant plus, quand on pourra démarrer les trawerken zou kunnen gestart worden ..
vaux de recherche.
N.V. Belgian Shell, werd een aanvraag tot mededinging ingediend door de N.V. Fina, overeenkomstig de voorschriften van
Vraag nr. 164 van de heer Poma d.d. 19 februari 1981 (N.):
Question n° 164 de M. Poma du 19 février 1981 (N.) :
Autoverzekering. - Bonus-malustrap voor tweede voertuig.
Assurance automobile. - Degré bonus-malus pour le deuxième
véhicule.
Bij het afsluiten van een autopolis wordt aan de eigenaar van
een wagen een bonus-malus klassificatie toegewezen ('t is te
zeggen klasse 6). Deze wordt elk jaar beter of slechter naar gelang er ongevallen met verantwoordelijkheid zijn of niet.
Wanneer een persoon een tweede wagen koopt, wordt door de
Controledienst der Verzekeringen geëist dat de bonus-malus
van de vieuwe verzekeringspolis, die op deze wagen betrekking
heeft, ingedeeld wordt in klasse 6.
Gaarne vernam ik waarom niet verwezen wordt naar de klasse
die de eigenaar ~an zijn eerste wagen op dat ogenblik heeft.
Dit zou onder a:à.dere voor gevolg hebben dat een eigenaar die
in klasse 1 staat, voor zijn tweede wagen niet zou moeten starten
in klasse 6, maar wel in klasse 1 zou kunnen starten.
De stelling van de C.D.V. is volledig in strij d met het principe
van het bonus-malusstelsel (namelijk het « belonen » van de
schadevrije verzekerde).
Lorsqu'il contracte une police d'assurance, tout propriétaire
d'une voiture se voit attribuer un degré sur l'échelle bonusmalus (degré 6). Sa cote monte ou baisse chaque année selon
que sa responsabilité a été impliquée dans des accidents.
A l'achat d'une deuxième voiture, le service de contrôle des
assurances impose le degré 6 pour la nouvelle police.
J'aimerais savoir pourquoi l'on ne se réfère pas à la classe
attribuée à ce moment pour le premier véhicule.
De cette manière, le propriétaire coté au degré 1, commencerait à la même cote, au lieu du degré 6, pour sa deuxième voiture.
La position du Service de Contrôle des assurances est tout à
fait contraire au principe même du système bonus-malus (qui
vise à« récompenser» l'assuré qui n'a pas eu d'accidents).
Antwoord : De stelling van de Controledienst voor de Verzekeringen, dat een tweede verzekerd voertuig, wanneer dit niet
ais vervangingsvoertuig kan worden beschouwd, aan de begingraad van de bonus-malusschaal client te worden geplaatst (gewoonlijk graad 6 bij privaat gebruik van de wagen en graad 10
bij beroepsgebruik), is gegrond op artikel 6, § 2, van het ministerieel besluit van 14 april 1971, tot vaststelling der tariefperken en maatstaven toepasselijk op de verplichte verzekering der
burgerrechtelijke aansprakelijkheid inzake motorrijtuigen.
Réponse : La position de l'Office de contrôle des Assurances,
suivant laquelle un second véhicule assuré, lorsque celui-ci ne
peut être considéré comme un véhicule de réserve, doit être
replacé au degré de départ de l'échelle bonus-malus (généralement le degré 6 pour usage privé du véhicule et le degré 10 pour
usage professionnel), est basée sur l'article 6, § 2, de l'arrêté ministériel du 14 avril 1971, fixant des limites et normes tarifaires
applicables à l'assurance obligatoire de la responsabilité civile
en matière de véhicules automoteurs.
7
2212
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
Het a posteriori personalisatiestelsel is overigens zo opgevat'
dat bij ongeval, de toepassing van een malus zich beperkt tot de
premie toekomend aan het voertuig dat de schade veroorzaakt
heeft. Hetzelfde principe regelt het toekennen van een bonus hi j
ontstentenis van ongeval.
De houding van de Controledienst der Verzekeringen lijkt mij
bijgevolg billijk en overeenkomstig met de bepalingen van he1
voornoemd ministerieel besluit.
Vraag nr. 165 van de heer Tromont d.d. 19 februari 1981
(Fr.):
(23)
Le système de personnalisation a posteriori est d'ailleurs conçu de telle sorte que, à l'occasion d'un sinistre, l'application
d'un malus est limitée à la prime afférente au véhicule qui a causé le dommage. Le même principe, en cas d'absence de sinistre,
régit l'octroi d'un bonus.
Par conséquent, la position de l'Office de contrôle me paraît
équitable et conforme aux dispositions de l'arrêté ministériel
précité.
1
Question n° 165 de M. Tromont du 19 février 1981 (Fr.):
Kabeltelevisie. - Arrondissement Bergen.
; Télédistribution. - Arrondissement de Mons.
In het arrondissement Bergen worden de kabels voor teledistributie door een intercommunale (Ideatel) gelegd.
- Graag vernam ik van de Minister hoe een gemeente die geen
lid is van genoemde intercommunale in het kabeltelevisienet
kan worden opgenomen.
Meent hij niet dat hier van een monopolie kan worden
gewaagd, dat onverenigbaar is met de normale vrije mededingingsregels van de markt?
Is het waar dat een elektriciteitsintercommunale (E.B.E.B.S.)
de kabels legt zonder bijkomende kosten voor de aangesloten
gemeenten en abonnees?
Dans l'arrondissement de Mons, l'installation des câbles de
télédistribution se fait par l'intermédiaire d'une intercommunale (Ideatel).
L'honorable Ministre peut-il me dire comment il est possible à
une commune non membre de l'intercommunale d'entrer dans
le réseau de télédistribution?
N'estime-t-il pas qu'il s'agit là d'une situation monopolistique
incompatible avec les règles normales de libre concurrence du
marché?
Est-il exact qu'une intercommunale d'électricité (E.B.E.B.S.)
procède à cette installation sans frais supplémentaires pour les
communes affiliées et pour les abonnés?
Antwoord:
1. Het eerste punt van de vraag vertoont verschillende
Réponse:
.
1. Le premier point de la question présente divers aspects :
·aspecten:
a) zoals blijkt uit het koninklijk besluit van 24 december 1966
betreffende de netten voor distributie van radio-oniroepuitzendingen in de woningen van derden, mag niemand een net
voor distributie van radio-omroepuitzendingen aanleggen of
exploiteren, zonder vooraf een schriftelijke vergunning te
hebben verkregen van de Minister tot wiens bevoegdheid de
Telegrafie en de Telefonie behoren; de vergunning wordt
ver-leend voor een grondgebied dat tot een gedeelte van een
gemeente, tot een gemeen~e of tot een groep van aanpalende
gemeenten beperkt is; zij is persoonlijk en mag slechts aan
derden afgestaan worden mits schriftelijke instemming van
de bevoegde Minister;
b) het voormelde koninklijk besluit bepaalt met name d~t de
bedoelde vergunning verleend wordt onder voorbehoud van
de rechten en de machten van de openbare personen of van
de rechten van de private personen wat betreft het gebruik
van het openbaar domein of van de private eigendom voor de
behoeften van het net en dat voor iedere installatie van
distributieleidingen en hun draagstellen op het openbaar
domein of op particuliere eigendommen toestemming vereist
is vanwege de betrokken overheidspersonen of eigenaar;
c) onder voorbehoud van wat voorafgaat en van de eventueel
aangegaan verbintenissen mag een gemeente die verlangt
haar grondgebied te voorzien van een teledistributienet,
binnen de perken van de bepalingen van de organieke wet• ten, te dien einde hetzij een gemeentedienst oprichten, hetzij
een toelating of een concessie verlenen aan een particulier of
aan een private ma~tschappij, hetzij gebruik maken van de
mogelijkheden geboden door de wet van 1 maart 1922
omtrent de vereniging van gemeenten tot nut van 't algemeen.
2. Pe toestand die zich op dit stuk voordoet aan de onder 1.
c) hierboven bedoelde gemeente is niet van monopolitische aard.
Vanzelfsprekend moet hij die vergunning wenst te bekomen
voor het aanleggen en het exploiteren van een teledistributienet
voldoen aan de vereiste voorwaarden en inzonderheid aan deze
bepaald bij artikel 4 van het voormelde koninklijk besluit van
24 decemher 1966.
a) ainsi qu'il résulte de l'arrêté royal du 24 décembre 1966 ,
relatif aux réseaux de distribution d'émissions de radiodiffusion aux habitations de tiers, nul ne peut établir ni exploiter '
un tel réseau sans avoir obtenu, préalablement, une autorisation écrite du Ministre ayant les Télégraphes et les Téléphones dans ses attributions; l'autorisation est accordée
pour un territoire limité à une partie de communes contigües; elle est personnelle et ne peut être cédée à un tiers que
moyennant l'àccord écrit du Ministre compétent;
b) l'arrêté royal précité prévoit notamment que l'autorisation
en question est accordée sous réserve des droits et pouvoirs 1
des personnes publiques ou des droits des personnes privées
quant à l'utilisation du domaine public ou de la propriété'
privée pour les besoins du réseau et que toute installation,
sur le domaine public ou sur les propriétés privées, des
conducteurs de la distribution et de leurs supports est.
subordonnée à l'autorisation de la personne publique ou d11-11
propriétaire intéressés;
i
c) sous réserve de ce qui précède et des engagements éventuellement contractés, une commune désireuse de pourvoir sor,
territoire d'un réseau de télédistribution peut, dans ler1
limites des dispositions des lois organiques, soit créer à cet
effet un service communal, soit accorder une permission 01.L
une concession à un particulier ou à une société privée, soi~
faire usage des possibilités offertes par la lo_i du 1"' ma:r;'~
1922 relative à l'association de communes dans un but d'utir
lité publique.
1
1
2. En cette matière la situation qui se présente à la communie
visée sous 1. c) ci-dessus n'a pas de caractère monopolistique. ll
va de soi que celui qui désire obtenir l'autorisation d'établir 1~t
d'exploiter un réseau de télédistribution doit remplir les cond 1itions requises et notamment celles prévues par l'article 4, (~e
l'arrêté royal du 24 décembre 1966 précité.
17 maart 1981 -
17 mars 1981
(23)
2213
3. De intercommunale veremgmgen die houder zijn van de
3. Les associations intercommunales bénéficiaires de l'autorionder 1 hierboven bedoelde vergunning kunnen met het aanleg- sation visée sous ci-dessus peuvent être chargées de l'établissegen en het exploiteren van teledistributienetten belast worden, ment et de l'exploitation de réseaux de télédistribution, dans les
binnen de bij hun statuten bepaalde perken en voorwaarden.
' limites et les conditions prévues par leurs statuts.
De beslissingen betreffende het aanleggen van de netten en ·., Les décisions concernant l'installation des réseaux et leur
hun financiering alsmede betreffende de daaraan verbonden financement ainsi qu'au sujet des charges y relatives à supporter
eventueel door de gemeenten en de teledistributieabonnees te éventuellement par les communes et les abonnés de la télédistridragen lasten worden genomen in het raam van de wettelijke, bution sont prises dans le cadre des dispositions légales, réglereglementaire en statutaire bepalingen, met inachtneming van mentaires et statutaires, dans le respect des tarifs maxima fixés
de bepaalde maximum-tarieven en onder toezicht i.nzonderheid et sous le contrôle notamment de l'autorité de tutelle. En
van de voogdijvoerende overheid. ln deze aangelegenheid kun- l'occurence diverses modalités sont possibles.
nen zich verschillende modaliteiten voordoen.
A noter toutefois que l'activité de télédistribution est toujours
Hierbij client echter te worden opgemerkt dat de activiteit van
teledistributie altijd ais een volstrekt van de eventuele andere gérée comme une activité strictement séparée des autres activiaktiviteiten (elektriciteit, gas, enz.) gescheiden activiteit wordt tés éventûelles (électricité, gaz, etc.) et que le financement des
beheerd en dat de financiering der investeringen geschiedt met investissements se font à l'aide de moyens propres à la télédistrihehulp van aan de teledistributie eigen middelen of bij middel bution ou par recours à des emprunts spécifiques à cette activité.
van voor deze activiteit specifieke leningen.
Vraag waarop niet werd geantwoord
binnen de door het Reglement bepaalde termijn.
(ifrf, 71 van het Reglement van de Kamer.)
Question à laquelle il n'a pas été répondu
dans le délai fixé par le Règlement.
(Art. 71 du Règlement de la ·chambre.)
Vraag nr. 160 van de heer Gabriels d.d. 19 februari 1981
(N.):
Question n° 160 de M. Gabriels du 19 février 1981 (N.) :
Wegen- en bruggenbouw. - Staal.
Construction de routes et ponts. - L'acier.
Uit goed ingelichte bronnen heb ik vernomen dat in 1980 duizenden tonnen staal uit het buitenland werden aangewend om
gewapende betonwegen aan te leggen. Daarenhoven werden
bruggen in staal gebouwd om de Waalse staalindustrie te helpen. ln werkelijkheid werden echter weer duizenden tonnen
staal hiervoor in het buitenland aangekocht omdat het veel
goedkoper is.
worden; hoe verklaart de Minister dan de massale aankopen in
het buitenland?
4. Waarom miljarden aan subsidies spenderen wanneer het
staal toch niet wordt aangewend om onze autowegen en bruggen
te bouwen?
Je tiens de source informée qu'en 1980 des milliers de tonnes
d'acier en provenance de l'étranger auraient été utilisées pour
construire des routes en béton armé. Sans <.foute-' l~_ cq_nstruction.
la même année, de ponts en acier procéderait-elle du souci de
soutenir la sidérurgie wallonne, mais en réalité ce sont encore
des milliers de tonnes d'acier, achetés à l'étranger à raison du
prix de revient sensiblement moins élevé, qui ont été utilisées à
cette fin.
Aussi saurais-je grTà-Mons1e_ur-1e Ministre de me répondre
aux questions suivantes :
1. Quelles quantités d'acier, exprimées en tonnes, a-t-on
achetées en 1980 à l'étranger pour être affectées à la construction de routes en béton armé et de ponts?
2. Pourquoi a-t-on fait venir cet acier de l'étranger?
3. Monsieur le Ministre ayant déclaré récemment devant les
!]!_!Cros de la R.T.B.F. ql!_e l'acier wallo_l! p()!,!~i!_,_à_ eré~~l!_t_L~!r~
vendu meilleur marché, quelles sont les raisons qui peuvent
encore justifier des achats massifs de ce produit à l'étranger?
4. Pourquoi dépenser des milliards en subventions, si c'est
pour ne pas affecter à la construction de routes et de ponts
l'acier produit par le pays?
Vice-Eerste Minister
en Minister van Middenstand, van het Plan
en Adjunct voor de Franse Gemeenschap
Vice-Premier Ministre
et Ministre des Classes moyennes, du Plan
et Adjoint à la Communauté française
Vraag nr. 32his van de heer van de Put d.d. 4 februari 1981
(Fr.):.
.
.
Cumulatie van pensi--;enen.
• • • • ~----- ~- - -
Question n° 32 bis de M. van de Put du 4 février 1981 (Fr.) :
Wanneer iemand een dubbele werkzaamheid heeft (zelfstandige ais hoofdberoep, en werknemer; werknemer als hoofdberoep en ~ijkomstig zelfstandige) •en bijdragen hetaalt in het
Lorsqu'une personne a deux activités (travail indépendant à
titre principal et travail salarié; travail salarié à titre principal et
travail indépend;mt plus qu'à titre accessoire) et que cette
Kan de Minister me daarom meedelen :
1. Hoeveel ton staal werd in 1980 in het buitenland aangekocht om betonwegen aan te leggen en bruggen te bouwen?
2. Waarom werd dit staal in het buitenland aangekocht?
3. De Minister van Economische Zaken verklaarde onlangs
voor de R.T.B.F. dat het Waals staal nu goedkoper kon verkocht
Cumul de pensions.
281
2214
Vragen en Antwoorden - Ka.mer -
stelsel van de werknemers (wet van 27 juni J969) en in dat vau
de zelfstandigen (koninklijk besluit nr. 38), ook voor het pe11"sioen, kân hij dan:
- gelijktijdig een pensioen van werknemer (koninklijk besluit
nr. 50) en van zelfstandige (koninklijk besluit nr. 72
ontvangen voor elk van beide activiteiten;
- zo ja, in welke mate en met welke eventuele heperkingen?
Is er sprake van een wijziging (uitbreiding of beperking) van
de huidige regelingen?
Questions et Réponses - Chambre
(23)
personnê paye donc des cotisations dans le régime des s&lariés
(loi du 27 juin 1969) et dans celui des indépendants (arrêté
royal n° 38), en ce compris pour la pension, peut-elle :
- cumuler une pension de salarié~(arrêté n° 50) et d'indépendant (arrêté royal n° 72) pour chacune de ces activités
parallèles;
- si oui, dans quelle mesure et sous quelles limitations
. éventuelles.
Est-il question de modifier (étendre ou limiter) les règles
actuelles?
Antwoord : De cumulatie van de rustpensioenen die het
Réponse : Le cumul des pensions de retraite visées par
geacht Lid beoogt, is toegestaan binnen de perken voorzien in l'honorable Membre est autorisé dans les limites prévues à
artikel 112 van het koninklijk besluit van 22 december 196: l'article 112 de l'arrêté royal du 22 décembre 1967 portant
houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overle- règlement général relatif à la pension de retraite et de survie des
vingspensioen der zelfstandigen.
•
travailleurs indépendants.
Dit artikel bepaalt dat, ingeval van samenloop met een
Cet article dispose qu'en cas de cumul ayec une pension de
rustpensioen als werknemer, het rustpensioen als zelfstandige I retraite de salarié, la pension de retraite de travailleurs indépenniet hoger mag zijn dan het basisbedrag van het rustpensioen ais ' dant ne peut être supérieure au montant de base de la pension de
zelfstandige, vermenigvuldigd met een breuk die het verschil is retraite d'indépendant, multiplié par une fraction qui exprime
tus sen 1, 1, en de loopbaanbreuk (en) ais werknemer.
la différence entre 1, 1 et la (les) fraction (s) de carrière comme
salarié.
Gelet op de benarde financiële toestand van het pensioenstelEtant donné la situation financière précaire du régime de
sel der zelfstandigen kan een wijziging van de huidige cumula- pension des travailleurs indépendants, une modification de la
tieregelen, in de zin van een versoepeling, slechts overwoge11 réglementation actuelle des cumuls dans le sens d'un assouplisworden in het kader van een meer algemene hervorming.
sement ne peut être envisagée que dans le cadre d'une réforme
plus générale.
Er moet evenwel genoteerd worden dat, wanneer het door het
Il convient toutefois de noter que lorsque se présente le cumul ,
geacht Lid beoogd geval van samenloop zich voordoet, de visé par l'honorable Membre, l'intéressé peut, dans le régime de
belanghebbende altij d minstens het zogenaamd onvoorwaarde- pension des travailleurs indépendants, obtenir au moins la ,
lijk rustpensioen kan bekomen in de pensioenregeling der pension de retraite dite inconditionnelle.
zelfstandigen.
Vraag or. 39 van de heer Buchmann d.d. 18 februari 1981
Question n° 39 de M. Buchmann du 18 février 1981 (N.) :
(N.):
Ministeriële diensten. - Koffiebedeling.
Services ministeriels. - Distribution de café.
Zie vraag nr. 149 aan de Vice-Eerste Minister en Minister van
Voir question n° 149 au Vice-Premier Ministre et Ministre des
Economische Zaken, blz. 2200.
' Affaires économiques, p. 2200.
1
Réponse : J'ai l'honneur de communiquer à l'honorable
Antwoord : Ik heb de eer het gecacht Lid de gewenstc·
Membre, les renseignements sollicités en ce qui concerne la ,
gegevens te verstrekken in verband met de koffiebedeling in het
distribution de café au Ministère des Classes moyennes.
Ministerie van Middenstand.
1. Nombre de personnes chargées ou concernées par la
1. Aantal personen belast met of betrokken bij de koffiebededistribution de café : 1.
ling: 1.
2. Consommation anuelle de café et de thé :
2. Jaarlijks koffie- en theeverbruik :
a) café: ± 20.800 tasses/an;
a) koffie : ± 20'.800 kopjes per jaar,
b) thé : néant.
b) thee : nihil.
3. Dépenses relatives à la distribution de café :
3. Uitgaven in verband met de koffiebedeling :
- Jaarwedde tegen 100 % van de betrokken persoon : - Traitement annuel à 100 % de la personne concernée.:
157.200 F (minimum garanti);
157.200 fr. (gewaarborgd minimum);
- Op te merken valt dat de betrokken persoon eveneens belast - Il est à noter que la personne concernée est égalemem
occupée à d'autres menues tâches;
~:,
is met. andere kleine taken;
- Het materiaal (roltafel, kopjes, grote percolators) werd door ! - Le matériel (table roulante, tasses, grands percolateurs) ~
été acquis par le département pour un montant approximatif
het Departement aangekocht tegen een bedrag van circu
de 25.000 F·
i
25.000 fr.;
'
'I
- De produkten zelf worden aangekocht door de persoon die - Les produits, quant à eux, sont achetés par la personn,e
chargée de la distribution du café.
.
:
belast is met de koffiebedeling.
Dès que les parastataux qui relèvent de ma tutelle exclusivi,
Zodra de uitsluitend onder mijn voogdij staande parastatale
instellingen op de vraag van het geacht Lid zullen hebben geant- auront répondu à la question de l'honorable Membre, je ne mao~
querai pas de lui communiquer cette réponse.
•
woord, zal ik niet nalaten hem dit antwoord mee te delen.
1
1
1
1
1
17 maart 1981 -
Vraag nr. 40 van de heer Valkeniers d.d. 19 februari 1981
17 mars 1981
(23)
2215'
Question n° 40 de M. Valkeniers du 19 février 1981 (N.) :
(N.):
Yakbondspremie.
Prime syndicale.
Zie. vraag- nr. 80 aa:rÏ de Eerste Minister, blz. ~197.
Antwoord : In antwoord op zijn vraag heb ik de eer het
geacht Lid de volgende gegevens mede te delen :
Voor 1977 werden 513 aanvraagformulieren afgeleverd aan
personeelsleden en gewezen personeelsleden van het Ministerie
van Middenstand.
Hiervan zijn er 391 nog in dienst van de Administratie en zijn
er 34 gepensioneerd. De overige 88 betreft personeelsleden die
sindsdien om diverse redenen de Administratie hebben verlaten.
Voor 1978 zijn deze cijfers ais volgt : er werden 533
formulieren afgeleverd, waarvan 391 aan personeelsleden die
nog in dienst zijn en 31 aan gepensioneerden.
Voor wat betreft het punt 3, 4 en 5 van zijn vraag dien ik het
geacht Lid erop te wijzen dat de vakbondspremies worden uitbetaald door de in artikel 5 van de wet van 1 september 1980
genoemde uitbetalingsinstellingen en dat de controle hierop
krachtens de bepalingen van het koninklijk besluit van 30 september 1980 gebeurt door de in artikel 20 van dit besluit
genoemde commissie die verslag uitbrengt aan de Eerste Minister.
Ik kan hierover dan ook geen inlichtingen verstrekken.
Voir question n° 80 au Premier Ministre. p. 2197.
Réponse :, En réponse à sa question, j'ai l'honneur de
communiquer à l'honorable Membre ce qui suit :
Pour 1977, 513 formulaires de demand6 ont été délivrés aux
agents et anciens agents du Ministère des Classes moyennes.
Parmi ces agents, 391 sont encore en service à l'Administration et 34 mis à la retraite. Quant aux 88 autres, il s'agit
d'!gents ayant quitté depuis lors l'Administration pour diverses
raisons.
Pour 1978, ces chiffres sont les suivants : il a été délivré 533
formulaires, dont 391 à des agents qui sont encore en service et
31 à des retraités.
En ce qui concerne les points 3, 4 et 5 de sa question, je dois
signaler à l'honorable Membre que les primes syndicales sont
payées par les organismes de paiement mentionnés à l'article 5
de la loi du 1er septembre 1980 et qu'en vertu des dispositions de
l'arrêté royal du 30 septembre 1980, le contrôle y afférent est
assuré par la commission, mentionnée à l'article 20 dudit arrêté,
laquelle fait rapport au Premier Ministre.
Je ne puis donc pas donner des renseignements à ce sujet.
Vraag nr. 41 van de heer Tromont d.d. 19 febr1,1ari 1981
(Fr.) :
•·
Question n° 41 de M. Tromont du 19 février 1981 (Fr) :
Tewerkstelling van werklozen. - Arro1Jdissement Bergen.
Placement de chômeurs. - Arrondissement de Mons.
Zie vraag nr. 159 aan de Vice-Eerste Mi~ï"ster en Minister van
Economische Zaken, blz. 2208.
Antwoord : Het antwoord op de vraag van het geacht Lid is
negatief voor wat betreft het Ministerie van Middenstand,
aangezien dit laatste niet over kantoren in de provincies
beschikt.
Wat betreft de instellingen van openbaar nut die onder mijn
voogdij vallen, zullen de gevraagde inlichtingen aan het geacht
Lid meegedeeld worden, zodra zij in mijn bezit zijn.
Voir question n° 159 au Vice-Premier Ministre et Ministre des
Affaires économiques, p. 2208.
Réponse : La réponse ~ la question de l'honorable Membré
est négative en ce qui c~ncerne le Ministère des Classes
moyennes, celui-ci mr possédant aucun bureau en province.
.
.
Pour ce qui est des organismes d'intérêt public placés sous ma
tutelle directe, les renseignements demandés seront communicru:és à l'honorable Membre dès qu'ils seront en ma possession.
Vraag nr. 42 van de heer Bertouille d.d. 27 februari 1981
(Fr.) :
Question n° 42 de M. Bertouille du 27 février 1981 (Fr.) :
Minder-validen. - Indienstne'ming.
Handicapés. - Engagement.
Zie vraag nr. 85 an de Eerste Minister, blz. 2·198.
- Antwoord : Ik heb de eer het geacht Lid te laten weten dat,
overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit van 11
augustus 1972 ter bevordering van de tewerkstelling van
mindervaliden in de rijksbesturen, dat het aantal mindervaliden, waarvan sprake in artikel 21, § 3, van de wet van 16 april
1963, betreffende de sociale reclassering van de minder-validen
vaststelt en dit aantal over de verscheidene ministeries spreidt,
een quotum van 6 minder-validen voorzien is voor mijn departement ongeacht hun niveau van onderricht.
Welnu, 8 minder-validen zijn in dienst in een betrekking van
de organieke personeelsformatie van mijn departement. Aangezien deze gunstige toestand sinds enige tijd bestaat, was het niet
nodig schikkingen te treffen om te beantwoorden aan de aanbeveling van de heer Minister van Openbaar Ambt.
De gewenste inlichtingen in verband met de onder mijn
departement ressorterende openhare instellingen werden aan
die instellingen gevraagd en zullen dadelijk na ontvangst
worden meegedeeld.
Voir question n° 85 au Premier Ministre, p. 219-S.
Réponse: J'ai l'honneur de faire savoir à l'honorable Membre
que, conformément à l'article 2 de l'arrêté royal du 11 août
1972 stimulant l'emploi de handicapés dans les administrations
de l'Etat qui fixe le nombre de handicapés dont question à
l'article 21, § 3, de la loi du 16 avril 1963, relative au
reclassement social des handicapés et répartit ce nombre entre
les différents ministères, un quota de 6 handicapés est prévu
pour mon département, quels que soient leurs niveaux
d'instruction.
Or, 8 handicapés se trouvent en fonction dans un emploi du
cadre organique de mon département. Comme. cette situation
favorable existe depuis quelque temps, il n'a pas été nécessaire
de prendre des dispositions pour répondre à la recommandation
de M. le Ministre de la Fonction publique.
Les informations souhaitées se rapportant aux établissements
publics dépendant de mon département ont été demandées à ces
in~titutions et seront communiquées dès leur réception.
2216
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Minis ter van Openhare Werken
en lnstitutionele Hervormingen
Questions et Réponses - Chambre
(23)
Ministre des Travaux publics
et des Réformës institutionnelles
Vraag or. 107 van de heer Somers d.d. 18 fehruari 1981 i Question 0° 107 de M. Somers du 18 février 1981 (N.) :
(N.):
Arrondissement Mechelen. -
Verbinding Mechelen-Lier.
Arrondissement de Malines. - Liaison Malines-Lierre.
L'honorable Ministre a sans doute entendu parler des remous
Het zal de achtbare Minister niet ontgaan zijn dat in hf.'t
arrondissement Mechelen enige deining is ontstaan, nu planne11 qu'ont causés dans l'arrondissement de Malines les projets
bekend geraakt zijn om de ring van Lier te verbinden met dt· visant à relier la rocade de Lierre à celle de Malines. Il paraît que
ring van Mechelen, via de verlengde afrit van de E10. De les travaux de levée pour la construction de cette nouvelle voie
opmetingen voor de aanleg van deze nieuwe weg zouden reeds ont déjà débuté. Le nouveau tracé traverserait en outre les rares
volop aan de gang zijn. Het nieuwe tracé zou bovendien dwars espaces verts qtti font encore le charme de l'arrondissement,
doorheen de laastste mooie groengebieden van het arrondisse- notamment à Koningshooikt et Sint-Katelijne-Wa_ver.
ment te Koningshooikt en te Sint-Katelijne-Waver lopen.
Je souhaiterais poser à l'honorable Ministre les questions
Dienaangaande had ik aan de achtbare Minister graag volgensuivantes à ce sujet :
de vragen gesteld :
1. Monsieur le Ministre peut-il me confirmer si ces projets
1. Kan de Minister mij bevestigen of deze plannen inderdaad
existent réellement?
bestaan?
2. Dans l'affirmative, quel sera le tracé de cette nouvelle voie
2. Zo ja, welk zal het tracé van deze nieuwe verbindingsweg
de liaison?
zijn?
3. ln hoeverre werd de noodzakelijkheid van dit projekt
3. Dans quelle mesure la nécessité de ces projets a-t-elle été
onderzocht, en werd er naar alternatieve oplossingen - onder examinée et a-t-on également envisagé des solutions de remplaandere aanpassing en verbetering van bestaande wegen - uit- • cernent, notamment l'adaptation et l'aménagement de routes
existantes?
gekeken?
4. ln welke mate zullen voor de aanlege van deze meuwe
4. Quelle est l'importance des expropriations pour la
construction de cette nouvelle liaison?
verbinding onteigeningen moeten doorgevoerd worden?
5. De quelle façon la consultation de la population locale a-t5. Op welke wijze werd de inspraak van de plaatselijke
bevolking georganiseerd, zal hij desgevalld nog georganiseerd elle été organisée ou par quels moyens celle-ci pourra-t-elle
éventuellement encore exprimer ses desiderata et ses objections?
worden?
Antwoord : Naar aanleiding van de gestelde vraag wens ik
het geacht Lid hierbij één en ander te verduidelijken. De
verbinding Mechelen-Lier verloopt thans langs de provinciale
weg nr. 51 die dwars door Duffel gaat. Gelet op de hoge verkeersdrukte en de aard van de weg werd er na raadpleging van
de betrokken lokale en provinciale instanties beslist de verbinding:-in-te schakelen in het rijkswegennet. Om de doortocht van
Duffel te vermijden werd tevens besloten een ontdubbeling van
deze verbinding uit te bouwen ten Zuiden van de Nete en in
hoofdzaak op de zate van de huidige gemeenteweg zijnde de
oude Liersebaan. Er zouden aldus twee verbiHdingen met een
profiel van elk 2 X 1 rijstrook de relatie Duffel-Lier opvangen.
Réponse: En réponse à la question posée, je tiens à fournir à
l'honorable Membre les précisions suivantes. La liaison MalinesLierre s'effectue actuellement via la route provinciale n° 51 qui
traverse l'agglomération de Duffel. Vu la forte densité de la
circulation et la nature de la route, la décision d'intégrer cette
liaison au réseau des routes de l'Etat a été prise après consultation des instances locales et provinciales intéressées. Afin
d'éviter la traversée de Duffel, il a également été décidé
d'aménager un dédoublement de cette liaison au sud de la
Nèthe, principalement sur l'assiette de la voie communale
actuelle, anciennement denommée « Liersebaan ». La liaison
Duffel-Lierre serait donc assurée par deux routes, ayant un
profil de 2 X 1 bande de roulement chacune.
,. Indépendamment de cela, la commune de Duffel a pris l 'initative d'aménager un contournement devant éliminer tout trafic
de transit dans le centre, le service concerné de mon départe- 11 :
li
ment a prêté son concours aux opérations topographiques réalisées à cette fin.
Par ailleurs, l'opportunité d'intégrer ce contournement au
réseau des routes de l'Etat, ainsi que la voirie d'accès à la E10 à
Rumst et la liaison avec la voirie d'accès encore à construire la tengente nord de la ceinture de Malines, est examinée.
,
1
Onafhankelijk hiervan heeft de gemeente Duffel het initatief
genomen om een omleiding van de woonkern uit te werken die
alle. doorgaand verkeer uit het centrum moet houden: aan de
opemetingen hiervan heeft de betrokken dienst van mijn departement zijn medewerking verleend.
Er wordt overigens onderzocht of het opportuun is deze
omleidingsweg, samen met de aansluitende wegenis naar de E 10
te Rumst en de verbinding met de nog te bouwen toegangsweg
naar de noordelijke tangente _van de Ring van Mechelen, in te
l 1:
schakelen in het rijkswegennet.
. De resultaten van de studie over de verdere uitbouw van het
Les résultats de l'étude sur l'extension du réseau routier belge ; ,
Belgisch Wegennet waartoe ik opdracht heb gegeven en waarvan que j'ai demandée et dont ce projet fait partie, seront également
déterminants dans ce cas.
:
dit project deel uitmaakt, zu.llen hierin m:eebepalend zijn.
Alleszins is het mijn bedoeling, zo dit project als verantwoord
Si ce projet paraît justifié, j'ai de toute façon l'intention de le I;
voorkomt het voor goedkeuring voor te leggen aan de Vlaamse soumettre pour approbation à !'Exécutif flamand qui doit déci- •1:
der.
11
Executieve die client te beslissen.
Gezien het stadium waarin dit project verkeert is het mij niet
Etant donné le stade d'avancement de ce projet, il n'est pas::
mogelijk in concreto op de verschillende gestelde vragen meer: encore possible de répondre aux différentes questions posées de;,
precies te antwoorden.
1 . façon concrète et plus précise.
1
1
I
1
1
1
1
17 maart 1981 -
17 mars 1981
(23)
2217
Vraag nr. 108 van de heer Delhaye d.d. 18 februari 1981
(Fr.) :
Question n° 108 de M. Delhaye du 18 février 1981 (Fr.) :
Hoge Commissie voor vergoeding.
Commission supérieure d'indemnisation.
Kan de Minister mij de lijst bezorgen van de leden van de
Hoge Commissie voor vergoeding, die werd opgericht bij de wet
van 17 juli 1976 tot regeling van de financiële tegemoetkoming
van de Staat uit hoofde van schade veroorzaakt aan particuliere
goederen in verband met het verkrijgen van de onafhankelijkheid door de Democratische Republiek Kongo (Zaïre), met voor
elk lid de datum van de benoeming, het jaar van uittreden en de
taalgroep waartoe hij behoort.
Monsieur le Ministre pourrait-il me communiquer, la liste des
membres de la Commission supérieure d'indemnisation instituée par la loi du 12 juillet 1976 organisant une intervention
financière de l'Etat du chef de dommages causés aux biens
privés en relation avec l'accession de la République démocratique du Congo (Zaïre) à l'indépendance; avec pour chaque
membre, la date de nomination, l'année de sortie et son appartenance liguistique.
Antwoord : Ik heb de eer het geacht Lid mede te delen dat
gezien het volume van de gevraagde inlichtingen, deze hem
rechtstreeks werden toegestuurd.
Réponse: J'ai l'honneur de faire savoir à l'honorable Membre
que vu le volume de la réponse, celle-ci lui sera directement
envoyée.
Vraag nr. 111 van de heer Tromont d.d. 19 février 1981
(Fr.) :
Question n° 111 de M. Tromont du 19 février 1981 (Fr.) :
Tewerkstelling van werklozen. - Arrondissement Bergen.
Placement de chômeurs. - Arrondissement de Mons.
Zie vraag nr. 159 aan de Vice-Eerste Mini&ster en Minister van
Economische Zaken, blz. 2208.
Antwoord : ln antwoord op de door het geacht Lid gestelde
vraag heb ik de eer hem mede te delen dat mij momenteel een
aantal elementen ontbreken om een definitief antwoord te kunnen geven op de gestelde vragen.
Wat evenwel mijn departement betreft, verwijs ik het geacht
Lid naar mijn antwoord op een gelijkaardige vraag nr. 10 van
2 december 1980, gesteld door de heer De Clerccjen verschenen
in het bulletin van Vragen en Antwoorden, Senaat van 10 februari 1981.
Voir question n° 159 au Vice-Premier Ministre et Ministre des
Affaires économiques, p. 2208.
Réponse : En réponse à sa question, je me dois de signaler à
l'honorable Membre que, pour le moment, il me manque un
certain nombre d'éléments afin de pouvoir répondre de façon
définitive à tous les points soulevés par celle-ci.
Toutefois, en ce qui concerne mon département, je renvoie
l'honorable Membre à ma réponse à une question semblable
n° 10 du 2 décembre 1980, posée par M. De Clercq et parue dans
le bulletin des Questions et Réponses, Sénat du 10 février 1981.
Vraag nr. 113 van de heer Bourgeois d.d. 19 februari 1981
(N.):
Question n° 113 de M. Bourgeois du 19 février 1981 (N.) :
Autoweg A 17 Kortrijk-Brugge.
L'autoroute A 17 Courtrai-Bruges.
Het is het opzet de aanleg van de autoweg A17 KortrijkBrugge te bespoedigen om zo spoedig mogelijk de verbinding te
verwezenlijken van het reeds opengestelde vak E3 - rijksweg
nr. 308 te Izegem naar de E5 te Loppem.
1. Wanneer wordt de openstelling voorzien van het baanvak
vanaf de rijksweg nr. 308 te Roeselare-Izegem naar de Ardooiesteenweg te Roeselaere; welke werken dienen daartoe nog uitgevoerd?
2: Welke werken zijn voor uitvoering voorzien op de begroting van uw departement voor het jaar 1981; is de uitvoering
ervan reeds aangevat; zijn bepaalde werken aanbesteed?
L'on projette d'activer la construction de l'autoroute Al 7
Courtrai-Bruges, de façon à réaliser au plus tôt la liaison avec
l'ES, à Loppem, du tronçon E3 - route de l'Etat n° 308 déjà
ouvert à la circulation à la hauteur d'Izegem.
1. Pour quand prévoit-on l'ouverture à la circulation du
tronçon reliant la route nationale n° 308 Roulers-Izegem au
« Ardooiesteenweg » à Roulers et quels sont les travaux qui doivent encore être effectués à cet effet?
2. Quels sont les travaux dont le budget de votre département
prévoit l'exécution en 1981? Dans quelle mesure ont-ils été
adjugés et certains d'entre eux sont-ils éventuellement déjà
entamés?
3. Quelle date a-t-on fixée pour l'ouverture à la circulation
du raccordement de l'autoroute A17 avec la route PittemLichtervelde?
3. Tegen welke datum is de openstelling voorzien van de aansluiting van de A17 op de weg Pittem-Lichtervelde?
Antwoord : Ik heb de eer het geacht Lid antwoord te verstrekken op de gestelde vragen :
1. De openstelling van het wegvak vanaf de rijksweg nr. 308
Roeselare-Izegem naar de Ardooiesteenweg te Roeselare is
gepland voor mei 1982. Alsdan zou het vak vanaf de rijksweg
nr. 308 ta ~oeselare-Izegem tot aan de rijksweg nr. 70 te Lichtervelde opengesteld worden waarvan het bovenvermelde vak
een deel uitmaakt.
Réponse : En réponse à sa question, j'ai l'honneur de faire
savoir à l'honorable Membre ce qui suit:
1. L'ouverture du tronçon compris entre la route nationale
n° 308 Roulers-Izegem et la « Ardooiesteenweg » à Roulers est
prévue en mai 1982. C'est également à ce moment que le tronçon situé entre la route nationale n° 308 Roulers-Izegem et la
route nationale n° 70 à Lichtervelde dont le tronçon susvisé fait
partie serait ouvert à la circulation.
2218
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
Voor deze openstelling moeten de volgende drie aan gang
zijnde aa.nnemingen normaal verder uitgevoerd worden :
-
vak kanaal Roeselare-Leie tot rijksweg nr. 323 RoeselareArdooie;
vak rijksweg nr. 323 tot rijksweg nr., 66 Lichtervelde- Tielt:
-
vak rijksweg nr. 66 tot rijksweg nr. 70 LichterveldeZwevezele.
2. Volgende werken zijn door de Intercommunale Vereniging
voor de Autosnelwegen van West-Vlaanderen voorzien op de begroting 1981 :
Verkeerswisselaar rijksweg nr. 308-A17 te Rumbeke (Roeselare), aanbesteding 19 februari 1981;
Grondwerken en verhardingen op de A17 tussen de rijksweg
nr. 70 te Lichtervelde en de noordelijke omleiding van Torhout, aanbesteding 26 maart 1981;
- Brug B42 in de Beverenstraat te Ardooie;
- Brug B39 in de Oude Heirweg te Lichtervelde;
- Brug B33 in de Ruddervoordestraat te Torhout;
- Brug B37 in de omgelegde Fonteynestraat te Lichtervelde.
De aanbestedingen voor deze 4 bruggen zijn gespreid over het
jaar 1981.
- Verkeerswisselaar A17/rijksweg nr. 66 Lichtervelde-Tielt
met de brug B38 te Lichtervelde: aanbesteding derde trimester 1981;
Grondwerken en verhardingen op de A17 tusseri de noordelijke omleiding Torhout en de rijksweg nr. 68 te Veldegem :
aanbestedirrg einde 1981.
De openstelling van de verkeerswisselaar Al 7/rijksweg 66
Pittem-Lichtervelde, waarvan de aanbesteding voorzien is voor
het derde trimes ter 1981, is gepland voor einde 1983.
(23)
Les trois entreprises suivantes actuellement en cours doivent
normalement être poursuivies en vue de permettre cette ouverture:
- tronçon canal Roulers-Lys jusqu'à la route nationale n° 323
Roulers-Ardooie;
- tronçon route nationale n° 323 jusqu'à la route nationale
n° 66 Lichtervelde-Tielt;
- tronçon route nationale n° 66 à la route nationale n° 70
Lichtervelde-Zwevezele.
2. Les travaux suivants sont prévus au budget 1981 de la
« Intercommunale Vereniging voor de Autosnelwegen van WestVlaanderen » :
- échangeur route nationale 308-Al 7 à Roulers (Rumbeke),
adjudication 19 février 1981;
- terrassements et travaux de revêtement sur l'autoroute Al 7
entre la route nationale n° 70 à Lichtervelde et le contournement nord de Torhout, adjudication le 26 mars 1981;
- pont B42 de la « Beverenstraat » à Ardooie;
- pont B39 du « Oude Heirweg » à Lichtervelde;
- pont B33 de la « Ruddervoordestraat » à Torhout;
- pont B37 dans la « Fonteynestraat » détournée à Lichtervelde.
Les adjudications concernant ces 4 ponts seront étalées sur
l'année 1981.
- échangeur A17 /route nationale n° 66 Lichtervelde-Tielt y
compris le pont B38 à Lichtervelde : adjudication troisième
trimestre 1981;
- terrassements et travaux de revêtement sur l'At 7 entre le
contournement nord de Torhout et la route nationale n° 68 à·
Veldegem : adjudication fin 1981.
3. La mise en service de l'échangeur Al 7/route nationale
n° 66 Pittem-Lichtervelde est prévue fin 1983. L'adjudication
est prévue pour le troisième trimestre 1981.
Vraag nr. 114 van de heer Bourgeois d.d. 19 fehruari 1981
(N.):
Question n° 114 de M. Bourgeois du 19 février 1981 (N.) :
Autoweg A 17. - Doortrekking van E3 naar Doornik.
Autoroute A17. - Prolongement de l'E3 en direction de Tournai.
De werken van de aanleg van de rijksweg nr. 308 vanaf het
verkeersknooppunt met de E3 te Kortrijk in de richting naar
Doornik schijnen goed te vorderen.
Gaame vernam ik welke de vooruitzichten zijn in verband
met het realiseren van de verbinding naar Doornik en de Waalse
autoweg toe.
1. Welke werken werden in de loop van 1980 uitgevoerd, met
opgave van kostprijs, aan het deel van de A17 vanaf de E3
richting Doornik.
2. Welke werken zijn betreffende hetzelfde baanvak voorzien
voor uitvoering in 1981, is de uitvoering van bepaalde werken
reeds aangevat?
3. Tegen welke datum is de aansluiting van de A17 op de
rijksweg Kortrijk-Doornik voorzien?
Les travaux d'aménagement de la route de l'Etat n° 308,
entrepris en direction de Tournai à la hauteur du raccordement,
à Courtrai, avec l'autroute E3, semblent bien avancer.
J'aimerais eonnaître les prévisions en ce qui concerne la
réalisation de la liaison avec Tournai et l'autoroute de Wallonie. 11
Antwoord : lngevolge zijn vraag heb ik de eer het geacht Lid
de stand van zaken mede te _delen in verband met de realisatie
van het vak E3-Doornik van de At 7 autosnelweg.
De brug over de rijksweg nr. 14 Kortrijk-Aalbeke. werd
aanbesteed in 1978 voor een bedrag van 65 miljoen fr. en de
• voltooiing is voorzien voor me~ 1981.
1
1
1. Quels ont été, prière d'en indiquer le coût, les travaux
réalisés en 1980 sur la section de l'autoroute At 7 s'embranchant sur l'autoroute E3 en direction de Tournai?
2. Quels travaux prévoit-on d'exécuter en 1981 sur ce même
tronçon et en a-t-on déjà commencé certains?
3. Quelle date a-t-on prévue pour l'achèvement du raccordeJI
ment de l'autoroute A17 avec la route de l'Etat CourtraiJ
T~urnai?
1
1
11
Réponse : En réponse à sa question, j'ai l'honneur de fourni~;
à l'honorable Membre les renseignements suivants relatifs à 1~,
construction du tronçon E3-Tournai de l'autoroute A17.
Le pont sur la route nationale n° 14 Courtrai-Aalbeke, adjugé
en 1978 pour un montant de 65 millions de F., sera probablel
ment achevé en mai 1981.
1
'
1
:
1
17 maart 1981 De grondwerken tussen kmp 7 en kmp 8.600 werden aanbesteed in 1975 voor een bedrag van 92 miljoen fr. en zijn voltooid
sinds eind 1980. De verdere aanleg van de grodwerken tus sen
km 8.600 en de grens West-Vlaanderen-Henegouwen evenals
alle nog aan te leggen verhardingen in de provincie West-Vlaanderen werden aanbesteed in 1978 voor een bedrag van 182
miljoen fr. en de voltooiing is voorzien voor einde 1981.
17 mars 1981
(23)
2219
Verder laat ik het geacht Lid opmerken dat er geen aansluiting van de A17 autosnelweg op de rijksweg nr. 71 KortrijkDoornik voorzien is.
Les terr~ssements entre les cumulées 7 .000 et 8.600 ont été
adjugés en 1975 pour un montant de 92 millions de F. Ces
travaux ont été achevés fin 1980. Les terrassements restants
entre la cumulée 8.600 et la limite entre les provinces de Flandre
occidentale et du Hainaut, ainsi que tous les revêtements restant
à poser en Flandre occidentale ont été adjugés en 1978 pour un
montant de 182 millions de F. Leur achèvement est prévu fin
1981.
Trois ponts supérieurs du tronçon situé en Flandre occidentale ont été adjugés en 1978. Ces travaux, au montant de 79
millions de F .. ont été achevés en 1980.
Un autre pont supérieur du tronçon susvisé dont le coût est de
34 millions de F., a été adjugé en 1979. Son achèvement est
prévu au cours du 1er trimestre 1982. Un cinquième pont
supérieur (coût 72 millions de F.) a été adjugé en 1980, son
achèvement étant prévu au cours de l'été 1982.
Les terrassements et la construction des ouvrages d'art sont
en cours sur le tronçon Dottignies-Saint-Léger (coût 362
millions de F.)
Le pont sur le canal d'Espierres sera mis en adjudication le 26
mars 1981 (estimation 120 millions de F).
Entre Saint-Léger et Templeuve, les travaux de terrassements
et les ouvrages d'art sont achevés (coût 376 millions de F.) La
pose des revêtements est prévue en 1981 (coût 250 millions
de F).
Le tronçon Templeuve-Marquain (autoroute Tournai-Lille)
est en service depuis juillet 1977 (coût 487 million F).
La construction du tronçon compris entre la limite des
provinces du Hainaut et de Flandre occidentale et Dottignies
sera prévue au programme 1982.
Je tiens enfin à signaler à l'honorable Membre que l'autoroute
A17 ne comportera pas d'accès à la route nationale n° 71
Courtrai-Tournai.
Vraag nr. 115 van de heer Van Grembergen d.d. 19 februari
1981 (N.):
Q.uestion n° 115 de M. Van Grembergen du 19 février 1981
(N.):
Autoweg ES. - Geluidswerende berm te Zwi,inaarde.
Autoroute ES. -
1. Wanneer voorziet de Minister de uitvoering van de geluidswerende groene berm op het grondgebied van de gemeente
Zwijnaarde langs de ES, richting Brussel-Oostende?
1. Pour quand Monsieur le Ministre prévoit-il la réalisation et
Pexécution du talus gazonné prévu sur le territoire de la
commune de Zwijnaarde, tout le long de l'autoroute E5, en
direction d'Ostende, destiné à réduire la nuisance du bruit
provoqué par le trafic?
2. Quelle est la longueur de ce talus?
3. A combien en a-t-on évalué le coût?
4. A-t-on totalement abandonné le projet prévoyant la construction d'un mur? Dans la négative, a-t-on décidé de construire
ce mur, et sur quelle longueur?
5. Quel est le coût d'un talus gazonné par kilomètre?
6. Quel est le coût d'un mur, par kilomètre?
ln 1978 werden op het gedeelte in West-Vlaanderen drie
bovenbruggen aanbesteed voor een totaal bedrag van 79 miljoen
fr. en voltooid in 1980.
ln 1979 werd op hetzelfde vak nog een bovenbrug aanbesteed
voor een bedrag van 34 miljoen fr. waarvan de voltooiing voorzien is in het eerste trimester 1982 evenals een andere bovenbrug in 1980 (bedrag 72 miljoen fr.) waarvan de voltooiing
voorzien is tegen de zomer 1982.
De aanleg van de grond en de kunstwerken is aan gang op het
vak Dottenijs-Saint-Léger (kostprijs 362 miljoen fr.).
De brug over het Spierekanaal wordt aanbesteed op 26 maart
1981 (raming 120 miljoen fr.).
Tussen Saint-léger en Templeuve zijn de grond en kunstwerken voltooid (kostprijs 376 miljoen fr.) en zijn de verhardingen
voorzien voor 1981 (kostprijs 250 miljoen fr.).
Het vak Templeuve-Marquain (autosnelweg Doornik-Rijsel)
is in dienst sinds juli 1977 (kostprijs 487 miljoen fr.).
De aanleg van het vak grens Henegouwen-West-Vlaanderen
tot pottenijs zal voorzien worden op het programma 1982.
2. Hoe lang is deze groene berm?
3. Wat is de kostprijs?
4. Heeft men de plannen van een muur totaal verlaten? Zo
niet, waar wordt er een muur gebouwd? Over welke lengte?
5. Wat is de kostprijs van een groene berm per km?
6. Wat is de kostprijs van een muur per km?
Antwoord : Ik heb de eer het geacht Lid antwoord te verstrekken op de gestelde vragen.
1. De nodige onteigeningen voor de aanleg van geluidswerende groene bermen zijn sinds kort beëindigd zodat kortelings zal
overgegaan worden tot de nodige formaliteiten voor het in aanbesteding stellen van deze werken.
2. De totale lengte van de voorziene bermen bedraagt 994 m
waarvan 461 m langs de noordzijde van de autosnelweg en
578 m langs de zuidzijde.
3. De kostprijs van deze berm wordt geraamd op
6.958.000 fr. (B.T.W. inbegrepen) doch zonder beplantingen.
Talus d'insonorisation à Zwi,inaarde.
Réponse : J'ai l'honneur de fournir à l'honorable Membre les
réponses aux questions posées.
1. Les expropriations en vue de l'aménagement de levées
antibruit vertes sont terminées depuis peu, de sorte que les
formalités nécessaires pour la mise en adjudication de ces
travaux seront entamées très prochainement.
2. La longueur totale des levées prévues s'élève à 994 m dont
416 m situés le long du côté nord de l'autoroute et 578 m, le
long du côté sud.
3. Le coût de cette levée~ non compris les plantations, est
estimé à 6.958.000 F (T.V.A. incluse).
li
il'
1,
2220
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
4. Naast deze geluidwerende bermen is bovendien de aanleg
voorzien van 577 m geluidswerende schermen ter hoogte van de
Koningin Astridlaan, de Vredestraat en het Don Bosco KollegP
te Gent (Zwijnaarde).
5. De aanlegkosten van de geluidswerende berm worden
geraamd op 7.000 fr. per meter. Hierin zijn de onteigeningskosten niet begrepen.
6. De kostprijs van het hier voorziene geluidswerende schenn
wordt geraamd op 23.250 fr. per meter (B.T.W. inbegrepen).
4. Outre ces levées antibruit, la mise en place d'écrans
antibruit sur une longueur de 5 77 m est prévue à la hauteur de
la « Koningin Astridlaan » de la « Vredestraat » et du Collège
« Don Bosco
à Gand (Zwijnaarde).
5. Les frais d'aménagement de la levée antibruit sont estimés
à 7.000 F le mètre. Les frais d'expropriation n'y sont pas inclus.
Vraag nr. 118 van de heer Gabriels d.d. 19 februari 1981
(N.):
Question n° 118 de M. Gabriels du 19 février 1981 (N.) :
Wegen- en bruggenbouw. - Staal.
Construction de routes et ponts. - L'acier.
Uit goed ingelichte bronnen heb ik vernomen dat in 1980 duizenden tonnen staal uit het buitenland werden aangewend orn
gewapende betonwegen aan te leggen. Daarenboven werden
bruggen in staal gebouwd om de Waalse staalindustrie te helpen. ln werkelijkheid werden echter weer duizenden tonnen
staal hiervoor in het buitenland aangekocht omdat het verl
goedkoper is.
Je tiens de source informée qu'en 1980 des milliers de tonneE
d'acier en provenance de l'étranger auraient été utilisées pour
construire des routes en béton armé. Sans doute, la construction,
la même-;;né~~-de poii.ts en acier procéderait-elle du souci de
soutenir la sidérurgie wallonne, mais en réalité ce sont encore
des milliers de tonnes d'acier, achetées à l'étranger à raison du
prix de revient sensiblement moins élevé, qui ont été utilisées à
cette fin.
Aussi saurais-je gré à Monsieur le Ministre de me répondre
aux questions suivantes :
1. Quelles quantités d'acier, exprimées en tonnes, a-t-on
achetées en 1980 à l'étranger pour être affectées à la construction de routes en béton armé et de ponts?
2. Pourquoi a-t-on fait venir cet acier de l'étranger?
3. Monsieur le Ministre ayant déclaré récemment devant les
micros de la R.T.B.F. q11e l'acier_ wallon l''!.'" ait._ it pn:-. .. 111. ,"-1 n·
vendu meilleur marché, quelles sont les raisons qui peuvent
encore justifier des achats massifs de ce produit à l'étranger?
4. Pourquoi dépenser des milliards en subventions, si c'est
pour ne pas affecter à la construction de routes et de ponts
l'acier produit par le pays?
Kan de Minister me daarom meedelen :
1. Hoeveel ton staal werd in 1980 in het buitenland aangekocht om betonwegen aan te leggen en bruggen te bouwen?
2. Waarom werd dit staal in het buitenland aangekocht?
3. De Minister van Economische Zaken verklaarde onlan~~
voor de R.T.B.F. dat het Waals staal nu goedkoper kon verkocht
worden; hoe verklaart de Minister dan de massale aankopen in
het buitenland?
4. Waarom miljarden aan subsidies spenderen wanneer het
staal toch niet wordt aangewend om onze autowegen en bruggen
te bouwen?
Antwoord : Ik heb de eer het geacht Lid volgend antwoord te
verstrekken op de vragen die tot de bevoegdheid van mijn departement behoren.
1. Het staal verwerkt bij het bouwen van metalen bruggen is
hoofdzakelijk van Belgische oorsprong, mede wegens onze
strengere kwaliteitseisen, onder andere het kleiner koolstofgehalte, waardoor het buiten de courante buitenlandse producten
valt.
Een kleinere hoeveelheid, afhankelijk van het ontwerp van
het kunstwerk, is nochtans van buitenlandse herkomst, voornamelijk het Groothertogdom Luxemburg. Het betreft vooral
stukken met specifieke kenmerken, zoals Greyprofielen van
grote afmetingen.
De reden voor het gebruik van dit buitenlands staal is dat de
productie van deze profielen niet in Belgische mogelijkheden
ligt.
Ik herinner het geacht Lid eraan dat sedert 4 november 1976,
het M.C.E.S.C. heeft beslist de C.O.C. toe te staan bepaalde dossiers betreffende overheidsopdrachten naar zich toe te trekken
en dit, met het oog op het voeren van een industrieel beleid.
>)
6. Le coût de l'écran antibruit prévu dans ce cas-ci est estimé
à 23.250 F le mètre (T.V.A. comprise).
Réponse : J'ai l'honneur de fournir à l'honorable Membre la
réponse suivante aux questions qui relèvent de la compétence de
mon département.
L'acier mis en œuvre pour la construction de ponts métalliques est principalement d'origine belge et ce, notamment en raison de nos conditions de qualité plus strictes, entre autres une
teneur en carbone moindre, qui excluent les produits étrangers
courants.
Une petite quantité, dépendant de la conception de l'ouvrage
d'art, provient toutefois de l'étranger, surtout du Grand-Duché
de Luxembourg. Il s'agit principalement de pièces à caractéristiques _spécifiques, telles que des poutrelles Grey de grande di- /1:,
mens10n.
Cet acier étranger est utilisé en raison de l'incapacité de la
Belgique de produire ces profilés.
1
1
1
.1
11
Je rappelle à l'honorable Membre que depuis le 4 novembre
1976, le C.M.C.E.S. a décidé d'autoriser la Commission d'orien-11
tation et de coordination des marchés publics à demander qu'on!:/
lui soumette certains dossiers relatifs à ces marchés et ce, en vu~1!
de mener une politique industrielle.
1
Wat het departement van Openbare Werken aangaat, besliste • En ce qui concerne le département des Travaux publics, 1~
de Commissie voor oriëntatie en coordinatie van de overheids- C.O.C. a décidé lors de sa réunion du 24 février 1977 d'examiÎl1,
opdrachten in vergadering bijeen op 24 februari 1977, om de ner plus en détail les dossiers relatifs à la construction de pont~·
dossiers betreffende de bouw_ van metalen bruggen meer in de- métalliques, même si la possibilité de choisir entre les deux soluH,
tail te onderzoeken, zelfs indien de mogelijkheid is voorzien om tions, le « béton » ou le « métal », est prévue.
:~'
te kiezen tussen de « betonnen » oplossing of de « metalen » oplossing.
1
1
1
1
,
17 maart 1981 Dit hou dt in dat vanaf 1977, alle beslissingen betreffende de
bouw van metalen bruggen steeds in gemeen overleg werden genomen met de C.O.C., dit wil zeggen in feite overeenkomstig met
het door de Regering besliste nieuw industrieel beleid.
Het Ïs juist dat de aanleg van wegen in gewapend beton het
gebruik van duizenden tonnen staal vereist, maar het is voor het
Bestuur onmogelijk de oorsprong van dit staal te hepalen vanaf
het ogenblik dat het wordt geleverd door één van de bij de
E.E.G. aangesloten landen want, overeenkomstig de geldende
reglementering, mag België in geen genkel geval discriminerend
optreden bij de keuze tussen « Belgisch » staal en staal uit één
van de landen van de E.E.G.
17 mars 1981
(23)
2221
Cela implique qu'à partir de 1977, toutes les décisions concernant la construction de ponts métalliques ont toujours été
prises de commun accord avec la C.O.C., c'est-à-dire en fait,
conformément à la nouvelle politique industrielle décidée par le
Gouvernement.
Il est exact que la construction de routes en béton armé nécessite l'emploi de milliers de tonnes d'acier, mais il est impossible
à l'Administration de déterminer l'origine de cet acier à partir
du moment qu'il est livré par un des Pays-membres de la C.E.E.
En effet, conformément à la réglementation en vigueur, la Belgique ne peut en aucun cas faire un choix discriminatoire entre
l'acier « belge » et l'acier d'un des pays de la C.E.E.
Vraag nr. 120 van de heer Delizée d.d. 27 fehruari 1981
(Fr.) :
Question n° 120 de M. Delizée du 27 février 1981 (Fr.) :
Wegverbinding Philippeville-Dinant.
Jonction routière Philippeville-Dinant.
De bouw van de « Charlemagne »-brug over de Maas bezuiden Dinant is bijna voltooid. Het kunstwerk maakt deelt uit van
een verbinding tussen de autosnelweg van de Ardennen en rijksweg nr. 5 (Charleroi-Philippeville-Rocroi).
A l'heure actuelle se termine la construction du pont Charlemagne, enjambant la Meuse au sud de Dinant. Cet ouvrage d'art
est prévu dans le cadre d'une jonction globale entre l'autoroute
des Ardennes et la route nationale n° 5 (Charleroi-PhilippevilleRocroi).
Monsieur le Ministre pourrait-il me dire où en est l'étude
globale de cette jonction à ce jour, et si des crédits ont été prévus
à l'heure actuelle dans les enveloppes budgétaires pour la partie
concernant la jonction Philippeville-Dinant?
De plus, Monsieur le Ministre pourrait-il me dire si cette
nouvelle jonction Philippeville-Dinant, par la route Charlemagne, envisage le contournement du village traversé par la route
nationale établissant actuellement cette jonction? Dans l'affirmative, Monsieur le Ministre pourrait-il me préciser quels sont
les villages pour lesquels le contournement est envisagé par le
projet de route?
Kan de heer Minister mij zeggen hoever het momenteel met· de
algemene studie van die verbinding staat, en of op de begroting
in kredieten is voorzien voor het gedeelte betreffende de verhinding Philippeville-Dinant?
Kan de heer Minister mij tevens zeggen of die nieuwe
verbinding Philippeville-Dinant via de « route Charlemagne »
in een wegomlegging voorziet voor dorpen waardoor de rijksweg
loopt die nu die verbinding vormt? Kan de heer Minister mij in
dat geval zeggen voor welke dorpen in een omlegging is voorzien?
Antwoord : Ik heb de eer het geacht Lid mede te delen dat de
toestand van de rijksweg nr. 750, vak Achêne-Philippeville
inzake ontwerpen en werken ais volgt is :
Tussen E40 (Achêne) en Drehance (rijksweg nr. 48) :
- werken geëindigd;
- openstelling voor het verkeer op 1 april 1981, tegelijk met de
E40 tot Achêne.
Tussen de viaduct te Dinant en de rijksweg nr. 36 te Onhaye :
- werken gegund - aanvatting ervan nakend :
- Dinant-Waulsort
134 miljoen
- Waulsort-Onhaye
187 miljoen
- Rondweg om Onhaye
193 miljoen
Tussen Onhaye en Philippeville :
Tot op heden bestaat er geen enkel ontwerp noch begrotingsvoorstel, daar het vak van de weg nr. 36 voor de komende jaren
toereikend wordt geacht en bovendien de aanleg van de rondwegen om Rosée en Anthée op lange termijn niet moet worden Üitgesloten.
De rondweg om Philippeville wordt niet in uitzicht gesteld
voor 1984.
Réponse : J'ai l'honneur de faire savoir à l'honorable Membre
que la situation au point de vue des études et des travaux de la
route nationale n° 750, section Achêne-Philippeville, est la
suivante :
Entre E40 (Achêne) et Drehance (route nationale n° 48) :
- travaux terminés;
- mise en service le 1er avril 1981 en même temps que l'E40
jusqu'à Achêne.
Entre le viaduc de Dinant et la route nationale n° 36 à Onhaye :
- travaux adjugés - débuts imminents :
- Dinant-Waulsort
134 millions
- Waulsort-Onhaye
187 millions
- Contournement Onhaye
193 millions
Entre Onhaye et ·Philippeville :
Aucune étude ni proposition budgétaire n'existent à ce jour, la
route n° 36 dans cette section étant jugée suffisante pour les
prochaines années et les contournements de Rosée et cl'Anthée
n'étant toutefois pas à exclure à longue échéance.
Le contournement de Philippeville n'est pas envisagé avant
1984.
.282
2222
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
Vragen waarop niet werd geantwoord
binnen de door het Reglement bepaalde termijn.
(Art. 71 van het Reglement van de Kamer.)
Questions auxquelles il n'a pas été répondu
dans le délai fixé par le Règlement.
(Art. 71 du Règlement de la Chambre.)
Vraag nr. 109 van de heer Buchmann d.d. 18 februari 1981
(N.):
Question 0° 109 de M. Buchmann du 18 février 1981 (N.):
Ministeriële diensten. - Koffiebedeling.
Services ministériels. - Distribution de café.
Het is gebruikelijk dat in de diverse diensten van m,
departement dagelijks een koffiebedeling wordt georganiseerd.
Kan de Minister, in verband met deze activiteit, mij mel'delen :
1. hoeveel personen belast of betrokken zijn bij de koffiebedeling in zijn département, en in de parastatale instellingen di,·
onder zijn bevoegdheid vallen;
Il est d'usage d'organiser dans les différents services du
département une distribution journalière de café.
Monsieur le Ministre pourrait-il, à ce sujet, me communiquer:
2. welke het jaarlijks verbruik is aan koffie en thee;
3. hoeveel belopen de uitgaven in verband met deze koffiebt>deling (personeel, materieel en produkten)?
1. le nombre de personnes chargées de la distribution d_e café,
ou y intervenant d'une façon ou d'une autre, dans son département et dans les institutions parastatales relevant de son
Ministère;
2. la consommation annuelle de café et de thé;
3. les dépenses occasionnées par cette distribution de café
(personnel, matériel et produits)?
Vraag or. 110 van de heer Valkeniers d.d. 19 februari 1981
(N.):
Question 0° 110 de M. Valkeniers du 19 février 1981 (N.) :
Yakbondspremie.
Prime syndicale.
Graag had ik afzonderlijk voor iedere administratie die onder '
Je vous saurais gré de me fournir, pour chaque-administration
uw bevoegdheid staat de volgende inlichtingen bekomen inzakr ressortissant à votre compétence, les données suivantes en ce qui
de syndikale premie. Dit zowel betreffende het jaar 1977 al~ concerne la prime syndicale, et ce pour les années 1977 et 1978 :
1978:
1. aantal betrokken personeelsleden :
1. nombre de bénéficiaires :
a) in dienst,
a) en activité de service,
b) mis à la retraite;
b) op rust;
2. aantal afgeleverde formulieren;
2. nombre de formulaires délivrés;
3. aantal uitbetaalde formulieren per rechthebbende organi3. nombre de formulaires ayant donné lieu à paiement, par '
organisation ayant droit;
•
•
satie;
4. overgedragen sommen per rechthebbende organisatie :
4. les sommes versées à chaque organisation ayant droit :
a) ais uitbetaling aan hun leden,
a) à titre de paiement à leurs membres,
b) ais administratiekosten;
b) à titre de frais administratifs;
5. werden voor al deze sommen de uitbetaalde formulieren
5. les formulaires ayant donné lieu à paiement ont-ils été reterug aan de administratie afgeleverd ter staving van het aantal mis pour toutes ces sommes en vue de justifier le nombre d~
werkelijke uitbetalingen? Zoniet, waarom niet?
paiements réellement effectués? Dans la négative, pourquoi1.
pas?
11
1
1
,
1
Vraag or. 112 van de heer Poma d.d. 19 februari 1981 (N.):
Question 0° 112 de M. Poma du 19 février 1981 (N.):
Ruimtelijke ordening. -
Aménagement du territoire. - Zone verte à Zwijndrecht.
Groene zone te Zwijndrecht.
De groene zone tusse'n de expressweg Antwerpen-Zeekust en
de industriezone is aangelegd ter hoogte van Beveren, niet ter
hoogte van Zwijndrecht.
Gaarne vemam ik waarom deze groene zone niet aangelegd
werd over geheel de lengte van het industriegebied.
11
11 1
1
li
La zone verte entre la route express Anvers-littoral et la zon.e
industrielle a été aménagée à la hauteur de Beveren, mais pas à
•la hauteur de Zwijndrecht.
J'aimerais savoir pour quelle raison cette zone verte n'a pf!-S
été prévue sur toute la longueur de la zone industrielle.
l'i'
1
11
17 maart 1981 -
17 mars 1981
(23)
2223
Vraag nr. 116 van Mevr. Smet d.d. 19 februari 1981 (N.):
Question n° 116 de Mme Smet du 19 février 1981 (N.) /
Rijksweg nr. 60.
Route de l'Etat n° 60.
Een beslissing ter uitvoering van de op het Gewestplan
voorziene rijksweg nr. 60 is nog niet genomep., zo deelde de
achtbare Minister me mede als antwoord op een parlementaire
vraag.
Een van de factoren die deze beslissing sterk zou beïnvloeden
is de al dan niet aanleg van de eerste oeververbinding Kruiningen-Perkpolder.
lntussen konden wij via de pers vememen dat Nederlands een
positieve beslissing over deze aanleg zou genomen hebben.
En réponse à une question parlementaire, l'honorable Ministre a souligné qu'aucune décision n'avait encore été prise en ce
qui concerne la réalisation de la route de l'Etat n° 60 prévue par
le plan de secteur.
La décision à prendre à ce sujet dépendrait dans une large
mesure de la construction éventuelle du pont reliant Krui_ningen
à Perkpolder.
•
Entre-temps, nous avons lu dans la presse -que les Pays-Bas
auraient pris une décision positive au sujet de la construction de
cette liaison.
Monsieur le Ministre pourrait-il me dire :
1. s'il est vrai que les Pays-Bas ont pris une décision positive à
ce sujet;
~
Kan de Minister me antwoorden :
1. of de beslissing over de aanleg van de vaste oeververbinding
Kruiningen-Perkpolder inderdaad genomen werd door Nederland;
2. of er na deze beslissing reeds gesprekken tussen Nederland
en België geweest zijn over de verbinding bij weg tussen
Kruiningen-Perkpolder en België;
3. welke de vooruitzichten zijn terzake;
4. of er re~ds een emstige studie gedaan werd over de
eventuele aanleg van de rijksweg nr. 60 in het noorden van het
Waasland;
5. welke verkeersstromen Ilien via de rijksweg nr. 60 zou
willen opvangen;
6. of de rijksweg nr. 60 als autosnelweg of als expressweg zou
aangelegd worden;
7. wat de kostprijs zou zijn van de aanleg van de rijksweg
nr. 60 (onteigeningen en kunstwerken inbegrepen);
8. wat de kostprijs zou zijn van de aanleg van de op het.
Gewestplan getekende oostelijke omleidingsbaan rond SintPauwels en Kemzeke (onteigeningen en kunstwerken inbegrepen).
2. si, à la suite de cette décision, des contacts ont déjà été
établis entre les Pays-Bas et la Belgique au sujet de la liaison
routière entre Kruiningen-Perkpolder et la Belgique;
3. quelles sont les prévisions à ce sujet;
4. si la construction éventuelle de la route de l'Etat n° 60 dans
la partie spetentrionale du pays de Waas a déjà fait l'objet d'une
étude approfondie;
5. quelle est l'importance du trafic que l'on envisage de canaliser par la route de l'Etat n° 60;
6. si la route de l'Etat n° 60 est conçue sous la forme d'une
autoroute ou d'une route express;
7. à combien l'on a évalué le coût de la construction de cette
route (y compris les expropriations, et les ouvrages d'art);
8. quel est le coût éventuel du contournement oriental de SintPauwels et de Kemzeke, prévu au plan de secteur, y compris les
expropriations et les ouvrages d'art?
Vraag nr. 117 van de heer Poma d.d. 19 februari 1981 (N.) :
Question n° 117 de M. Poma du 19 février 1981 (N.) :
Geluidshinder - A bsorberend materiaal.
Nuisances du bruit - Matériaux absorbants.
Het geluid gedraagt zich zoals elke straling, dit is zoals een
golvende beweging en al richtlijnige beweging.
Le bruit se manifeste comme toute autre radiation : il
provoque en même temps un mouvement ondulatoire et un
mouvement rectiligne.
Au cours des dernières années on a essayé de remédier à la
De geluidshinder, onder andere bij autoverkeer, heeft men in
de voorbije jaren gepoogd op te vangen door het aanbrengen van . nuisance du bruit provoquée notamment par le trafic automobilawaaischermen of het bouwen van half-open tunnels.
le, en construisant des écrans insonorisants ou des tunnels semi,_ouverts.
lntussen is gebleken dat de lawaaistraling op allerlei wanden
Entre-temps, on a pu constater que les ondes du bruit se réweerkaatst wordt, waardoor het lawaai van de bodem naar ho- percutent sur les parois qu'elles rencontrent ce qui transporte
ger en verder gelegen gedeelten verplaatst wordt.
finalement le bruit au sol à des niveaux supérieurs et à des endroits plus éloignés.
On pourrait remédier à cet inconvénient en construisant les
Hieraan kan verholpen worden, indien de wanden bestaan uit
een materiaal dat de lawaaistralen niet weerkaatst, maar absor- parois en matériaux non réfléchissants et absorbants.
beert.
Gaarne vernam ik of de wanden van de half-open tunnen te
J'aimerais savoir si les parois du tunnel semi-ouvert, prévu à
Boom voorzien zullen zijn van absorberend materiaal.
Boom, seront construites en matériaux absorbants.
2224
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
.
Ministre des Affaires étrangères
Minister van Buitenlandse Zaken
Vraag nr. 63 van Mevr. Smet d.d. 30 januari 1981 (N.):
: Question n° 63 de Mme Smet du 30 janvier 1981 (N.) :
Uitvoer van wapens en munitie.
Exportations d'armes et de munitions.
Les chiffres fournis par l'I.N.S. font apparaître qu'en 1979 la
Uit de gegevens van het N.I.S. blijkt dat België in 1979 voor
13.078 miljoen wapens en oorlogsmunitie uitvoerde en dat dit • Belgique a exporté des armes et des munitions de guerre pour un
montant de 13.078 millions, ce qui représente 0,79 % de
0, 79 % betekende van onze totale export.
1
Hoeveel betekende de uitvoer van wapens ten aanzien van de
_totale uitvoer _in de U.S.A., U.S.S.R., Frankrijk, Verenigd
Koninkrijk, Duitse Bondsrepubliek, Tjechoslovakije, Italië, Polen, Zwitserland en Joegoslavië?
Dit zijn alleen landen die in 1977, in absolu te bedragen gezien
meer uitvoerden dan België. Het lijkt me nuttig te vernemen wat
deze uitvoer betekende ten aanzien van de totale uitvoer van de
onderscheiden landen.
Antwoord : Zoals ik reeds aan de leden van de Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken gezegd heb, is het bijzonder
moeilijk, of zelfs onmogelijk, te beschikken over correcte
gegevens omtrent de omvang van de wapenuitvoer in de verscheidene landen van de wereld. Ik heb de redenen van deze
toestand uitvoerig toegelicht, zodat het niet nodig is hierop terug
te komen. •
Het geacht Lid heeft in zijn vraag verwezen naar de cijfergegevens die waren overgenomeil uit « World's Military Expenditures and Arms .Transfers 1968-1977 », een verslag dat in de
Verenigde Staten gepubliceerd werd door de « Arms Control
and Disarmement Agency » (A.C.D.A.}.
ln de hiernavolgende tabel zal ik dus de cijfers betreffende de
wapenuitvoer en die betreffende de totale uitvoer voor hetzelfde
jaar 1977 in betrokken landen, naast elkaar zetten.
l'ensemble de nos exportations.
Combien représentaient ces exportations d'armes par rapport
à l'ensemble des exportations des U.S.A., de l'U.R.S.S., de la
France, de la Grande Bretagne, de la République . fédérale
allemancle, de la Tchécoslovaquie,. de Pltalie, ·de'la Pologne,- de
la Suisse et de la Yougoslavie?
En chiffres absolus les exportations de tous ces pays ont
dépassé en 1977 ceux de la Belgique. Dans ces conditions, il me
semble utile de savoir combien représentaient nos exportations
par rapport à l'ensemble des exportations de ces pays.
Réponse : Comme j'ai eu l'occasion de le souligner aux
membres de la commission des Affaires étrangères de la
_Ch_:1;nbre des Représentants, il est extrêmement difficile, voire
impossible, de pouvoir disposer d'informations correctes sur ce
que représentent les exportations d'armes de la plupart des pays
du monde. Je me suis déjà étendu sur les raisons de cet état de
choses, sans qu'il soit besoin d'y revenir.
L'honorable Membre, dans la question qu'il me pose, a bien
voulu se référer aux chiffres repris d'un rapport intitulé
« World's Military Expenditures and Arms Transfers 19681977 » publié par l' « Arms Control and Disannement Agency »
aux Etats-Unis (A.C.D.A.)
Dans le tableau ci-dessous, je mettrai donc en parallèle les
chiffres relatifs aux exportations d'armes et les chiffres représentant les exportations totales, pour la même année 1977, des
pays concernés. Ces chiffres s'entendent en millions de dollars
u.s.
Er valt te noteren dat de cijfers omtrent de globale uitvoer
Il est à noter que les chiffres des exportations globales sont
afkomstig zijn uit het door de U.N.0. gepubliceerde Statistisch , extraits du Bulletin mensuel de Statistiques publié par l'OrganiMaandblad.
sation des Nations-Unies.
Land
Wapenuitvoer
(in miljoenen U.S. $)
Totale uitvoer
(in miljoenen U.S. $)
Pays
Exportations d'armes
(en millions de U. S. $)
Exportations totales
(en millions de U.S. $)
6.900
5.200
1.300
825
800
470
320
310
190
160
120
119.042
45.159
63.543
57.547
117.895
10.302
45.063
12.265
17.682
5.254
37.541
1
%
U.S.A ......................................................
U.S.S.R./U.R.S.S ....................................
Frankrijk/France ....................................
Verenigd Koninkrijk/Royaume Uni .......
D.B.R./R.F.A ..........................................
Tsjechoslovakije/Tchecoslovaquie .........
ltalië/Italie ..............................................
Polen/Pologne .................. •.......................
Zwitserland/Suisse .................................
Joegoslavië/Yougoslavie .........................
België/Belgique .......................................
1
111
5,80
11,00
2,00
1,40
0,67
4,50
0,70
0,25
0,10
0,30
0,03
Op grond van andere definities, zou de vergelijking wellicht A partir d'autres définitions, la comparaison aboutirait sans
tot andere resultaten leiden.
doute à des résultats différents.
111:
11
17 maart 1981 -
17 mars 1981 )(23)
2225
Vraag nr. 77 van de heer Buchmann d.d. 18 februari 1981
(N.) :
Question n° 77 de M. Buchmann du 18 février 1981 (N.) :
Ministeriële diensten. - Koffiebedeling.
Services ministériels. - Dùtribution de café.
Zie vraag nr. 149 aan de Vice-Eerste Minister en Minister van
Economische Zaken, blz. 2200.
Voir question n° 149 au Vice-Premier Ministre et Ministre des
Affaires Economiques, p. 2200.
Antwoord : Ik heb de eer hiema aan het geacht Lid de gevraagde inlichtingen te bezorgen :
1. 5 personen (1 uur in de voormiddag en 1 uur in de namiddag);
2. Het jaarlijks verbruik (1980) bedraagt: 1.300 kg koffie en
24.000 zakjes thee;
3. Uitgaven (1980) in verband met de koffiebedeling (personeel, materieel en produkten) : 1.200.000 fr.
4. De uitgave waarvan sprake sub. 3 wordt gecompenseerd
ten belope van ongeveer 700.000 fr door de bijdrage die aan de
verbruikers wordt gevraagd.
Réponse : J'ai l'honneur de faire parvenir ci-après, à l'honorable Membre, les renseignements demandés :
1. 5 personnes (1 heure le matin et 1 heure l'après-midi);
2. La consommation annuelle (1980) est de : 1.300 kg de
café et 24.000 sachets de thé;
3. Dépenses (1980) relatives à la distribution de café (per:sonnel, matériel et produits) : 1.200.000 Fr.
4. La dépense dont il est question suh. 3. est compensée à raison d'environ 700.000 F par la contribution réclamée aux consommateurs.
Vraag nr. 78 van de heer Valkeniers d.d. 19 februari 1981
(N.) :
Question n° 78 de M. Valkeniers du 19 février 1981 (N.) :
Vakbondspremie.
Prime syndicale.
Zie vraag nr. 80 aan de Eerste Minister, blz. 2197.
Antwoord:
1. Aantal hetrokken personeelsleden, in dienst en op rust :
1977: 3877.
1978: 3966.
2. Aantal afgeleverde formulieren :
·1977 : 3877.
1978: 3966.
3, 4 en 5 : Om de vakbondspremie te bekomen werden de
betrokken personeelsleden verzocht de aanvraagformulieren bij
hun vakorganisatie in te dienen. Het is derhalve niet mogelijk op
de punten 3, 4 en 5 een antwoord te verstrekken.
Voir question n° 80 au Premier Ministre, p. 2197.
Réponse:
1. Membres du personnel concernés, en service et pensionnés:
1977: 3877.
1978: 3966.
2. Nombre de formulaires délivrés :
1977 : 3877.
1978: 3966.
3, 4 et 5 : Pour obtenir la prime syndicale, les membres du
personnel ont été invités à introduire les formules de demande à
leur organisation syndicale. Il n'est dès lors pas. possible de
répondre aux points 3, 4 et 5.
Vraag nr. 83 van de heer Bertouille d.d. 27 februari 1981
(Fr.) :
Question n° 83 de M. Bertouille du 27 février 1981 (Fr.) :
Minder-validen. - Indienstneming.
Handicapés. - Engagement.
Zie vraag nr. 85 aan de Eerste Minister, blz. 2198.
Antwoord:
1. Ik heh de eer het geacht Lid mede te delen dat wat mijn
administratie betreft, het quorum van de minder-validen vastgesteld werd op 20 eenheden. Tot op heden werden 17 personen
aangeworven.
2. Aanvragen tot werving van gehandicapten worden regelmatig overgemaakt aan het Vast Secretariaat voor Werving van
het rijkspersoneel met het oog op het hekomen van dit quorum.
3. Ik zou nochtans de aandacht van het geacht Lid willen
vestigen op het feit dat, benevens de vermelde gegevens, nog 10
gehandicapten, als dusdanig erkend door het Rijksfonds voor
Sociale Reclassering voor Gehandicapten, in functie zijn maar
niet werden opgenomen in de officiële tahel omdat zij de
vastgestelde proeven ais gehandicapte bij het Vast Secretariaat
voor Werving van het rijkspersoneel niet hebhen afgelegd, of
omdat zij tijdens hun loophaan werden overgeheveld van een
ander ministerie. In feite zijn er dus 27 minder-validen in
dienst.
Voir question n" 85 au Premier Ministre, p. 2198.
Réponse:
1. J'ai l'honneur de faire savoir à l'honorable Membre qu'en
ce qui concerne mon administration, le quota des handicapés a
été fixé à 20 unités. Actuellement le recrutement de ces personnes s'élève à 17 unités.
2. Des demandes de recrutement d'agents handicapés sont
régulièrement introduites auprès du Secrétariat permanent de
Recrutement afin d'atteindre ce quota.
3. J'aimerais cependant attirer .l'attention de l'honorable
Membre sur le fait, qu'indépendamment des chiffres susmentionnés, 10 agents handicapés reconnus comme tels par l'Office
national des Handicapés, sont en fonctions et ne sont pas repris
dans la liste officielle parce qu'ils n'ont pas présenté d'épreuves
de recrutement en tant que handicapés auprès du Secrétariat
permanent de Recrutement ou, parce qu'ils ont été transférés
d'un autre ministère au cours de leur carrière. Cela fait qu'en
réalité 27 handicapés sont effectivement en fonctions.
Vragen en Antwoorden - Kamer -
2226
Questions et Réponses - Chambre
(23)
Minister van Nationale Opvoeding
Ministre de l'Education nationale
(Nederlandse sector)
(Secteur néerlandais)
Vraag nr. 68 van de heer Beerden d.d. 21 januari 1981 (N.) :
Question n° 68 de M. Beerden du 21 janvier 1981 (N.) :
Rijksinspectie buitengewoon onderwijs. - Kwalificaties.
Inspection de l'Etat de l'enseignement spécial. ,tions.
Ik zou de heer Minister dank weten, mocht U me kunnen meedelen, hoe de leden van de rijksinspectie voor het buitengewoon
onderwijs gerecruteerd worden :
Meer bepaald had ik graag vernomen :
- wie komt hiervoor in aanmerking;
- welke examens dienen eventuele kandidaten voor deze functie, in de toekomst af te leggen;
- welke criteria worden in acht genomen;
- welke examens hebben de thans in dienst zijnde rijksinspectieleden voor het buitengewoon onderwijs moeten afleggen?
Op welke gronden verkregen zij hun bevoegdheid voor deze
sector?
Je saurais gré à l'honorable Ministre de me faire savoir de
quelle manière sont recrutés les membres de l'inspection de
l'Etat de l'enseignement spécial.
Il me plairait de savoir en particulier :
qui entre en ligne de compte pour ces fonctions;
quels examens les candidats à cette fonction devront éventuellement subir à l'avenir;
quels sont les critères appliqués;
quels sont les examens auxquels les membres actuels de
l'inspection ont dû se présenter et sur quelles bases ils ont
obtenu leurs attributions pour ce secteur.
Antwoord : Hierbij deel ik het geacht Lid mee dat de
besluiten ter uitvoering van artikel 16 van de wet van 6 juli
1970 op het buitengewoon onderwijs nog niet werden genomen.
Réponse : J'ai l'honneur de communiquer à l'honorable
Membre que les arrêtés en exécution de l'article 16 de la loi du
6 j_uillet 1970 sur l'enseignement spécial n'ont pas encore été
pris.
En attendant la publication de ces arrêtés, la coordination de
l'inspection pédagogique de l'enseignement spécial de l'Etat est
assurée par l'inspecteur général de l'enseignement secondaire.
Qualifi.ca-
In afwachtin,g van de publikatie van deze besluiten wordt de
pedagogische i_nspectie over het buitengewoon Rijksonderwijs
gecoordineerd door de inspecteur-generaal van het secundair
onderwijs.
Les inspecteurs temporaires actuellement en service à
De thans in dienst zijnde tijdelijke rijksinspecteurs voor het
buitengewoon onderwijs zijn allen, voor hun niveau, laureaat . l'inspection de l'enseignement spécial de l'Etat sont tous, pour
leur niveau, lauréats de l'examen d'inspecteur de l'Etat.
van het examen rijksinspecteur.
Vraag nr. 83 van de heer Breyne d.d. 30 januari 1981 (N.) :
Question n° 83 de M. Breyne du 30 janvier 1981 (N.) :
Onderwijs. -
Enseignement. - Personnel ouvrier.
Werkliedenpersoneel.
Mag ik van de heren Ministers vememen welke het bedrag per
leerling is van de uithetaalde bedragen voor de jaren 1975 tot en
met 1980:
enerzijds voor het werkliedenpersoneel in het rijksonderwijs;
anderzijds voor de overeenkomstige werkingstoelagen in het
vrij en ·het officieel gesubsidieerd onderwijs;
en dit afzonderlijk voor het secundair en· voor het basisonderwijs;
en afzonderlijk voor ieder taalstelsel?
Monsieur le Ministre pourrait-il me dire quel est, par, élève, le
montant payé pour les années 1975-1980 :
-
pour le personnel ouvrier de l'enseignement de l'Etat;·
~1 •
il
pour les allocations de fonctionnement équivalentes de
l'enseignement subventionné libre et officiel;
et ?e séparément pour l'enseignement secondaire et primaire;
séparément pour chaque régime linguistique?
1
-
ri
Antwoord : Het geacht Lid gelieve hierna de gevraagde
Réponse : L'honorable Membre trouvera ci-après les statistiJi:
statistische gegevens te vinden :
ques demandées :
A. Rijksonderwi.js :
In onderstaande tabel komen de bedragen voor die per
A. Enseignement de l'Etat:
leerling werden uitbetaald aan wedden voor het administratief,
meesters-, vak- en dienstpersoneel. Een onderscheid tussen het
administratief personeel enerzijds en het werkliedenpersoneel
ande:rzijds kan echter niet gegeven worden. Evenmin zijn de
gegevens voor de jaren 1975, 1976 en 1977 in de gevraagde
vorm beschikbaar.
•
~
1
/
Au tableau ci-après figurent les montants des traitement$
accordés par élève aux membres du personnel administratif, d\~,
personnel de maîtrise, gens de métier et de service. Toutefois, U
n'est pas possible de donner ces montants d'une part pour le·
personnel administratif et d'autre part pour le personnel ouiL
vrier. En outre, les données concernant les années 1975, 1976 Jt
1977 ne peûvent être fournies sous la forme demandée.
1
1
.··1
17 maart 1981 -
17 mars 1981
Tevens client opgemerkt <lat de opsplitsing basisonderwijs en
secundair onderwijs niet· steeds kan gemaakt worden, omdat het
niet altijd duidelijk is hoeveel uren het werkliedenpersoneel
tewerkgesteld is in de basisschool en hoeveel uren in de
secundaire school, wanneer deze scholen in hetzelfde gebouw
gehuisvest zijn.
(23)
2227
Je dois également faire remarquer que la distinction entre
l'enseignement fondamental et l'enseignement secondaire ne
peut pas être faite, étant donné qu'il n'est pas toujours apparent
combien d'heures de service le personnel ouvrier compte dans
l'école d'enseignement fondamental et combien dans l'école
d'enseignement secondaire lorsque ces deux écoles sont installées dans le même bâtiment.
Uitgaven per leerling
Dépenses par élève
Basisonderwij s
Enseignement fondamental
Buitengewoon onderwijs
Enseignement spécial
Buitengewoon secundair onderwijs
Enseignement spécial secondaire
Secundair onderwijs
Enseignement secondaire
1978
(schooljaar
1977-1978)
1979
(schooljaar
1978-1979)
1980
(schooljaar
1979-1980)
(année scolaire
1977-1978)
(année scolaire
1978-1979)
(année scolaire
1979-1980)
6.052
7.450
8.857
30.349
33.924
47.690
24.329
28.519
30.687
20.622
22.936
24.243
B. Vrij en officieel gesubsidieerd onderwijs :
Overeenkomstig artikel 32, § 4, van de wet van 29 mei 1959,
moeten de we:rkingstoelagen in het gesubsidieerd vrij en officieel,
kleuter- en lager onderwijs voor ten minste 33 % en in het gesubsidieerd vrij en officieel secundair onderwijs voor ten minste
20 % besteed worden aan de lonen van het meesters-, vak- en
dienstpersoneel.
B. Enseignement libre et officiel subventionné.
Conformément à l'article 32, § 4, de la loi du 29 mai 1959, les
subventions de fonctionnement doivent être utilisées à concur- •
rence de 33 % au moins pour les salaires du personnel _de maîtrise, gens de métier et de service dans l'enseignement maternel
et primaire libre et officiel subventionné et à concurrence de
20 % au moins dans l'enseignement secondaire libre et officiel
subventionné.
Dit subsidiegedeelte client ais een minimale wettelijk verplich- !
Cette partie du subside est à considérer comme une dépense
te besteding beschouwd te worden.
minimale légalement obligatoire.
De Schoolpactwet voorziet trouwens in een bijzondere looninLa loi sur le Pacte scolaire prévoit d'ailleurs un index salarial
dex op de helft van de werkingstoelagen per leerling, welke spécial sur la moitié des subventions de fonctionnement par
sedert het schooljaar 1975-1976 berekend wordt op 1/3 van élève qui, depuis l'année scolaire 1975-1976 est calculée sur 1/3
deze toelage. Deze toelagen hebben verder geen betrekking op de cette subvention. Par ailleurs, ces subventions ne sont pas
sommige personeelscategorieën welke hernomen zijn in de applicables à certaines catégories de personnel reprises dans
vereffening vermeld onder A.
l'état de liquidation A.
Volledigheidshalve voeg ik hieraan toe dat de bov_envermelde:
Pour être complet, je précise que les subventions susmentiontoelagen desgevallend slechts een gedeelte van alle mtgaven van: nées ne couvrent le cas échéant qu'une partie des dépenses de
het gesubsidieerd onderwijs dekken. De glob~le vereffeningenj l'enseignement subventionné. Les comptes globaux par pouvoir
per inrichtende macht gebeuren immers rekemng houdend metl organisateur s'effectuent en tenant compte de toutes les recettes
alle ontvangsten en niet alleen met de rijkstoelage11. ------~ et pas seulement des subventions de l'Etat.
. 1
1. Geïndexeerde jaarlijkse
werkingstoelage per
regelmatige leerling (1)
(uitgedrukt fo franken)
1975
1976
1977
1978
1979
1980
2.171
2.410.
2.665
2.838
3.045
3.215
2.899
3.218
3.559
3.790
4.066
4.293
7.852
8.284
9.541
10.123
11.014
11.628
1. Subvention de fonctionnement
indexée accordée annuellement
par élève régulier ( 1 )
(en francs)
Voorschoolonderwijs
Enseignement préscolaire
Lager onderwijs
Enseignement primaire
Secundair onderwijs (minimum)
Enseignement secondaire (minimum)
2228
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
2. Minimaal te besteden
bedrag per leerling ( 1 )
voor lonen meesters-, vaken dienstpersoneel
1975
1976
1977
1978
1979
1980
716
795
879
936
1.004
1.060
956
1.061
1.174
1.250
1.341
1.416
1.570
1.656
1.928
2.024
2.202
2.325
2. Montant minimal à utiliser par
élève pour les salaires
du personnel de maîtrise, gens
de métier et de service ( 1)
Voorschoolsonderwijs
Enseignement préscolaire
Lager onderwijs
Enseignement primaire
Secundair onderwijs (minimum)
Enseignement secundaire (minimum)
Het gedeelte na de komma werd weggelaten. -
Les décimales ont été négligées.
Vraag nr. 90 van Mevr. Demeester-De Meyer d.d. 30 januari 1981 (N.) :
Question 0° 90 de Mme Demeester-De Meyer du 30 janvier
1981 (N.):
Analfabetisme.
Analphabétisme.
Ondanks ons uitgebreid onderwijsnet en de lange leerplicht
blijft de groep anafabeten nog vrij groot in ons land.
Le nombre d'analphabètes reste relativement élevé dans notre
pays, en dépit de notre large réseau d'enseignement et de
l'obligation scolaire prolongée.
Plairait-il à Monsieur le Ministre de répondre aux questions
ci-après :
1. Quel est le nombre d'analphabètes en région flamande?
2. Existe-t-il des centres de formation spécialisés pour analphabètes?
3. Le nombre d'analphabètes diminue-t-il chaque année ou
se maintient-il à un niveau constant?
4. A-t-on déjà fait des études en vue de remédier à ce
problème?
Kan de Minister mij antwoord geven op volgende vragen :
1. Hoeveel analfabeten telt de Vlaamse landsgedeelte;
2. Bestaan er vormingscentra welke zich toeleggen op de
begeleiding van analfabeten;
3. Vermindert het aantal analfabeten per jaar of wordt een
constant cijfer behouden :
4. Werden reeds onderzoeken verricht om tegemoet te komen
aan dit probleem.
Antwoord : ln antwoord op haar vraag deel ik het geacht Lid
mede dat mijn dienst voor onderwijsstatistieken over geen
gegevens beschikt betreffende het analfabetisme.
Op grond van de gegevens bekomen bij de volkstelling van
31 december 1970 (Bron Nationaal lnstituut voor de Statistiek,
boek 10A), kan evenwel volgende statistiek gegeven worden van
de personen van 14 jaar en ouder die geen onderwijs hebben
genoten of waarvan het onderwijs onbekend is.
Totaal
Vlaamse gewest ................. : 110.514
Brussel-hoofdstad ............... 124.497
M.
Vr.
52.560
54.310
57.954
70.187
De nieuwe gegevens die door de volkstelling van dit jaar
zullen bekomen worden, zullen ons wellicht kunnen inlichten
over het huidig aantal analfabeten.
Er zijn geen vormingscentra onder mijn bevoegdheid die zich
toeleggen op de begeleiding van analfabeten. Wel blijken een
aantal privé organisaties voor vormings- en ontwikkelingswerk
zich in te zetten voor deze groep. Daarbij kan ik het geacht Lid
verwijzen naar het Departement van Defensie, waar bij elke
nieuwe lichting de recruten-analfabeten opgevangen worden en
een speciale vorming genieten.
Réponse : En réponse à sa question, je fais savoir à
l'honorable Membre que le Service des statistiques de l' enseignement ne possède pas de données sur l'analphabétisme.
'
Les données résultant du recensement du 31 décembre 1970
(Institut national des Statistiques, livre 10A) permettent néanmoins de fournir les statistiques suivantes des personnes de 14
ans et plus qui n'ont pas suivi d'enseignement ou dont ont
ignore quel enseignement elles ont suivi :
lrl
__________________________ l'i'
Total
Région flamande ................ 110.514
Bruxelles-capitale .............. 124.497
H.
F.
52.560
54.310
57.954
70.187
Les données résultant du recensement actuel nous feront san~1,
doute connaître le nombre actuel d'analphabètes.
f
'f
Aucun centre de formation s'occupant de l'encadrement
d'a~alphabètes ne relève de ma compétence. Il apparaît néan~
moins qu'un certain nombre d'organisations privées d'éducatiop
et de formation permanentes se mettent au service de ce grounr
de la population. Je signale également à l'honorable Membre
que le Ministère de la Défense fait en sorte que les recrufîS
analphabètes de chaque nouvelle levée de soldats soient accuei1llis dans des classes où. ils reçoivent une formation spéciale. ,
1
1
17 maart 1981 -
17 mars 1981
(23)
2229
Vraag nr. 108 van de heer Tromont d.d. 18 fehruari 19R1
(Fr.):
•
Question n° 108 de M. Tromont du 18 février 1981 (Fr.):
Onderwi,.js van de vreemde talen in rlaanderen.
Enseignement des langues étrangères en Flandre.
Een aanbeveling van de Raad van de Europese Gemeenschap
strekt ertoe de kinderen van de gastarbeiders in de gelegenheid
te stellen hun eigen taal te leren.
De Minister van Nationale Opvoeding (Franse sector) heeft op
4 november 1980 een circulaire verspreid die de uitvoering van
die aanbeveling beoogt.
Kan de achtbare Minister mij mededelen :
1. of een soortgelijke circulaire in het Noorden van het land
werd verspreid;
'
2. of het Frans als één van de te onderwijzen talen vermeld
staat?
Une recommandation du Conseil de la Communauté européenne tend à assurer aux enfants des travailleurs migrants
l'enseignement de leur langue.
Monsieur le Ministre de l'Education (secteur français) a
diffusé en date du 4 novembre 1980 une circulaire qui a pour
objet l'exécution de cette recommandation.
L'honorable Ministre peut-il porter à ma connaissance :
1. si une circulaire identique a été distribuée au nord du
pays;
2. si le français figure parmi les langues à enseigner?
Antwoord : Hierbij deel ik het geacht Lid mede dat de
circulaire van 4 november 1980, waarvan gewag gemaakt
wordt, alleen door mijn Franstalige collega werd verspreid, doch
deze circulaire betreft enkel het secundair onderwijs.
1k vestig de aandacht van het geacht Lid er evenwel op dat het
Frans overeenkomstig het koninklijk besluit van 16 juli 1979 tot
regeling van de keuze tweede, derde en vierde taal in het
secundair onderwijs, waarvan het Nederlands de onderwijstaal
is, zowel als tweede, derde of vierde taal kan gekozen worden
door de leerlingen, terwijl in de onderwijsinrichtingen van het
arrondissement Brussel-hoofdstad de leerlingen verplicht zijn
om het Frans als tweede taal te volgen.
Op het niveau van het basisonderwijs werd noch door mijn
achtbare Franstalige collega, noch door mij een circulaire ,
verspreid om tegemoet te komen aan de bedoelde aanbeveling
van de Raad van de Europese Gemeenschap.
Er zijn echter reeds bepaalde experimenten aan de gang. Het
is slechts na een globale evaluatie ervan dat eventueel een
circulaire zou kunnen verzonden worden.
In deze scholen met bicultureel onderricht mag een leerkracht
de eigen taal aanleren. Voor het ogenblik is dit beperkt tot het
onderricht in het Turks, het Marokkaans en het Grieks.
Réponse: J'ai l'honneur de faire savoir à l'honorable Membre
que la circulaire du 4 novembre 1980, dont il est question, a été
diffusée uniquement par mon Collègue francophone et qu'elle
ne concerne que l'enseignement secondaire.
Je lui signale toutefois qu'aux termes de l'arrêté royal du
16 juillet 1979 réglementant le choix des deuxième, troisième et
quatrième langues dans l'enseignement secondaire dont la
langue de l'enseignement est le néerlandais, les élèves peuvent
choisir le français comme deuxième, troisième ou quatrième
langue mais dans les établissements scolaires de l'arrondissement de Bruxelles-capitale, ils sont obligés de suivre le cours de
français comme deuxième langue.
Au niveau de l'enseignement fondamental, ni mon honorable
Collègue francophone, ni moi n'ont diffusé une circulaire afin de
répondre à ladite recommandation du Conseil de la Communauté européenne.
Certaines expériences sont d'ailleurs déjà en cours, mais ce
n'est qu'après leur évaluation globale qu'une circulaire pourrait
éventuellement être diffusée.
Dans les écoles à enseignement biculturel, l'enseignant est
autorisé à enseigner sa propre langue. Jusqu'à présent, cette
faculté est limitée à l'enseignement en langue turque, marocaine
ou grecque.
Pour intégrer les enfants dans le pays d'immigration, trois
leçons complémentaires de néerlandais peuvent néanmoins dans
certaines conditions être données chaque semaine.
Ten einde de kinderen in het gastland te integreren kunnen
wel, onder bepaalde voorwaarden, drie uur per week bijkomende lessen Nederlands worden gegeven.
• Vraag nr. 109 van de heer Tromont d.d. 18 fehruari 1981
(Fr.) :
Question 0° 109 de M. Tromont du 18 février 1981 (Fr.) :
Aanstelling van niet-gediplomeerden.
Désignation de non~diplômés.
Het komt voor dat de Minister van Nationale Opvoeding voor
een les of een reeks lessen een leerkracht aanwijst die niet in het
bezit is van het vereiste. of van een voldoende diploma.
Kan de achtbare Minister mij zeggen of dergelijke gevallen
zich in 1980 hebben voorgedaan? Voor welke specialiteit(en)?
In welke inrichting(en)?
Il arrive que pour assurer un cours ou une série de cours, le
Ministre de l'education nationale désigne un enseignant non
porteur ni du titre requis ni du titre suffisant.
L'honorable Ministre peut-il me préciser si des cas semblables •
ont été rencontrés en 1980? Pour quelle( s) spécialités (s)? Dans
quelle(s) institution(s)?
Antwoord : Ik heb de eer het geacht Lid mede te delen dat bij
ontstentenis van kandidaten lesgevers met vereiste bekwaamheidsbewijzen, ik wel verplicht ben lesgevers aan te stellen die
niet over de vereiste titels beschikken. Deze laatsten kunnen via
artikel 20 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 de
nodige afwijking bekomen tot vrijstelling van het vereiste
bekwaamheidsbewijs. Deze maatregel is geldig voor het rijksonderwijs.
Andere onderwijsnetten opteren •al naargelang hur; personeelsstatuut voor voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen.
Réponse : J'ai l'honneur de communiquer à l'honorable
.\1embre qu'à défaut de candidats enseignants en possession des
titres requis, force m'est de désigner des enseignants qui ne
possèdent pas les titres requis. Conformément à l'article 20 de
l'arrêté royal du 22 mars 1969, ceux-ci peuvent obtenir les
dérogations nécessaires de dispense des titres requis. Cette règle
s'applique à l'enseignement de l'Etat.
D'autres réseaux d'enseignement optent pour le système des
titres jugés suffisants, conformément à leur statut du personnel.
283
2230
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
Vraag nr. 111 van de heer Caudron d.d. 18 februari 1981
(N.):
Question n° 111 de M. Caudron du 18 février 1981 (N.) :
Licènciaten in lichamelijke opvoeding. - Beroepskansen.
Licenciés en éducation physique. - Intérêts professionnels.
('
Er doen geruchten de ronde ais zouden lesuren van de
licenciaten L.O. worden afgesnoept ten voordele van de regenten L.O. ln bepaalde scholen zou men dus in die leerjaren waar
van oudsher een licenciaat voorzien is een regent laten lesgeven.
Graag kreeg ik een antwoord op volgende vragen :
1. Zijn deze geruchten juist en zo ja, in welke scholen?
Le bruit court que des licenciés en éducation physique se
sentiraient 'lésés du fait que, dans certaines écoles, et dans les
classes où traditionnellement un licencié est chargé de cours, ces
heures seraient confiées à des régents en éducation physique.
J'aimerais poser à ce sujet les questions suivantes :
1. Ces bruits sont-ils exacts et, dans l'affirmative, dans
quelles écoles?
2. Quelles mesures comptez-vous prendre pour préserver les
droits et les intérêts professionnels des licenciés en éducation
physique?
3. Quel est le nombre de régents et de licenciés en éducation
physique dans les différents réseaux : officiel, libre subventionné, provincial, communal et privé?
2. Welke maatregelen zult U nemen om de rechten en de
beroepskansen van de licenciaten L.O. te beveiligen?
3. Welk is het aantal van de regenten en licenciaten L.O. in
de verschillende schoolnetten : officieel, vrij-gesubsidieerd, provinciaal, gemeentelijk en privé?
Antwoord : Hierbij deel ik het geacht Lid mee dat in het
rijksonderwijs regenten lichamelijke opvoeding in het H.S.O.
slechts mogen fungeren bij gebrek aan licenciaten (toepassing
van art. 20 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969). De
rechten en de beroepskansen van de licenciaten lichamelijke
opvoeding zijn statutair gewaarborgd, zodat geen speciale
maatregelen dienen getroffen te worden om deze rechten te
beveiligen.
Van het aantal regenten en licenciaten lichamelijke opvoeding
worden geen statistieken bijgehouden. Het verzamelen va deze
gegevens veriest tijdrovende opzoekingen die alleen kunnen
gebeuren ten koste van andere tijdsgebonden werkzaamheden.
Réponse : J'informe l'honorable Membre que, dans l'enseignement de l'Etat, les régents en éducation physique ne peuvent
être en fonction dans l'E.S.S. qu'à défaut de licenciés (application de l'art. 20 de l'arrêté royal du 22 mars 1969). Les droits et
les possibilités professionnelles des licenciés en éducation physique sont garantis par le statut, de sorte qu'aucune mesure spéciale ne doit être prise pour sauvegarder ces droits.
On n'établit pas de statistiques du nombre de régents et de
licenciés en éducation physique. La collecte de ces données exigerait de longues recherches qui ne peuvent être entreprises
qu'au détriment d'autres activités soumises à un délai déterminé.
Si l'honorable Membre désirait malgré cela disposer de ces
données, elles lui seront fournies à sa demande.
Indien het geacht Lid toch over deze gegevens zou willen
heschikken, zullen ze hem op verzoek worden bezorgd.
Questions auxquelles il n'a pas été répondu
dans le délai fixé par le Règlement.
(Art. 71 du Reglement de la Chambre.)
Vragen waarop niet werd geantwoord
birinen de door het Reglement bepaalde termijn.
(Art. 71 van het Reglement van de Kamer.)
Vraag nr. 110 van de heer Verberckmoes d.d. 18 februari
1981 (N.) :
Question n° 110 de M. Verberckmoes du 18 février 1981 (N.)
Rijksonderwijs. -Aanstelling van bode-kamerbewaarders.
Enseignement de l'Etat. - Désignation de messagers-huissiers.
11
1k moge de heer Minister vragen mij te willen mededelen :
Monsieur le Ministre pourrait-il me dire :
1. het aantal bode-kamerhewaarders aangesteld aan de rijks-'
1. combien de messagers-huissiers ont été désignés dans les
onderwijsinstellingen tijdens de schooljaren 1978-1979, 1979- établissements d'enseignement de l'Etat au cours des années i
1980 en 1980-1981;
scolaires 1978-1979, 1979-1980 et 1980-1981;
~
2. in welke onderwijsinstellingen zij werden aangesteld opge2. dans quels établissements ils ont été affectés, par arrondisdeeld per arrondissement;
sement;
3. in toepassing van welke reglementering en volgens welke
3. en application de quelle réglementation et selon quelles .
normen deze aanstellingen hebben plaats gehad;
normes ont été faites ces désignations;
4. met welke kredieten deze personeelsleden betaald worden;
4. quels crédits servent à retribuer ces agents;
5. de reden voor het niet organiseren van de desbetreffende
5. pourquoi il n'a pas été procédé à l'organisation d ' exa-11111
examens?
mens?
/i1
11
1
1
1
1
1
!I'
•
Il
111
Vraag nr. 112 van de heer Buchmann d.d. 18 februari 1981
(N.):
Question 0° 112 de M. Buchmann du 18 février 1981 (N.): !1
Ministeriële diensten. - Koffiebedeling.
Services ministériels. - Distribution de café.
~:
li
1,1
i
1
1
Het is gebruikelijk dat in de diverse diensten van uw
departement dagelijks een koffiebedeling wordt georganiseerd.
11·
Il est d'usage d'organiser dans les différents services d/\1
département une distribution journalière de café.
11,
1
1
17 maart 1981 Kan de Minister, in verband met deze activiteit, m11 meedelen :
1. hoeveel personen belast of betrokken zijn nij de koffiebecleling in zijn departement, en in de paraetatale instellingen die
oncler zijn bevoegclheid vallen;
2. welke het jaarlijks verbruik is aan koffie en thee;
3. hoeveel belopen de uitgaven in verbancl met deze koffiebedeling (personeel, materieel en produkten)?
17 mars 1981
2231
(23)
Monsieur le Ministre pourrait-il, à ce sujet, me communiquer :
1. le nombre de personnes chargées de la distribution de café,
ou y intervenant d'une façon ou d'une autre, dans son département et dans les institutions parastatales relevant de son
Ministère;
2. la consommation annuelle de café et de thé;
3. les dépenses occasionnées par cette distribution de café
(personnel, matériel et produits)?
Vraag nr. 114 van de heer Tromont d.d. 19 fehruari 1981
(Fr.):
Question n° 114 de M. Tromont du 19 fevrier 1981 (Fr.):
Gesubsidieerd officieel onderwijs. -
Enseignement officiel subventionné. -
Cumulaties.
Op 2 september 1977 heeft de Minister van Nationale
Opvoeding, Franse sector, een omzendbrief verzonden, die betrekking heeft op de toepassing van artikel 77 van de wet van
24 december 1976 betreffende de begrotingsvoorstellen 19761977 en de beperking van de cumulaties in het onderwijs, en die
een aantal richtlijnen ten aanzien van het door het Rijk georganiseerd en gesubsidieerd onderwijs, met uitzondering van het
universitair onderwijs en het onderwijs dat afhangt van de
diensten van Cultuur, bevatte.
Op 27 november 1979 heeft de Vide Kamer van de Raad van
State, administratieve afdeling, in het arrest nr. 19940 de
punten 1 en 2 van voornoemde omzendbrief nietig verklaard.
Graag vernam ik van de Minister of dat arrest ais een
referentie worclt beschouwd en terzake ais rechtspraak geldt?
Werd dit arrest ter kennis gebrac~t van de provinciale en de
gemeentelijke overheid? Zo neen, waarom niet?
Worden die omzendbrief en clatzelfde arrest eveneens toegepast in de Nederlandse sector? Zo neen, waarom niet?
Aangezien de omzendbrief van 2 september 1977 definitief in
werking moet treclen in september 1981 client dan geen nieuwe
omzendbrief te worden toegezonden aan de inrichtende schoolbesturen waarin terzake de noclige klaarheid wordt gebracht?
Cumuls.
Le 2 septembre 1977, le Ministre de l'Education nationale (F)
lançait une circulaire ayant pour objet l'application de l'article
77 de la loi du 24 décembre 1976 rel~tje, aux propositions budgétaires 197 6-1977, limitation des&, cii~uls exercés clans l'enseignement et portant des instructiorisi "l'adresse de l'enseignement organisé et subventionné par l'Etat, à l'exception de l'enseignement universitaire et de l'enseignement dépendant des
services de la Culture.
Le 27 novembre 1979, la VI" Chambre du Conseil d'Etat,
section administrative, prononçait l'annulatio~.es. points I et 2
de ladite circulaire dans un arrêt portant le n° • . 940.
L'honorable Ministre peut-il me dire si cet ' '' êt est aujourd'hui considéré comme référence et fait jurispr\tdence en la
matière?
\
A-t-il été porté à la connaissance des autorités provinciales et
communales? Dans la négative, pourquoi?
La même circulaire et le même arrêt sont-ils d'application
dans le secteur néerlandais? Dans la négative, pourquoi?
Une circulaire nouvelle adressée aux pouvoirs organisateurs
subordonnés ne devrait-elle pas faire le point sur cette question
au moment où celle du 2 septembre 1977 doit entrer dans sa
phase définitive (septembre 1981)?
Vraag nr. 115 van de heer Valkeniers d.d. 19 fehruari 1981
(N.):
Question n° 115 de M. Valkeniers du 19 février 1981 (N.) :
Vakbondspremie.
Prime syndicale.
Graag had ik afzonderlijk voor ieclere administratie die onder
uw bevoegdheid staat de volgende inlichtingen bekomen inzake
·de synclikale premie. Dit zowel betreffende het jaar 1977 als
1978:
1. aantal betrokken personeelsleden :
a) in dienst,
b) op rust;
2. aantal afgeleverde formulieren;
3. aantal uitbetaalde formulieren per rechthebbende organisatie;
4. overgedragen sommen per rechthebbende organisatie :
a) als uitbetaling aan hun leden,
b) als administratiekosten;
5. werden voor al deze sommen de uitbetaalde formulieren.
terug aan de administratie afgeleverd ter staving van het aantal
werkelijke uitbetalingen? Zoniet, waarom niet?
Je vous saurais gré de me fournir, pour chaque-administration
ressortissant à votre compétence, les données suivantes en ce qui
concerne la prime syndicale, et ce pour les années 1977 et 1978 :
1. nombre de bénéficiaires :
a) en activité de service,
b) mis à la retraite;
2. nombre de formulaires délivrés;
3. nombre de formulaires ayant donné lieu à paiement, par
organisation ayant droit;
4. les sommes versées à chaque organisation ayant droit :
a) à titre de paiement à leurs membres,
b) à titre de frais administratifs;
, 5. les formulaires ayant donné lieu à paiement ont-ils été remis pour toutes ces sommes en vue de justifier le nombre de
paiements réellement effectués? Dans la négative, pourquoi
pas?
•
2232
1
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
Minister van Landhouw
Ministre. de l' Agriculture
Vraag nr. 26 van de heer Vansteenkiste d.d. 10 december
1980 (N.):
Question n° 26 de M. Vansteenk.iste du 10 décembre 1980
(N.):
Personeel der ministeries. ten.
Personnel des ministères. - Indemnités pour frais de séjour.
Vergoedingen wegens verblijfkos-
En vertu de l'arrêté royal du 24 décembre 1964, les membres
du personnel des ministères astreints à se déplacer dans
l'exercice de leurs fonctions ont droit au remboursement de
leurs frais de séjour. L'arrêté royal prévoit un tableau suivant
les grades des différentes ~atégories.
Monsieur le Ministre pourrait-il me faire savoir, pour .les
années 1978, 1979 et pour la première moitié de .1980 :
De leden van het personeel der ministéries die dienstreizen
moeten maken,- hebben volgens het koninklijk besluit van 24 december 1964 recht op een terugbetaling van hun verblijfkosten.
Het koninklijk besluit voorziet een tabel volgens graden ingt>deeld in de rangen.
Graag vemam ik van de heer Minister voor de jaren 1978.
1979 en de eerste helft van 1980 :
1. quels sont les montants accordés à l'heure actuelle pour
1. welke bedragen worden nu toegekend voor verblijfkoste11
frais de séjour à l'intérieur du pays et à l'étranger;
in binnen- en buitenland;
2. quelles sommes ont été payées pour ces années, réparties
2. welke bedragen werden voor deze jaren - per graad ingedeeld - uitbetaald, respectievelijk voor binnenlandse en bui- par grade, respectivement pour les déplacements à l'intérieur du
pays et à l'étranger;
tenlandse dienstreizen; .
3. si, au cours de ces années, des indemnités pour frais de
3. werd in deze jaren een verblijfsvergoeding geweigerd na
, séjour ont été refusées à la suite de la constatation d'un abus;
vaststelling van misbruik;
4. quelles sommes ont été payées éventuellement aux délé4. welke bedragen werden eventueel uitbetaald aan afgevaardigden van de erkende vakorganisaties en/of aan buitenstaan- µués des organisations syndicales agréées et/ou aux personnes
étrangères à l'administration qui bénéficient d'indemnités pour
ders die voor vergoedingen wegens verblijfkosten in aanmerkinµ
komen (art. 2 van het koninklijk besluit van 24 december frais de séjour (art. 2 de l'arrêté royal du 24 décembr~ 1964)?
1964)?
Antwoord : Het antwoord op deze vraag is rechtstreeks aan
het geacht Lid doorgezonden.
Daar sommige tabellen bijzonder lang zijn, zullen zij niet in
het bulletin worden opgenomen; zij liggen echter bij de Griffa,
van de Kamer ter inzage.
Réponse : La réponse à cette question a été transmise
directement à l'honorable Membre.
Etant donné l'étendue de certains tablaux, ceux-ci ne seront
pas reproduits au bulletin, mais peuvent êtte consultés au Gi:effe
de la Chambre.
Vraag nr. 57 van de heer Van Renterghem d.d. 27 februari
1981 (N.):
Question n° 57 de M. Van Renterghem du 27 février 1981
(N.):
Fruit.-- Kwaliteitslabel « Belinco ».
: Fruits. - Label de qualité « Belinco ».
Naar verluidt zal voortaan het Belgisch fruit een kwaliteitslaIl semblerait que les fruits belges portent à présent un label de ',;
, bel « Belinco » dragen. De vereniging Centrapool V.Z.W. zal "i°qualtité « Belinco ». La société Centrapool, une A.S.B.L., veil- ,·
naar blijkt waken over de toepassing van de opgelegde normen ! lera, parait-il, au respect des normes imposées pour les fruits de
voor het klasse I fruit.
la catégorie 1.
Tevens zou zijn bepaald dat het fruit, alvorens te worden - En outre, il aurait été stipulé que les fruits doivent passer par,
geveild, via een erkende cooperatie moet worden aangevoerd.
une coopérative agréée avant d'être mis en vente à la criée.
l'i:
Graag had ik in dit verband van de achtbare heer Minister
J'aimerais à ce propos que le Ministre précise :
vemomen:
1. voor welke fruitsoorten de kwaliteitslabel « Belinco »
1. pour quels fruits le label de qualité « Belinco » est délivré;
wordt afgeleverd;
2. la composition de l'A.S.B.L. « Centrapool »;
2. hoe de V.Z.W. « Centrapool » is samengesteld;
3. waarom de producenten, die hun fruit aan een kwaliteits3. le motif pour lequel les producteurs qui désirent soumettre 1,1.
controle willen onderworpen zien, die verplicht moeten aanleve- leurs fruits à un contrôle de qualité se voient obligés de .lesi':
ren bij een erkende cooperatie, die het dan verder naar de' confier à une coopérative agréée qui les achemine ensuite vers 1~
•
veiling aanvoert.
• criée.
•:
1
1
1
1
1
1
Antwoord : 1k wens het geacht Lid er op te wijzen dat de
oprichting van de V.Z.W. Centrapool een private aangelegenheid is. Het initiatief is uitgegaan van twee erkende groeperingen namelijk de Belgisclie Fruittelersorganisatie (B.F.O.) en de
Vakgroep Fruit, aangesloten bij de Belgische Boerenbond.
De maatschappelijke zetel is gevestigd te Sint-Truiden, Grote
Markt 36-37.
Réponse : Je tiens à signaler à l'honorable Membre que lo
création de l' A.S.B.L. Centrapool émane d'une initiative privée
Deux associations notamment l'Organisation fruitière belge
(O.F.B.) et le « Vakgroep Fruits» affilié au Boerenbond belg~
sont à l'origine de cette initiative.
•
Son siège social est fixé à Saint-Trond, Grote Markt 36-37. ','
1
•
17 maart 1981 -
17 mars 1981
(23)
2233
Het fruit dat de benaming « Belinco » mag dragen moet
minstens voldoen aan de eisen van de gemeenschappelijke kwaliteitsnorm categorie 1. Daarenboven zijn nog enkele bijkomende
criteria gesteld.
Ook is voorzien dat de verkoop van het Belinco-fruit voorlopig
uitsluitend via erkende cooperaties client te geschieden.
Les fruits, commercialisés sous la marque « Belinco » doivent
satisfaire au moins aux critères prévus pour la catégorie I des
normes communes •de qualité. En plus des critères complémentaires sont fixés.
Entre autres il est prévu que les fruits Belinco, à titre
provisoire, ne peuvent être commercialisés que via les coopératives reconnues.
Vraag nr. 58 van de heer Louis Michel d.d. 27 februari 1981
(Fr.) :
Question 0° 58 de M. Louis Michel du 27 février 1981 (Fr.) :
Oproep tot kandidaten voor de betrekking van veeteeltconsulent
voor Brabant.
Appel aux candidats pour les emplois de conseiller en zootechnie pour le Brabant.
In het Belgisch Staatsblad van 29 januari 1981 verscheen op
blz. 972 een oproep tot de kandidaten voor twee vacante
betrekkingen van veeteeltconsulent, één van de Nederlandse en
één van de Franse taalgroep. Een van de voorwaarden met
betrekking tot die twee betrekkingen is te slagen voor het taalexamen in de tweede taal.
Dit betekent dat de veeteeltconsulent voor Waals-Brabant
noodzakelijk tweetalig moet zijn.
Acht de Minister, gelet op de erkenning van Waals-Brabant
als een eentalig Frans gebied in de Grondwet, het rechtmatig,
wettig, en nuttig die voorwaarde te behouden, die kennelijk de
Waalse kandidaten zowel als de Waalse landbouwers benadeelt,
die niet zouden begrijpen dat een Nederlandstalige consulent
zou worden aangewezen om hen in die dienst te helpen?
Le Moniteur belge du 29 janvier 1981, p. 972, annonce un
appel aux candidatures pour deux emplois vacants de conseiller
en zootechnie, un du rôle linguistique néerlandophone, l'autre
du rôle linguistique francophone. Une des conditions pour ces
deux emplois est de satisfaire à l'examen de capacité linguistique pour la seconde langue.
Cela signifie que le conseiller en zootechnie pour le Brabant
wallon devra nécessairement être bilingue.
Considérant que la Constitution reconnaît le caractère unilingue francophone du Brabant wallon, Monsieur le Ministre
trouve-t-il légal, légitime et utile de maintenir cette condition,
qui lèsera manifestement les candidats wallons de même que les
agriculteurs wallons, qui ne comprendraient pas qu'un conseiller néerlandophone soit désigné pour les aider dans ce service?
Antwoord : Het huidig kader van de buitendienst van de
Veeteeltdienst voorziet 2 betrekkingen van rijksveeteeltconsulent (één voor de rundveesector en één voor de sector paardenvarkens) waarvan de omschrijving samenvalt met het provinciaal grondgebied van Brabant.
Deze omschrijving omvat dus gemeenten die tot drie taalgebieden behoren, namelijk de gemeenten uit Brussel-hoofdstad
en deze behorend tot het Nederlandse en het Franse taalgebied,
waardoor ze volgens artikel 35, § 1 van het koninklijk besluit
van 18 juli 1966 houdende coordinatie van de wetten op het
gebruik van de talen in bestuurszaken onder dezelfde taalregeling valt ais de plaatselijke diensten die in Brussel-hoofdstad
gevestigd zijn en die volgens §§ 4 en 5 van artikel 21 van
hetzelfde koninklijk besluit uitdrukkelijk voorschrijft :
§ 4. Wordt afhankelijk van het slagen voor een schriftelijk
examen over de voldoende kennis van de tweede taal iedere
benoeming of bevordering tot een ambt waarvan de titularis,
tegenover de overheid waaronder hij ressorteert verantwoordelijk is voor het behoud van de eenheid in de rechtspraak of in het
beheer van de dienst waarvan de hoge leiding hem is toevertrouwd.
§ 5. Onverminderd voorgaande bepalingen kan niemand
benoemd of bevorderd worden tot een ambt of betrekking
waarvan de titularis omgang heeft tot het publiek indien hij er
niet mondeling van laat blijken door een aanvullend examengedeelte of door een bijzonder examen, dat hij een aan de aard van
de waar te nemen funktie aangepaste voldoende of elementaire
kennis bezit van de tweede taal.
Dit vormt dan ook de wettelijke basis en rechtvaardiging van
de geschreven en de voldoende kennis van de gesproken tweede
taal, zoals vermeld werd in het Belgisch Staatsblad van 29
januari 1981 in verband met de recrutering van 2 veeteeltconsulenten voor de provincie Brabant.
Réponse : Le cadre actuel du service extérieur du Service de
rElevage prévoit 2 fonctions de conseiller de zootechnie ( 1 pour
le secteur bovin et 1 pour le secteur chevaux-porcs) dont la circonscription comprend tout le territoire provincial du Brabant.
Om het taalevenwicht in deze provincie te eerbiedigen werd
dan ook een plaats voorzien voor diegenen die tot de Vlaamse
taalrol behoren en een plaats voor diegenen die tot de Franse
taalrol behoren.
Cette -ajrconscription s'étend aux communes appartenant aux
trois régions linguistiques, notamment les communes de
Bruxelles-capitale, les communes de la région de langue française et les communes de la région de langue néerlandaise, de sorte
que selon l'article 35, § 1er de l'arrêté royal du 18 juillet 1966
relatif aux lois sur l'emploi des langues en matière administrative, ce service est soumis au même régime linguistique que les
services locaux établis dans Bruxelles-capitale, lequel stipule
expressément aux§§ 4 et 5 de l'article 21 du même arrêté royal:
§ 4. Est subordonnée à la réussite d'un examen écrit portant
sur la connaissance suffisante de la seconde langue, toute
nomination ou promotion à une fonction qui rend son titulaire
responsable vis-à-vis de l'autorité dont il relève, du maintien de
l'unité de jurisprudence ou de gestion dans le service dont la
haute direction lui est confiée.
§ 5. Sans préjudice des dispositions qui précèdent, nul ne peut
être nommé ou promu à un emploi ou à une fonction mettant son
titulaire en contact avec le public, s'il ne justifie oralement, par
une épreuve complémentaire ou un examen spécial qu'il possède
de la seconde langue une connaissance suffisante ou élémentaire, appropriée à la nature de la fonction à exercer.
Cela constitue donc la base légale et la justification de la
l'onnaissance élémentaire de la seconde langue écrite et la
l'onnaissance suffisante de la seconde langue parlée évoquées
dans l'avis relatif au recrutement de 2 conseillers de zootechnie
pour la province de Brabant paru dans le Moniteur belge du
:29 janvier 1981.
Pour respecter l'équilibre linguistique dans cette province,
une place est prévue pour ceux appartenant au rôle linguistique
néerlandais et une pour ceux appartenant au rôle linguistique
français.
2234
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
Vraag nr. 59 van de heer Valkeniers d.d. 27 februari 1981
(N.):
Question n° 59 de M. Valkeniers du 27 février 1981 (N.):
lnternationaal vervoer van dieren.
Transport international d'animaux.
Volgens de heer Macchia, lnternationaal inspecteur-generaal
van de Internationale Liga ter bescherming van het paard.
gebeurt het vervoer per spoor, per camion of per boot va11
ingevoerde paarden meestal in zeer betreurenswaardige omstandigheden die in tegenspraak zijn met de richtlijnen van de
Europese Conventie van de Raad van Europa en met deze van dt>
Europese Gemeenschap voor internationaal vervoer van dieren.
Zijn deze beweringen juist?
Welke maatregelen overweegt U om aan deze betreurenswaardige omstandigheden een einde te stellen?
Selon Monsieur Macchia, Inspecteur général, avec compétence
internationale, de la Ligue internationale de la protection du
cheval, le transport des chevaux importés par chemin de fer, par
route ou par eau s'effectue le plus souvent dans des conditions
particulièrement déplorables et ce, en contradiction avec les
directions de la Convention européenne du Conseil de l'Europe
et avec celles de la Communauté européenne pour le transport
international des animaux.
Ces affirmations sont-elles exactes?
Quelles mesures envisagez-vous de prendre dans le but de
mettre fin à ces pratiques regrettables?
Antwoord : De controle op de naleving van de Richtlijn van
de Raad van 18 juli 1977 inzake de bescherming van dieren
tijdens internationaal vervoer wordr bij koninklijk besluit van
5 oktober 1979 houdende maatregelen ter bescherming van
dieren tijdens het internationaal vervoer ((Belgische Staatblaa
van 21 november 1979) opgedragen aan de Dienst voor diergeneeskundige inspectie van het Ministerie van Landbouw.
ln de praktijk komt het erop neer dat de dierenartsen belast
met het toezicht aan de grenzen en de inspecteurs-dierenartsen
van de omschrijvingen ter gelegenheid van de invoer der dieren
nagaan of de bepalingen van genoemde Richtlijn (en van de
Europese Overeenkomst van 13 december 1968) worden nageleefd.
Naar aanleiding van verscheidene in 1980 geuite klachten.
werd een diepgaand onderzoek ingesteld op de invoer en de
doorvoer van slachtpaarden afkomstig nit Polen, waarbij geen
overtredingen werden vastgesteld.
Aangaande het naleven van genoemde Richtlijn bij vervoer
van paarden tussen andere Lid-stafon, ben ik niet bevoegd om
na te gaan of dit verkeer geschiedt overeenkomstig de voorschriften.
Réponse : En vertu de l'arrêté royal du 5 octobre 1979
portant des mesures de protection des animaux en transport
international (Moniteur belge du 25 novembre 1979), le contrôle du respect de la directive du Conseil du 18 juillet 1977
concernant la protection des animaux en transport international
a été confié au Service de l'inspection vétérinaire du Ministère
de l' Agriculture.
En pratique, cela implique que lés vétérinaires désignés pour
la surveillanèe aux frontières et les inspecteurs vétérinaires des
circonscriptions sont chargés à l'occasion de l'importation des
animaux, de contrôler le respect des dispositions de la directive
précitée (et de la Convention européenne du 18 décembre
1968).
A la suite de plusieurs plaintes déposées en 1980, une enquête
approfondie fut menée au sujet de l'importation et du transit de
chevaux d'abattage provenant de Pologne, enquête au cours de
laquelle aucune infraction ne fut constatée.
En ce qui conerne le respect de la dir·ective susmentionnée lors
du transport des chevaux entre les autres Etats-membres, il
n'entre pas dans mes attributions de surveiller si ce trafic a lieu
conformément aux prescriptions.
Minister van Sociale Voorzorg
en Volksgezondheid
Ministre de la Prévoyance sociale
et de la Santé publique
Ministerie van Sociale Voorzorg
Ministère de la Prévoyance sociale
Vraag nr. 179 van de heer Kempinaire d.d. 19 februari
1981 (N.) :
Question n° 179 de M. Kempinaire du 19 février 1981 (N.) :
Minder-validen. -
Handicapés. -
Centralisatie van de diensten.
De dossiers van de minder-validen ressorteren onder diverse
diensten. Bij wijze van voorbeeld citeer ik :
- Tegemoetkoming voor minder-validen, Zwarte Lieve
Vrouwstraat 3C te Brussel;
- Ministerie van Volksgezondheid, Dienst medico-sociale
werken, E. Jacqmainlaan 162 te Brussel;
- Rijksfonds voor sociale reclassering minder-valiclen.
Meiboomstraat 14 te Brussel;
- Fonds voor Beroepsziekten, Sterrekundelaan I te Brussel;
Ministerie van Nationale Opvoeding en Nederlandse Cultuur, Dien!?t Buitengewoon Onderwijs, Arcadegebouw tE
Brussel.
Sommige dossiers moeten een_,ganse lijdensweg afleggen dom
allerlei diensten en departeme_?-ten.
1
li:
Centralisation des services.
Les dossiers relatifs aux handicapés relèvent de différents
services, notamment:
- Allocations pour handicapés, rue de la Vierge Noire 3C,
Bruxelles;
- Ministère de la Santé publique, Service Œuvres médico-·
. sociales, bd. E. Jacqmain 162, Bruxelles;
• ~
Fonds national de reclassement social des handicapés, rue111'
du Meiboom 14, Bruxelles;
1
1
1
-
Fonds des maladies professionnelles, av. de !'Astronomie 1,1
Bruxelles;
.i
- Ministère de l'Educatim;i.. nationale et de la Culture néerlani
daise, service Enseignement spécial. Cité administrative del
l'Etat, Bruxelles.
Certains dossiers doivent parcourir un long chemin et transiM;
ter par divers services et départements.
1,1,
1
11
17 maart 1981 -
17 mars 1981
(23)
2235
Zou het niet mogelijk zijn dat al deze diensten ten hehoevt:
van de minder-validen zouden gecentraliseerd worden in éé11
bestuur?
•
Ne serait-il pas possible de centraliser tous ces services ayant
trait aux handicapés?
Antwoord : Ik wil het geacht Lid er vooraf op wijzen dat het
feit dat verscheidene departementen en openbare instellingen
uitkeringen, toelagen en vrijstellingen toekennen aan de minder-validen het bewijs is van de belangstelling welke in de loop
van de laatste decennia hestaat voor deze bevolkingsgroep. Dit
is een vaststelling die mijns inziens positief moet heoordeeld en
gewaardeerd worden.
Dat wil niet zeggen <lat er niet blijvend moet gestreefd worden
naar een grotere coordinatie tussen deze diensten, naar een
vlottere toegang tot de toegekende voordelen en een versoepeling van de hestaande procedures.
De dienst tegemoetkomingen aan minder-validen van het
Ministerie van Sociale Voorzorg zal hinnenkort, samen met de
heslissing over het al dan niet toekennen van een tegemoetkoming, aan de aanvrager een aantal getuigschriften bezorgen
waarin het percentage van de arheidsongeschiktheid wordt
vermeld. Deze getuigschriften zullen kunnen gehruikt worden
om hij een aantal andere diensten de aanspraken op voordelen
en vrijstellingen te hewijzen. Het gaat inzonderheid om getuig1l
schrifteri voor het hekomen van het sociaal telefoontarief, voor
de radio- en televisietaksen, voor de reglementering op de
inkomstenhelasting en de sociale huisvesting.
Dit initiatief biedt de volgende voordelen :
de minder-valide is niet meer verplicht telkens een getuigschrift aan te vragen;
hij wordt tevens geïnformeerd over het bestaan van deze
voordelen.
•
Ik ben de mening toegedaan <lat élit een goede stap is in de
richting van een oplossing die tegemoetkomt aan de bezorgdheid
van het geacht Lid.
Centralisatie van alle diensten in één nationaal bestuur lijkt
mij in de huidige stand van zaken niet mogelijk omdat het
gehandicaptenbeleid grotendeels hehoort tot de bezorgdheid
van de gemeenschappen.
Réponse : Au préalable, je voudrais signaler à l'honorable
\1embre que le fait que plusieurs départements et organismes
publics octroient des indemnités, des allocations et des
,·xemptions aux handicapés prouve l'intérêt porté à ce groupe de
la population au cours de la dernière décennie. C'est une
,·onstatation qui, à mon avis, mérite d'être jugée et appréciée
11ositivement.
Ceci ne veut pas dire qu'il ne faut pas tendre continuellement
it une plus grande coordination entre ces services, à un accès
plus facile aux avantages octroyés et à un assouplissement des
procédures existantes.
Sous peu, le service des allocations aux handicapés du
\linistère de la Prévoyance sociale fera parvenir au demandeur,
rn même temps que la notification de la décision concernant
l'octroi ou non d'une allocation, une série de certificats mention11ant le pourcentage d'incapacité de travail. Ces certificats
pourront servir de preuve à l'appui de demandes d'avantages et
d" exemptions auprès d'autres services. Il s'agit notamment de
l'rrtificats pour l'obtention du tarif téléphonique social, pour les.
redevances radio et télévision, pour la réglementation en matière
d'impôts sur les revenus et de logement social.
Cette initiative présente les avantages suivants :
!'handicapé n'est plus obligé de demander à chaque fois un
certificat;
il est en même temps informé de l'existence de ces avantages.
Je suis d'avi; que- ;oilà un bon pas dans la direction d'une
solution répondant à la préoccupation de l'h?norable membre.
La centralisation de tous les services en une administration
nationale ne me semble pas possible dans les circonstances
actuelles parce que la politique des handicapés relève en grande
partie de la compétence des communautés.
Vraag waarop niet werd geantwoord ..
binnen de door het Reglement bepaalde termyn.
(Art. 71 van het Reglement van de Kamer.)
Question à laquelle il n'a pas été répondu
dans le délai fixé par le Règlement.
(Art. 71 du Règlement de la Chambre.)
Vraag nr. 175 an de heer Maistriaux d.d. 19 februari 1981
Question n° 175 de M. Maistriaux du 19 février 1981 (Fr.) :
(Fr.) :
Gewaarborgd minimuminkomen van bejaarden.
Revenu minimum garanti aux personnes âgées.
Ten gevolge van de optrekking van het bedrag van het
gewaarhorgd minimuminkomen van hejaarden, ingevoerd door
de wet van 1 april 1969, tot aan een peil dat hoger ligt dan de
pensioenen voor loontrekkenden en zelfstandigen, dit met
terugwerkende kracht vanaf 1 januari 1980, heeft de Regering
ongetwijfeld een overvloed aan aanvragen tot het bekomen van
dat minimuminkomen uitgelokt.
Graag vemam ik van de Minister :
1. hoeveel nieuwe aanvragen v66r 1 januari 1981 werden
ingediend;
2. hoeveel van die nieuwe aanvragen werden ingediend door
zelfstandigen die v66r 1 januari 1981 met rust zijn gegaan;
•
Suite à la hausse du montant du revenu minimum garanti aux
personnes âgées, instaurée par la loi du 1er avril 1969, jusqu'à un
niveau plus élevé que les taux des pensions pour travailleurs
indépendants et ceci avec effet rétroactif au 1er janvier 1980 le
Gouvernement a certes provoqué une pléthore de demandes
nouvelles en vue de l'obtention dudit revenu minimum.
3. of het begrotingskrediet uitgetrokken voor de jaren 19801981 zal toereikend zijn om aan al die aanvragen een gunstig
gevolg te geven?
Monsieur le Ministre pourrait-il me dire :
1. combien de demandes nouvelles ont été introduites avant
le 1er janvier 1981;
2. parmi ces demandes nouvelles, quel est le nombre émanant
de travailleurs indépendants, pensionnés avant le 1er janvier
1980;
3. le crédit budgétaire prévu pour les années 1980-1981
3era-t-il suffisant pour répondre à ces demandes?
2236
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
Ministerie van Volksgezondheid
Ministère de la Santé publique
Vraag nr. 141 van de heer Van Gompel d.d. 3 februari 1981
(Fr.) :
Question n° 141 de M. Van Gompel du 3 février 1981 (Fr.) :
Glasophaling. - Kringloopglas.
Ramassage du verre. - Recyclage.
Een voorstel van richtlijn van de E.E.G. inzake verpakkinµ
voor drank wordt besproken in een Commissie waarin uw
d_~partement en dat van Economische Zaken vertegenwoordigcl
Une proposition de directive de la C.E.E. en matière d'emballages pour boissons est discutée au niveau d'une Commission où
votre département et celui des Affairés économiques sont
représentés.
Etant donné les circonstances économiques qui pourraient
résulter de telles dispositions, pourriez-vous me dire :
1. si votre délégué est mandaté pour poser le problème dans
sont entièreté, c'est-à-dire, en tenant compte des problèmes de
ramassage sélectif du verre et des possibilités de recyclage de
celui-ci;
2. quelles sont les mesures prises par votre département de la
Sauté publique en vue de la promotion du ramassage sélectif
(verre) et de l'organisation de son recyclage?
ZIJn,
Kan U gelet op de economische gevolgen die uit soortgelijkP
voorschriften kunnen voortvloeien, mij zeggen :
1. of uw afgevaardigde mandaat heeft om het probleem i11
zijn geheel te stellen, <lat wil zeggen, met inachtneming van d,·
problemen van de selectieve inzameling van glas en de mogelijkheden van het kringloopglas;
2. welke maatregelen door uw departement van Volksgezondheid zijn genomen om het selectief ophalen (glas) en d,,
organisatie van de kringloop te bevorderen?
Antwoord: Het voorstel van richtlijn inzake verpakking voor
dranken werd besproken in het Comité voor het beheer der
afvalstoffen van de E.E.G.
Dit comité heeft ingestemd met een tekst van vereenvoudigd
voorstel <lat voor goedkeuring zal worden voorgelegd aan de
commissie en nadien aan de Raad der E uropese Gemeen schappen.
.
1. Ais antwoord op zijn eerste vraag kan ik het geacht Lid
laten weten dat de Belgische afgevaardigden die aan de werkzaamheden van het Comité voor het Beheer der afvalstoffe11
hebben deelgenomen steeds opgetreden zijn ais zelfstandigP
deskundigen.
ln het volgende stadium van de procedure, namelijk op het
vlak van de Commissie en de Raad, zullen de regeringen van d,,
Lid-staten officieel dienen uitspraak te doen over de inhoud van
dat voorstel van richtlijn.
Vanzelfsprekend zal het probleem dan in zijn geheel worde11
onderzocht en zal het Belgische standpunt slechts worden brpaald na concertatie in de lnterministeriële Commissie voor het
Wetenschapsbeleid waar al de bevoegde Belgische besturen hu11
standpunt zullen kunnen uiteenzetten.
2. Het ophalen van het huisvuil behoort niet tot de bevoegdheid van het departement Volksgezondheid en van het Gezin. Er
is geen enkele juridische basis welke die diensten toelaat terzaktfinancieel tussen te komen. Door aile nodige technische en wrtenschappelijke hulp te verlenen steunen zij evenwel de gemeentelijke of de intercommunale initiatieven in verband met het
inrichten van selektieve ophalingen.
Wat de programmatie van de behandelingsinstallatie van
huisvuil en, onder andere, van de recyclage-in:stallaties betreft.
deze behoort tot de bevoeqdheid van de bovengenoemde diensten
Ik wil echter het geacht Lid er op wijzen dat de ophaling en de
behandeling van afvalstoffen behoren tot de gewestelijke materies. Ik raad hem dan ook aan in verband met deze materie
eveneens de bevoegde Collega's van de Gewesten te ondervragen.
Réponse : La proposition de directive en matière d'emballages pour boissons. a été discutée au sein du Comité de gestion des
déchets de la C.E.E.
Celui-ci s'est mis d'accord sur un texte de proposition
simplifiée qui sera soumis à l'appréciation de la Commission
puis du Conseil des Communautés européennes.
1. En réponse à sa première question, je puis faire savoir à
l'honorable Membre que les délégués belges qui ont participé
aux travaux du Comité de gestion des déchets l'ont toujours fait
à titre d'expert.
C'est dans le stade suivant de la procédure : à savoir au
niveau de la Commission et du Conseil que les gouvernements
des Pays-membres seront appelés à se prononcer officiellement
sur le contenu de cette proposition de directive.
Il va de soi qu'alors le problème sera examiné dans son
ensemble et que la position belge ne sera définie qu'après
concertation au sein de la Commission interministérielle de la
Politique scientifique (C.I.P.S.) où toutes les autorités belges
concernées pourront s'exprimer.
2. Le ramassage des déchets ménagers n'est pas du ressort
des services du département de la Santé publique et de la
Famille. Il n'existe aucune base juridique permettant à ces
services d'intervenir financièrement dans cette matière. Toutefois, ils soutiennent les initatives communales ou intercommÙnales visant à organiser des collectes sélectives, par exemple en
fournissant une aide technique et scientifique.
Par contre, la programmation des installations de traitement
de déchets ménagers et notamment d'installations de recyclage
est du ressort des services mentionnés plus haut.
1
!1
l'i'
Je dois cependant signaler à l'honorable Membre que la
collecte et le traitement des déchets sont des matières régionalisées. Je lui conseille, dès lors, d'interroger mes Collègues des 1,i:
Régions, compétents en cette matière.
,
111
1
Vraag nr. 163 van de heer Buchmann d.d. 18 februari 1981
(N.) :
Question n° 163 de M. Buchmann du 18 février 1981 (N.):
Ministeriële diensten. - Koffiebedeling.
Z-ie vraag nr. 149 aan de Yice-Eerste Minister en Minister van
Economische Zaken, blz. 2200
Services ministériels. - Distribution de café.
:1
• Voir question n° 149 au Vice-Premier Ministre et Ministre des :/
Affaires économiques, p. 2220.
11
1
1
17 maart 1981 -· 17 mars 1981
Antwoord : Ik heb de eer het geacht Lid mede te delen dat de
koffiebedeling door de sociale dienst van het departement wordt
verzekerd, deze dienst bestaat onder de vorm van een V.Z.W.
De gegevens in mijn bezit zijn de volgende :
1. 19 personen zijn aangesteld bij deze dienst;
2. 4.258 kg koffie en 100.351 zakjes thee werden uitgedeeld
in 1980;
3. werkingskosten in 1980 :
a) personeel : 7.385.638 fr.;
b) het materieel is afgeschreven;
c} koffie: 979.340 fr.;
thee : 68.489 fr.
Voort wat betreft de parastatale instellingen die onder mijn
bevoegdheid vallen, _ zal aan het geacht Lid een antwoord
worden verschaft zodra ik in het bezit ben van de gevraagde
elementen.
(23)
2237
Réponse : J'ai l'honneur de comm~niquer à l'honorable
Membre que la distribution de café est assurée par le service
social du département, lequel existe sous la forme d'une
A.S.B.L.
Les données suivantes en ma possession sont les suivantes :
1. 19 personnes sont affectées à ce service;
2. 4.258 kg de café et 100.351 sachets de thé ont été
distribués en 1980;
3. dépenses de fonctionnement en 1980 :
a) personnel : 7.385.638 F;
b) le matériel est amorti;
c) café : 979.340 F;
thé : 68.489 F.
En ce qui concerne les parastataux sous ma tutelle, il sera
répondu à l'honorable Membre dès que je serai en possession des
éléments demandés.
Vraag nr. 164 van de heer Vansteenkiste d.d. 18 fehruari
1981 (N.) :
Question n° 164 de M. Vansteenkiste du 18 février 1981
(N.):
O. C.M. W. -
C.P.R.S. - Ajournement d'une réunion en cas de grève.
Vergadering afgelast in geval van staking.
ln hoeverre is het plotseling afgelasten van de vergadering van
een regelmatig bijeengeroepen bijzonder comitee van het
O.C.M.W. door de voorzitter ervan, om reden van stakingsaanzegging(en) conform met de wetgeving ter zake?
Welke procedure client aangewend om verhaal uit te oefenen?
Door wie? Bij welke instantie?
Wat bijvoorbeeld met de afhandeling van ernstige en dringende afhandeling van sociale dossiers?
Dans quelle mesure la législation en vigueur permet-elle au
président d'un C.P.A.S. d'ajourner, en raison d'un ou de
plusieurs préavis de grève, la réunion d'un comité spécial
régulièrement convoqué?
Au moyen de quelle procédure peut-on exercer un recours?
Qui peut le faire? Auprès de quelle autorité?
Quel est, dans ce cas, le sort qui doit être réservé aux dossiers
sociaux importants et urgents?
Antwoord : Ik heb de eer het geacht Lid te verwijzen naar de
hepalingen van de artikelen 28 en 30 tot en met 35 van de
organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra
voor maatschappelijk welzijn, die onder meer op de vergaderingen van de bijzondere comités van toepassing zijn.
Het recht dat luidens artikel 28, 3e lid aan de voorzitter is
verleend om de vergaderingen van de bijzondere comités bijeen
te roepen houdt ook de mogelijkheid in deze vergaderingen niet
bijeen te roepen en zelfs af te gelasten.
Tegen deze beslissingen kan alleen worden opgetreden indien
de voorzitter hierdoor blijk geeft van zware nalatigheid of
algemeen bekend wangedrag, in welk geval de bepalingen van
artikel 22 van de reeds vernoemde wet van toepassing zijn.
Op grond van artikel 27 van dezelfde wet heeft de raad voor
maats·chappelijk welzijn ook de mogelijkheid de bevoegdheden
die aan het hijzonder comi_té werden overgedragen te herroepen.
De bijeenroeping van de raad kan, zo nodig, gebeuren op
aanvraag van de burgemeester of van een derde der zitting
hebbende leden, in de voorwaarden zoals bepaald in artikel 29
van de wet.
Tenslotte kan hier nog worden aan toegevoegd dat overeenkomstig de bepalingen van artikel 28 van de organieke wet de
voorzitter, in dringende gevallen en binnen de perken bepaald
door het huishoudelijk reglement van de raad voor maatschappelijk welzijn, zelf tot hulpverlening kan beslissen, mits zijn
beslissing aan de raad te onderwerpen op de eertsvolgende
vergadering met het oog op haar bekrachtiging.
Réponse : J'ai l'honneur de renvoyer l'honorable Membre
, aux dispositions des articles 28 et 30 à 35 inclusivement de la loi
du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'aide sociale,
qui sont applicables notamment aux réunions des comités
spéciaux.
Le droit de convoquer les réunions des comités spéciaux
accordé au président par l'article 28, 3me alinéa implique aussi la
possibilité de ne pas convoquer ces réunions et même de les
annuler.
Ces décisions ne peuvent être contestées que si le président
fait preuve par là de négligence grave ou d'inconduite notoire,
auquel cas les dispositions de l'article 22 de la loi précitée sont
applicables.
Sur base de l'article 27 de la même loi, le Conseil de l'aide
sociale peut retirer les attributions déléguées aux comités
spéciaux.
Au besoin, le conseil peut être convoqué à la demande du
bourgmestre ou d'un tiers des membres en fonction, dans les
conditions prévues à l'article 28 de la loi.
Enfin, nous pouvons encore ajouter que conformément aux
dispositions de l'article 28 de la loi organique, le président peut,
1•11 cas d'urgence et dans les limites fixées par le règlement
d'ordre intérieur du conseil de l'aide sociale, décider l'octroi
crune aide, à charge pour lui de soumettre sa décision au conseil
ù la plus prochaine réunion, en vue de la ratification.
284
2238
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
Vraag nr. 168 van de heer Fiévez d.d. 18 fehruari 1981
(Fr.):
Question n° 168 de M. Fiévez du 18 février 1981 (Fr.):
Kernongevallen. -
Accidents nucléaires. - Mesures envisagées.
Overwogen maatregelen.
Na het kemongeval van Three Miles Island (Harrisburg, Pa.
U.S.A.) is een rapport gepubliceerd door de artsen van de Staat
Pensylvania.
Het schijnt dat dit rapport, naast een aantal misvormingen bij
zuigelingen, misvormingen die niet aan het ongeval toegeschreven kunnen worden, een merkelijke stijging van het gebruik van
tranquilizers, drugs, enz. vermeldt.
Kan de Minister mij die inlichtingen bevestigen na zijn verblijf
in de U.S.A., en zo ja, welke maatregelen overweegt hij om te·
voorkomen dat ons land met gelijkaardige problemen te make11
krijgt?
Après l'accident nucléaire de Three Miles Island (Harrisburg,
Pa, U.S.A.) un rapport des médecins de l'Etat de Pennsylvanie a
été publié.
Il apparaît que ce rapport mentionne, outre un certain
nombre de malformations chez les bébés, malformations qui ne
peuvent être attribuées à l'accident, une augmentation notable
de l'usage de tranquillisants, de drogues, etc.
Monsieur le Ministre peut-il confirmer ces informations après
son séjour aux U.S.A. et, dans l'affirmative, quelles sont les
mesures envisagées poyr éviter que notre pays connaisse le
même type de problèmes?
Antwoord : Ik heb de eer het geacht Lid te bevestigen da t
Réponse : J'ai l'honneur de confirmer à l'honorable Membre
door geneesheeren van de Staat Pensylvania een onderzoek que des médecins de l'Etat de Pennsylvanie ont effectué une
werd uitgevoerd met het oog op het evalueren van de gevolgeu enquête en vue d'évaluer les conséquences de l'accident nucléaivoor de gezondheid van het kemongeval van Three Mile Island. re de Three Miles Island sur le plan sanitaire. Le rapport de cette
Het verslag van dit onderzoek bevestigt dat er 13 kinderen enquête confirme la naissance de 13 enfants atteints de malforgeboren •werden waarbij misvormingen van de schildklier wer- mations de la thyroïde, mais fait remarquer que ce chiffre,
den vastgesteld maar wijst er op dat dit cijfer, ofschoon het même s'il est plus élévé que celui de l'année précédente, est tout
hoger ligt dan dit van het voorgaande jaar, volkomen normaal is à fait dans la normale des chiffres constatés dans cette région au
en niet afwijkt van de andere in die streek tijdens de jongste cours des dernières années. Cela tient notamment à certaines
jaren opgetekende cijfers. Zulks zou toe te schrijven zijn aan tendances héréditaires présentes dans cette contrée. Il n'y a donè
bepaalde erfelijke factoren in die streek. Er is dus geen enkele pas lieu de considérer que l'accident est la cause de ces malforre~en om te denken dat het ongeval de oorzaak is van de misvor- mations.
mmgen.
Het verhoogd gebruik van kalmeermiddelen en drugs te11 ! L'augmentation de l'usage de tranquillisants et de drogues
gevolge van het ongeval van Three Mile Island maakte geen deel suite à l'accident de Three Miles Island ne figurait pas parmi les
uit van de onderwerpen die ik in detail heb kunnen bespreken sujets que j'ai pu discuter en détail lors de ma visite à la centrale
nucléaire de Harrisburg.
tijdens mijn bezoek aan de kemcentrale van Harrisburg.
Néanmoins, les rapports officiels, tel que celui de la CommisNochtans vermelden de officiële rapporten, zoals dat van de
presidentiële commissie (Kemeny rapport), een psychologische sion présidentielle (rapport Kemeny) signalent une tension psyspanning van korte duur bij de bevolking die in de omgevin~ chologique de courte durée parmi la population vivant dans le
van de centrale woont. Een gedeelte van deze spanning werd voisinage de la centrale. Une partie de cette tension a sans doute
été causée par la manière confuse par laquelle le public a été
ongetwijfeld veroorzaakt door de verwarde manier waarop het
publiek over het ongeval werd ingelicht. Deze verwarring vindt informé de l'accident. Cette confusion trouve son origine dans la
multiplicité de sources d'information parfois contradictoires et
zijn oorsprong in de veelheid van vaak tegenstrijdige informatiedans la nature technique de l'accident qui le rendait difficile à
bronnen en in de technische aard van het ongeval die de uitleg in
expliquer en langage courant.
gangbare termen bemoeilijkte.
L'information du public est un des points importants dont on
De informatie van het publiek is een van de belangrijke
doit tenir compte dans l'élaboration des plans de secours.
punten waarmee rekening moet gehouden worden bij het opstellen van plannen voor hulpverlening.
Vraag nr. 170 van de heer Delizée d.d. 18 fehruari 1981
(Fr.) :
Question n° 170 de M. Delizée du 18 février 1981 (Fr.) :
Medische analyses. -
Analyses médicales. -
Verspillingen.
Gaspillages.
Ik verneem dat in de laboratoria voor medische analyses heel
wat verspilling wordt vastgesteld, wat bijdraagt tot een verzwaring van de kosten van de prestaties. Bijvoorbeeld : een analyse
vereist het gebruik van twee produkten A en B, geleverd in een
vat en in dezelfde hoeveelheid door een zelfde fabrikant. Na tien
ontledingen is produkt ,A opgebruikt 1 terwiil produkt B maar
voor de helft opgebruikt is. Om een nieuwe voorraad van produkt A te bekomen, moet het laboratorium een volledig vat bestellen. Een ander voorbeeld : een produkt wordt in de vorm van
poeder gele.verd dat in water moet worden opgelost; die oplossing blijft maar 48 uren stabiel, wat opnieuw tot verspilling
leidt.
Il me revient que, dans les laboratoires d'analyses médicales,
de nombreux gaspillages sont constatés, qui contribuent d'autant à aggraver le coût des prestations. Par exemple : une analyse nécessite l'utilisation de deux produits A et B, fournis en kit
et en même quantité par un même fabriquant. Après dix analy- 11
ses, le produit A est épuisé tandis que le produit B ne l'est qu'à 1,1';
moitié. Il n'empêche que, pour se réapprovisionner en produit A,i1
le laboratoire doit commander un kit complet. Autre exemple : i
un produit est fourni sous forme de poudre à réhydrater; toutefois, la solution ainsi obtenue n'est stable que pendant 48 heu-.
res, d'où nouvelle source de gaspillage.
Welke maatregelen wil de Minister nemen om een einde tt'
maken aan die dolle consumptie waaronder de gehele gemeenschap lijdt?
Quelles mesures Monsieur le Ministre entend-il adopter pouJ1
mettre un terme à cette frénésie de consommation dont pâtitl
toute la communauté?
1
1
1
1
1
1
1
11
17 maart 1981 -
17 mars 1981
(23)
2239
Antwoord: Ik wil er de aandacht van het geacht Lid op vestigen dat de producenten van sets voor diagnose in vitro verschillende volumes samen stellen die nodig kunnen zijn voor de uitvoering van een analyse. Deze kunnen veranderen volgens de
techniek en de apparatuur die door de bioloog werden gekozen.
Gelet op het aantal firma's die verschillende sets op de markt
brengen is de bioloog in de mogelijkheid de set te kiezen die hij
het meest geschikt acht.
De reagentia in poedervorm worden in het algemeen ais droge
stof afgeleverd omdat ze in oplossing niet stabiel zijn. Het zou
een onvoorzichtigheid van de bioloog zijn dit reagens te gebruiken na de vervaldatum die door de producent wordt voorgeschreven, tenzij hij over de mogelijkheid om de deugdelijkheid
ervan te controleren beschikt. Het is evident dat de stabiliteit
van sommige stoffen in oplossing te wijten is aan hun scheikundige aard en aan de voorwaarden waarin ze worden bewaard; ze
kan bijgevolg niet door de producent gecontroleerd worden.
Réponse: Je tiens à attirer l'attention de l'honorable Membre
sur le fait que les fabricants composent des trousses de diagnostic in vitro de volumes différents, pouvant être nécessaires à
l'exécution d'une analyse. Lesdites analyses peuvent varier
selon la technique et l'appareillage choisis par le biologiste.
Compte tenu du nombre de firmes fournissant différentes trous-;ps, le biologiste peut choisir celle qui lui semble la mieux adap-
Vraag or. 172 van de heer Valkeniers d.d. 19 fehruari 1981
(N.):
()uestion 0° 172 de M. Valkeniers du 19 février 1981 (N.) :
Vakbondspremie.
Prime syndicale.
11 :r.
En général, les réactifs en poudre sont fournis sous forme
-.i•che parce qu'ils ne sont pas stables en solutiôn. Ce serait une
imprudence de la part du biologiste que d'utiliâer ce réactif audelà du délai préconisé par le fabricant à moins qu'il n'ait la
possibilité d'en contrôler la qualité. Il est évident que l'instabilité de certains produits en solution est due à leur nature chimique
et aux conditions de conservation; elle n'est pas nécessairement
contrôlable par le fabricant.
Zie vraag nr. 80 aan de Eerste Minister, blz. 2197.
Voir question n° 80 au Premier Ministre, p. 2197.
Antwoord : ln antwoord op de gestelde vraag heb ik de eer
het geacht Lid ter kennis te brengen dat mijn departement uitgereikt heeft :
Voor het referentiejaar 1977 :
3.559 formulieren aan het personeel in dienst en 435 formulieren aan de personen die gedurende dat jaar het departement
hebben verlaten, door ontslag, oppensioenstelling of om andere
redenen.
Voor het referentiejaar 1978 :
3.884 formulieren aan het personeel in dienst en 144 aan de
personen die het departement hebben verlaten in 1978.
Het aantal uitgereikte formulieren stemt overeen met het
totaal effectief van het departement in zijn geheel beschouwd, te
weten het vast personeel, de tijdelijken en de contractuelen van
het departement zelf, het Secretariaat van de Hoge Raden voor
het Gezin en de Derde Leeftijd, het lnstituut voor Hygiëne en
Epidemiologie, het Centrum voor Bervolkings- en Gezinsstudiën, de Rijkspsychiatrische Ziekenhuizen van Rekem, Geel.
Tournai en Mons, de jongere stagiaires, aangeworven op grond
van de budgettaire wetten en het personneel van het Bijzonder
tijdelijk kader.
De vragen 3, 4 en 5 vallen buiten de bevoegdheid van het Departement.
Réponse : En réponse à la question posée, j'ai l'honneur de
porter à la connaissance de l'honorable Membre que mon département a délivré :
Pour l'année de ·référence 1977 :
3.559 formulaires au personnel en service et 435 formulaires
aux personnes qui ont quitté le département au cours de ladite
année, soit par démission, soit par mise à la retraite ou autrement.
Pour l'année de référence 1978 :
3.884 formulaires au personnel en service et 144 formulaires
aux personnes qui ont quitté le département en 1978.
Le nombre de formulaires délivrés correspond à l'effectif
total, soit le personnel définitif, temporaire ou contractuel du
département pris dans son ensemble c'est-à-dire le département
lui-même, le Secrétariat du Conseil supérieur de la Famille et du
Troisième Age, l'Institut d'Hygiène et d'Epidémiologie, le Centre d'Etude de la Population et de la Famille, les hôpitaux psychiatriques de l'Etat de Tournai, Mons, Rekem et Geel, les jeunes stagiaires engagés sur base des lois budgétaires et le personnel du cadre spécial temporaire.
Vraag or. 176 van de heer De Beul d.d. 19 fehruari 1981
(N.):
Question 0° 176 de M. De Beul du 19 février 1981 (N.) :
Dienst 900.
Service 900.
De dienst 900 speelt in ons land een fundamentele rol in het
verstrekken van gezondheidszorgen en de werking ervan is dan
ook strikt gereglementeerd.
L'office que remplit chez nous le Service 900 est d'une
importance fondamentale du point de vue des soins médicaux
urgents, ce qui explique que son fonctionnement est lié à des
règles strictes.
Il faut néanmoins déplorer les entorses graves que certains
services d'ambulance font à cette réglementation, telles que :
Nietteming moet men vaststellen dat er zich bij bepaaldr
ambulancediensten ernstige inbreuken op deze reglementering
voordoen zoals :
- het niet vervoeren van een gekwetste naar het dichtsbijzijndr
zie~enhuis met wachtdienst;
- het inzetten van niet-gekwalificeerd personeel;
- het toevertrouwen van het technisch nazicht van een ambulancewagen aan daartoe niet-gekwalificeerd personeel.
Mag ik van de Minister vernemen welke praktische maatregelen genomen worden tegen een ambulancedienst wanneer wordt
Les questions 3, 4 et 5 sortent de la compétence du département.
le fait de ne pas transporter le blessé à l'hôpital le plus
proche J?Ourvu d'un service de garde;
- l'utilisation de personnel non qualifié;
- le fait de confier la surveillance technique d'une ambulance
à du personnel non qualifié à cet effet.
Plairait-il à Monsieur le Ministre de me faire connaître les
mesures pratiques prises à l'égard d'un service d'ambulance
-
2240
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
vastgesteld dat de reglementen (bij herhaling) niet worden
nageleefd.
dont on -constate qu'il ne ·se conforme pas ou persiste à ne ·pas se
conformer au règlement?
Antwoord : Indien bepaalde ambulancediensten de wettelijke
beschikkingen, in verband met de dringende geneeskundige
hulpverlening, opgericht door de wet van 8 juli 1964, niet
naleven, worden deze geschrapt van de lijst der diensten die
door de aangestelden van het eenvormig oproepstelsel worden
gealarmeerd bij een oproep 900.
De ambulancediensten die op voormelde lijst ingeschreven
zijn worden door de verplegers en verpleegsters van de Gezondheidsinspectie éénmaal per jaar gecontroleerd. De voertuigen
zelf ondergaan tweemaal per jaar de schouwing van de automobielinspectie.
Van de personeelsleden van de ambulancediensten, die in het
kader van de organisatie van de dringende geneeskundige
hulpverlening werkzaam zijn, wordt geëist dat ze in het bezit
zijn van een, door mijn departement goedgekeurd getuigschrift
waaruit blijkt dat ze bevoegd zijn om de eerste zorgen toe te
dienen en de ambulancewagens te begeleiden. Bovendien moeten de ambulanciers ten minste om de vijf jaar een bijscholingscursus volgen.
'
Réponse : Lorsque certains services d'ambulances n'observent pas les dispositions légales, relatives à l'aide médicale
urgente, institués par la loi du 8 juillet 1964, ces services sont
radiés de la liste des services alertés par les préposés du système
d'appel unifié lors d'un appel 900.
Les services d'ambulances figurant sur la liste mentionnée cidessus sont contrôlés au moins une fois l'an par les infirmiers ou
infirmières de l'Inspection d'hygiène. Les véhicules mêmes
subissent deux fois l'an un examen effectué par les organismes
d'inspection automobile.
Il est exigé des membres du personnel des services d'ambulances qui fonctionnent dans le cadre dè l'organisation de l'aide
médicale urgente, qu'ils soient porteurs d'un certificat, approuvé par mon département, établissant que les intéressés possèdent les capacités pour dispenser les soins de premiers secours et
accompagner les ambulances. Pour le surplus les ambulanciers
sont tenus de suivre un cours de recyclage au moins tous les cinq
ans.
Vraag nr.177 van de heer Durgeon d.d. 19 februari 1981
(Fr.):
Question n° 177 de M. Durgeon du 19 février 1981 (Fr.) :
Giftige produkten. -
Produits toxiques. - Exportation.
Uitvoer.
Het koninklijk besluit van 5 juni 1975 (Belgisch Staatsblad
L'arrêté royal du 5 juin 1975 (Moniteur belge du 4 novembre
van 4 november 1975) betreffende het verkopen en het gebrui- 1975) relatif au commerce à l'utilisation des pesticides et ~es
ken van bestrijdingsmiddelen en fytofarmaceutische produkten produits phytopharmaceutiques en transit reprend la réglemenneemt de Europese regeling over (richtlijn van 26 juni 1978), tation européenne (directive du Conseil du 26 juin 1978) mais
doch sluit van toepassing ervan uit de produkten « in doorvoer • exclut de son application les produits « en transit ou destinés à
of bestemd voor de uitvoer ».
l'exportation».
Die wet heeft tot doel de consument en de werknemer in de
Cette législation destinée à protéger_ le consommateur et le
betrokken sector te beschermen tegen giftige produkten, het i~ , travailleur du secteur concerné contre les produits toxiques ne
echter niet van toepassing op produkten die naar het buitenland l concerne donc pas les produits exportés à l'étranger.
worden uitgevoerd.
Die gevaarlijke produkten dienen nu voor de teelt van landOr ces produits dangereux servent à cultiver des produits
bouwprodukten die wij verbruiken.
agricoles que nous consommons.
Zij zijn ook giftig voor de werknemers in de ontwikkelingslanIls sont également toxiques pour les travailleurs du Tiers
den die in deze landbouwbedrijven werken.
Monde qui travaillent da:qs ces exploitations agricoles.
Er wordt aangenomen dat de helft, zelfs 70 % van de in t On considère que la moitié voire 70 % des pesticides utilisés 1,
ontwikkelingslanden gebruikte pesticiden gebruikt worden vom • dans les pays sous-développés sont appliqués aux cultures desti- '
cultures die voor de uitvoer bestemd zijn.
nées à l'exportation.
Zij vergiftigen elke minuut een inwoner van een ontwikkeIls empoissonnent chaque minute grièvement un habitant du ,
lingsland ernstig.
Tiers Monde.
ls het dan niet mogelijk een wet te maken om de uitvoer of de : Dès lors, n'e;t-il pas possible de légiférer en vue d'interdire
1
doorvoer van gevaarlijke produkten te verbieden?
1'exportation ou le transit des produits dangereux?
ls het niet wenselijk initiatieven te nemèn met het oog op , N'est-il pas opportun de prendre des intiatives en vue d'une 11,
Europees overleg en ook met de ontwikkelingslanden die zo , concertation européenne et avec les pays du Tiers Monde exploi- ,
door de multinationals worden uitgebuit?
tés de cette façon par les multinationales?
1
1
1
1
Antwoord : Ik heb de eer vooreerst het geacht Lid te
bevestigen dat de Richtlijn van de E.G.-Raad van 26 juni 1978
betreffende de indeJing, de verpakk;ing en het kenmerken van
bestrijdingsmiddelen, niet van toepassing is op de bestrijdingsmiddelen bestemd voor uitvoer of in transito.
Het blijkt dat de problemen inzake het geb~uik van bestrijdingsmiddelen in de ontwikkelingslanden zich kunnen voordoen
_o_~der een andere hoek da_n in onze geïndustrialiseerde landen.
Aldus zijn bijvoorbeeld sommige ~bestrijdingsmiddeÎeri,· d1e1n
België verboden zijn, zoals aldrin en dieldrin, onbetwistbaar
nuttig in de strijd tegeri. de termieten.
ln elk geval kunnen derde landen altijd een certificaat eisen
omtrent de marktvergunning van de producten in een Europees
land..
Réponse : J'ai l'honneur de confirmer à l'honorable Membre
que la Directive du Conseil de la C.E. du 26 juin 1978 relative à
la classification, l'emballage et l'étiquetage de pesticides, n'est,
pas applicable à ceux destinés à l'exportation ou au transit.
li
/i:
Il savère que les problèmes posés par l'utilisation des pestici 7,i,
des dans les pays en voie de développement peuvent se présentet1 '
sous up. a_ngle différent de ceux qui se présentent dans nos pays1
industrialisés. Aussi, par exemple certains pesticides interdits eH
Belgique, tels que l'aldrine et la dieldrine rendent des service~'
indéniables dans la lutte contre les termites.
:i,!
De toute façon, les pays tiers peuvent toujours exiger ut,
certificat relatif à la licence de vente des produits dans un pay~
européen.
1~
17 maart 1981 -
17 mars 1981
(23)
2241
Hoe dan ook, het behoort niet tot mijn bevoegdheid initiatie- -- Mais quoi qu'il en soit, il ne relève pas de ma compétence de
ven te nemen die zouden moeten lei den tot door het geacht Lid prendre des. initiatives susceptibles de mener à la concertation
bedoelde overleg op internationaal vlak.
internationâ:Îe à laquelle se réfère l'honorable Membre.
41
Vraag nr. 178 van de heer Wauthy d.d. 19 februari 1981
(Fr.) :
Question n° 178 de M. Wauthy du 19 février 1981 (Fr.) :
Hulp en hi/stand per helikopter aan gewonden in spoedgevallen.
Service héliporté d'assistance et de secours d'urgence aux
blessés.
Depuis le début de janvier 1981, Héli:-secours, service héliporté d'assistance et de secours d'urgence aux blessés, a repris
ses activités à Namur.
Pendant les six premiers mois de l'année, il fonctionne les
vendredi, samedi et dimanche de chaque semaine, dans un premier temps entre 9 et 17 heures, ensuite de 8 à 20 heures, lorsque les journées s'allongent.
Pendant les six autres mois de l'année, cet hélicoptère reste
De andere zes maanden van het jaar blijft de helikopter op
basé à. Bruges.
zijn basis te Brugge.
Ce type d'assistance a largement démontré son utilité et on
Dit soort van hulpverlening heeft ten volle haar nut bewezen
en het wekt dan ook verbazin~ dat de overheid de ter beschik- peut s'étonner que les pouvoirs publics ne multiplient pas les
k1ng gestelde m{ddelen niet uithreidt en er geen volledig perma~ moyens mis en œuvre et ne leur donnent pas un caractère de
nente dienst van maakt, onder voorwendsel van hezuiniging. De complète permanence sous prétexte de soucis d'économie. Les
résultats sont, en effet, des plus probants.
resultaten zijn immers ten volle overtuigend.
Entre le 18 janvier et le 30 juin 1980, Héli-secours a mené à
Van 18 januari tot 30 juni 1980 heeft Helihulp 121 opdrachten uitgevoerd tijdens de 25 verlengde weekeinden van zijn bien pas moins de 121 missions, au cours des 25 week-ends prowerkzaamheden te Namen. Van dat aantal waren er volgens de longés durant lesquels il était opérationnel à Namur. Dans le
geneesheren 25 nuttig, 17 onêmtbeerlijk en 11 van levensbelang, nombre, 25 ont été jugées utiles par les praticiens, 17 estimées
zodat ten minste elf mensen hun leven aan de hulpverlening via indispensables et 11 vitales. En d'autres termes, au moins onze ,
personnes doivent la vie aux secouristes de l'air.
de lucht danken.
J'aimerais par conséquent poser à Monsieur le Ministre les
Ik wens de heer Minister dan ook de volgende vrage:rÏ te-stelquestions suivantes :
len.
1. Trouve-t-il normal de priver Namur, son hinterland et sa
1. Acht hij het normaal dat Namen, zijn hinterland en de
provincie in volle toeristisch seizoen van deze helikopterdienst province, de ce service d'hélicoptère, en pleine saison touristiverstoken blijft, wanneer wij bedenken dat zich tijdens de que, quand on sait que les accidents y sont encore plus nomvakantieperiode nog talrijker ongevallen voordoen, met name breux en cette période estivale, notamment sur la nationale 4, :
op rijksweg nr. 4, in de Maasvallei, langs de Lesse en op de dans la vallée de la Meuse, le long de la Lesse, et aux rochers de
Freyr?
rotsen van Freyr?
2. N'estime-t-il pas regrettable de constater qu'Héli-secours
2. Acht hij het niet betreurenswaardig dat Helihulp voor het
hele land over slechts één enkel-toestel beschikt, dat trouwens ne dispose que d'un appareil pour tout le pays, le seul d'ailleurs
appartenant à la Protection civile?
ook _het enige van de civiele bescherming is?
3. Acht hij het ogenblik niet gekomen om de ter beschikking
3. N'estime-t-il pas venu le temps de multiplier les moyens
staande_ middelen uit te brei_den en die vorm van _kijstand voor . mis en œuvre et de donner un caractère de complète permanence
à ce titre d'assistance pour l'ensemble du pays?
het hele land een volledig permanent karakter te geven?
4. Dans cette optique, n'envisagerait-il pas de mettre en
4. Kan niet in overweging worden genomen in een nabije
service dans un avenir assez rapproché deux centres permanents
toekomst twee permanente Helihulpcentra (Brugge en Namen)
Héli-secours (Bruges et Namur) qui fonctionneraient 7 jours sur
te organiseren die het hele jaar dagen alle dagen van de week
: . tout au long de l'année?
zouden werken?
Helihulp, de dienst voor hulp en bijstand per helikopter _3.-an_
gewonden in spoedgevallen, heeft begin januari 1981 te Namen
zijn werkzaamheden hervat.
De· eerste zes maanden van het jaar werkt de dienst elke week
op vrijdag, zaterdag en zondag, eerst tussen 9 en 17 uur, en
wanneer de dagen langer worden tussen 8 en 20 uur.
Antwoord : De dienst Heli-hulp werd ingericht door het
Ministerie van Binnenlandse Zakèn van de Civiele Bescherming.
De inplanting van de basissen van de helicopter van de Civiele
Bescherming valt onder de bevoegdheid van mijn Collega van
Binnenlandse Zaken.
Wat mijn departement betreft, heeft het systematisch aanwenden van de helikopter, in het kader van de dringende geneeskundige hulpverlening, opgericht door de wet van 8 juli
1964; het voorwerp uitgemaakt van verscheidene studies en
praktische proefnemingen. Het is gebleken dat het net der
ambulancewagens, aangewend worden voor de dringende geneeskundige hulpverlening, voldoende dicht is om bestendig aan
de aanvragen voor dringend vervoer te kunnen voldoen in de
kortste tijdspanne en in de beste omstandigheden; daartegenover kan de taak van een vervoerdienst per helikopter gelet op
de beperkingen eigen aan dit vervoer (weersgesteldheid, infrastructuur aan de grond, beperkt aantal vluchturen) slechts een
aanvullend karakter hebben.
Réponse: Le service Heli-secours a été organisé dans le cadre
de la Protection civile par le Ministère de l'Intérieur.
C'est donc mon Collègue de l'Intérieur qui est compétent pour
r implantation des bases d~ l'hélicoptère de la Protection civile.
En ce qui concerne mon département, l'utilisation systématique de l'hélicoptère dans la cadre de l'aide médicale urgente,
instituée par la loi du 8 juiUet 1964, a fait l'objet de plusieurs
études et d'expérimentations pratiques. Il est apparu que le
réseau d'ambulances affectées à l'aide médicale urgente est
suffisamment dense pour satisfaire en permanence les demandes
de transport d'urgence dans les plus brefs delais et dans les
meilleures conditions; par contre la mission d'un service de
transport par hélicoptère, vu les limites inhérentes à ce moyen
de locomotion (conditions climatiques, infrastructure du sol,
nombre d'heures de vol limitées) ne peut être que supplétive.
2242
Vragen en Antwoprden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
1. Gelet op de geografische spreiding van de ambulancediensten en het aantal ervan (cf. kaart in bijlage) is Namen, haar
hinterland en haar provincie voldoende beschermd, zelfs gedurende de zomerdagen.
2. Er client aangestipt dat twee Puma helikopters van de
Rijkswacht, met volledige medische uitrusting, het dispositief
van de Civiele Bescherming aanvullen.
3. Aan het bestaand stelsel een bestendig karakter toekennen
en de middelen ervan te vermeningvuldigen blijkt noch opportuun noch noodzakelijk.
(23)
1. Eu égard à la répartition géographique des services
d'ambulances et du nombre de véhicules disponibles, (cf. carte
ci-jointe) Namur, son hinterland et sa province sont suffisamment couverts en période estivale.
2. Il convient de noter que deux hélicoptères Puma de la
Gendarmerie, disposant d'un équipement médical complet,
complètent le dispositif de la Protection civile.
3. Donner un caractère de permanence du système actuel et
en multiplier les moyens ne paraît ni opportun ni nécessaire.
Mon1,9ni~-l••T•
Lobbes
'A
r:6;·
A
AI
A ., ..... "-~-~~-:-.bl---Lè
Beau
A~
H1 Hôpital
A : Service Ambulance
Centre 900
17 maart 1981 -
17 mars 1981
2243
(23)
Questions auxquelles il n'a pas été répondu
dans le délai fixé par le Règlement.
(Art. 71 du Règlement de la Chambre.)
Vragen waarop niet werd geantwoord
binnen de door het Reglement bepaalde termijn.
(Art. 71 van het Reglement van de Kamer.)
Vraag nr. 166 van de heer Fiévez d.d. 18 fehruari 1981
(Fr.) :
Question n° 166 de M. Fiévez du 18 février 1981 (Fr.) :
Kerncentrale te Tihange. - Metingen.
Centrale nucléaire de Tihange. - Mesures.
Bij de milieustudie voor de k~us van Tihange voor de vestiging
van kerncentrales werden allerlei metingen verricht in verband
met de weersomstandigheden.
-
wie is verantwoordelijk voor die metingen;
wie controleert ze;
Lors de l'étude d'environnement préalable au choix du site de
Tihange pour l'implantation d'un parc de centrales nucléaires,
diverses mesures ont été effectuées concernant les conditions
atmosphériques.
Monsieur le Ministre pourrait-il m'informer de la nature des
renseignements recueillis à l'époque et sur la périodicité et le
type de mesures qui sont encore effectuées depuis la mise en
service de Tihange I?
Outre le type de mesures effectuées, j'aimerais savoir :
- à quels endroits s'effectuent les mesures aériennes;
- pour ce qui concerne les mesures au sol : la localisation
précise;
- qùi est responsable de l'exécution des mesures;
- qui en assure le contrôle;
-
wie ontléëdt de resultaten ervan.
-
Kan de Minister mjj zeggen van welke aard de inlichti_I!,g_e11
zijn die toen werden ingewonnen en wanneer er welke metingt•n
nog werden verricht sinds Thiange I in werking is?
Naast de aard van de verrichte metingen wou ik vernemen :
op welke plaatsen luchtmetingen worden verricht;
- de juiste plaats van de metingen op de grond;
qui analyse les résultats. . .
Vraag nr. 167 van de heer Fiévez d.d. 18 fehruari 1981
(Fr.):
Question n° 167 de M. Fiévez du 18 février 1981 (Fr.) :
Kerncentrales. -
Centrales nucléaires. publique.
Gevolgen voor de volksgezondheid.
Naar het schijnt verwachten bepaalde wetenschapsmensen in
streken nabij kerncentrales storingen op het vlak van de volksgezondheid en/of de sociale gedragingen.
De aard van die storingen of van de gevolgen zoals onrust.
enz., is uiteraard m~eilijk te bepalen.
Kan de heer Minister mij meedelen :
- of in streken in de nabijheid van een kerncentrale onderzoekingen op het stuk van de volksgezondheid en van psychologische en sociologische aard worden of zullen worden uitgevoerd;
- of dergelijke onderzoekingen een periodiek karakter hebben
en eventueel met welke tussentijden;
- hoe groot het vereiste bevolkingsstaal is;
- welke voorzorg is getroffen voor de deugdelijkheid van de
ingewonnen gegevens (controlestaal, enz.);
- hoe de plaatselijke overheden bij die onderzoekingen betrokken worden?
Conséquences sur le plan de la santé
Il semble que certains scientifiques s'attendent à des perturbations sur le plan de la santé publique et/ou des attitudes
sociales dans les régions proches des implantations de centrales
nucléaires.
Bien entendu, il est difficile de préciser la nature de ces
. perturbations ou des conséquences telles que l'inquiétude, etc.
Monsieur le Ministre peut-il me faire savoir :
- si des études de type sanitaire, psychologique et sociologique
sont et seront organisées dans les régions concernées par la
proximité d'une industrie nucléaire;
-
si de telles études ont un caratère périodique et, éventuellement, quel en est le rythme;
quelle est l'importance de l'échantillon social nécessaire;
quelle précaution est prise pour s'assurer de la validité des
informations recueillies (échantillon témoin, etc.);
de quelle manière les autorités locales sont-elles associées à
ces études?
Vraag nr. 169 van de heer Somers d.d. 18 fehruari 1981
(N.):
Question n° 169 de M. Somers du 18 février J.981 (N.) :
Lee/milieu. - Heist-op-den-Berg. -
Environnement. - Heist-op-den-Berg. - Nuage gazeux.
Gaswolk.
Op 13 februari jongstleden werd te Heist-op-den-Berg een
gaswolk vastgesteld die een azijnzuurachtige stank verspreidde
en de zintuigen ten zeerste prikkelde. Ook in de omgeving van
Heist-op-den-Berg, onder andere te Booischot, Westmeerbeek.
Herselt en Houtvenne deed hetzelfde verschijnsel zich voor. Het
Centrum voor lucht- en waterverontreiniging werd van deze
situatie op de hoogte gebracht en zou de zaak onderzoeken.
Dienaangaande moge ik de achtbare Minister vragen mij de
resultaten van dit onderzoek te willen meedelen.
Le 13 février dernier, les habitants d'Heist-op-den-Berg ont
été importunés par un nuage gazeux répandant une odeur désagréable d'acide acétique et irritant fortement les organes des
sens. Le même phénomène s'est produit dans les communes
environnantes, notamment à Booischot, Westmeerbeek, Herselt
et Houtvenne. Le service d'inspection de l'air et des eaux, mis au
courant de la situation, a promis de procéder à une enquête. Je
saurais gré à l'honorable Ministre de me communiquer les résultats de cette enquête.
2244
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Minister van de Vlaamse Gemeenschap
en Adjunct voor Nationale Opvoeding (N.)
(de heer G. Geens)
Questions et Réponses - Chambre
(23)
Ministre de la Communauté flamande
et Adjoint à l'Education nationale (N.)
(M. G. Geens)
Vraag nr. 51 van de heer Vreven d.d. 4 februari 1981 (N.) :
Question n° 51 de M. Vreven du 4 février 1981 (N.):
Door het Ri,ik gesubsidieerde universitaire instellingen. - Personeelsstatuut.
Institutions universitaires subventionnées par l'Etat. du personnel.
Artikel 41 van de wet van 27 juli 1971, op de financiering en
de kontrole van de universitaire instellingen, gewijzigd bij de
wetten van 17 januari 1974 en 5 januari 1976, bepaalt dat de
door de Staat gesubsidieerde universitaire instellingen bij beslissing van hun raad van beheer, voor hun personeel een statuut
dienen vast te stellen dat gelijkwaardig is aan het statuut
vastgelegd door de wetten en reglementen van het personeel van
de universitaire instellingen van de Staat.
Graag vernam ik, welke vrije universitaire instellingen aan
deze verplichtingen hebben voldaan, en in uitvoering van
bovenvermelde bepaling over dit st~!uut beshiklœ11 ei:!__QL de
gelifkwaardigheid ervan door de bevoegde Minis ter werd aan vaard.
L'article 41, de la loi sur le financement et le contrôle des
institutions universitaires, modifiée par les lois des 17 janvier
1974 et 5 janvier 1976, prévoit que par décision de leur conseil
d'administration, les institutions universitaires subventionnées
par l'Etat fixent pour leur personnel un statut équivalent au statut fixé par les lois et les règlements pour le personnel des institutions universitaires de l'Etat.
Antwoord : ln antwoord op zijn vraag kan ik het geacht Lid
mededelen dat onderstaande Nederlandstalige door de Staat
gesubsidieerde universitaire instellingen voor hun onderwijzend, wetenschappelijk, administratief en technisch personeel
een statuut hebben vastgesteld :
1. de katholieke Universiteit te Leuven;
2. de Vrije Universiteit te Brussel;
3. de Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius te Antwerpen;
4. de Universitaire lnstelling Antwerpen;
5. de Universitaire Faculteiten Sint-Aloysius te Brussel. Het
statuut voor het onderwijzend personeel moet evenwel no~
worden goedgekeurd door de Raad van Beheer van de instelling;
6. het· Universitair Centrum Limburg. De statuten voor het
onderwijzend en wetenschappelijk personeel moeten eve11 wel nog worden goedgekeurd door de Raad van Beheer van
de instelling.
De wet van 27 juli 1971 op de financiering en de controle van
de universitaire instellingen, zoals ze gewijzigd werd door de wet
van 5 januari 1976 betreffende de budgettaire voorstellen 19751976, inzonderheid de artikelen 40bis en 41, verplicht de door
de Staat gesubsidieerde universitaire instellingen voor hun personeel een statuut vast te stellen dat gelijkwaardig is aan het
statuut vastgesteld door de wetten en reglementen voor het personeel van de universitaire instellingen van de Staat, waarbij dr
weddeschalen en ipso facto het geldelijk statuut van het
personeel der rijksuniversitaire instellingen in principe eveneens
van toepassing zijn op het personeel van de door de Staat betoelaagde universitaire instellingen.
ln bovenstaande instellingen evenwel zijn regelingen tot stand
gekomen die gedeeltelijk niet identiek zijn aan deze geldend
voor het personeel van de universitaire instellingen van de Staat.
Door onderhavige instellingen moeten in het raam van het vast
te stellen gelijkwaardig statuut vooralsnog de modaliteiten van
uitvoering en eventuele overgangsmaatregelen uitgewerkt
worden.
Statut
Il me plairait de savoir quelles institutions universitaires
libres ont satisfait à ces obligations et bénéficient en application
de ]_!!_disposition susvisée du statut d'institution universitaire de
l'Etat et si l'équivalence de statut a été agréée par le Ministre
compétent.
Réponse : En réponse à sa question, je fais savoir à
l'honorable Membre que les institutions universitaires néerlandophones subventionnées par l'Etat et mentionnées ci-après,
ont établi un statut pour leur personnel enseignant scientifique,
administratif et technique :
1. la « Katholieke Universiteit te Leuven »;
2. la « Vrije Universiteit Brussel»;
3. les « Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius te Antwerpen »;
4. la « Universitaire Instelling Antwerpen »;
5. les « Universitaire Faculteiten Sint-Aloysius te Brussel ». Le
statut du personnel enseignant doit toutefois encore être
approuvé par le Conseil d'administration de l'établissement;
6. le « Universitair Centrum Limburg ». Les statuts du personnel enseignant et scientifique doivent toutefois encore être
approuvés par le Conseil d'administration de l'établissement.
Aux termes des articles 40bis et 41 de la loi du 27 juillet 1971
sur le financement et le contrôle des institutions universitaires,
modifiée par la loi du 5 janvier 1976 relative aux propositions
budgétaires 1975-1976, les institutions universitaires subventionnées par l'Etat, sont tenues d'établir pour leur personnel un
statut équivalent à celui fixé par les lois et règlements en faveur
du personnel des institutions universitaires de l'Etat. Ceci
implique que les échelles de traitement et dès lors aussi de statut li
1
pécuniaire dont bénéficie le personnel des institutions universi- !
taires de l'Etat sont en principe également applicables au
personnel des institutions universitaires subventionnées par
l'Etat.
Les institutions universitaires énumérées ci-dessus ont toutefois élaboré des réglementations qui ne sont que partiellement
indentiques à celles applicables au personnel des institutions
universitaires de l'Etat. Ces institutions subventionnées doivent •
maintenant élaborer dans le cadre du statut équivalent à établir, .r1,
les modalités d'exécution et les mesures transitoires eventuelles.
1
1
1
1
11
1
Vraag nr. 59 van de heer Bertouille d.d. 27 februari 1981
(Fr.) :
Question n° 59 de M. Bertouille du 27 février 1981 (Fr.) :
Minder-validen. - Indienstneming.
Handicapés. - Engagement.
Zie vraag nr. 85 aan de Eerste Minister, blz. 2198.
1
1
Voir que~tion n° 85 au Premier Ministre, p. 2198.
17 maart 1981 -
17 mars 1981
(23)
,2245
Antwoord : Ik heb de eer het geacht Lid mede te delen dat ik
bij de opbouw van het nieuwe Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap uiteraard met de door hem aangehaalde reglementering rekening zal houden.
Réponse : J'ai l'honneur de faire savoir à l'honorable
Membre que je tiendrai compte, pour la création du nouveau
Ministère de la Communauté flamande, de la réglementation
qu'il a évoquée.
Vraag nr. 62 van de heer Mundeleer d.d. 11 maart 1981
(Fr.) :
Question n° 62 de M. Mundeleer du 11 mars 1981 (Fr.) :
Ministeriële kabinetten. - Huurprijs.
Cabinets ministériels. - Loyer.
Graag vemam ik, met betrekking tot de kabinetten die onder
uw bevoegdheid vallen, hoeveel de jaarlijkse huurprijs bedraagt
voor de lokalen die zij ·betrekken.
Pour ce qui regarde les cabinets ressortissant à votre compétence, pourrais-je connaître le prix annuel de la location des
locaux qu'ils occupent?
Antwoord : Ik heb de eer het geacht Lid mede te delen dat de
huurprijs voor de lokalen, die op 23 oktober 1980 door de Regie
der Gebouwen voor de dienst van mijn kabinetten werden
toegewezen, 11.503.963 fr. op ja.arbasis bedraagt.
Réponse: J'ai l'honneur de faire savoir à l'honorable Membre
que le prix de location des locaux, tels que la Régie des
Bâtiments les a attribués pour le service de mes cabinets en date
du 23 octobre 1980, s'élève à 11.503.963 F sur base annuelle.
fragen waarop niet werd geantwoord
binnen de door het Reglement bepaalde termijn.
(Art. 71 van het Reglement van de Kamer.)
Questions auxquelles il n'a pas. été répondu
dans le délai fixé par le Règlement.
_-, (Art. 71 du Règlement de la Chambre.)
Vraag nr. 57 van de heer Buchmann d.d. 18 februari 1981
(N.:
Question n° 57 de M. Buchmann du 18 février 1981 (N.) :
Ministeriële diensten. - Koffiebedeling.
Services ministériels. - Distribution de café.
Het is gebruikelijk dat in de diverse diensten van uw
departement dagelijks een koffiebedeling wordt georganiseerd.
Kan de Minister, in verband met deze activiteit, mij meedelen :
1. hoeveel personen belast of betrokken zijn bij de koffiebe- •
deling in zijn departement, en in de parastatale instellingen die
onder zijn bevoegdheid vallen;
11 est d'usage d'organiser dans les différents services du
département une distribution journalière de café.
Monsieur le Ministre pourrait-il, à ce sujet, me communiquer :
2. welke het jaarlijks verbruik is aan koffie en thee;
3. hoeveel belopen de uitgaven in verband met deze koffiebedeling (personeel, materieel en produkten)?
Vraag nr. 58 van de heer Valkeniers d.d. 19 fehruari 1981
(N.):
fakbondspremie.
1
1. le nombre de personnes chargées de la distribution de café,
ou y intervenant d'une façon ou d'une autre, dans son département et dans les institutions parastatales relevant de son
\linistère;
2. la consommation annuelle de café et de thé;
3. les dépenses occasionnées par cette distribution de café
(personnel, matériel et produits)?
Question n° 58 de M. Valkeniers du 19 février 1981 (N.) :
Prime syndicale.
Je vous saurais gré de me fournir, pour chaque-administration
Graag had ik afzonderlijk voor iedere administratie die onder
uw bevoegdheid staat de volgende inlichtingen bekomen inzake ressortissant à votre compétence, les données suivantes en ce qui
·de syndikale premie. Dit zowel betreffende het jaar 1977 ais concerne la prime syndicale, et ce pour les années 1977 et 1978 :
1978:
1. aantal betrokken personeelsleden :
1. nombre de bénéficiaires :
a) en activité de service,
a) in dienst,
b) mis à la retraite;
b) op rust;
2. nombre de formulaires délivrés;
2. aantal afgeleverde formulieren;
3. nombre de formulaires ayant donné lieu à paiement, par
3. aantal uitbetaalde formulieren per rechthebbende organiorganisation ayant droit;
satie;
4. les sommes versées à chaque organisation ayant droit :
4. overgedragen sommen per rechthebbende organisatie :
a) à titre de paiement à leurs membres,
a) ais uitbetaling aan hun leden,
b) à titre de frais administratifs;
b) als administratiekosten;
5. les formulaires ayant donné lieu à paiement ont-ils été re5. werden voor al deze sommen de uitbetaalde formulieren
terug aan de administratie afgeleverd ter staving van het aantal • mis pour toutes ces sommes en vue de justifier le nombre de
paiements réellement effectués? Dans la négative, pourquoi
werkelijke uithetalingen? Zoniet, waarom niet?
pas?
285
2246
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
Minis ter van het Waalse Gewest
Ministre de la Région wallonne
. Vragen waarop niet werd geantwoord
binnen de door het Reglement bepaalde termijn.
(Art. 71 van het Reglement van de Kamer.)
Questions auxquelles il n'a pas été répondu
dans le délai fixé par le Règlement.
(Art. 71 du Règlement de la Chambre.)
Vraag nr. 22 van de heer Buchmann d.d. 18 februari 1981
(N.):
Ministeriële diensten. -
1
Koffiebedeling.
Question n° 22 de M. Buchmann du 18 février 1981 (N.) :
Services ministériels. - Distribution de café.
Het is gebruikelijk dat in de diverse diensten van Il\\
departement dagelijks een koffiebedeling wordt georganiseerd.
Kan de Minister, in verband met deze activiteit, mij mt'«'delen :
1. hoeveel personen belast of betrokken zijn bij de koffieh1·deling in zijn departement, en in de parastatale instellingen di1·
onder zijn bevoegdheid vallen;
1
Il est d'usage d'organiser dans les différents services du
département une distribution journalière de café.
Monsieur le Ministre pourrait-il, à ce sujet, me communiquer:
2. welke het jaarlijks verbruik is aan koffie en thee;
3. hoeveel belopen de uitgaven in verband met deze koffieh1·deling (personeel, materieel en produkten)?
1. le nombre de personnes chargées de la distribution de café,
ou y intervenant d'une façon ou d'une autre, dans son département et dans les institutions parastatales relevant de son
Ministère;
2. la consommation annuelle de café et de thé;
3. les dépenses occasionnées par cette distribution de café
(personnel, matériel et produits)?
Vraag nr. 24 van de heer Valkeniers d.d. 19 februari 1981
Questio~ n° 24 de M. Valkeniers du 19 février 1981 (N.) :
(N.) :
Vakbondspremie.
Prime syndicale.
Graag had ik afzonderlijk voor iedere administratie die onder
uw bevoegdheid staat de volgende inlichtingen bekomen inzake
de syndikale premie. Dit zowel betreffende het jaar 1977 als
Je vous saurais gré de me fournir, pour chaque administration
ressortissant à votre compétence, les données suivantes en ce qui
concerne la prime syndicale, et ce pour les années 1977 et 1978 :
1978:
1. aantal betrokken personeelsleden :
a) in dienst,
b) op rust;
1. nombre de bénéficiaires :
a) en activité de service,
b) mis à la retraite;
2. nombre de formulaires délivrés;
3. nombre de formulaires ayant donné lieu à paiement, par !
organisation ayant droit;
4. les sommes versées à chaque organisation ayant droit :
a) à titre de paiement à leurs membres,
b) à titre de frais administratifs;
5. les formulaires ayant donné lieu à paiement ont-ils été remis pour toutes ces sommes en vue de justifier le nombre de
paiements réellement effectués? Dans la négative, pourquoi /'1:
pas?
2. aantal afgeleverde formulieren;
3. aantal uitbetaalde formulieren per rechthebbende organisatie;
4. overgedragen sommen per rechthebbende organisatie :
a) ais uitbetaling aan hun leden,
b) ais administratiekosten;
5. werden voor al deze sommen de uitbetaalde formulieren
terug aan de administratie afgeleverd ter staving van het aantal
werkelijke uitbetalingen? Zoniet, waarom niet?
i1
111
Minister van Buitenlandse Handel
Ministre du Commerce extérieur
Vraag nr. 25 van de heer Bertouille d.d. 3_ februari 1981
(Fr.) :
Question n° 25 de M. Bertouille du 3 février-1981 (Fr.) :
Tijdelijke en contractuele personeelsleden.
Wil de Minister mij via het bulletin van parlementaire Vragen
en Antwoorden de volgende inlichtingen- verstrekken over zijn
•departement, de besturen en de instellingen van openbaar nut
die onder zijn gezag of toezicht staan :
Agents temporaires et contractuels.
1
Monsieur le Ministre voudrait-il, par la voie du bulletin des
Questions et Réponses parlementaires, me communiquer les
renseignements suivants, relatifs à son département et aux
administrations ainsi qu'aux organismes d'intérêt public sur!
lesquels il exerce son autorité ou son pouvoir de contrôle :
1
1
1
1
17 maart 1981 1. Hoeveel tijdelijke • personeelsleden werden in de period e
van 25 juli 1972 tot 31 december 1973 in dienst genomen en
zijn thans nog ais tijdelijken in dienst?
2. Hoeveel van die tijdelijke personeelsleden, die slaagden
voor een wervingsexamen afgenomen door het Vast Wervingssecretariaat of door een inzake vergelijkende examens bevoegd
orgaan, zijn thans nog niet in vast verband benoemd?
Gaarne ontving ik dezelfde inlichtingen in verband met de
personeelsleden die in diezelfde periode met een contract in
dienst zijn genomen, waarbij een onderscheid client te worden
gemaakt al naar gelang zij wel of niet vallen onder artikel 3 van
het koninklijk besluit van 7 maart 1974 betreffende de werving
van personeelsleden in de besturen en andere diensten van de
Ministeries of onder artikel 5 van het koninklijk besluit van
1 maart 1976 betreffende de werving van de personeelsleden
van sommige instellingen van openbaar nut. Er client geen
melding te worden gemaakt van personeelsleden die niet ten
minste vier uur per dag werken.
17 mars 1981
1 •
(23)
2247
1. Le nombre d'. agents temporaires recrutés au cours de la
période du 25 juillet 1972 et le 31 décembre 1973 et qui sont
encore en fonction en qualité de temporaires?
2. Le nombre d'agents temporaires précités qui ont réussi un
concours de recrutement organisé par le Secrétariat permanent
.de Recrutement ou par un organe compétent en matière de
concours mais qui n'ont pas encore été nommés à titre définitif?
Il me plairait également d'obtenir les mêmes renseignements
concernant les agents engagés par contrat durant la même
période en faisant distinction entre ceux qui sont visés ou non
par l'article 5 de l'arrêté royal du 7 mars 1974 relatif au
recrutement des agents dans les administrations de l'Etat et les
autres services des Ministères ou par l'article·5 de l'arrêté royal
du 1er mars 1976 relatif au recrutement des agents de certains
organismes d'intérêt public. Les agents qui ne travaillent pas au
111oins quatrP he11rPs par jour ne doivent pas être- comptés.
Antwoord : Het geacht Lid gelieve hieronder het antwoord tr
vinden op de gestelde vraag.
De Belgische Dienst voor de Buitenlandse Handel, orgaan van:
openbaar nut waarover ik de voogdij heb is niet betrokken door
de inhoud van uw parlementaire vraag en ik kan dus enke1
negatief antwoorden op het geheel van de gestelde vragen.
Réponse: L'honorable Membre trouvera, ci-après, la réponse
à la question posée.
L'Office belge du Commerce extérieur, organisme d'intérêt
public sur lequel j'exerce le pouvoir de tutelle, n'est pas
concerné par le contenu de votre question parlementaire et ne
peut donç répondre que par la négative à .l'ensemble des questions posées.
Vraag nr. 31 van ~e heer Bertouille d.d. 12 februari 1981
(Fr.):
Question n° 31 de M. Bertouille du 12 février 1981 (Fr.) :
Wisselcontrole. - Maximumvoorschot van 30 %.
Contrôle des changes. - Acompte maximum de 30 %.
In Wallonië werken heel wat kleine en middelgrote ondernemingen met particulieren en bij bestellingen vragen zij 30 %
handgeld zoals het de gewoonte is.
En Wallonie, un très grand nombre de petites et moyennes
entreprises travaillent avec des particuliers et, lors des commandes, sollicitent 30 % d'arrhes à la commande comme il en est le
coutume.
La situation géographique de la Wallonie et les bonnes
relations dans le cadre de la Communauté française avec la
France a pour conséquence que très souvent des entreprises
wallonnes ont des projets de nombreux chantiers en France.
Le contrôle des changes, suivant mes informations, n'accepte
qu'un acompte de 10 % maximum, sauf sur des biens d'équipement où un pourcentage de 30 % est autorisé.
Vo.tre département incite les P.M.E. wallonnes à exporter
mais cette contrainte en ce qui concerne l'acompte de 10 % n'est
pas de nature à inciter nos dirigeants de P.M.E. à accepter des
marchés en France.
Dès lors, vous me feriez un très sensible plaisir en examinant
comment une solution peut être trouvée à ce problème et s'il
n'est pas possible de prévoir néanmoins 30 % d'arrhes à la
co~mande, de façon à garantir nos petites et moyennes entrepnses.
Des dispositions ne peuvent-elles être adoptées à ce sujet au
niveau du marché commun.
De geografische situatie van Wallonië en de goede betrekkingen in het kader van de Franse Gemeenschap met Frankrijk
heeft tot gevolg dat Waalse ondernemingen heel dikwijls projecten op vele bouwplaatsen in Frankrijk hebben.
Volgens mijn inlichtingen aanvaardt de wisselcontrole maar
een voorschot van maximum 10 %, behalve op apparatuÜr waar
30 % toegestaan wordt.
Uw departement spoort de Waalse K.M.O.'s aan te exporteren, maar die maatregel is niet van die aard dat zij de
bedrijfsleiders ertoe aanzet aanbestedingen in Frankrijk te
aanvaarden.
U zou me dan ook een groot genoegen doen ais U wilde
nagaan hoe een oplossing voor dit probleem kan worden
gevonden en of het niet mogelijk is toch 30 % handgeld voor te
schrijven bij de bestelling, ten einde onze kleine en middelgrote
ondernemingen een waarborg te bieden.
Kunnen in dit verband geen maatregelen binnen de E.E.G.
worden goedgekeurd?
Antwoord : De Franse reglementering inzake wisselcontro1r
bepaalt inderdaad dat voor de verkoop van gewone verbruiksgoederen een voorschot van 10 •% mag gevorderd worden en
30 % voor uitrustingsgoederen. Deze reglementering maakt het
voorwerp uit van de circulaire d.d. 3 augustus 1971, vervangeu
door de circulaire van 9 augustus 1973, die evenwel niets
gewijzigd heeft aan de essentie van eemstgenoemde circulaire.
Echter client te worden onderstreept dat de beperking van 10
en 30 % niet betekent dat deze proporties niet mogen overschreden worden. In dat geval client echter een voorafgaandelijke
toelating bekomen voor de transfert.
1
Réponse : La réglementation française èn matière de contrôle
des changes détermine en effet que pour la vente de biens de
consommation, l'acompte est limité à 10 %; à 30 % pour les
biens d'équipement. Cette réglementation fait l'objet de la
circulaire en date du 3 août 1971, modifiée par celle en date du
9 août 1973, qui n'a rien changé aux principales dispositions de
la circulaire précitée.
Il faut souligner que la mention des pourcentages de 10 et de
30 % ne signifie pas que ces proportions ne peuvent être
dépassées. Dans ce cas toutefois une autorisation préalable au
transfert doit être demandée.
2248
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
Verder client ook te worden opgemerkt dat het · onderscheid
tussen verbruiks- en produktiegoederen zijn oorsprong vindt in
het feit dat het vereiste voorschot voor produktiegoederen steeds
hoger ligt en meer toepasselijk dan voor verbruikgoederen.
Mijn departement zal de passende actie ondernemen om te
trachten een versoepeling van het bestaande regime te bekomen.
(23)
On remarquera en outre que la distinction entre biens de
consommation et d'équipement trouve son origine dans le fait
que l'acompte exigé pour la vente de biens d'équipement est
toujours plus élevé et applic:.able plus aisément que dans le cas
de biens de consommation.
Mon département entreprendra les actions indiquées afin
d'améliorer le régime existant.
Vraag or. 32 van de heer Buchmann d.d. 18 februari 1981
(N.):
Question 0° 32 de M. Buchmann du 18 février 1981 (N.) :
Ministeriële diensten. - Koffiebedeling.
Services ministériels. - Disfribution de café.
Zie vraag Ilr. 149 aan de Vice-Eerste Minister en Minister van
~conomische Zaken, blz. 2200.
Voir question n° 149 au Vice-Premier Ministre et Ministre des
Affaires économiques, p. 2200.
Antwoord:
1. Bij de Belgische Dienst voor de Buitenlandse Handel.
orgaan van openbaar nut waarover ik de voogdij heb, •wordt er
dagelijks koffie bedeeld.
Een persoon per verdieping is met deze bedeling belast.
Het verbruik aan koffie bedroeg in 1980 : 1.025 kg, terwijl er
hetzelfde jaar 9.200 builtjes thee verbruikt werden.
De netto uitgaven voor personeel, materieel en producten
bedroegen in 1980, 3.276.682 fr.
2. Ik deel het geacht Lid mede dat op mijn kabinet één
persoon, dagelijks gedurende ongeveer één uur, koffie bedeelt.
Réponse:
1. A l'Office belge du Commerce extérieur, organisme d'utilité publique sous ma tutelle, du café est servi tous les jours.
ln 1980 bedroeg het totaal verbruik koffie, bestemd aan de
personeelsleden en de bezoekers, 225 kg.
De netto-uitgaven voor personeel, materieel en producten
bedroegen in 1980, 93. 767 fr.
Une personne par étage est chargée de ce service.
En 1980, la consommation de café s'est chiffrée à 1.025 kg et
9.200 sachets de thé ont été utilisés.
Les dépenses nettes en personnel, matériel et produits se sont
élevées en 1980 à 3.276.682 F.
2. En ce qui concerne mon cabinet, je signale à l'honorable
Membre qu'une personne consacre environ 1 heure par jour à la
distribution de café.
En 1980, la consommation totale de café destiné au personnel
et aux visiteurs s'est chiffrée à 225 kg.
Les dépenses nettes en personnel, matériel et produits se sont
élevées en 1980 à 93.767 F.
Vraag or. 33 van de heer Knoops d.d. 19 februari 1981
(Fr.):
Question n° 33 de M. Knoops du 19 février 1981 (Fr.):
Fonds voor de buitenlandse handel. - Secretariaat.
Fonds du commerce extérieur. - Secrétariat.
Op het ogenblik dat Wallonië met zware economische problemen heeft af te rekenen, met name in de buitenlandse handel, is
bij koninklijk besluit van 8 januari 1980 besloten het secretariaat van het Fonds voor de Buitenlandse Handel te splitsen op
een taalbasis, wat door een aantal Waalse firma's was gevraagd.
Volgens sommigen heeft het bestaan van een Franstalig
secretariaat stimulerend gewerkt op de aanvragen om tegemoetkomingen vanwege Waalse en Brusselse firma's bij het Fonds
voor de Buitenlandse Handel.
Wil de achtbare Minister mij laten weten :
1. wat de invloed van de maatregel was op het aantal
ingediende en afgehandelde dossiers;
2. wat de invloed van deze maatregel was op de verdeling van
steun en leningen door het Fonds;
3. of het juist is dat de Minister eraan denkt terug te keren tot
één secretariaat voor het Fonds voor de Buitenlandse Handel?
A l'heure où la Wallonie connaît de graves problèmes économiques, notamment en matière de commerce extérieur, il a été ,
décidé par l'arrêté royal du 8 janvier 1980, la scission du
Secrétariat du Fonds de Commerce extérieur sur une base
linguistique, ce qui était réclamé par un certain nombre1 de
firmes wallonnes.
j
,
• Suivant certains, l'existence d'un secrétariat francophone a eu jll
un effet stimulant sur les demandes d'intervention de firmes If
":allonnes et bruxelloises auprès du Fonds du Commerce exténeur.
L'honorable Ministre voudrait-il me faire savoir :
1. quel a été l'impact de la mesure sur le nombre de dossiers
introduits et traités;
2. quel a été l'impact de la mesure sur la répartition des aides ,1
1"
et prêts du Fonds;
3. s'il est exact que le Ministre prévoit le retour à unl,
secrétariat unique pour le Fonds du Commerce extérieur?
Antwoord : Zoals het geacht Lid doet opmerken heeft het
koninklijk besluit van 9 januari 1980, dat het koninklijk besluit
van 9 april 1954 ter uitvoering van de organieke wet van
24 maart 1954 aanvult, binnen de Commissie van het Fonds
voor Buitenlandse Handel twee secretariaten met name een
franstalig en een nederlandstalig opgericht die belast zijn _met de
behandeling van de verzoeken om hulp.
Réponse : Comme le rappelle l'honorable Membre, l'arrêté
royal du 9 janvier 1980 complétant l'arrêté royal du 9 avril
1954 •pris en exécution de la loi organique du 24 mars 1954 a
créé au sein de la Commission du Fonds du Commerce extérieur,
deux secrétariats, l'un de langue française, l'autre de la11;gue
néerlandaise, chargés de traiter les requêtes d'intervention du
Fonds.
1
1
1
1
1
1
1
1
17 maart 1981 Aldus worden sinds de bekendmakingen van het koninklijk
besluit van 9 januari 1980 de tegemoetkomingsaanvragen
gericht tot het Fonds voor Buitenlandse Han del, volgens het
geval, behandeld hetzij door het franstalig, hetzij door het
nederlandstalig Secretariaat, overeenkomstig de voorschriften
van de samengevatte wetten op het gebruik van de talen in
bestuurszaken (koninklijk besluit van 18 juli 1966).
Ziehier de antwoorden op de verschillende gestelde vragen :
1. De cijfers van de in het frans ingediende en behandelde
zaken tijdens de werkingsjaren 1979 en 1980 volgen hierna :
1979
1980
261
Ingediende zaken .............................................. . 232
Behandelde zaken (dit wil zeggen geplaatst
op de agenda van de Commissie van het Fonds) . 216
25 7
2. De weerslag van de maatregel tot splitsing van ?et
secretariaat van de Commissle van het Fonds op de verdelmg
van de financiële bijstandverlening zoals die uitgedrukt wordt
door de aard van de ministeriële beslissingen doet zich als volgt
voor wat de in het Frans behandelde aanvragen tijdens de werkingsjaren 1979 en 1980 aangaat :
1979
Toelagen ............................. 33.563.326 fr.
Waarborgen ........................ 21.879.042 fr.
Leningen ............................. 65.197.557 fr.
1980
29.166.126 fr.
15.576.684 fr.
111.523.190 fr.
17 mars 1981
2249
(23)
C'est ainsi que depuis la publication de l'arrêté royal du 9 janvier 1980, les demandes d'aide adressées au Fonds du Commerce extérieur sont traitées, selon le cas, soit par le Secrétariat de
langue française, soit par le Secrétariat de langue néerlandaise
conformément aux prescriptions des lois coordonnées sur l'emploi des langues en matière administrative (arrêté royal du
18 juillet 1966).
Voici les réponses aux différentes questions posées :
1. Les chiffres des dossiers introduits et traités en français
pendant les exercices 1979 et 1980 sont repris-ci-après :
1979
1980
Dossiers introduits ... ....... .... .... .. .. ... ... .. .... .. ......... 2~2
261
Dossiers traités (c'est-à-dire portés à
l'ordre du jour de la Commission du Fonds)...... 216
257
2. L'impact de la mesure de scission du Secrétariat de la
Commission du Fonds sur la répartition des aides financières tel
qu'il se concrétise par la nature des décisions ministérielles se
présente comme suit quant aux dossiers traités en français pendant les exercices 1979 et 1980 :
Subsides..............................
Garanties ............................
Prêts ....................................
1979
33.563.326 F
21.879.042 F
65.197.557F
1980
29.166.126 F
15.576.684 F
111.523.190 F
3. Wat de terugkeer tot één Secretariaat van de Commissie
van het Fonds voor Buitenlandse Handel betreft, stel ik er prijs
op te berichten dat geen enkele schikking ter zake getroffen
werd.
3. Enfin quant au retour à un Secrétariat unique de la
Commission du Fonds du Commerce extérieur, je tiens à
signaler qu'aucune disposition n'a été prise à ce sujet.
Vraag nr. 34 van de heer Valkeoiers d.d. 19 februari 1981
(N.):
Question n° 34 de M. Valkeniers du 19 février 1981 (N.) :
Pakbondspremie.
Prime syndicale.
Zie vraag nr. 80 _aan de Eerste Minister, hlz. 2197.
Antwoord : Het geacht Lid vindt hierna het antwoord voor
wat betreft de Belgische Dienst voor de Buitenlartdse Handel.
orgaan van openbaar nut waarover ik de voogdij uitoefen.
1. Aantal betrokken personeelsleden :
in 1977 : 333 in dienst;
18 op rust;
- in 1978 : 333 in dienst;
20 op rust.
2. Aantal afgeleverde formulieren :
- in 1977: 374;
--:-- in 1978: 399.
Op de 3de, 4de en 5de vraag zal, conform de wettelijke
bepalingen ter zake, enkel het Fond voor Vakbondspremies
nabij de Diensten van de Eerste Minister de antwoorden kunnen
verstrekken.
-
Voir question n° 80 au Premier Ministre, p. 2197.
Réponse : L'honorable Membre trouvera ci-après la réponse
à la question posée pour ce qui concerne l'Office belge du Commerce extérieur, organisme d'intérêt public sur lequel j'exerce le
pouvoir de tutelle.
1. Nombre de membres du personnel concernés :
en 1977 : 333 en service;
18 pensionnés;
en 1978 : 333 en service;
20 pensionnés.
2. Nombre de formulaires délivrés :
- en 1977: 374;
- en 1978: 399.
Conformément aux dispositions légales, seul le Fonds des
primes syndicales constitué auprès des services du Premier
Ministre est à même de répondre aux points 3, 4 et 5 de la
question posée.
Vraag nr. 35 van de heer Tromont d.d. 19 februari 1981
(Fr.) :
Question- n° 35 de M. Tromont du 19 février 1981 (Fr.) :
Tewerkstelling van werklozen. - Arrondissement Berf!en.
Placement de chômeur. - Arrondissement de Mons.
Zie vraag nr. 159 aan de Vice-Eerste Minister en Minister van
Economische Zaken, blz. 2208.
Voir question n° 159 au Vice-Premier Ministre et Ministre des
Affaires économiques, p. 2208.
'Il
f
2250
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
Antwoord : Het geacht Lid gelieve hieronder de antwoorden
te vinden van de gestelde vragen voor de Belgische Dienst voor
de Buitenlandse Handel, orgaan van openbaar nut waarover ik
de voogdij heb.
1. Aantal stagiair (6 maanden) : 1979 : 6; 1980 : 6;
2. Aantal tewerkgestelde werklozen : 1979 : nihil; 1980 :
nihil;
3. Aantal leden va het bijzonder tijdelijk kader : 1979 :
nihil; 1980 : nihil;
4. Aantal vacante betrekkingen op het statutair : kader :
1979: 3; 1980: 5.
Réponse : L'honorable Membre trouvera ci-après les réponses aux questions posées pour ce qui concerne l'Office belge du
Commerce extérieur, organisme d'intérêt public sur lequel
j'exerce le pouvoir de tutelle.
1. Nombre de stage (6 mois) de jeunes: 1979 :6; 1980: 6;
2. Nombre de chômeurs mis au travail : 1979: néant;
1980 : néant;
3. Nombre de membre du cadre spécial temporaire : 1979 :
néant; 1980 : néant;
4. Nombre d'emplois vacants du cadres statutaire :
1979: 3; 1980: 5.
Vraag nr. 37 van de heer Durgeon d.d. 27 februari 1981
(Fr.) :
Question n° 37 de M. Durgeon du 27 février 1981 (Fr.) :
Wapenverkoop aan Marokko.
Ventes d'armes au Maroc.
België heeft besloten het embargo op de verkoop van wapens
aan Marokko op te heffen. Het zou om lichte en infanteriewapens gaan.
Is de achtbare Minister niet van oordeel dat dit besluit een
gevaar betekent voor de Sahrawi-bevolking die voor zelfbestuur
strijdt, een beginsel waarop herhaaldelijk door de algemene
U.N.O.-vergadering en andere internationale organen is aangedrongen?
Is de Belgische beslissing niet in strijd met die laatste
standpunten?
Dreigt zij niet elke kans op vrede in dat gebied in gevaar
brengen en het geschil een internationale dimensie te geven ?
La Belgique a décidé de lever son embargo sur les ventes
d'armes au Maroc. Il s'agirait d'armes légères et d'infanterie.
Loopt ons land geen gevaar dientegevolge te worden gezien
ais gekant tegen elk streven van de volkeren om zich te
bevrijden alsmede tegen het recht op zelfbeschikking der
volkeren.
1k wens te vernemen welke initiativen de Belgische Regerin!!
heeft genomen om dit geschil sinds het gerezen is, te regelen ?
Antwoord : Vooreerst wens ik er het geacht Lid aan te herinneren dat de Belgische Regering tegenover het conflict in de
Westelijke Sahara een evenwichtig standpunt handhaaft, in de
hoop de betrokken partijen aan te zetten tot een regeling d-oor
onderhandelingen eerder dan tot voortdurende botsingen waarvan de betrokken bevolkingen alleen maar het slachtoffer kun nen zijn.
Aldus steunt de belgische Regering, in een geest van stricte
neutraliteit, elke inspanning die kan leiden tot een rechtvaardige
en duurzame regeling van het geschil, overeenkomstig de principes van de Organisatie van de Verenigde Naties en de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid die beiden de uitoefening van het
recht op zelfbeschikking door •de betrokken ·bevolkingen voorstaan.
Het geacht Lid ve:rwijst ook naar het embargo op de
wapenleveringen voor Marokko dat België zou hebben opgeheven.
1k heb voor de Commissie van Buitenlandse Zaken van de
Kamer van Volksvertegenwoordigers reeds uitgelegd, dat de
Belgische autoriteiten, om redenen die er werden uitgezet, nooit
openbaarheid gevèn aan een beslissing die een bepaald land onder embargo plaatst; bijgevolg publiceren zij ook niet de lijst
van de landen die niet onder embargo staan.
L'honorable Ministre n'estime-t-il pas que cette décision met
en péril le peuple Sahraoui qui se bat pour son autodétermination, principe réclamé à plusieurs reprises par l'assemblée
générale de l'o.N.U. et d'autres instances internationales ?
La nouvelle décision belge n'est-elle pas en contradiction avec
ces dernières positions ?
Ne risque-t-elle pas de compromettre définitivement toutes
les chances de paix dans cette région du monde et d'internationaliser le conflit ?
Notre pays ne risque-t-il pas d'apparaître à la suite de cela
comme s'opposant à toute volonté des peuples de se libérer et au
droit de disposer d'eux-mêmes ?
Je souhaiterais connaître les initiatives que le Gouvernement
belge a prises pour régler ce conflit depuis qu'il existe ?
Réponse : Je désire rappeler tout d'abord à l'honorable
Membre que le Gouvernement belge maintient~ face au conflit
du Sahara occidental, une position équilibrée dans l'espoir
d'encourager les parties en cause à une solution négociée plutôt
qu'à la poursuite d'un affrontement dont les populations intéressées ne peuvent que pâtir.
!
11
t
Ii
Ainsi le Gouvernement belge soutient, dans un esprit de
stricte neutralité, tout effort qui peut conduire à une solution
juste et durable du conflit, conformément aux principes de l'Organisation des Nations-Unies et de l'Organisation de l'Unité
africaine, qui sont toutes les deux favorables . à l'exercice du
droit à l'autodétermination par les populations concernées.
~i:
l'honorable Membre fait également allusion au fait que la
Belgique aurait levé l'embargo sur la vente d'armes destinées au Il!'
Maroc.
Comme j'ai eu l'occasion de l'expliquer à la Commission des
Affaires étrangères de la Chambre des Représentants, les auto- ,
rités belges, pour des raisons qui ont été exposées, ne rendent
jamais publique une décision de placer un pays déterminé sous ,
embargo; par voie de conséquence, elles ne publient pas non
plus la liste des pays qui ne sont pas soumis à embargo.
1
17 maart 1981 -
17 mars 1981
(23)
2251
Ministre des Finances
Minister van Financiën
Vraag nr. 150 van de heer Buchmann d.d. 18 fehruari 1981 ' Question n° 150 de M. Buchmann du 18 février 1981 (N.) :
(N.):
Ministeriële diensten. - Koffiebedeling.
Service ministériels. - Distribution de café.
Zie vraag nr. 149 aan de Vice-Eerste Minister en Minister van
Economische Zaken, blz. 2200.
Voir question n° 149 au Vice-Premier Ministre et Ministre des
Affaires économiques, p. 2200.
Antwoord:
Réponse:
1. ln de talrijke gebouwen verspreid over gans het lanc
beschikt het Ministerie van Financiën over restaurants en refter~
ten behoeve van het personeel.
De koffiebedeling maakt een geheel met het werk van hct
personeel van deze installaties; het is onmogelijk het aantal
personen te bepalen dat met dit deel van het werk betrokken Ï!s.
1. Dans de nombreux bâtiments, répartis dans tout le pays le
Ministère des Finances dispose de restaurants et de réfectoires
accessibles au personnel.
La distribution de café faisant partie intégrante du travail du
personnel affecté à ces installations, il n'est pas possible de
déterminer le nombre de personnes occupées par cette tâche
partielle.
2. ln 1980, voor een totaal effectief van hijna 33.000
2. En 1980, pour un effectif total de près de 33.000 agents,
personeelsleden, werden er 2.231.961 tassen koffie en 420.41<> 2.231.961 tasses de café ainsi que 420.416 tasses de thé ont été
koppen thee opgediend.
j distribuées.
3. Voor hetzelfde jaar belopen de uitgaven voor :
I
3. Pour la même année, les dépenses se sont élevées à :
a) personeelskosten : het uitsplitsen is onmogelijk (zie 1 . i a) frais de personnel : Ili répartition est impossible (voir 1. cihierb oven);
dessus).
b) inrichting :
b) équipement :
1) ± 554.000 F pour le renouvellement· du matériel non
1) ± 554.000 fr. voor vernieuwing van niet-duurzaam
materieel (tassen, ondertassen, lepeltjes ... )
durable (tasses, sous-tasses, cuillères ... )
2) 346.850 fr. voor jaarlijkse afschrijving van duurzaam
2) 346.850 F pour l'amortissement annuel du matériel
materieel (koffieapparaten, bedieningswagentjes ... )
durable (percolateurs, chariots de distribution ... )
o) verbruikte produkten (koffie, thee, cichorei, suiker, melk, c) produits utilisés (café, chicorée, sucre, lait, biscuits ... ) :
koekjes ... ) : 8.658.646 fr. Deze laatste uitgave wordt volle8.658.646 F. Cette dernière dépense est couverte intégraledig gedekt door de verbruikers.
ment par les consommateurs.
De inlichtingen betreffende de parastatale instellingen zullen
Les renseignements concernant les organismes parastataux
aan. het geacht Lid overgemaakt worden zodra ze toekomen.
;;eront transmis à l'honorable Membre dès qu'ils me parviendront.
Vraag nr. 151 van de heer Vansteenkiste d.d. 18 fehrwari
1981 (N.) :
Question n° 151 de M. Vansteenkiste du 18 février 1981
(N.) :
Nalatigheidsintresten. -
Intérêts moratoires. - Information et application correctes.
Correcte informatie en toepassing.
Nombreuses sont les doléances que reçoivent les receveurs des
Talrijk zijn de klachten die de ontvangers van belastinge11
contributions de la part de personnes redevables d'intérêts
moeten aanhoren van personen die nalatigheidsinteresten verschuldigd zijn. Het desbetreffende aanslagbiljet wordt immers , moratoires. L'avertissement extrait de rôle est, en effet, rédigé
de manière qui peut prêter à des confusions, telle que la mention
« verwarringstichtend » opgesteld, als daar bijvorbeeld is d1·
à indiquer sur la souche de versement ou de virement, libellée
vermelding die moet voorkomen op de strook van het stortingscomme suit : « Intérêts moratoires à partir du 1er juillet... 19 .. ».
of overschrijvingsformulier, die luidt als volgt : « nalatigheidsinteresten vanaf 1 juli ... 19 .. »
Deze « informatie » is op zijn minst onvolledig voor d1· '1
Cette information est pour le moins incomplète pour le
aangeslagene, die hierdoor niet enkel misleid maar tevens finan- i contribuable, qui non seulement est induit en erreur mais
cieel benadeeld wordt ... ingevolge onvolledige informatie vanfinancièrement désavantagé ... les autorités responsables se powege de verantwoordelijke overheid, die als eisende en eventueel
sant en partie demanderesse et, le cas échéant, en autorité
« straffen-vorderende » overheidsinstantie optreedt.
' requérant une peine.
Kan uw administratie werkelijk niet preventiever optreden
L'administration ne pourrait-elle adopter une attitude préten opzichte van de belastingsbetaler? Kan bijvoorbeeld bij het i ventive à l'égard du contribuable? Le contrôleur des contribuaanslagbiljet door de kontroleur van belastingen geen beknopte.
tions ne pourrait-il joindre à l'avertissement extrait de rôle une
gestencilde informatienota worden gevoegd?
' courte note informative ronéotypée?
Waarom wordt de geadministreerde er niet over ingelicht dat
Pourquoi le contribuable n'est-il pas informé du fait que les
de nalatigheidsinteresten onmiddellijk ophouden te lopen bij diintérêts moratoires sont suspendus dès le paiement des intérêts
rekte betaling van de reeds gekende, verschuleigde interesten?
dus déjà connus? Pourquoi maintient-on le délai prêtant à con-
2252
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
Waarom behoudt men de misleidende periode van 2 (twee î
maanden, die toch uitsluitend financieel nadelig uitvalt voor dt>
belastingsbetaler? Het kan toch de bedoeling niet zijn om, op
grond van de onwetendheid van de belanstingsbetaler, nalatigheidsinteresten op te strijken die ongetwijfeld zouden voorkomen door de aangeslagene,indien hij degelijk zou worden voorgelicht?
Ontvangen de belanstingsbetalers eveneens interesten vanwege uw departement, voor de periode die het terugstorten va11
door hen teveel betaalde belastingen voorafgaat?
fusion de deux mois, qui porte un préjudice financier exclusivement au contribuable? Il ne peut être dans l'intention de faire
payer, sur base de l'ignorance du contribuable, des intérêts
moratoires qui celui-ci pourrait effectivement éviter s'il était
informé comme il convient.
Antwoord : De aandacht vari het geacht Lid wordt er op
gevestigd dat een aanslagbiljet slechts tot doel heeft ee11
inkohiering ter kennis te brengen van de betrokken belastingschuldige. Het beantwoordt aan dit oogmerk wanneer de bestemmeling er de nodige inlichtingen op vindt aangaande d,·
aard van de belasting, het aanslagjaar, het kohierartikel, d,·
datum van uitvoerbaarverklaring van het kohier, het bedraµ
van de aanslag, de termijn voor betaling en de datum vanaf
dewelke de nalatigheidsintereste verschuldigd zijn.
De aan de belastingschuldigen toegezonden aanslagbiljetten
zijn in dat opzicht zeer duidelijk en overzichtelijk opgesteld. Zij
vermelden op een niet mis te verstane wijze uitdrukkelijk de
datum waarop uiterlijk moet worden betaald en de datum vana f
dewelke nalatigheidsinteresten verschuldigd zijn.
Overeenkomstig artikel 308 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen worden in principe moratoriuminteresten toegekend tegen een rentevoet van 1 % per kalendermaand bij een
terugbetaling van belastingen. Deze interesten worden toegekend vanaf de eerste van de maand die volgt op die waarin dl'
betaling van de niet verschuldigde belasting is geschied, tot he1
einde van de tweede maand die volgt op die van de beslissinµ
waarbij de belastingontheffing werd verleend. De intereste11
worden berekend op het be drag van elke betaling afgerond op
het lagere duizendtal.
Van dit algemeen principe wordt slechts afgeweken in dl'
gevallen voorzien in artikel 309 van voormeld Wetboek, namelijk bij terugbetaling van bedrijfsvoorheffing aan de schuldenaar ervan, van overschotten van voorheffingen en voorafbetalingen bedoeld in artikel 205 van voormeld Wetboek of bi_j
terugbetalingen van ambtswege na het verstrijken van de termijnen van bezwaar en beroep. Er worden bovendien ook geen
interesten toegekend wanneer de berekeningsgrondslag ervan
lager is dan 5.000 fr. of wanneer de aldus berekende interest
geen 100 fr. bedraagt.
Réponse : L'attention de l'honorable Membre est appelée sur
le fait que l'avertissement-extrait de rôle n'a d'autre but que de
porter une imposition à la connaissance du redevable intéressé.
Il répond à cet objectif dès l'instant où le destinataire y trouve
les renseignements utiles concernant la nature de l'impôt, l' exercice d'imposition, l'article de rôle, la date d'exécutoire du rôle,
le montant de l'imposition, le délai de paiement et la date à partir de laquelle les intérêts de retard sont dus.
Vraag nr. 153 van de heer Vansteenkiste d.d. 18 februari
1981 (N.):
Question n° 153 de M. Vansteenkiste du 18 février 1981
Sociale uitkeringen. - Belastingontheffing.
Prestations fiscales. - Exonération fiscale.
De heer Minister gelieve me mede te delen of het antwoord
van zijn voorganger op mijn vraag nr. 86 van 27 september
1974 (bulletin nr. 21, blz. 1020 en 1021) nog steeds geldig is?
Zo niet, graag de gewijzigde versie.
Monsieur le Ministre peut-il me faire savoir si la réponse de
son prédécesseur à ma question n° 86 du 27 septembre 197 4
(bulletin n° 21, p. 1020 et 1021) reste valable?
Dans la négative, j'aimerais avoir communication de la version modifiée.
Antwoord : In afwijking van de principiële belastbaarheid
van alle inkomsten die rechtstreeks of onrechtstreeks voortkomen uit activiteiten van alle aard, worden in de huidige stand
van de wetgeving, de volgende sociale vergoedingen of
tegemoetkomingen geheel of gedeeltelijk vrijgesteld :
1. de wettelijke geboorte- en gezinstoelagen;
Réponse : Par dérogation au principe de la taxation de tous
les revenus qui proviennent directement ou indirectement,
d'activités de toute espèce, la législation actuelle exonère
totalement ou partiellement les indemnités ou allocations sociales ci-après :
1. les allocations de naissance ~t les allocations familiales
légales;
2. les pensions ou les rentes - à l'exclusion des pensions
militaires d'ancienneté - octroyées à charge du Trésor, aux i
victimes militaires et civiles des deux guerres ou à leurs ayants
droit;
2. de pensioenen of renten - met uitzondering van de
militaire anciënniteitspensioenen - ten laste van de Schatkist
toegekend aan de militaire en burgerlijke slachtoffers van de
twee oorlogen of aan hun rechtverkrijgenden;
Le contribuable, de son côté, reçoit-il des intérêts de la part
du département pour la période précédent le remboursement
des impôts qu'il a payés en trop?
Les avertissements-extraits de rôle envoyés aux redevables
sont, à cet égard, très clairs et précis. Ils mentionnent sans prêter
à équivoque la date extrême pour laquelle le paiement doit être
effectué et la date à partir de laquelle les intérêts de retard sont
dus.
En cas de restitution d'impôts, des intérêts moratoires sont, en
principe, alloués au taux de 1 % par mois civil, conformément à
l'article 308 du Code des impôts sur les revenus. Ces intérêts
sont attribµés à partir du premier du mois qui suit celui au cours
duquel a eu lieu le paiement de la somme dégrevée jusqu'à la fin
du deuxième mois qui suit la décision accordant le dégrèvement
d'impôts? Les intérêts sont calculés sur le montant de chaque
paiement arrondi au millier inférieur.
Il n'est dérogé à ce principe général que dans les cas prévus
par l'article 309 du Code précité, notamment en cas de restitution de précomptes professionnels au redevable de ces précomptes, d'excédents de précomptes et versements anticipés visés à
l'article 205 dudit Code, ou en cas de restitution d'office après
l'expiration des délais de réclamation et de recours. Aucun intérêt n'est non plus.alloué lorsque son montant n'atteint pas 100 F
ou lorsque sa base de calcul est inférieure à 5. 000 F.
(N.) :
1
17 maart 1981 3. de gewone, bijzondere en aanvullende toelagen die ten
laste van de Schatkist worden toegekend aan de mindervaliden.
krachtens de wetgeving betreffende het toekennen van toelagen
aan de mindervaliden;
4. de aanpassingsvergoedingen toegekend aan de weduwen
krachtens de wetgeving betreffende het rust- en overlevingspensioen der werknemers of der zelfdstandigen;
5. de toelagen voor geneeskundige verzorging en voor begrafeniskosten, toegekend krachtens de wetgeving betreffende d,·
verzekering tegen ziekte en invaliditeit, betreffende de schadevergoedingen voor arheidsongevallen en voor ongevallen op d,·
weg van en naar het werk en betreffende de schadeloosstellinµ
voor beroepsziekten;
6. de toelagen voor geneeskundige verzorging en voor begrafeniskosten aan de vrij verzekerden door erkende mutualiteitsverenigingen verleend als verzekering in geval van ziekte , ,f
invaliditeit;
7. de vergoeding voor begrafeniskosten door de Staat toegekend aan de rechtverkrijgenden van zijn personeelsleden of zij11
oud-personeelsleden;
8. de vergoedingen bekomen ter uitvoering van een individueel verzekeringscontract tegen lichamelijke ongevallen;
9. de vergoedingen door de werkgever aan de werknemers
toegekend als terugbetaling van reiskosten van de woonplaats
naar de plaats van tewerkstelling, voor zover zij niet meer da11
5.000 fr. per jaar bedragen;
10. de renten toegekend aan invaliden uit vredestijd en aan
hun rechtverkrijgenden, voor zover zij meer bedragen dan
hetgeen overeenstemt met het rust- of overlevingspensioen
waarop de betrokkenen normaal aanspraak hadden kunnen
maken;
11. voor zover zij betrekking hebben op de eerste schijf van
3 miljoen fr. van het aanvangsbedrag, de voordelen wegens
hypothecaire leningen die een werkgever tegen gunstvoorwaarden aan leden van zijn personeel verstrekt, indien die leningen
zijn verstrekt in uitvoering van sociale bepalingen die op gans
het personeel van toepassing zijn en dat zij worden gebruikt
voor het bouwen, het verwerven of het verbouwen van een eerste
woonhuis dat uitsluitend bestemd is voor het persoonlijk gehruik van de leningnemer en van de personen die van zijn gezin
deel uitmaken;
12. de vergoedingen toegekend krachtens de wetgeving betreffende de verzekering tegen ziekte en invaliditeit, ten belope
van 10 % van hun bedrag;
13. de sociale voordelen die werknemers of gewezen werknemers of hun rechthebbenden behalen, voor zover het gaat :
ofwel om voordelen waarvoor het, ingevolge de wijze van
toekenning, niet mogelijk is het door iedere verkrijger
werkelijk behaalde bedrag vast te stellen;
ofwel om voordelen die, alhoewel individualiseerbaar, niet
de aard van een werkelijke bezoldiging hebben;
ofwel om geringe voordelen of gelegenheidsgeschenken behaald uit hoofde of naar aanleiding van gebeurtenissen die
niet rechtstreeks in verband staan met de beroepswerkzaamheid;
14. de vergoedingen die worden toegekend krachtens de wet
van 7 augustus 197 4 tot instelling van het recht op een
bestaansminimum (Belgisch Staatsblad van 18 september
1
1974);
15. de vergoedingen aan slachtoffers van arbeidsongevallen
en beroepsziekten verleend voor bijstand door een andere
persoon.
17 mars 1981
(23)
2253
3. les allocations ordinaires, spéciales et complémentaires qui
sont octroyées aux handicapés, à charge du Trésor, en exécution
de la législation relative à l'octroi d'allocations aux handicapés;
4. les indemnités d'adaptation octroyées aux veuves en
exécution de la législation relative à la pension de retraite et de
survie des travailleurs salariés ou des travailleurs indépendants;
5. les allocations pour soins de santé et pour frais funéraires,
octroyées en exécution de la législation concernant soit l'assurance en cas de maladie ou d'invalidité, soit la réparation des
dommages résultant d'accidents du travail ou sur le chemin du
travail, soit la réparation des dommages causés par les maladies
professionnelles;
6. les allocations pour soins de santé et pour frais funéraires
accordées aux assurés libres par les sociétés mutualistes reconnues au titre d'assurance en cas de maladie ou d'invalidité;
7. l'indemnité pour frais funéraires octroyée par l'Etat aux
ayants droit des membres ou anciens membres de son personnel;
8. les allocations obtenues en exécution d'un contrat d'assurance individuelle contre les accidents corporels;
9. dans la mesure où elles ne dépassent pas 5.000 F l'an, les
indemnités accordées aux travailleurs par leur employeur, en
remboursement de leurs frais de déplacement de leur domicile
au lieu du travail;
10. dans la mesure où elles dépassent ce qui correspond à la
pension de retraite et de survie à laquelle les intéressés auraient
pu normalement prétendre, les rentes octroyées aux invalides du
temps de paix ou à leurs ayant droits;
11. dans la mesure où ils se rapportent à la première tranche
de 3 millions de F du montant initial les avantages résultant de
prêts hypothécaires qu'un employeur consent à des conditions
préférentielles à des membres de son personnel, pour autant que
ces prêts soient consentis en exécution -de dispositions sociales
applicables à l'ensemble du personnel et qu'ils soient affectés à
la construction, à l'acquisition ou à la transformation d'une
première maison d'habitation destinée exclusivement à l'usage
personnel de l'emprunteur et des personnes faisant partie de son
ménage;
12. les indemnités octroyées en exécution de la législation
concernant l'assurance en cas de maladie ou d'invalidité à
concurrence de 10 % de leur montant;
13. les avantages sociaux obtenus par les travailleurs salariés
ou anciens travailleurs salariés ou par leurs ayants droit pour
autant qu'il s'agisse :
soit d'avantages dont il n'est pas possible en raison des
modalités de leur octroi, de déterminer le montant effectivement obtenu par chacun des bénéficiaires;
soit d'avantages qui, bien que personnalisables, n'ont pas le
caractère d'une véritable rémunération;
soit de menus avantages ou cadeaux d'usage obtenus à
l'occasion ou en raison d'événements sans rapport direct
ave~ l'activité professionnelle;
14. les indemnités octroyées en vertu de la loi du 7 août 1974
instituant le droit à un minimum de moyens d'existence
(Moniteur belge du 18 septembre 1974);
15. les indemnités accordées aux victimes d'accidents du
travail et de maladies professionnelles pour aide d'une tierce
personne.
286
2254
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
Vraag nr. 154 van de heer Gol d.d. 18 fehruari 1981 (Fr.) :
Question n° 154 de M. Gol du 18 février 1981 (Fr.)
/nventaris van de voorraden.
Inventaire des stocks.
1k verneem dat personeelsleden van uw departement in he1
Luikse vele handelaars bezochten sinds 5 januari 1981 om heu
te vragen een per 31 december 1980 afgesloten inventaris van
hun voorraden voor te leggen.
Aangezien het vanzelf spreekt dat de meeste belastingbetalers
op die dag materieel nog niet de tijd hadden om die inventaris
op te maken of althans te becijferen, zou ik de achtbare Minister
dank weten, ais hij me de volgende gegevens wilde verstrekken :
Il me revient que dans la région liégeoise, des agents de votre
département se seraient rendus chez de mombreux commerçants
dès le 5 janvier 1981 en leur demandant de produire l'inventaire
chiffré de leurs stocks, arrêté au 31 décembre 1980.
Comme il paraît évident qu'à cette date, la plupart des
contribuables n'a pas encore eu le temps matériel de procéder à
cet inventaire ou, à tout le moins, de le chiffrer, je remercie
l'honorable Ministre de bien vouloir me donner les precisions
suivantes :
les contrôles et les délais dans lesquels ils se sont faits, ont-ils
eu lieu sur base d'instructions générales de votre département;
de tels contrôles ont-ils eu lieu dans les mêmes conditions
dans les entreprises industrielles ou dans les grandes entreprises de distribution? Si non, pourquoi;
quelles sanctions menacent les contribuables qui,. dans les
tout premiers jours de l'année, ne peuvent produire l'inventaire leurs stocks?
-
worden de controles en de termijnen waarin zij worden verricht voorgeschreven in algemene richtlijnen van uw departement;
gebeuren die controles in dezelfde omstandigheden in dt'
industriële ondernemingen of in de grote distributiebedrijven? Zo niet, waarom;
welke sancties bestaan er voor belastingplichtigen die in de
allereerste dagen van het jaar de inventaris van hun voorraden niet kunnen voorleggen?
Antwoord : De verificatie van de inventaris in de ondernemingen die ertoe gehouden zijn er een op te stellen maakt.
vermits het om een bestanddeel gaat dat een directe weerslag op
het exploitatieresultaat heeft, deel uit van de gewone taken van
de aanslagdiensten van de Administratie der directe belastingen.
Daarom werden geen algemene richtlijnen verstrekt die
beoogden systematisch een dergelijke verificatie tijdens de
eerste dagen van 1981 in alle ondernemingen uit te voeren,
hetgeen trouwens, rekening houdend met het beschikbaar
personeel dat met een opdracht van zulke omvang kan worden
belast, een taak zou uitmaken die onmogelijk tot een goed einde
kon worden gebracht.
Niettemin werden door de inspecties van de directie van de
opsporingsdiensten der helastingen, binnen het gewone kader
van hun opdrachten in de hiervoren bedoelde periode, niet
alleen in Luik maar ook in andere streken van het land, bij
belastingplichtigen - zowel natuurlijke personen ais vennootschappen - navorsingen verrichten nadat noodzakelijkerwijze
een selectie moest worden gedaan wegens de beperkte personeelsbezetting van die opsporingsdiensten.
De keuze van de verificatieperiode is ruimschoots gerechtvaardigd door het feit dat het juist gedurende die periode is dat
de gevallen waarin de inventaris niet op de vereiste datum is
opgemaakt kunnen worden ontdekt en anderdeels bepaalde
andere vaststellingen met betrekking tot de regelmatigheid van
de boekhouding kunnen worden gedaan.
De grote industriële ondernemingen of de ondernemingen uit
de distributiesector werden niet a priori uit de voornoemde
selectie weggelaten. Er moet echter worden aangenomen dat,
wat hen betreft, de controle. op het bestaan zelf van de inventaris
bij de afsluiting van het boekjaar over het algemeen minder
belang heeft dan de verificatie van de hoeveelheden en van de
waarden die in dat stuk worden opgetekend, verificatie die
doorgaans plaatsvindt ter gelegenheid van het grondig onderzoek van de jaarlijkse aangifte in de inkomstenbelastingen. Als
inlichting kan ik mededelen dat op het stuk van door vennootschappen te lande en Belgische inrichtingen van buitenlandse
vennootschappen verschuldigde belastingen, in de loop van de
laatste drie controleperiodes (afgesloten op 30 juni van de jaren
1978, 1979 en 1980) onderschattipgen van de inventaris
werden vastgesteld die, ruw geschat, schommelden van 600
miljoen tot 900 miljoen fr. per jaar voor het gehele land.
Voor het overige wijs ik het geacht Lid erop dat het nietopstellen van een inventa~is op de vereiste datum geen enkele in
het Wetboek van de inkomstenbelastingen voorgeschreven administratieve of strafrechteliike sanctie tot gevolg heeft, maar
Réponse : La vérification de l'inventaire dans les entreprises
qui sont tenues d'en établir un, fait partie des tâches courantes
des services de taxation de l'Administration des contributions
directes, étant donné qu'il s'agit d'un élément ayant une
incidence directe sur le résultat d'exploitation.
Aussi, n'a-t-il pas été donné d'instructions générales visant à
procéder systématiquement à une telle vérification dans les
premiers jours de 1981 auprès de toutes les entreprises, ce qui
eût d'ailleurs constitué un travail impossible à mener à bien,
l'ompte tenu du personnel disponible susceptible d'être affecté à
11 ne opération de cette envergure.
Néanmoins, dans le cadre normal de leur mission, les inspections de la direction des services de recherche des contributions
ont, pendant la période visée ci-avant, entrepris, non seulement
à ,Liège mais aussi dans d'autres régions du pays, de procéder à
des investigations de l'espèce chez des contribuables - tant des
personnes physiques que des sociétés - après qu'une sélection
ait dû nécessairement être faite eu égard aux effectifs limités de
ces services de recherche.
Le choix de la période de vérification se justifie amplement
par le fait que c'est précisément au cours de celle-ci qu'il est
permis de relever les cas dans lesquels l'inventaire n'est pas
établi à la date requise et de faire, corrélativement, certaines
autres constatations quant à la régularité de la comptabilité.
Les grandes entreprises industrielles ou de distribution n'ont
pas, a priori, été écartées de la sélection précitée. Il faut ~,
cependant bien admettre que, dans leur chef, le contrôle de
11
l'existence même de l'inventaire à la clôture de l'exercice 1'
comptable présente en général moins d'intérêt que la vérification des quantités et valeurs qui sont consignées à ce document,
laquelle trouva généralement sa place dans l'examen approfondi
de la déclaration annuelle aux impôts sur les revenus. C'est ainsi
qu'en matière d'impôts dus par les sociétés résidentes et les
établissements· belges de sociétés étrangères, je puis signaler, à !'I'
titre indicatif, qu'au cours des trois dernières périodes de ~i
contrôle (clôturées au 30 juin des années 1978, 1979 et 1980), 1
on a découvert des sous-évaluations d'inventaire oscillant, en 'i
gros, de 600 millions à 900 millions de F par an pour l'ensemble ,1
du pays.
1
11
Pour le surplus, je signale à l'honorable Membre que le défaut
d'établir l'inventaire à la date requise n'entraîne aucune des
sanctions administratives ou pénales prévues au Code des ,
impôts sur les revenus mais que cette circonstance peut, avec
1
1
17 maart 1981 -
17 mars 1981
(23)
2255
dat die omstandigheid samen met andere bif de controle
verzamelde elementen, het bewijs of op zijn minst een vermoeden van de onjuistheid van de boekhouding kan zijn.
d'autres éléments relevés lors du contrôle, constituer la preuve
ou à tout le moins une présomption de l'inexactitude de la
comptabilité.
Vraag nr. 155 van de heer Thys d.d. 18 fehruari 1981 (Fr.) :
Question n° 155 de M. Thys du 18 février 1981 (Fr.) :
E.E.G. - Kredietverzekering bij uitvoer.
Marché commun. -Assurance-crédit à l'exportation.
Sinds 2 februari 1981 is Groot-Brittannië op zijn heurt gaan
deelnemen aan de « oorlog van de kredietverzekering bij uitvoer » door nieuwe voorzieningen aan te kondigen die volgens
de Minister van Buitenlandse Handel in hoofdzaak gericht zijn
op de door Frankrijk uitgedachte « gemengde kredieten » e11
waardoor de Britse exporteurs de mogelijkheid krijgen leninge11
toe te staan tegen een even lage rente ais die welke hu11
concurrenten krijgen.
Kan de Minister van Financiën zeggen welke maatregelen in
België zijn getroffen ter bevordering van leningen tegen verlaagde of voorkeurtarieven aan Belgische ondernemingen?
La Grande-Bretagne s'est jointe depuis le 2 février 1981 à son
tour à la « guerre de l'assurance-crédit à l'expédition » en
annonçant de nouvelles dispositions qui visent, selon le Ministre
du Commerce extérieur, essentiellement les « crédits mixtes »
inventés par la France et permettant aux exportateurs britanniques de consentir des prêts à taux d'intéret aussi faibles que
ceux offerts par leurs concurrents.
Acht de Minister het niet nuttig het probleem van de
kredietverzekering bij uitvoer op de agenda te plaatsen van de
komende vergadering van de Ministers van Financiën van de
E.E.G.?
Antwoord:
1. De kostprijs van de uitvoerkredieten zoals hij voortvloeit
uit de voorwaarden van Creditexport, mag door middel van een
rentesubsidie verminderd worden.
Die rentesubsidie wordt door de Staat verleend tot op het peil
van de rentevoeten van de Internationale Overeenkomst van de
O.ES.0.-landen. Die tussenkomst van de Staat wordt geregeld
bij koninklijke besluiten nr. 6 en nr. 51 van 18 april en 24 oktober 1967. Op voorstel van het Comité voor de bevordering van
de uitvoer van Belgische uitrustingsgoederen, Copromex, wordt
die tussenkomst door de Minister van Buitenlandse Handel
verleend.
2. Anderzijds, krachtens hoofdstuk II van de wet van 3 juni
1964, gewijzigd bij koninklijk besluit nr. 75 van 10 november
1967, zijn de Minister van Financiën en de Minister die de
buitenlandse handelsbetrekkingen onder zijn bevoegdheid
heeft, gemachtigd leningen aan Staten of buitenlandse organismen toe te staan ten belope van de op de begroting van het
Ministerie van Financiën geopende kredieten.
Die leningen, met een looptijd van 30 jaar en een respijttermijn van 10 jaar voor de terugbetaling, zijn renteloos voor de
landen met een jaarlijks B.N.P. dat lager is dan 580 dollar
(1977) per capita, zij worden aan andere ontwikkelingslanden
verstrekt tegen 2 % 's jaars. Bovendien wordt voor ieder geval
van vrijstelling van 10 jaar toegekend voor de betaling der
intresten.
Die leningen zijn geheel of voor kun grootste deel gebonden
aan de levering van Belgische diensten of goederen, in het kader
van het ontwikkelingsplan van het begunstigd land.
3. De problemen van de kostprijs der exportkredieten en van
de concurrentie op dat gebied zijn het voorwerp van voortgezette werkzaamheden op het vlak van de Europese Economische
Gemeenschap, en de Raad van de Ministers van Economie en
Financiën van de E.E.G. heeft terzake reeds verscheidene
resoluties goedgekeurd. •
Monsieur le Ministre des Finances peut-il préciser les mesures
légales ou réglementaires prises en Belgique en vue de favoriser
la concession de prêts à des taux d'intérêt préférentiels ou
diminués en faveur des entreprises belges.
Monsieur le Ministre n'estime-t-il pas utile de porter le
problème de l'assurance crédit à l'exportation à l'ordre du jour
de la prochaine réunion des Ministres des Finances du Marché
commun?
Réponse:
1. Le coût des crédits à l'exportation, tel qu'il résulte des
conditions de Creditexport, peut être diminué par un subside en
intérêt.
Ce subside en intérêt est consenti par l'Etat jusqu'au niveau
des taux d'intérêt de l'Arrangement international des pays de
l'O.C.D.E. Cette intervention de l'Etat est régie par les dispositions des arrêtés royaux n° 6 et n° 51 des 18 avril et 14 octobre
196 7. Sur proposition du Comité pour la promotion des exportations de biens d'équipement belges, Copromex, ladite intervention est accordée par le Ministre du Commerce extérieur.
2. D'autre part, en vertu du chapitre II de la loi du 3 juin
1964, modifiée par l'arrêté royal n° 75 du 10 novembre 1967, le
Ministre des Finances et le Ministre qui a les relations commerciales extérieures dans ses attributions, sont autorisés à consentir des prêts à des Etats ou à des organismes étrangers à
concurrence des crédits ouverts au budget du Ministère des
Finances.
Ces prêts, d'une durée de 30 ans avec une franchise de
remboursement de 10 ans, ne portent pas intérêt pour les pays
dont le P.N.B. annuel par habitant est inférieur à 580 dollars
(1977); ils sont octroyés à d'autres pays en voie de développement aux taux de 2 % l'an. En outre, une exemption du paiement des intérêts pendant les 10 premières années est accordée
dans chaque cas.
Ces prêts sont liés, entièrement ou pour leur plus grande
partie, à la fourniture de services ou de biens belges, rentrant
dans le cadre du plan de développement du pays bénéficiaire.
3. Le problème du coût des crédits à l'exportation et celui de
la concurrence dans ce domaine font l'objet de travaux constants au niveau de la Communauté économique européenne, et
le Conseil des Ministres de l'Economie et des Finances de la
C.E.E. a déjà pris plusieurs résolutions à cet égard.
2256
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
Vraag nr. 157 van de heer Van Grembergen d.d. 19 fehruari
1981 (N.):
Question n° 157 de M. Van Grembergen du 19 février 1981
N.M.K.N. dieten.
S.N. C.l. -
Aan staal- en textielnijverheid toegestane kre-
(N.):
Crédits accordés à la sidérurgie et au textile.
Graag had ik van de heer Minister vernomen welke kredieten
er tijdens elk der vijf voorafgaande jaren door de Nationale
Maatschappij voor Krediet aan de Nijverheid aan de staalbedrijven toegestaan werden?
Kan de heer Minister mij dezelfde gegevens in verband met de
textielnijverheid meedelen?
Monsieur le Ministre aurait-il l'obligeance de me faire connaître pour chacune des cinq dernières années le montant des
crédits accordés à la sidérurgie par la Société nationale de crédit
à l'industrie?
J'aimerais connaître en outre les chiffres correspondants en ce
qui concerne l'industrie textile.
Antwoord : Hierna deel ik het geacht Lid de gevraagde inlichtingen mee :
(in miljarden fr.)
Réponse : Ci-après je communique à l'honorable Membre les
renseignements demandés :
(en milliards de F)
1977
1976
Textiel en confectie
Textile et confection
Staalnijverheid
Sidérurgie
Kredieten aan de Staat
ten gunste van de staalnijverheid
Crédits à l'Etat pour_ la sidérurgie
2,7
9,9
1978
1979
1980
2,0
1,8
1,3
9,0
6,6
28,8
38,3
1,0
Vraag nr. 162 van de heer Tromont d.d. 19 februari 1981
(Fr.) :
Question n° 162 de M. Tromont du 19 février 1981 (Fr.) :
Tewerkstelling van werklozen. - Arrondissement Bergen.
Placement de chômeurs. -Arrondù.i;ement de Mons.
Zie nr. 159 aan de Vice-Ëerste Minister en -Minister van
Economische Zaken. blz. 2208.
Voir question n° 159 au Vice-Premier Ministre et Ministre des
Affaires économiques, p. 2208.
Antwoord:
1. en 2. Mijn diensten houden geen statistieken bij omtrent
het arrondissement van oorsprong van de jonge stagiairs en de
werklozen die bij het Departement worden tewerkegsteld.
De jonge stagiairs worden aangeworven tussen de kandidaten
voorgesteld door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening en zij
woren in de regel aangewezen voor de grote centra. De tewerk te
stellen werklozen worden nominatief door dezelfde instelling
aangewezen.
3. Het Ministerie van Financiën stelt geen werklozen ~werk
binnen het Bijzonder Tijdelijk Kader.
4. De eigenlijke personeelsformatie (statutairen) van de buitendiensten is een globale formatie per administratie en per
graad. Het beschikbaar personeel is ter beschikking gesteld van
de gewestelijke directies en diensten naargelang de dienstnoodwendigheden.
Wat betreft de instellingen van openbaar nut die van het
Departement van Financiën afhangen, werden de nodige inlichtingen gevraagd en zullen zo spoedig mogelijk medegedeeld
worden.
Réponse:
1. et 2. Mes services ne tiennent aucune statistique concernant l'arrondissement d'origine des jeunes stagiaires et des
chômeurs utilisés au Ministère des Finances.
Les jeunes stagiaires sont en effet engagés parmi des candidats signalés par l'Office national de l'Emploi et ils sont en règle
générale affectés dans les grands centres. Quant aux chômeurs,
ils sont désignés nominativement par le même organisme.
Vraag nr. 163 van de heer Nyffels d.d. 19 fehruari 1981
Question n° 163 de M. Nyffels du 19 février 1981 (N.) :
11
3. Le Ministère des Finances n'utilise aucun chômeur dans le
Cadre spécial temporaire.
4. Le cadre organique proprement dit (statutaires) des services extérieurs est un cadre global par administration et par
grade. Le personnel disponible est mis à la disposition des .
directions régionales et des services suivant les nécessités du !/
moment.
Pour ce qui concerne les organismes d'intérêt public dépendant du Département des Finances, les renseignements nécessaires ont été demandés et seront communiqués dès que possible.
1
1
(N.):
Hypothecaire leningen voor sociale woningen. bedrag.
Aftrekbaar
In het Wetboek van de inkomstenbelastingen artikel 54/3
wordt voorzien in de aftrekbaarheid van sommen besteed tot
aflossing of herstelling van hypothecaire leningen gesloten voor
het bouwen, het verwerven of het verbouwen van een gebouw,
Emprunts hypothécaires pour habitations sociales. déductible.
Montant,
L'article 54/3 du Code des impôts sur les revenus prévoit que '
sont déduits des revenus J!rnf.- .. ..;ionnels, les somnw..; :_1ff~·ctPrs à
l'amortissement ou à la reconstitution d'emprunts hypothécaires contractés en vue de la construction, de l'acquisition ou de la
1
,
17 maart 1981 onroerend en gewaarborgd door een tijdelijke verzekering bij
overlijden met afnemend kapitaal. Deze zijn beperkt bij artikel
58 tot maximum 45.000 fr.
De aflossing van een hypothecaire lening van een sociale
woning houdt in zich, dat de anuiteiten met vaste mensualiteiten
worden afbetaald, gedurende de gehele duur van de lening en
gemiddeld 20 jaar belopen. Deze vaste annuïteiten, die zowel
kapitaal-schuldsaldoverzekering, ais intresten omvatten, betekenen de aflossingen van de hypothecaire lening.
Sommige commentaren op deze bepalingen van de wet
scheppen verwarring, zodat de aftrekbaarheid niet precies kan
bepaald worden, gezien de aflossingen van een hypothecaire
lening moeilijk ais annmëteit kan gesplitst worden in kapitaal,
verzekering en intrest, gezien de intresten bestendig verminderen en de aflossingen van kapitaal stijgen.
Trouwens voorzien de akten van sociale leningen dat het
kapitaal en de intresten zullen eisbaar en betaalbaar zijn in
maandelijkse stortingen van X fr.
Elk van deze storting is gelijk aan het twaalfde van de
annuïteit, waarvoor, overeenkomstig een bijgaand aflossingstabel, een lening van eenzelfde bedrag wordt terugbetaald. Deze
bepalingen bij fractie stemmen overeen met een bijkomende intrestenlast van X % 's jaars.
Daar leid ik dan volgende vraag uit af, waarover ik U om een
antwoord verzoek :
Moet in het artikel 54/3 verstaan worden dat voor wat de
sociale leningen betreft, het totaal der vaste annuïteiten de
« aflossingen » vormen waarvan sprake in dit artikel en die
aftrekbaar zijn van de bedrijfsinkomsten, mits eerbiediging van
de heperkende maatregelen voorzien in artikel 58?
Of in tegenovergesteld geval, hoe moeten deze « aflossingen »
gesplitst worden om in aftrek gebracht te worden van de
bedrijfs- en of belastbare inkomsten?
17 mars 1981
(23)
2257
transformation d'un immeuble bâti et garantis par une assurance temporaire au décès à capital décroissant. L'article 58 limite
la déduction à un maximum de 45.000 F.
L'amortissement d'un emprunt afférent à une habitation
sociale comporte la paiement des annuités par mensualités fixes
pendant toute la durée de l'emprunt, qui est en général de 20
ans. Ces annuités fixes, qui comprennent le capital, l'assurance
sur le solde restant dû de même que les intérêts, représentent
l'amortissement de l'emprunt hypothécaire.
Certains commentaires de's dispositionss précitées prêtent à
confusion, de sorte qu'il n'est pas possible de déterminer
exactement le montant déductible, l'annuité représentant l'amortissement d'un emprunt hypothécaire pouvant difficilement
être subdivisé en capital, assurance et intérêt, étant donné que
les intérêts diminuent à mesure que le capital remboursé
augmente.
Les actes d'emprunts sociaux prévoient d'ailleurs que le
capital et les intérêts seront exigibles et payables en versements
mensuels de X F.
Chacun de ces versements est égal à un douzième de l'annuité,
conformément à un tableau d'amortissement, le fractionnement
des paiements correspondant à une charge d'intérêt supplémentaire de X % l'an.
Dès lors, je vous saurais gré de répondre à la question
suivante:
Faut-il déduire de l'article 54/3 qu'en ce qui concerne les
emprunts sociaux, le total des annuités fixes qui constitue
l'amortissement déductible des revenus professionnels, dans les
limites fixées à l'article 58.
Dans la négative, comment ces amortissements doivent-ils
être subdivisés afin d'être déduits des revenus professionnels et/
ou imposables?
Antwoord : De in artikel 54, 3°, van het Wethoek van de
inkomstenbelastingen, bedoelde uitgaven die in mindering komen van het totaal van de hedrijfsinkomsten, zijn alleen de
sommen welke besteed worden aan het aflossen of herstellen van
hypothecaire leningen gesloten voor het bouwen, het verwerven
of het verbouwen van een gebouwd onroerend goed en gewaarhorgd door een schuldsaldoverzekering. De uit hoofde van die
leningen hetaalde intresten zijn niet onder de voormelde wetshepaling hedoeld, doch zijn krachtens artikel 71, § 1, 2°, en § 2,
van hetzelfde Wethoek, aftrekhaar van het totaal belasthaar
netto-inokomen, in de mate dat zij niet meer bedragen dan de
belastbare onroerende en roerende inkomsten van de betrokkene.
De uitsplitsing van de door het geacht Lid bedoelde annuïteiten in terugbetaling van kapitaal en in intrest biedt in de
praktijk doorgaans geen moeilijkheden omdat de geldschieters
in de regel een aflossingstabel (welke die uitsplitsting voor elk
jaar opgeeft) opstellen en mededelen aan de helastingsplichtige;
hovendien is het gebruikelijk deze laatste tevens ieder jaar een
rekeninguittreksel of attest te bezorgen waarin die gegevens
afzonderlijk zijn vermeld of waaruit ze, door een eenvoudige
rekenkundige bewerking, kunnen worden afgeleid.
La ventilation en remboursement du capital et en intérêts, des
annuités visées par l'honorable Membre ne pose généralement
aucune difficulté en pratique, parce que les prêteurs établissent
et communiquent en principe au contribuable un tableau
d'amortissement (qui donne cette ventilation pour chaque
année); en outre, il est d'usage de remettre également chaque
année à ce dernier un extrait de compte ou une attestation
mentionnant séparément ces données, ou permettant de les
obtenir par une simple opération arithmétique.
Minister van Tewerkstelling en Arheid
Ministre de l'Emploi et du Travail
Vraag nr. 84 van de heer Lenssens d.d. 12 fehruari 1981
Question n° 84 de M. Lenssens du 12 février 1981 (N.):
Réponse : Les dépenses visées à l'article 53, 3° du Code des
impôts sur les revenus, qui sont déduites du totai des revenus
professionnels, sont exclusivement les sommes affectées à l'amortissement ou à la reconstitution d'emprunts hypothécaires
contractés en vue de la construction, de l'acquisition ou de la
transformation d'un immeuble bâti, et garanti par une assurance de solde restant dû. Les intérêts payés du chef de ces
emprunts ne sont pas visés par la disposition légale précitée,
mais sont, en vertu de l'article 71, § 1e\ 2°, et § 2, du même
Code, déductibles de l'ensemble des revenus nets imposables,
dans la mesure où ils n'excèdent pas les revenus immobiliers et
mobiliers imposables de l'intéressé.
(N.):
Sociale fondsen.
Fonds sociaux.
Mag ik van de heer Minister vernemen voor welke onderneMonsieur le Ministre pourrait-il me faire connaître les entremingen sedert è januari 1980 nieuwe sociale fondsen werden ... prises pour lesquelles le Gouvernement a créé de nouveaux
opgericht door de Regering.
fonds sociaux depuis le 1er janvier 1980.
2258
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
Voor elk fonds vernam ik graag :
1. naam van het sociaal fonds; datum beslissing M.C.E.S.C.;
2. aantal betrokken arbeiders en bedienden;
3. de toegekende voordelen;
4. de duurtijd van elk fonds;
5. de budgettaire weerslag van elk fonds;
6. op welke begroting werden de kredieten ingeschreven?
Antwoord : ln antwoord op de vraag van het geacht Lid, kan
ik hem mededelen dat sedert 1 januari 1980, twee sociale
fondsen werden opgericht.
a) Het sociaal fonds « Plan de formation, reconversion Glaverbel Charleroi »
1. Beslissing van het M.C.E.S.C. : 17 april 1980;
2. Aantal betrokken werknemers: 270;
3. Toegekende voordelen :
- bijkomende opzeggingsvergoeding;
- reconversievergoeding voor beroepsopleiding (werklieden);
-
syndicale premie (werklieden);
bijkomende vakantievergoeding (werklieden);
bijkomende werkloosheidsvergoeding;
4. Duurtijd : 2 jaar;
5. Budgettaire weerslag : 59.400.000 fr.
6. Begroting van het Waalse Gewest.
b) Sociaal fonds craft, Herstal
1. Beslissing van het M.C.E.S.C. : 18 december 1980;
2. Aantal betrokken werklieden: 77;
bedienden: 25;
3. Toegekende voordelen:
- wachtvergoeding;
- voor werkloze werklieden;
- voor opnieuw tewerkgestelde werklieden;
- verhoogde opzeggingsvergoeding voor bedienden;
4. Duurtijd : 1 jaar;
5. Budgettaire weerslag : 11. 720.028 fr.
6. Begroting van het Waalse Gewest.
(23)
J'aimerais connaître, pour chacun de ces fonds :
1. le nom du fonds social, avec la date de la décision du
C.M.C.E.S.;
2. le nombre des travailleurs et employés intéressés;
3. les avantages accordés;
4. la durée;
5. les répercussions budgétaires;
6. le budget auquel il a été imputé.
Réponse : En réponse à la question de l'honorable Membre,
je peux lui communiquer que, depuis le ter janvier 1980, deux
fonds sociaux ont été créés.
a) Le fonds social « Plan de formation, reconversion Glaverbel
Charleroi ».
1. décision du C.M.C.E.S. : 17 avril 1980;
2. nombre de travailleurs concernés : 270;
3. avantages accordés :
- indemnité complémentaire de licenciement;
- indemnité de reconversion pour formation professionnelle
(ouvriers);
- prime syndicale (ouvriers);
- pécule de vacances complémentaire (ouvriers);
- indemnité comlémentaire de chômage;
4. durée : 2 ans:
5. impact budgétaire : 59.400.000 F;
6. budget de la Région wallonne.
b) fonds social « Craft », Herstal
1. décision du C.M.C.E.S. : 18 décembre 1980;
2. nombre d'ouvriers concernés : 77;
nombre d'employés concernés : 25;
3. avantages accordés :
- indemnité d'attente :
- pour ouvriers en chômage;
- pour ouvriers remis au travail;
- hausse de l'indemnité de licenciement pour employés;
4. durée: 1 an:
5. impact budgétaire: 11.720.028 F;
6. budget de la Région wallonne.
Vraag nr. 89 van de heer Tromont d.d. 19 februari 1981
(Fr.) :
Question n° 89 de M. Tromont du 19 février 1981 (Fr.) :
Tewerkstelling van werklozen. - Arrondissement Bergen.
Placment de chômeurs. - Arrondissment de Mons.
Zie vraag nr. 159 aan de Vice-Eerste Ministe; en Minister van
Economische Zaken, blz. 2208.
Antwoord : ln antwoord op zijn vraag heb ik de eer het
geacht Lid volgende gegevens te verstrekken betreffende de
maatregelen ter bevordering van de tewerkstelling bij mijn
departement in het arrondissement Bergen.
1979
1980
Stage van jongeren
1
1
Tewerkgestelde werklozen;
B. T .K. -contractuelen
Vacante betrekkingen
2
2
Wat betreft de instellingen van openbaar nut die onder mijn
controlebevoegdheid ressorteren zullen de gegevens later verstrekt worden.
Voir question n° 159 au Vice-Premier Ministre et Ministre des
Affaires économiques, p. 2208.
Réponse : En réponse à sa question, j'ai l'honneur de
communiquer à l'honorable Membre les renseignements. suivants concernant les mesures de promotion de l'emploi dans :
mon département pour l'arrondissement de Mons.
f
1979
1980
Stages des jeunes
1
1
Chomeurs occupés
Contractuels C.S.T.
Emplois vacants
2
2
Les renseignements concernant les organismes d'intérêt pu- i
hlic placés sous ma tutelle seront communiqués ultérieurement. i
1
1
17 maart 1981 -
17 mars 1981
(23)
2259
Vraag nr.91 van de heer Bertouille d.d. 27 fehruari 1981
(Fr.):
Question n° 91 de M. Bertouille du 27 février 1981 (Fr.):
Minder-validen. - Indienstneming.
Handicapés. - Engagement.
Zie vraag nr. 85 aan· de Eerste Minister, blz. 2198.
Antwoord : In antwoord op zijn vraag heb ik de eer het
geacht Lid volgende inlichtingen te laten geworden :
(1)
(2)
- Departement
18
42
- Hulpkas voor werkloosheidsuitbetalingen
1
1
-
Rijksfonds voor sociale reclassering
van de minder-validen
1
9
- Rijksdienst voor arbeidsvoorziening
11
18
(1) Aantal tewerk te stellen minder-validen in toepassing van
het koninklijk besluit van 16 augustus 1972 ter bevordering
van de tewerkstelling van de minder-validen in de rijksbesturen (Departement) en het koninklijk besluit van 5 januari
1976 wat beti:-eft de instellingen van openbaar nut.
(2) Aantal effectief tewerkgestelde minder-validen.
Gelet op het feit dat uit voormelde c{jfers blijkt dat de
objectieven gesteld door de betrokken wetgeving ruim bereikt
zijn, is punt 2 van de vraag van het geacht Lid zonder voorwerp.
Voir question n° 85 au Premier Ministre, p. 2198.
Réponse : En réponse à sa question, j'ai l'honneur de faire
parvenir à l'honorable Membre les renseignements suivants :
(1)
(2)
18
42
- Départements
- Caisse auxiliaire de paiement des
1
1
allocations de chômage
-Fonds national de reclassement
1
social des handicapés
9
11
- Office national de l'Emploi
18
(1) Nombre de handicapés à occuper en application de l'arrêté
royal du 11 août 1972 stimulant l'emploi de handicapés
dans les administrations de l'Etat (Département) et de
l'arrêté royal du 5 janvier 1976 en ce qui concene les
organismes d'intérêt public.
(2) Nombre dr handicap,< O('f'tqH~~ ~1ffici1•l1rnw111.
Etant donné qu'il rrssort des rhiffres prérités quP lPs ohjrctifs
fixés par la législation conœrnée sont largement atteints, le
point 2 de la question de l'honorable Membre est sans objet.
Vraag nr. 92bis van de heer Flamant d.d. 27 fehruari 1981
(N.) :
Question n° 92bis de M. Flamant du 19 février 1981 (Fr.) :
Wet betreffende de budgettaire voorstellen 1975-1976. Dienst voor Algemene Sociale lnspectie.
La loi relative aux propositions budgétaires 1975-1976. Service d'inspection sociale générale.
Bij de artikeen 158 tot en met 164 van de wet van 5 januari
1976 betreffende de budgettaire voorstellen 1975-1976, werd
voorzien in de oprichting van een dienst van algemene sociale
inspectie •on der het gezag van de Ministers van Sociale Voorzorg
en van Tewerkstelling en Arbeid.
Deze dienst, die de sociale inspectiediensten van diverse
ministeries en parastatalen moet groeperen, maakte tot op
heden niet het voorwerp uit van het bij artikel 164 bedoelde, in
Ministerraad overlegd boninklijk besluit.
Graag vernam ik van de Eerste Minister:
La loi du 5 janvier 1976 relative aux propositions budgétaires
1975-1976 prévoit dans ses articles 158 à 164 la création d'un
Service d'inspection sociale générale, placé sous l'autorité des
Ministres qui ont la Prévoyance sociale et l'Emploi et le Travail
dans leurs attributions.
Cet organe, appelé à grouper les services d'inspection sociale
dès différents ministères et organismes paraétatiques, n'a toujours pas fait l'objet de l'arrêté royal à délibérer en Conseil des
Ministres, prévu par la loi susvisée.
A cet égard, je saurais gré à Monsieur le Premier Ministre de
me fournir les présisions suivantes :
1. Où en sont les travaux relatifs à la création du Service
susmentionné?
2. Pour quand peut-on en escompter l'installation?
1. hoever de werkzaamheden in verband met de oprichting
van deze dienst zijn gevorderd;
2. tegen welke periode de instelling hiervan mag verwacht
worden?
Antwoord : In antwoord op zijn vraag, die mij door de heer
Eerste Minister werd toegezonden, heb ik de eer het geacht Lid
mede te delen dat een ontwerp van besluit houdende uitvoering
van de bepalingen van· de wet van 5 januari 1976, die de oprichting van een Dienst voor Algemene Sociale lnspectie voorziet
door een interministeriële werkgroep werd opgesteld.
Dit ontwerp werd voor advies aan de Nationale Arbeidsraad
voorgelegd, die op 3 maart 1977 zijn advies nr. 545 uitbracht.
Sedertdien werden geen verdere specifieke uitvoeringsmaatregelen getroffen.
Réponse : En réponse à sa question que M. le Premier
Ministre m'a transmise, j'ai l'honneur de faire savoir à l'honorable Membre qu'un projet d'arrêté portant exécution des dispositions de la loi du 5 janvier 1976 qui prévoit la création d'un
service d'inspection sociale générale, a été rédigé par un groupe
de travail interministériel.
Ce projet fut transmis pour avis au Conseil national du
Travail qui a émis son avis n° 545 le 3 mars 1977.
Depuis lors, plus aucune mesure d'exécution spécifique n'a
été prise.
2260
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
Vragen waarop niet werd geantwoord
binnen de door het Reglement bepaalde termijn.
(Art. 71 van het Reglement van de Kamer.)
Questions auxquelles il n'a pas été répondu
dans le délai fixé par le Règlement.
(Art. 71 du Règlement de la Chambre.)
Vraag nr. 84bis van de heer Van Grembergen d.d. 18 februari 1981 (N.) :
Question n° 84bis de M. Van Grembergen du 18 février 1981
(N.):
R. VÀ. - Bi}- en herscholingscursussen. arbeidsmarkt.
Resultaten op de
O.N.Em. - Cours de recyclage et de perfectionnement. Résultats sur le marché de l'emploi.
Naar ik vernam, zouden de R.V.A.-kursussen voor bij-, omen herscholing niet steeds het verwachte resultaat opleveren.
Naar- verluidt, zou de R.V.A. zinnens zijn in Anderlecht de
sectie der industriële plaatbewerkers te sluiten, een branche
waar een acute vraag naar werkkrachten is. Ook doen hardnekkige geruchten de ronde ais zou de R. V.A. mensen opleiden in
branches die volzet of uitstervend op de arbeidsmarkt zijn.
Il me revient que les cours de recyclage organisés par
l'O.N.Em. n'auraient pas toujours. les résultats escomptés.
Ainsi, l'O.N.Em. aurait l'intention de fermer à Anderlecht la
section tôlerie industrielle, une branche dans laquelle l'offre
d'emplois est cependant encore considérable. Le bruit circule
également que l'O.N.Em. orienterait les travailleurs surtout vers
des ~ranches n'offrant aucun débouché et n'ayant plus aucun
avemr.
N'ayant pas reçu de réponse à une question précédente à ce
sujet, j'aimerais obtenir les renseignements suivants :
Daar ik op een vroegere vraag hieromtrent geen antwoord
kreeg, had ik graag vooralsnog de volgende inlichtingen verkregen:
1.
a) Over welk beroepenpakket van bih om- of herscholingen
beschikt de R. V .A. momenteel?
b) Welke verschillende opleidingsformules zijn hierbij voorzien
(avondcursussen, samenwerking met ondernemingen,
enz.)?
2.
a) Op welke basis wordt uitgezocht welke opleiding de meest
geschikte voor iemand is?
b) Welke dienst en hoeveel mensen per dossier beslissen hierover?
3.
a) Over welke middelen beschikt de R. V .A. om te controleren
of de verstrekte cursussen nog overeenstemmen met de vraag
op de arbeidsmarkt)?
b) ls het waar dat sommige cursussen, bij gebrek aan directe
controle, nog twee jaar blijven doorlopen zelfs nadat er geen
vraag meer is naar werknemers in de onderwezen branches?
4. Bestaan er voor de voorbije tien jaren cijfers over de
concrete resultaten aangaande directie-tewerkstelling van de
R.V.A. cursisten die bij-, om- of herschoold zijn?
a) Hoeveel personen die deze cursussen volgden konden zeer
vlug een betrekking vin den?
b) Hoeveel van hen vonden geen betrekking na het volgen van
deze cursussen?
5. Is het waar dat sommige werkgevers weigeren personen die
door de R.V.A. bij-, om- of herschoold zijn in dienst te nemen?
Zo ja:
a) Wat zijn de vermoedelijke en/of concrete redenen hiervoor?
b) Werden maatregelen overwogen of genomen om hieraan te
verhelpen?
1.
a) Quel est l'éventail des professions couvert en ce moment par
les cours de recyclage de l'O.N.Em.?
b) Quelles formules a-t-on prévues en vue de cette formation?
(Cours du soir - collaboration avec des entreprises etc.)?
2.
a) En fonction de quels critères établit-on la formation qm
convient le mieux aux intéressés?
b) Quel service est appelé à-prendre une décision à de sujet et
par combien d'hommes chaque dossier est-il examiné?
3.
a) De quels moyens l'O.N.Em. dispose-t-il pour s'ass~er si les
cours orqanisés correspondent encore à la demande sur le
marché de l'emploi?
b) Est-il exact qu'à défaut de contrôle direct, certains cours
sont maintenus pendant deux ans, même lorsque la demande
de travailleurs ayant reçu cette formation a totalement
disparu?
4. Dispose-t-on pour les dix dernières années de chiffres
relatifs aux résultats concrets concernant la mise au travail des
travailleurs ayant suivi des cours de recyclage de l'O.N.Em?
a) Combien de personnes ont pu trouver rapidement un emploi
après avoir suivi ces cours?
b) Combien d'entre eux n'ont pas trouvé d'emploi après avoir
suivi ces cours?
5. Est-il exact que certains employeurs refusent d'embaucher
des personnes qui ont suivi des cours de recyclage de l'O.N.Em?
Dans l'affirmative :
a) Quels sont les motifs présumés ou réels de cette attitude?
b) A-t-on envisagé de prendre des mesures pour remédier à
cette situation?
Vraag nr. 85bis van de heer Breyne d.d. 18 februari 1981
(N.):
Question n° 85bis de M. Breyne du 18 février 1981 (N.):
Versnelde beroepsopleiding. - Dubbel verlofgeld.
Travailleurs en formation professionnelle accélérée. pécule de vacances.
Kan ik het oordeel kennen van de achtbare heer Minister met
betrekking tot de toekenning van het dubbel verlofgeld aan
Puis-je connaître l'avis de l'honorable Ministre au sujet de
l'octroi du double pécule de vacances pour les 2 jours de la 4me
Double
17 maart 1981 degenen die een beroepsopleiding volgen, zoals geregeld door
het koninklijk besluit van 20 december 1963, voor de 2 dagen
van de 4de week.
De C.A.O. nr. 20 afgesloten op 29 januari 1970 in de N.A.R.
zoals gewijzigd door de C.A.O. 20bis afgesloten op 3 maart
1977 (bekrachtigd bij koninklijke besluiten van 10 mei 1976 en
18 mei 1977) voorziet de toekenning van een dubbel verlofgeld
voor 2 dagen van de 4de week en dit ten laste van de werkgever.
17 mars 1981
(23)
2261
semaine, aux travailleurs en formation professionnelle accélérée
en application de l'arrêté royal du 20 décembre 1963.
1. Is de heer Minister van oordeel dat dit dubbel verlofgeld
ook zou moeten toegekend worden aan degenen die een beroepsopleiding volgen zoals geregeld bij het koninklijk besluit van 20
december 1963?
2. Indien ja, welke maatregelen zal de heer Minister terzake
nemen?
La convention collective de travail n° 20, conclue le 29 janvier
1970 au sein du Conseil national du travail et modifiée par la
convention collective de travail n° 20bis le 3 mars 1977 (ratifiée
par les arrêtés royaux du 10 mai 1976 et du 18 mai 1977),
prévoit l'octroi d'un double pécule de vacances pour 2 jours de
la 4me semaine et ce à charge de l'employeur.
En vertu de l'article 2, § 3, 2, de la loi du 5 décembre 1968
sur les conventions collectives du travail et les commissions
paritaires, les dispositions de cette loi (et donc des conventions
collectives) ne s'appliquent pas aux personnes occupées dans
des centres de formation professionnelle en application de la
législation relative à l'emploi ou au chômage.
1. Monsieur le fy.[inistre n'estime-t-il pas que ce double
pécule de vacances devrait aussi être octroyé aux travailleurs en
formation professionnelle accélérée en application de l'arrêté
royal du 20 décembre 1963?
2. Dans l'affirmative, quelles mesures Monsieur le !Ministre
compte-t-il prendre dans cette matière?
Minister van de Vlaamse Gemeenschap
(de heer M. Galle)
Ministre de la Communauté flamande
(M. M. Galle)
Vraag waarop niet werd geantwoord
binnen de door het Reglement bepaalde termijn.
(Art. 71 van het Reglement van de Kamer.)
Question à laquelle il n'a pas été répondu
dans le, délai fixé par le Règlement.
(.4rt. 71 du Règlement de la Chambre.)
Ingevolge artikel 2, § 3, 2, van de wet van 5 december 1968
betreffende de C.A. 0. 's en P.C.' s vallen niet on der toepassing
van die wet (en bijgevolge van de C.A.O.'s) degenen die tewerkgesteld zijn in centra voor beroepsopleiding met toepassing van
de wetgeving betreffende arbeidsvoorziening en werkloosheid.
r
Vraag nr. 24 van de heer Buchmann d.d. 18 februari 1981
Question n° 24 de M. Buchmann du 18 février 1981 (N.):
(N.):
Ministeriële diensten. -
Koffiebedeling.
Het is gebruikelijk dat in de diverse diensten van uw
departement dagelijks een koffiebedeling wordt georganiseerd.
Kan de Minister, in verband met deze activiteit, mij meedelen :
1. hoeveel personen belast of betrokken zijn bij de koffiebedeling in zijn departement, en in de parastatale instellingen die
onder zijn bevoegdheid vallen;
Services ministériels. - Distribution de café.
Il est d'usage d'organiser dans les différents services du
département une distribution journalière de café.
Monsieur le Ministre pourrait-il, à ce sujet, me communiquer :
2. welke het jaarlijks verbruik is aan koffie en thee;
3. hoeveel belopen de uitgaven in verband met deze koffiebedeling (personeel, materieel en produkten)?
1. le nombre de personnes chargées de la distribution de café,
ou y intervenant d'une façon ou d'une autre, dans son département et dans les institutions parastatales relevant de son
Ministère;
2. la consommation annuelle de café et de thé;
3. les dépenses occasiom;ées par cette distribution de café
(personnel, matériel et produits)?
Minister van de Franse Gemeenschap
Ministre de la Communauté française
Vraag nr. 20 van de heer Buchmann d.d. 18 februari 1981
Question n° 20 de M. Buchmann du 18 février 1981 (N.) :
(N.):
Ministeriële diensten. -
Koffiebedeling.
Zie vraag nr. 149 aan de Vice-Eerste Minister en Minister van
Economische. Zaken, blz. 2200.
Services ministériels. - Distribution de café.
Voir question n° 149 au Vice-Premier Ministre et Ministre des
Affaires économiques, p. 2200.
287
2262
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
Antwoord : Ik heb de eer aan het geacht Lid te laten weten
Réponse : rai l'honneur de faire savoir à l'honorable Membre
dat zijn vraag het vrijmaken van verschillende agenten, het que sa question requiert la mobilisation de plusieurs agents, la
verzamelen van facturen voor het aankopen van benodigdheden compilation des factures d'achat de fournitures ainsi que des
en tevens dossiers van het personeel behorend tot deze taken . dossiers du personnel affecté à ces travaux en vue de calculer
vereist, met het oog op een juiste berekening der verschillende correctement les différents coûts.
kosten.
Dit stelt een lange. en een dure onderneming voor buiten
Cela représente une opération longue et coûteuse, hors de •
evenredigheid met de gevolgen die zij gebeurlijk zou kunnen proportion avec les résultats qu'elle pourrait éventuellement
doen onstaan. Daarom ben ik geneigd te denken, met het oog op engendrer, ce qui m'incline à penser que dans un souci de saine
een gezond beheer, dat het passend is van zo'n onderneming af gestion budgétaire, il convient de renoncer à pareille opération.
te zien.
Het geacht Lid weet daarbij trouwers dat de consumpties opL'honorable Membre n'est pas sans savoir d'ailleurs que les
gediend worden tegen afgifte van tiketen of van geld waarvan consommations sont servies contre remise de tickets ou de nuhet bedrag zo berekend werd, dat de personeels kosten niet door méraires dont le montant a été calculé de telle manière que les
de bijdrage van de persoonsleden gedekt worden.
seuls frais de personnel ne sont pas couverts par la contribution
des agents.
Niettegenstaande sta ik erop hem ook te verzekeren, dat deze
Je tiens toutefois à l'assurer aussi que ce service social aux
sociale dienst voor de personeelsleden van het departement het agents du département fait l'objet d'un contrôle permanent et
voorwerp uitmaakt van een permanente en ernstige controle sérieux de la part des services de l'économat et financier des
vanwege de huishoudelijke en financiële diensten van de ver- diverses directions générales.
scheidene algemene directies.
Minister van Justitie
en Institutionele Hervormingen
Ministre de la Justice
et des Réformes institutionnelles
Vraag nr. 72 van de heer Weckx d.d. 20 januari 1981 (N.) :
Question n° 72 de M. Weckx du 20 janvier 1981 (N.) :_
Militaire rechtscolleges. -Aantal zaken in het Nederlands en in
het Frans.
Juridictions militaires. en français.
Kan de heer Minister voor de militaire rechtscolleges in België
en in de B.R.D. mededelen :
1. hoeveel zaken er ingeleid werden in het jaar 1979 en in het
jaar 1980, respectievelijk in het Nederlands en in het Frans;
2. hoeveel vonnissen en arresten er uitgesproken werden in
1979 en 1980, zowel in het Nederlands ais in het Frans;
3. hoeveel zittende en staande magistraten, met de respectievelijke taal van hun diploma, in functie waren om deze
geschillen te onderzoeken en te beoordelen?
Monsieur le Ministre pourrait-il me communiquer, pour les
juridictions militaires en Belgique et des Forces belges en
Allemagne:
1. le nombre de causes introduites en 1979 et en 1980,
respectivement en néerlandais et en français;
2. le nombre de jugements et d'arrêts prononcés en 1979 et
en 1980, tant en néerlandais qu'en français;
3. le nombre de magistrats debout et assis, avec la langue
respective de leur diplôme, en fonction pour examiner et juger
ces affaires?
•
Antwoord:
1. Het totale cijfer der zaken ingeschreven bij de krijgsauditoraten en bij het auditoraat-generaal bedraagt:
a) in 1979 : 38.907;
b) in 1980 : 38.462;
opgedeeld ais volgt :
- auditoraten in België : 1979 : 23.452;
1980: 23.530;W
- auditoraten te velde: 1979 : 15.455;
1980: 14.932.
Bij toepassing van artikel 18 van de wet van 15 juni 1935 op
het taalgehruik in gerechtszaken dat voorschrijft dat de taal der
procedure gekozen wordt door de helèlaagde, is het niet mogelijk, bij de inschrijving der zaken, de taal te bepalen in dewelke
de procedure zal verlopen.
2. Het totale cijfer der zaken behandeld door de militaire
gerechten bedraagt :
a) in 1979 : 4.252;
Réponse:
1. Le nombre total cl' affaires noticées dans les auditorats 1,
militaires et à l'auditorat général s'est élevé :
1,1'
a) en 1979: à 38.907;
b) en 1980 : à 38.462;
se répartissant de la façon suivante :
- auditorats de belgique : 23.452 en 1979;
23.530 en 1980;
- auditorats en campagne: 15.455 en 1979;
14.932 en 1980.
En applications de l'article 18 de la loi du 15 juin 1935 sur
l'emploi des langues en matière judiciaire, qui dispose que la ,
langue de la procédure est choisie par l'inculpé, il n'est pas
possible de déterminer lors de l'inscription aux notices la langue
dans laquelle sera poursuivie la procédure.
2. Nombre total d'affaires jugées par les juridictions mili- 'i
taires :
a) en 1979: 4.252;
Nombres d'affaires en néerlandais_ et
1
11
17 maart 1981 -
In 1979
1.177
1.107
2
Totaal:
2.286
-
2263
(23)
b) en 1980: 4.353;
b) in 1980: 4.353;
en is oogedeeld als volgt :
- militaire gerechten met zetel in België :
Nederlandstalige procedures :
Franstalige procedures :
Duitstalige procedures :
17 mars 1981
se répartissant de la façon suivante :
- juridictions militaires ayant leur siège en Belgique :
In 1980
1.376
1.260
6
2.642
procédures néerlandaises :
. procédures françaises :
procédures allemandes :
soit:
-
in militaire gerechten te velde :
En 1979
En 1980
1.177
1.107
2
2.286
1.376
1.260
6
2.642
juridictions militaires en campagne :
In 1979
In 1980
897
818
1.055
888
14
5
Totaal:
1.966
1.711
3. Aantal magistraten op 1 februari 1981 :
- 26 militaire magistraten met diploma in het Nederlands;
En 1980
818
897
1.055
888
5
14
soit:
1.966
1.711
3. Nombre de magistrats au 1~r février 1981 :
- 26 magistrats militaires ayant obtenu le diplôme en langue
-
-
Nederlandstalige procedures:
Franstalige procedures :
Duitstalige procedures :
En 1979
procédures néerlandaises :
Procédures françaises :
procédures allemandes :
néerlandaise;
24 militaire magistraten met diploma in het Frans.
Daarvan zijn 15 magistraten wettelijk tweetalig.
De krijgsraden zijn samengesteld uit vier officieren en een
burgerlijk lid. De Nederlandstalige zaken worden behandeld
door krijgsraden samengesteld uit Nederlandstaligen de Franstalige zaken door Franstaligen.
In 1979, waren er 324 zitigen in het Frans en 297 in het
Nederlands. In 1980 waren er 309 zittingen in het Frans en 324
in het Nederlands.
De burgerlijke leden van de krijgsraden te velde worden
aangesteld voor zes maanden door de Minister van Justitie. De
burgerlijke leden van de bestendige krijgsraden worden benoemd door de Koning onder de rechters van de rechtbanken
van eerste aanleg van het amtsgebied van het hof van beroep.
24 magistrats militaires ayant obtenu le diplôme en langue
française.
Parmi eux, 15 magistrats sont légalement bilingues.
Les conseils de guerre sont composés de quatre officiers et
d'un membre civil. Les affaires néerlandaises sont renvoyées
devant des conseils de guerre composés de néerlandophones, les
affaires françaises devant des membres francophones.
En 1979, il y eut 324 audiences tenues en langue française et
297 en langue néerlandaise; en 1980, 319 audiences tenues en
langue française et 324 en langue néerlandaise.
Les membres civils des conseils de guerre en campagne sont
désignés pour six mois par le Ministre de la Justice. Les membres
civils des conseils de guerre permanents sont nommés par le Roi
parmi les juges des tribunaux de première instance du ressort de
la cour d'appel.
Vraag nr. 74 van de heer Van Grembergen d.d. 21 januari
1981 (N.):
Question n° 74 de M. Van Grembergen du 21 janvier 1981
Jeugdrechtbanken. delinkwenten.
Tribunaux de la Jeunesse. trants.
Kooien voor weerspannige minderjarige
Naar wij vernamen zouden zich op de zevende verdieping van
de Lpikse jeugdrechtbank, « boulevard Frère Orban», drie
ijzeren kooien (70 cm breed en 1 meter diep) bevinden.
Deze minicellen (dixit substituut Jamaert), naar het model
van de Vietnamese tijgerkooien, zouden bedoeld zijn om de
rijkswacht te beschermen tegen bepaalde kinderen.
Mag ik dienaangaande van de heer Minister vernemen :
1. In welke andere jeugdrechtbanken vindt men nog van
dergelijke kooien (in hout of in ijzer)?
2. Hoeveel stuks per jeugdrechtbank?
3. Sedert hoe lang wordt reeds gebruik gemaakt van deze
celkooien in jeugdrechtbanken?
4.
a) Hoeveel kostte de aanschaf van deze straftuigen?
b) Is het juist dat de installatie van de drie Luikse kooien
50.000 fr. kostte?
5.
a) Een lid van de magistratuur verklaarde dat de ijzeren kooien
komfortabeler zijn dan de vroegere houten minicellen. Kan
de heer Minister het met deze visie eens zijn en zo ja
waarom?
(N.):
Cages pour delinquants recalci-
Il nous revient qu'au septième étage du tribunal de la jeunesse
de Liège, boulevard Frère Orban, se trouveraient trois cages de
fer (70 cm de profondeur sur 1 mètre de profondeur).
Ces mini-cellules (dixit 1~ substitut Jamaert), conçues d'après
les cages à tigre vietnamiennes, seraient destinées à protéger les
gendarmes contres certains enfants.
A ce sujet, j'aünerais que Monsieur le Ministre me dise :
1. Dans quels autres tribunaux de la jeunesse trouve-t-on
encore des cages de ce genre (en bois ou en fer) ?
2. Combien y en a-t-il dans chaque tribunal?
3. Depuis quand utilise-t-on ce genre de cellules-cages dans
les tribunaux de la jeunesse?
4.
a) Combien a coûté l'acquisition de ces engins répressifs?
b) Est-il exact que l'installation des trois cages liégeoises a
coûté 50.000 F?
5.
a) Un membre de la magistrature aurait déclaré que les cages
en métal sont plus confortables que les anciennes minicellules en bois. Monsieur le Ministre partage-t-il cette opininion
et, dans l'affirmative, pour quelles raisons?
2264
Vragen en Antwoorden :.. Ka.mer -
Questions et Réponses - Chambre
b) Kan de heer Minister verklaren op welke komfortabele
manier men agressieve minderjarigen door het traliehek van
1 vierkante meter in een dergelijke koo loodst?
6. Kent de heer Minister nog andere beschaafde landen waar
deze pedagogische instrumenten gebruikt worden?
7. Wie mag gezien worden ais de vader van deze buitengewone uitvinding?
8.
a) Wat is de pedagogische waarde van dit opsluitingsmiddel?
b) Heeft men redenen om aan te nemen dat opgesloten kinderen
in deze tijgerkooien, met of zonder hulp, tot betere inzichten
worden gebtacht?
9. Werden psychiaters geraadpleegd over de repercussies van
een dergelijke behandeling op het gedrag van minderjarige
delinkwenten?
10. Worden ook volwassen delinkwenten op een dergelijke
manier behandeld?
a) Waar?
b) Hoelang reeds?
c) Hoevelen werden het slachtoffer van deze kalmeringstechnieken?
Antwoord : De « cellen » die het geacht Lid bedoelt, hestaan
'alleen in de jeugdrechtbank te Luik.
In 1975 werd die jeugdrechtbmk opnieuw opgericht in de
lokalen op de 7 de en 8ste verdieping van een particulier
gebouw, 25 boulevard Frère Orban te L uik. In een lokaal op de
7 de verdieping stonden aanvankelijk houten afscheidingen om
de jongens en de meisjes af te zonderen. Dat systeem verzekerde
evenwel niet de veiligheid inzake de bewaking van de minderjarigen die voor de jeugdrechter worden gebracht.
Om het vraagstuk betreffende de veiligheid op te lossen
werden er zeer onlangs drie ijzeren « cellen » geïnstalleerd met
licht traliewerk in de deur alsmede op de bovenzijde en met een
zitbank. De kosten van die cellen bedragen 79.480 fr., B.T.W.
inbegrepen.
Aileen minderjarigen die heel moeilijk of weerspannig zijn en
zodanig weerstand bieden dat zij niet alleen een gevaar betekenen voor de personnen die hen vergezellen, maar vooral voor
zichzelf, worden in die « cellen » afgezonderd. In ieder geval
duurt de afzondering slechts tot op het oganblik dat zij voor de
jeugdrechter worden gebracht.
Hoewel ik na een recent bezoek ter plaatse heb kunnen
vaststellen dat die « cellen » tamelijk goed verlucht en verlicht
zijn, zijn zij heel zeker afschrikwekkend en mogen zij niet in die
staat behouden blijven. Ik heb dan ook dadelijk de nodige maatregelen genomen om ze door een meer adequate inrichting tot
afzonderingslokalen te laten omvormen.
(23)
b) Le Ministre pourrait-il expliquer de quelle manière confortable l'on peut introduire des mineurs d'âge agressifs dans une
cage pareille par une grille d'un mètre carré?
6. Le Ministre connaît-il d'autres pays civilisés où l'on utilise
ces instruments pédagogiques?
7. Qui peut ètre considéré comme le père de cette invention
exceptionnelle?
8.
a) Quelle est la valeur pédagogique de ce moyen de réclusion?
b) A-t-on des raisons d'admettre que les enfants enfermés dans
ces cages à tigre peuvent, avec ou sans aide, être amenés à de
meilleurs sentiments?
9. Quels psychiatres ont été consultés au sujet des répercussions de pareil traitement sur le comportement de délinquants
juvéniles?
10. Traite-t-on également des délinquants adultes de. cette
manière?
a) Où?
b) Depuis quand?
c) Quel est le nombre de victimes de ces techniques tranquillisantes?
Réponse : Les « cellules » dont il est fait état dans la question
de l'honorable Membre existent uniquement au tribunal de la
jeunesse à Liège.
En 1975, ce tribunal de la jeunesse ·a été réinstallé dans les
locaux des 7me et gme étage d'un immeuble particulier, Boulevard
Frère Orban à Liège. Dans un lpcal situé au 7me étage, des
cloisons de séparation en bois avaient initialement été placées,
afin de permettre l'isolement des garçons et des filles. Ce système n'assurait toutefois par la sécurité en ce qui concerne la
garde des mineurs d'âge amenés devant le juge de la jeunesse.
C'est en vue de solutionner ce problème de sécurité qu'y ont
été installées très récemment trois « cellules » métalliques, munies d'un léger treillis dans la porte ainsi que dans le plafond et
équipées d'un banc. Le coût de celles-ci s'élève à 79.480 F,
T.V.A. incluse.
Seuls des mineurs qui se montrent particulièrement difficiles
ou rebelles et qui opposent une résistance telle qu'ils présentent
un danger non seulement pour ceux qui les accompagnent mais
surtout pour eux-mêmes, sont isolés dans ces « cellules ». Cet
isolement prend fin en tout cas au moment où ils sont conduits
devant le juge de la jeunesse.
Bien que j'aie pu constater, après une récente visite sur place,
que des « cellules » sont relativement bien aérées et éclair~s, il
n'en demeure pas moins qu'elles présentent un aspect très ;ebutant et qu'il ne convient pas de les maintenir dans cet état. Aussi
ai-je immédiatement pris les mesures nécessaires afin que, par
un habillage plus adéquat, elles soient transformées en locaux li
1
d'isolement.
Je suis conscient du fait qu'une telle mesure est difficilement
conciliable avec l'esprit de la loi du 8 avril 1965 relative à la
protection de la jeunesse et qu'elle est psychologiquement choquante. Il ne faut cependant pas se dissimuler que l'attitude de
violence qu'ont parfois certains mineurs d'âge peut nécessiter
un local particulier et des mesures exceptionnelles. Et il est vrai ~'
que l'isolement momentané d'un jeune qui se trouve dans un l'i
état d'agressivité très marqué peut, parfois, l'amener à une atti- 1,1
tude plus calme.
Je tiens aussi à insister sur le fait que le tribunal de la jeunesse
de Liège connaît une situation particulièrement difficile, dans la
mesure où il est installé dans des locaux totalement inadéquats. :•i
Ceci, ajouté au fait que l'ensemble des moyens indispensables ,i
pour mettre en œuvre la loi relative à la protcection de la jeunesse ont toujours fait défaut - qu'il s'agisse des comités de ;
pr?tecrion de le jeunesse, des tribunaux de la jeunesse ou de la
1
11
Ik ben er mij van bewust dat zulke maatregel moeilijk
hestaanbaar is met de geest van de wet van 8 april 1965
betreffende de jeugdbescherming en dat zij psychologisch onaanvaardbaar is. Men mag zich nochtans niet ontveinzen dat de
gewelddadige houding die sommige minderjarigen soms aannemen een speciaal lokaal en extra maatregelen kan noodzakelijk
maken. En het is waar dat tijdelijke afzondering van een minderjarige die zich in een erg agressieve toestand bevindt, soms
tot een kalmer gedrag kan leiden.
Ik wil er ook de nadruk op leggen dat de jeugdrechtbank te
Luik zich in een bijzonder moeilijke situatie bevindt omdat zij
gevestigd is in totaal onaangepaste lokalen. Dat laatste, samen
met het feit dat de gezamenlijke middelen die onontbeerlijk zijn
om de wet betreffende de jeugdbescherming in werking te brengen altijd in gebreke zijn gebleven - zowel de jeugdbeschermingscomit~s _ais de jeugdrechtbanken en_ de jeugdpoli_tie wa~r-
11
1
1
1
1
1
17 maart 1981 van we de behoeften kennen - kan verklaren, zo niet rechtvaardigen, d.at sommige van de praktijken die word.en aangewend om de specifieke problemen en moeilijkheden van de
minderjarigen te verhelpen, vaak niet stroken met het bijzonder
tegemoetkomend. karakter van die wet van 8 april .1965.
Ik zou het geacht Lid er hier willen op wijzen dat de bevoegde
rechterlijke overheid er voortdurend op toeziet dat minderjarigen die voor de jeugdrechter word.en gebracht heel utitzonderlijk worden opgesloten en alleen wanneer het niet mogelijk is op
een andere manier de veiligheid van die minderjarigen te verzekeren.
Alle paleizen van justitie beschikken anderzijd.s van bij hun
oprichting over vaste cellen bestemd voor gevaarlijke volwassen
delinkwenten. Deze laatsten worden slechts in die cellen ondergebracht in afwachting van hun verschijning voor •de onderzoeksrechter, een magistraat van het parket, de raadkamer of de
rechter zelf. Het vraagstuk inzake verbetering en vergroting van
die cellen word.t d.oor mijn departement bestudeerd in het kad.er
van het onderzoek betreffende de oprichting van nieuwe gerechtsgebouwen.
17 mars 1981
(23)
2265
police de la jeunesse dont ont connait les besoins - peut expliquer, sinon justifier, que certaines des pratiques dont il est fait
usage afin de rencontrer les problèmes et les difficultés spécifiques des mineurs d'âge se sont, à diverses reprises, inscrites en
marge de l'esprit particulièrement généreux de cette loi du
8 avril 1965.
En l'espèce, je tiens à préciser à l'honorable Membre que les
autorités judiciaires compétentes ont le souci permanent de
veiller à ce que l'enfermement des mineurs d'âge, amenés
devant le juge de la jeunesse, soit utilisé à titre tout à fait
exceptionnel et uniquement' lorsqu'il n'est pas possible d'assurer, par une autre méthode, la sécurité de ces mineurs.
Par ailleurs, tous les palais de justice disposent, depuis leur
construction, de cellules· fixes destinées aux délinquants adultes
dangereux. Ceux-ci n'y sont placés qu'en attente de leur comparution devant le juge d'instruction, un magistrat du parquet, en
chambre de conseil ou devant la juridiction du fond. Le problème de l'amélioration et de l'agrandissement de ces cellules est
à l'étude dans mon département, dans le cadre de l'examen de la
construction de nouveaux bâtiments judiciaires.
Vraag nr. 77 van de heer Louis Olivier d.d. 22 januari 1981
(Fr.):
Question 0° 77 de M. Louis Olivier du 22 janvier 1981 (Fr.) :
Notariaat. -
Notariat. - Accès.
Toelating.
Kunnen de Ministers mij de volgend.e inlichtingen bezorgen :
Kan een stud.ent die voor het examen van licentiaat in de
rechten en het Franse taalstelsel geslaagd is :
1. Zich laten inschrijven om de colleges te volgen van
licentiaat in het notariaat in een Ned.erland.stalige universiteit?
2. Is het antwoord. op die eerste vraag ja en verkrijgt die
stud.ent het d.iploma van licentiaat in het notariaat in het
Ned.erlands taalstelsel, kan hij benoemd. word.en tot notaris in
het Vlaamse landsged.eelte?
3. Stelt een taalexamen over de grond.ige kennis van de
tweede landstaal de kandidaat op gelijke voet met kandidaten
die de examens van licentiaat ·in het notariaat in die tweede
landstaal aflegde?
4. Kan dat taalexamen over de grondige kennis met gunstig
gevolg worden afgelegd v66r het bekomen van het diploma van
licentiaat in het notariaat?
Antwoord:
1. De eerste vraag valt ond.er de bevoegdheid. van mijn
collega van Nationale Opvoed.ing. Deze heeft mij laten weten dat
zijn antwo,ord bevestigend is.
2. Op grond van artikel 43, §§ 10 en 12 van de wet van
15 juni 1935, op het gebruik der talen in gerechtszaken kan de
kandid.aat-notaris, die door zijn diploma bewijst dat hij de
examens van het licenciaat in het nbtariaat in het Nederlands
heeft afgelegd, in het Nederlands taalgehied worden henoemd.
3. Indien die kandidaat-notaris slaagt voo:r het door het
koninklijk besluit van 9 september 1935 voorgeschreven examen, staat hij gelijk met hen die het examen van· licenciaat in het
notariaat in het Frans hebben afgelegd..
4. Het examen voorgeschreven door het koninklijk besluit
van 9 september 1935 wordt ingericht ten behoeve-van de licenciaten in het notariaat en is alleen voor hen ~~egankelijk.
Messieurs les Ministres peuvent-ils me fournir les renseignements suivants :
Lorsqu'un étudiant a réussi ses examens de licencié en droit
dans le régime linguistique francophone :
1. Peut-il s'inscrire pour sn.ivre les cours de licencié en
notariat dans une université d~ régime linguistique néerlandophone?
2. En cas de réponse affirmative à la première question et au
cas où cet étudiant obtient son diplôme de licencié en notariat
clans la région flamande du pays?
3. Un examen linguistique approfondi de la deuxième langue
nationale met-il le candidat sur un pied d'égalité avec les
candidats qui ont subi les examens de licencié en notariat dans
_la région flamande du pays? ·
4. Cet examen linguistique approfondi peut-il être présenté
utilement avant l'obtention du diplôme de licencié en notariat?
Réponse:
1. La première question relève de la compétence de mon
collègue de l'Education nationale, lequel m'a informé du caractère affirmatif de sa réponse.
2. En vertu de l'article 43, §§ 10 et 12 de la loi du 15 juin
1935, concernant l'emploi des langues en matière judiciaire, le
candidat-notaire qui justifie, par son diplôme, qu'il a subi les
examens· de licence en notariat en néerlandais peut être nommé
dans la région de langue néerlandaise.
3. Si ce candidat-notaire réussit l'examen portant sur la
connaissance approfondie de la langue française, prévu par
l'arrêté royal du 9 septembre 1935, il est sur pied d'égalité avec
ceux qui ont subi les examens de licencié en notariat en l~gue
française.
4. L'examen prévu par l'arrêté royal du 9 septembre 1935 est
organisé pour les licenciés en notariat et n'est accessible qu'à ces.
derniers.
2266
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
Vraag nr. 81 van de heer Bertouille d.d. 3 februari 1981
(Fr.) :
Question n° 81 de M. Bertouille du 3 février 1981 (Fr.) :
Ti/delijke en contractuele personeelsleden.
Agents temporaires et contractuels.
Zie vraag nr. •25 aan de Minister van Buitenlandse Handel.
blz. 2246.
Voir question n° 26 au Ministre du Commerce extérieur,
p. 2246.
Antwoord : De door het geacht Lid gevraagde inlichtinge11
zijn vervat in onderstaande tabel.
Réponse : L'honorable Membre trouvera les renseignements
demandés dans le tableau ci-après :
Personeel dat tijdelijk of bij arbeidsovereenkomst werd aangeworven tussen 25 juli 1972 en 31 december 1973.
Personnel nommé à titre temporaire ou engagé par contrat d'emploi entre le 25 juillet 1972 et le 31 décembre 1973.
(1)
(2)
(3)
(4)
Personeelsleden aangeworven
Person~elsleden begrepe~ on der (2)
Betrokken diensten tus sen 25 juli 1972 en 31 december 1973 di~ voor een vergeh1kend_.
die thans in dienst zijn
wervmgse~amen geslaagd z11_1;1
maar nog met vastbenoemd z11n
Verschil tussen
(3) en (2)
Agents recrutés entre le
~ge~ts compris sous (2) qui ont
Services concernés 25 juillet 1972 et le 31 décembre 1973reussi ~n c~ncours de recrutement
actuellement en fonction
mais qm ~~ s?nt p~s. e?~ore
nomme a titre defm1t1f
Différence entre
(3) et (2)
a
Hoofdbestuur
Administration
centrale
Buitendiensten
Strafinricht.
Services extérieur
Etabl. pénitentiaires
Buitendiensten
Dienst voor
Jeugdbesch.
Services extérieurs
Protection
de la Jeunesse
b
C
d
25
9
a
7
b
C
d
4
1
a
b
C
d
21
8
2
4
5
4
a) Tijdelijke personeelsleden en tijdeljke werklieden benoemd voor een onbepaalde tijd.
Agents et ouvriers temporaires nommés pour une durée indéterminée;
b) Tijdelijke personeelsleden en tijdelijke werklieden benoemd voor een bepaalde tijd;
Agents et ouvriers temporaires nommés pour une durée déterminée;
c) Bij overeenkomst aangeworven personeelsleden behalve die bedoeld onder d) hierna;
Agents engagés par contrat à l'exclusion de ceux visés sous d) ci-dessous;
d) Personeelsleden bedoeld bij artikel 5 van het koninklijk besluit van 7 maart 1974, of bij artikel 5 van het koninklijk besluit van
7 maart 1974, of bij artikel 5 van het koninklijk besluit van 1 maart 1976, behalve die welke minder dan vier uur per dag
arbeiden.
Agents visés à l'article 5 de l'arrêté royal du 7 mars 1974 ou à l'article 5 de l'arrêté royal du 1er mars 1976 à l'exclusion de ceux
qui ne travaillent pas au moins de 4 heures par jour.
Vraag nr. 84 van de heer Van Grembergen d.d. 4 februari
1981 (N.):
Question n° 84 de M. Van Grembergen du 4 février 1981 ,
(N.):
Nederlandse vertaling van wetten en besluiten.
Traduction en néerlandais des lois et des arrêtés.
Het is algemeen geweten dat in onze rechtsorde ais regel geldt
dat « iedereen wordt geacht de wet te kennen ».
Nu meen ik te weten dat van zeer vele, op heden geldende.
wetteksten slechts de Franse tekst authentiek is. ln een aantal
uitgaven vinden wij namelijk : « enkel de Franse tekst 1s
authentiek en de Nederlandse tekst is een vrije vertaling ».
Tout le monde sait que dans notre système juridique « chacun
est supposé connaître la loi ».
Toutefois je crois savoir que seul le texte français d'un très ,
grand nombre de textes de loi actuellement en vigueur est ,
authentique. Nous lisons en effet dans un certain nombre ,
d'éditions : « seul le texte français est authentique, le texte,,
néerlandais est une traduction libre ».
17 maart 1981 -
17 mars 1981
(23)
2267
\
Aileen reeds in het Burgerlijk Wetboek vin den wij een
twintigtal, niet onbelangrijke, onvertaalde wetten, dekreten en
koninklijke besluiten, waaronder :
- decreet betreffende de politie van de gemeenten (1795);
- decreet huwelijk beroepsmilitairen (1808);
-
wet op de lijfsdwang (1859);
wet op de landbouwleningen (1884);
wet op tarief en inning notariserelonen (1891).
Graag ontving ik de volledige lijst van alle wetten, decreten e11
koninklijke hesluiten welke na 151 jaar onafhankelijk Belgii:
nog steeds geen authentieke rechtsgeldige kracht in het Nederlands hebben.
Dans le seul Code civil, on trouve déjà une vingtaine de lois,
de décrets et d'arrêtés royaux dont l'importance ne peut être
niée et qui n'ont pas été traduits. Je cite :
- le décret concernant la police communale (1795);
- le décret concernant le mariage des militaires de carrière
(1808);
- la loi sur la contrainte par corps (1884);
- la loi sur les prêts agricoles (1884);
- la loi portant tarification et recouvrement des honoraires des
notaires (1891).
Puis-je demander à Monsieur le Ministre de me communiquer
la liste complète de tous les décrets, arrêtés royaux et de toutes
les lois dont après 151 ans d'indépendance de la Belgique le
texte néerlandais n'a toujours pas force de loi.
Réponse : Une liste complète de tous les textes dont il doit
encore être rédigé une version néerlandaise ne peut être fournie.
Cependant, je puis assurer l'honorable Membre que l'élaboration d'une version néerlandaise des lois et arrêtés importants
d'avant 1898 se poursuit normalement.
Antwoord : Het is niet mogelijk een volledige lijst op te geve11
van aile nog in het Nederlands te stellen teksten.
Wel kan ik het geacht Lid de verzekering geven dat noµ
geregeld gewerkt wordt aan het voorbereiden van een Nederlandse versie van wetten en voorname besluiten die voor 1898
tot stand zijn gekomen.
Hierna volgt een lijst van in het Nederlands reeds tot stand
gekomen teksten :
- het Burgerlijk Wetboek d.d. 30 december 1961 (Belgisch
Staatsblad van 18 mei 1962);
- het Strafwetboek d.d. 10 juli 1964 (Belgisch Staatsblad van
2 december 1964);
- de wisselbrief en de orderbriefjes d.d. 10 juli 1964 (Belgisc/1
Staatsblad van 25 juli 1964);
- de Grondwet d.d. 10 april 1967 (Belgisch Staatsblad van 3
mei 1967);
- de jachtwet d.d. 30 juni 1967 (Belgisch Staatsblad van 10
augustus 1967);
- het Wetboek van Strafvordering d.d. 10 juli 1967 (Belgisch
Staatsblad van 6 september 1977);
- het Veldwetboek d.d. 8 april 1969 (Belgisch Staatsblad van
25 juni 1969);
- het Boswethoek d.d. 8 april 1969 (Belgisch Staatsblad van 6
augustus 1970);
- de Kieswetten d.d. 26 juni 1970 (Belgisch Staatsblad van 17
juli 1970);
- de gemeentewet, de provinciewet en de wet van 1 juli 1860
tot wijziging van de provinciewet en de gemeentewet wat de
eed betreft d.d. 27 mei 1975 (Belgisch Staatsblad van 22
augustus 1975);
de wet op de inrichting van het Rekenhof d.d. 27 april 1978
(Belgisch Staatsblad van 13 juni 1978).
Andere zijn nog onderworpen aan de wetgevende procedure:
- De wet op het parlementair onderzoek d.d. 3 mei 1980.
goedgekeurd in de Kamer en overgezonden naar de Senaat;
- De auteurswet d.d. 22 maart 1886 goedgekeurd in de Senaat
en in de Kamer.
le Code civil du 30 décembre 1961 (Moniteur belge du 18
mai 1962);
- le Code pénal du 10 juillet 1964 (Moniteur belge du 2
décembre 1964);
- les lois coordonnées sur la lettre de change et le billet à ordre
du 10 juillet 1964 (Moniteur belge du 25 juillet 1964);
- la Constitution du 10 avril 1967 (Moniteur belge du 3 mai
1967);
- la loi sur la chasse du 30 juin 1967 (Moniteur belge du 10
août 1967);
- le Code d'instruction criminelle du 10 juillet 1967 (Moniteur
belge du 6 septembre 1977);
- le Code rural du 8 avril 1969 (Moniteur belge du 25 juin
1969);
- le Code forestier du 8 avril 1969 (Moniteur belge du 6 août
1970);
- les lois électorales du 26 juin 1970 (Moniteur belge du 17
juillet 1970);
- la loi communale, la loi provinciale et la loi du 1er juillet
1860 modifiant la loi provinciale et la loi communale en ce
qui concerne le serment du 27 mai 1975 (Moniteur belge du
22 août 1975);
- loi relative à l'organisation de la Cour des comptes du 27
avril 1978 (Moniteur belge du 13 juin 1978).
D'autres textes sont encore soumis à la procédure législative :
- La loi du 3 mai 1880 relative à l'enquête parlementaire, qui
a été approuvée à la Chambre et transmise au Sénat;
- La loi du 22 mars 1886 sur le droit d'auteur, approuvée au
Sénat et à la Chambre.
Vraag nr. 87 van Mevr. Ryckmans-Corin d.d. 4 fehruari
1981 (Fr.) :
Question n° 87 de Mme Ryckmans-Corin du 4 février 1981
(Fr.):
Veroordeelde buitenlanders.
Etrangers condamnés.
Ik zou de Minister van Justitie dank weten ais hij me wilde
laten weten wat voor de periode 1975-1980 per gerechtelijk
arrondissement :
- het aantal buitenlanders is dat in beschuldiging werd gesteld
en veroordeeld voor welk misdrijf ook:
Je saurais gré à Monsieur le Ministre de la Justice, de me faire
savoir quel est, pour la période 1975-1980, et par arrondissement judiciaire :
le nombre de ressortissants étrangers inculpés et condamnés
pour toutes infractions :
Les textes néerlandais déjà existants sont les suivants :
-
2268
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
1. gelieve aan te geven hoevelen onder hen hier onwettelijk
verbleven en hoevelen regelmatig in België waren gevestigd;
2. wat is de verhouding tot Belgische onderhorigen die voor
dezelfde misdrijven werden in beschuldiging gesteld en veroordeeld;
3. hoevelen werden na het uitzitten van hun straf over dt>
grens gezet?
1. veuillez préciser, combien, parmi ceux-ci, étaient en séjour
illégal et combien étaient régulièrement établis en Belgique;
2. leur proportion par rapport aux ressortissants belges
inculpés et condamnés pour les mêmes infractions;
Antwoord : Wat betreft de punten 1 en 2 van de vraag.
verwijs ik het geacht Lid, naar het antwoord dat ik gegeven heh
op de vraag nr. 85 d.d. 4 februari 1981 van Volksvertegenwoordiger Van Grembergen.
Het antwoord op punt 3 van de vraag luidt ais volgt:
Réponse : En ce qui concerne les points 1 et 2 de la question,
je renvoie l'honorable Membre à la réponse que j'ai donnée à la
question n° 85 du 4 février 1981 de M. le Député Van Grembergen.
La réponse au point 3 de la question est la suivante :
1975 - 498
1976 - 524
1977 - 637
1978 - 668
1979 - 626
1980 - 679
3. combien ont été expulsés à l'expiration de leur peine?
1975 - 498
1976 - 524
1977 - 637
1978 - 668
1979 - 626
1980 - 679
Vraag nr. 93 van de heer Beerden d.d. 10 fehruari 1981
(N.):
Question n° 93 de M. Beerden du 10 février 1981 (N.) :
Strijd tegen geluidshinder. - Bevoegdheid van de gemeenten.
Lutte contre le bruit. - Compétence des communes.
De wet van 18 juli 1973 inzake geluidshinder stelt expliciet in
artikel 13 dat geen afhreuk wordt gedaan aan de bevoegdheden.
die de gedecentraliseerde overheden ter zake bezitten krachtens
de decreten van 14 december 1969 en van 16-24 augustus 1970
en de andere in voege zijnde wetten.
Bepaalde gemeenten hebben in een reglement ter voorkominµen bestrijding van geluidshinder een algemene verplichting
opgenomen « zich zodanig te gedragen dat anderen niet meer
dan noodzakelijk door geluid gehinderd worden » en verbieden
« elk gerucht of rumoer bij dag of nacht, dat zonder zaak wordt
veroorzaakt of dat van aard is de rust der inwoners tt'
verstoren », waarbij tevens bepaald wordt dat onverminderd de
toepassing van het voorgaande ais hinderlijk wordt beschouwd
en verboden is « elk geluid waarvan de sterkte meer bedraagt
dan 70 db (A) en tussen 7 en 20 uur en meer dan 45 db (A)
tussen 20 en 7 uur ».
Uitgaande van de algemene regel dat, bij samenloop van
ordenende bevoegdheden tussen de nationale en de gedecentraliseerde overheid, de nationale wetgeving primeert, het gemeentereglement hiermee niet strijdig mag zijn en de gemeente
slechts aanvullend kan reglementeren, oordelen sommige rechtbanken dat de voornoemde gemeentelijke reglementering niet
van toepassing is op geluidshinder, veroorzaakt door muziek in
drankgelegenheden omdat deze welomschreven materie wat
geluidsniveau en geluidsmeting betreft volledig gereglementeerd
is door het koninklijk besluit van 24 februari 1977 ter uitvoering van de wet van 18 juli 1973.
1. Is, bij samenloop van verordenende bevoegdheden het
optreden van de nationale overheid dan uitputtend? Met andere
woorden, slaat de gemeentelijke bevoegdheid tot aanvullend
reglementeren uitsluitend op nog niet algemeen geregelde
onderdelen van de betreffende materie? Of mag de gemeente
ook reeds algemeen gereglementeerde welomschreven onderdelen zelf nog verder uitwerken?
La loi du 18 juillet 1973 relative à la lutte contre le bruit
stipule explicitement, à l'article 13, qu'elle ne préjudicie pas aux
attributions que les pouvoirs décentralisés détiennent en la
matière, en vertu des décrets du 14 décembre 1969 et du 16-24
août 1970, ainsi qu'aux autres lois en vigueur.
Or, dans un règlement en matière de prévention et de lutte
contre le bruit, certaines communes ont inséré l'obligation
générale de se comporter de telle manière que les autres ne
soient pas importunés outre-mesure par le bruit. Elles interdisent tout bruit ou tapage, de jour ou de nuit, causé sans raison et
qui est de nature à troubler la tranquillité des habitants. Il y est.
ajouté que, sans préjudice de ce qui précède, est considéré
comme gênant et défendu tout bruit dont le niveau sonore
dépasse 70 db (A) entre 7 et 20 heures et 45 db (A) entre 20 et
7 heures.
2. En zo dit laatste het geval is, mag de gemeente dan verder
gaan dat het algemeen reglement en ondermeer strengere
normen opleggen? Bijvoorbeeld inzake geluidshinder het toegelaten geluidsniveau op 70 db in plaats van het algemeen
toegelaten niveau van 90 db brengen? •
Etant donné la règle générale disant qu'en cas de concurrence
des compétences réglementaires entre le pouvoir national et le
pouvoir décentralisé, c'est la législation nationale qui prime,
que le règlement communal ne doit jamais s'y opposer et que le
règlement de la commune ne peut être que complémentaire,
certains tribunaux estiment que la réglementation communale
li
précitée ne s'applique pas au bruit causé par la musique dans les ~,
débits de boissons, puisque cette matière bien déterminée est
entièrement réglementée, en ce qui concerne le niveau sonore et !
son mesurage, par l'arrêté royal du 24 février 1977 en exécution
de la loi du 18 juillet 1973.
1. En cas de concurrence des compétences réglementaires, les
dispositions du pouvoir national sont-elles exhaustives? En ::
d'autres mots, la compétence des communes d'édicter des ~,
règlements complémentaires se borne-t-elle aux subdivisions de ~
la matière concernée qui ne sont pas encore réglementées de ~,
façon générale? Ou bien la commune est-elle habilitée à ::
développer certaines parties déterminées déjà soumises à un :
règlement général?
11:
2. Dans la dernière hypothèse, la commune peut-elle dépas- I'
ser le règlement général en imposant notamment des normes '1
plus strictes? Par exemple, pourrait-elle ramener le niveau•
sonore permis à 70 db au lieu des 90 db qui est le niveau pré·vu,1
par l'arrêté royal?
'11
i
!
1
i
1
1
17 maart 1981 -
17 mars 1981
(23)
2269
Antwoord : De vraag van het geacht Lid betreft de toepassinµ:
van artikel 107 van de Grondwet dat bepaalt dat « de hoven e11
rechtbanken de algemene, provinciale en plaatselijke besluite11
en verordeningen alleen toepassen voor zover zij met de wette11
overeenstemmen ».
Het komt de Minister van Justitie niet toe zich uit te spreke11
over de zin waarin die rechtsmachten moeten beslissen in het
bijzondere geval waarvan sprake in de gestelde vraag.
Réponse : La question posée par l'honorable Membre concerne l'application de l'article 107 de la Constitution qui porte
que : « les cours et tribunaux n'appliqueront les arrêtés et
réglements généraux, provinciaux et locaux, qu'autant qu'ils
seront conformes aux lois.
Il n'appartient pas au Ministre de la Justice de dire dans quel
sens ces juridictions doivent se prononcer dans le cas particulier
faisant l'objet de la question.
Vraag or. 96 van de heer Buchmann d.d. 18 fehruari 1981
(N.):
Question n° 96 de M. Buchmann du 18 février 1981 (N.) :
Ministeriële diensten. - Koffiebedeling.
Services ministériels. - Distribution de café.
Zie vraag nr. 149 aan de Vice-Eerste Minister en Minister van
Economische Zaken, blz. 2200.
Voir question n° 149 au Vice-Premier Ministre et Ministre des
Affaires économiques, p. 2200.
Antwoord : Ik kan het geacht Lid meedelen <lat op m1111
departement geen gratis koffiebedeling is georganiseerd.
Réponse: Je peux faire savoir à l'honorable Membre que mon
département n'organise pas de distribution gratuite de café.
Vraag or. 97 van de heer Vansteenkiste d.d. 18 fehruari
1981 (N.):
Question n° 97 de M. Vansteenkiste du 18 février 1981 (N.) :
Strafinrichtingen. -
Etablissements pénitentiaires. - Proportion linguistique.
Taalverhoudingen.
De heer Minister gelieve mij, voor de verschillende strafinrichtingen van het ganse land, de numerieke taalverhouding mede te
delen op 1 januari 1978, 1 januari 1979, en 1 januari 1980
(Vlamingen, Franstaligen en Duitstaligen, met uitsluiting van
niet-Belgen) .
Monsieur le Ministre pourrait-il, pour les différents établissement pénitentiaires du pays, me faire connaître la proportion
linguistique entre Flamands, francophones et germanophones,
(à l'exclusion des ressortissants d'autres pays) aux 1"' janvier
1978, 1er janvier 1979 et 1er janvier 1980.
Antwoord : De beschikbare cijfers hebben betrekking op de
personen die einde 1977, einde 1978 en einde 1979 waren
opgesloten. Zij worden weergegeven in onderstaande tabel.
Réponse : Les chiffres disponibles ont trait aux personnes qui
étaient écrouées fin 1977, fin 1978 et fin 1979. Il sont repris au
tableau ci-dessous.
Belgische onderdanen opgesloten op het einde van de jaren 1977
tot en met 1979 naargelang de gesproken taal.
Ressortissants belges détenus à la fin des années 1977 à 1979
selon la langue parlée.
Inrichtingen Merksplas
Wortel
Antwerpen/Anvers
Mechelen/Malines
Turnhout
Hoogstraten
St. Gillis/St. Gilles
Leuven C ./Louvain C.
Vorst/Forest
Leuven H./Louvain Sec.
Nijvel/Nivelles
St. Andries
Brugge/Bruges
Ieper/Ypres
Ruiselede
Gent/Gand
Etablissements
Duitstaligen
Franstaligen
Nederlandstaligen
Germanophones
Francophones
Néerlandophones
1977
1978
1
1979
1977
1978
1979
1977
1978
1979
169
15
112
2
2
3
165
66
213
11
64
50
12
3
172
13
11
1
4
2
168
47
196
17
70
41
8
4
658
331
232
57
101
95
49
110
46
70
659
289
207
55
86
105
73
102
55
73
7
51
92
50
35
5
8
668
274
197
42
74
120
64
119
62
56
7
54
94
58
37
158
11
16
7
6
5
2
160
29
173
10
83
34
7
2
1
6
11
57
94
57
31
189
141
288
1.
2270
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
Belgische onderdanen opgesloten op het einde van de jaren 1977
tot en met 1979 naargelang de gesproken taal.
Ressortisants belges détenus à la fin des années 1977 à 1979
selon la langue parlée.
lnrichtingen -
Etablissements
Duitstaligen
Franstaligen
Nederlandstaligen
Germanophones
Francophones
Néerlandophones
1977
Oudenaarde/ Audenaerde
Dendermonde/Termonde
Bergen/Mons
Bergen I.B.M./Mons E.D.S.
Doornik/T ournai
Doornik I.B.M./Tournai E.D.S.
Jamioulx
Marneffe
Luik (Lantin)/Liège (Lantin)
Verviers
Hoei/Huy
Paifve
Hasselt
Tongeren/Tongres
Aarlen/Arlon
St. Hubert P.L.C./St. Hubert C.P.A.
St. Hubert I.S.O./St. Hubert E.I.S.
Namen/Namur
Dinant
1
T otalen/Totaux
1
1978
1
1
1979
1
1
1
3
Vragen waarop niet werd geantwoord
binnen de door het Reglement bepaalde termijn.
(Art. 71 van het Reglement van de Kamer.)
3
1977
1978
1979
1977
1978
1979
30
8
175
12
148
202
181
61
188
110
45
42
2
3
55
44
243
122
21
27
11
172
16
153
185
179
68
183
127
49
56
40
152
3
1
5
64
2
1
2
3
1
2
29
23
43
126
33
131
3
2
2
7
54
2
7
37
1
2
1
3
2
1
252
123
24
13
8
185
11
158
188
197
74
164
124
38
70
2
6
50
37
243
135
27
2.483
2.460
2.384
2
38
33
2
1
3
23
22
19
27
14
4
1
1
9
1
2
11
3
2
2.534
2.369
2.369.
Questions auxquelles il n'a pas été répondu
dans le délai fixé par le Règlement.
(Art. 71 du Règlement de la Chambre.)
Vraag nr. 98 van de heer Van Renterghem d.d. 18 februari
1981 (N.) :
Question n° 98 de M. Van Renterghem du 18 février 1981
(N.) :
Kleine misdadigers. -
Petits déliquants. - Peines de prison.
Gevangenisstraffen.
Weinig of geen mensen vinden een cel « de » geschikte plaats
om er een kruimeldief, een stroper, een deserteur, een wegpiraat
of een getuige van J ehova die geen legerdienst wil verrichten,
enz., tot andere gedachten te brengen. Toch worden in ons land
voor dergelijke misdrijven gevangenisstraffen uitgesproken.
Naar verluidt zou er echter in ons land ook reeds stroming
bestaan die, in dergelijke gevallen, ijvert voor een alternatieve
bestraffingsvorm, zo onder meer de zogenaamde « Community
Service Ortler », dat in Engeland en Duitsland reeds met goede
resultaten zou toegepast worden.
Het systeem bestaat hierin dat aan kleine criminelen de kans
wordt geboden om hun schuld aan de maatschappij te betalen
met een aantal uren gratis arbeid in dienst van de gemeenschap.
Graag mocht ik in dit verband van de achtbare heer Minister
vernemen of er reeds terzake door het departement studies zijn
verricht, en zo ja tot welke bevindingen. men dienaangaande is
gekomen?
Rares sont les personnes qui estiment qu'une cellule est l'i
l'endroit tout indiqué pour faire se repentir l'auteur d'un larcin 1 H
un braconnier, un déserteur, un chauffard ou un témoin de ,
Jéhova qui ne veut pas effectuer son service militaire, etc. On
prononce pourtant dans notre pays des peines de prison pour de
tels délits.
D'après certaines rumeurs, il existerait toutefois déjà un
courant visant à infliger dans de tels cas d'autres formes de T
sanctions, entre autres ce qu'il est convenu d'appeler le « Corn- 1,1!
munity Service Ortler », lequel serait déjà appliqué avec succès
en Grande-Bretagne et en Allemagne.
Ce système consiste à permettre aux petits délinquants de.,
payer leur dette à la société par le biais d'un certain nombreii,
d'heures de travail gratuites au service de la communauté.
1,1'
J'aimerais que Monsieur le Ministre me fasse savoir si le.
département a déjà effectué des études dans ce domaine et, dans
l'affirmative, quels en sont les conclusions.
•
1
1
1
1
1
1
17 maart 1981 -
17 mars 1981
2271
(23)
Vraag nr. 99 van de heer Valkeniers d.d. 19 februari 1981
(N.)
Question n° 99 de M. Valkeniers du 19 février 1981 (N.) :
'fiakbondspremie.
Prime syndicale.
Graag had ik afzonderlijk voor iedere administratie die onder
uw hevoegdheid staat de volgende inlichtingen hekomen inzake
de syndikale premie. Dit zowel betreffende het jaar 1977 ais
1978:
1. aantal hetrokken personeelsleden :
a) in dienst,
b) op rust;
2. aantal afgeleverde formulieren;
3. aantal uithetaalde formulieren per rechthehbende organisatie;
4. overgedragen sommen per rechthebbende organisatie :
a) ais uitbetaling aan hun leden,
b) ais administratiekosten;
5. werden voor al deze sommen de uitbetaalde formulieren
terug aan de administratie afgeleverd ter staving van het aantal
werkelijke uitbetalingen? Zoniet, waarom niet?
Je vous saurais gré de me fournir, pour chaque-administration
ressortissant à votre compétence, les données suivantes en ce qui
concerne la prime syndicale, et ce pour les années 1977 et 1978 :
1. nombre de bénéficiaires :
a) en activité de service,
b) mis à la retraite;
2. nombre de formulaires délivrés;
3. nombre de formulaires ayant donné lieu à paiement, par
organisation ayant droit;
4. les sommes versées à chaque organisation ayant droit :
a) à titre de paiement à leurs membres,
b) à titre de frais administratifs;
5. les formulaires ayant donné lieu à paiement ont-ils été remis pour toutes ces sommes en vue de justifier le nombre de
paiements réellement effectués? Dans la négative, pourquoi
pas?
Vraag nr. 100 van de heer Tromont d.d. 19 februari 1981
(Fr.) :
Question n° 100 de M. Tromont du 19 février 1981 (Fr.) :
Tewerkstelling van werklozen. - Arrondissement Bergen.
Placement de chômeurs. -=-Arrondissement de Mons.
Met verwijzing naar het overheidsbeleid inzake bevordering
van de werkgelegenheid had ik gaarne vernomen, voor de jaren
1979 en 1980, met betrekking tot de departementen en besturen
die onder U ressorteren :
1. aantal stages voor jongeren (6 maanden);
2. aantal tewerkgestelde werklozen;
3. aantal personen in het bijzonder tijdelijk kader;
4. aantal vacante hetrekkingen in de statutaire formatie.
Dans le cadre de la politique de promotion de l'emploi
pratiquée par les pouvoirs publics, je souhaite connaître, pour
l'année 1979 et 1980, en ce qui concerne votre département et
les administrations placées sous votre tutelle :
1. le nombre de stages (6 mois) de jeunes;
2. le nombre de chômeurs mis au travail;
3. le nombre de membres du cadre spécial temporaire;
4. le nombre d'emplois vacants du cadre statutaire.
Minister van Ontwikkelingssamenwerking
Ministre de la Coopération au Développement
Vraag nr. 19 van de heer Willy De CLercq d.d. 3 december
1980 (N.) :
Question n° 19 de M. Willy De Clercq du 3 décembre 1980
(N.) :
Zendelingenpersoneel. - Sociale Zekerheid. ming van de schatkist.
Personnel missionnaire. Trésor.
Tegemoetko-
Het koninklijk besluit van 6 april 1976 en het ministerieel
besluit van 20 mei 1976 voorzien in een tegemoetkoming van de
schatkist in de sociale zekerheid van het zendelingenpersoneel,
aangenomen voor het uitoefenen van samenwerkingsfuncties in
de ontwikkelingslanden.
ln artikel 1, § 4 van het voormeld koninklijk besluit wordt ais
voorwaarde gesteld dat deze personeelsleden « werken in of in
dienst zijn van een gemeenschap die een godsdienstig of filosofisch doel nastreeft ».
Deze besluiten laten de erkenning toe van de leden van een
godsdienstige gemeenschap die verhonden zijn door een arbeidsovereenkomst en bezoldigd worden door de plaatselijke
regeringsinstanties.
Ik zou de heer Minister dank weten mij te willen mededelen :
1. waarom lekenpersoneel dat samenwerkingsfuncties vervult en dat zich in dezelfde contractuele en beroepstoestand
hevindt ais het godsdienstig personeel niet voor erkenning in
aanmerking kan komen;
Sécurité sociale. -
Intervention du
L'arrêté royal du 6 avril 1976 et l'arrêté ministériel du 20 mai
1976 prévoit une intervention du Trésor dans la sécurité sociale
du personnel missionnaire agréé pour l'exercice de fontions de
coopération dans les pays en voie de développement.
L'article 1, § 4, de l'arrêté royal précité stipule comme condition que ces membres du personnel travaillent dans ou sont en
service d'une communauté poursuivant un but religieux ou philosophique.
Ces arrêtés permettent la reconnaissance des membres d'une
communauté religieuse liés par un contrat de travail et rémunérés par les autorités gouvernementales locales.
Je saurais gré à Monsieur le Ministre de me faire savoir :
1. pourquoi le personnel laïc exerçant des fonctions de coopération et se trouvant dans la même situation contractuelle et
professionnelle est exclu de cette mesure;
Il'
2272
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
2. hoeveel leden die niet behoren tot een godsdienstige
gemeenschap, maar wel tot een filosofische tot nog toe van deze
maatregel hebben genoten?
2. combien de membres n'appartenant pas à une communauté religieuse, mais bien à une communauté philosophique, ont
bénéficié jusqu'à présent de cette mesure?
Antwoord:
1. Het koninklijk besluit van 6 april 1976 is van toepassinµ
op het zendelingenpersoneel indien het geen personen geld1
erkend in de hoedanigheid van leden van het personeel voor
samenwerking met de ontwikkelingslanden of in de hoedanigheid van vrijwilligers voor de samenwerking met diezelfde
landen waarvan het statuut bepaald wordt respectievelijk door
de koninklijke besluiten van 10 april 196 7 en 24 september
1964.
Het koninklijk besluit van 6 april 1976 heeft derhalve lwt
meest uitgebreide toepassingsveld indien het zich uitstrekt 1111 ,
personen die geen aanspraak kunnen maken op een sol'ia k
bescherming en toepassing van de hogervemoemde koninklijk,·
besluiten waarvan het een aanvulsel is.
2. Daar de doeleinden van de betrokken gemeenschappen in
't algemeen éénzelfde humanitair aspect van hulp aan ontwikkelingslanden vertonen, zijn de gegevens in het dossier van dt'
begunstigden niet van die aard dat zij uitsluitsel geven wat het
voomaamste doel betreft.
Réponse:
1. L'arrêté royal du 6 avril 1976 est applicable au personnel
missionnaire aussi bien laïc que religieux pour autant qu'il ne
s'agisse pas de personnes nommées en qualité de membres du
personnel de la coopération avec les pays en voie de développement ou agréées en qualité de volontaires de la coopération avec
ces mêmes pays dont le statut est fixé respectivement par les
arrêtés royaux des 10 avril 196 7 e_t 24 septembre 1964.
Vraag nr. 33 van de heer Thys d.d. 10 februari 1981 (Fr.) :
Question n° 33 de M. Thys du 10 février 1981 (Fr.):
Ontwikkelingshulp. -
Aide au Développement. -
Vast contactcentrum.
L'arrêté royal du 6 avril 197 6 possède ainsi le champ
.i· application le plus large dans la mesure où il s'entend aux
111·rsonnes ne pouvant prétendre à une protection sociale en
a pplicant des arrêtés royaux précités dont il se veut le complément.
2. Les buts poursuivis par les communautés concernées étant
généralement confondus dans un même aspect humanitaire
d'aide aux pays en voie de développement, les éléments figurant
aux dossiers des bénéficiaires ne laissent apparaître aucune
précision quant à un but prédominant.
Centre permanent de contact.
In de pers is in ruime mate aandacht besteed aan de lezing van
Ambassadeur Jan Hendrickx over de ontwikkelingshulp die ons
land beoogt en verleent.
Zou het dan niet geboden zijn spoedig een vast centrum op te
richten voor contact tussen de « consultants » dit zijn de ondernemingen die uitvoerprojecten voorstellen en bestuderen in een
eerste faze en de « contractors » of exporteurs die concreet ter
plaatse de bestudeerde projecten verwerkelijkt, maar thans en
op het eerste gezicht zonder werkelijke en doeltreffende coêirdinatie, met name voor Latijns-Amerika.
La presse s'est largement fait l'écho de la conférence de M.
!'Ambassadeur Jan Hendrickx concernant l'aide au développement envisagée et réalisée par notre pays.
N'y aurait-il dès lors pas intérêt à créer rapidement un centre
permanent de contact entre les « consultants » c'est-à-dire les
entreprises qui proposent et étudient des projets d'exportation
dans une première phase et les « contractors » ou exportateurs
qui réalisent concrètement sur place les projets étudiés mais
actuellement et à première vue sans coordination réelle et efficace notamment vers l'Amérique latine.
Antwoord : De gestelde vraag alt naar mijn oordeel meer
onder de bevoegdheid van mijn collega van Buitenlandse
Handel.
Het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking waarvan ik
titularis ben is een specifiek luik van het geheel van onze
betrekkingen met de ontwikkelingslanden onder meer deze van
Latijns-Amerika en behelst tevens economische, educatieve en
sociale ontwikkelingsaspecten.
De Samenwerking tussen mijn ministerie en de ontwikkelingslanden s afhankelijk van de aanvragen vanwege de begunstigde
landen en houdt rekening met de Belgische mogelijkheden deze
te beantwoorden.
Réponse : La question soulevée me semble davantage sortir
de la compétence de mon collègue du Commerce extérieur.
Le Ministère de la Coopération dont je suis titulaire constitue
un volet bien spécifique de l'ensemble de nos relations avec les
pays en voie de développement notamment ceux d'Amérique
latine et s'attache à la fois à des aspects économiques, éducatifs
et sociaux de développement.
La Coopération que mon ministère apporte aux pays en voie ,
de développement est fonction des demandes des pays bénéficiaires et tient compte des possibilités de réponse belge.
1
ii
11
Vraag nr. 39 van de heer Buchmann d.d. 18 februari 1981
(N.) :
Question n° 39 de M. Buchmann du 18 février 1981 (N.):
Ministeriële diensten. - Koffiebedeling.
Services ministériels. - Distribution de café.
Zie vraag nr. 149 aan de Vice-Eerste Minister en Minister van
Economische Zaken, blz. 2200.
Voir question n° 149 au Vice-Premier Ministre et Ministre des
Affaires économiques, p. 2200.
~
Antwoord:
1. Voor de koffiebedeling bij het A.B.O.S. : twee personen.
Voor de koffiebedeling bij de D.O.S.Z. : dagelijks één persoon
gedurende 1 uur ('s namiddags);
2. Bij A.B.O.S. : jaarlijkse uitgedeelde warme dranken (filters, oxo, thee) : ± 59 .500 tassen.
Bij D.O.S.Z. : jaarlijks wordt 250 kg koffie verbruikt; geen
thee;
Réponse:
1. A.G.C.D. : deux personnes sont chargées de la distribution'i
de café. O.S.S.O.M. : journellement, une personne pendant une
1
heure (après-midi);
2. A.G.C.D. : le nombre de filtres, tasses d'oxo et de thé''
s'élève annuellement à ± 59.500.
H
O.S.S.O.M. : consommation annuelle de café : 250 kg; pas de
thé;
11
1
1
1
1
11
1
1
1
17 maart 1981 -
17 mars 1981
(23)
2273
3. A.G.C.D. : la rémunération des deux personnes susmen3. A.B.O.S. : de wedde van de twee bovenvermelde personen
(hulp-arbeider), de aankoop, voor ± 40.000 fr. per jaar, van tionnées (aide-manœuvre), l'achat pour ± 40.000 F par an, de
drinkbekers, roerstaafjes en bekerhouders en het onderhoud van 1 gobelets, de cuillières et de supports ainsi que l'entretien du mahet materieel vallen ten laste van de Schatkist. De kostprijs van • tériel sont à charge du Trésor. Le prix du café, du thé, de l'oxo 1
de koffie, de thee, de oxo, de melk en de suiker vallen ten laste , du lait et du sucre est payé par le consommateur. O.S.S.O.M. :
van de verbruikers. D.O.S.Z. : uitgaven in verband met de kof- , dépenses (estimation) :
fiebedeling )raming) :
53.000 F
- personnel
- personeel
18.000 F
53.000 fr. . - matériel (gobelets, ... )
- materieel (beders, ... )
70.000 F
18.000 fr. . - produits (café, ... )
- produkten (koffie, ... )
70.000 fr.
141.000 F
141.000 fr.
Vraag nr. 42 van de heer Tromont d.d. 19 februari 1981
(Fr.):
Question n° 42 de M. Tromont du 19 février 1981 (Fr.) :
Tewerkstelling van werklozen. - Arrondissement Bergen.
Placement de chômeurs. - Arrondissement de Mons.
Zie vraag :i:tr. 159 aan de Vice-Eerste Minister en Minister van
Economische Zaken, hlz. 2208.
Voir question n° 159 au Vice-Premier Ministre et Ministre des
Affaires économiques, p. 2208.
Antwoord:
l. Algemeen Bestuur voor de Ontwikkelingssamenwerking:
1. Aantal stages voor jongeren in 1979 : 7; in 1980 : 7;
2. Aantal tewerkgestelde werklozen op 31 januari 1979: 67;
op.31 januari 1980 : 72;
3. Aantal tewerkgestelden in het raam van een hijzonder
tijdelijk kader : nihil;
4. Aantal onbezette betrekkingen in de statutaire personeelsformatie op 31 januari 1979 : 61; op 31 januari 1980 : 4 7.
Il. Dienst voor Overzeese Sociale Zekerheid :
1. Sinds maart 1978, werden bij de D.O.S.Z. praktisch
ononderbroken· 4 jonge stagiairs tewerkgesteld, in toepassing
van de wet van 22 december 1977, betreffende de budgettaire
voorstellen 1977-1978;
2. Gemiddeld aantal tewerkgestelde werklozen in 1979 : 29;
in 1980: 40;
3. Aantal tewerkgestelden in het raam van een bijzonder
tijdelijk kader : nihil;
4. Voor een personeelsformatie die in 226 betrekkingen
voorziet, zijn er op heden daarvan 45 niet bezet door vaste
ambtenaren.
Fragen waarop niet werd geantwoord
binnen de door het Reglement bepaalde termijn.
(Art. 71 van het Reglement van de Kamer.)
Réponse:
I. Administration générale de la Coopération au Développement:
1. Nombre de stages de jeunes en 1979 : 7; en 1980 : 7;
2. Nombre de chômeurs mis au travail au 31 janvier 1979 :
67; au 31 janvier 1980: 72;
3. Nombre sous régime du cadre spécial temporaire: néant;
4. Nombre d'emplois au cadre non-occupés au 31 janvier
1979: 61; au 31 janvier 1980: 47.
Il. Office Sécurité sociale outre-mer:
1. Depuis mars 1978; l'Office a occupé d'une façon pratiquement ininterrompue 4 jeunes stagiaires, en application de la loi
du 22 décembre 1977, relative aux propositions budgétaires
1977-1978;
2. Nombre moyen des chômeurs mis au travail à l'O.S.S.O.M.
en 1979: 29; en 1980: 40;
3. L'O.S.S.O.M. n'occupe pas de personnel dans le cadre du
Cadre spécial temporaire;
4. Pour un cadre organique qui prévoit 226 emplois, il y en a
actuellement 45 qui ne sont pas occupés par des agents définitifs.
Questions auxquelles il n'a pas été répondu
dans le délai fixé par le Règlement.
(Art. 71 du Règlement de la Chambre.)
Vraag nr. 38 van de heer Baert d.d. 18 fehruari 1981 (N.) :
Question n° 38 de M. Baert du 18 février 1981 (N.) :
Universiteitsstudenten uit ontwikkelingslanden.- Financiering.
Etudiants provenant des pays en voie de développement.
Financement.
•
Uit antwoorden op vroegere parlementaire vragen kan ik
opmaken dat een aantal Franstalige universitaire instellingen
bij uw departement aanvullende betalingen vragen voor de aanvullende inschrijvingsgelden die vreemde studenten uit enkele
vreemde landen moeten betalen.
Je puis déduire de réponses fournies à des questions parlementaires qu'un certain nombre d'universités de régime français
sollicitent auprès de notre département des paiements complémentaires pour le droit d'inscription à payer en sus par les
étudiants provenant de certains pays étrangers.
2274
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Het zou gaan over aanzienlijke bedragen, die bij verdere
toepassing van dit systeem in de honderden miljoenen kunne11
gaan lopen, en zulks uitsluitend bij Franstalige instellingen.
Nauwkeurig nazicht van de financieringswetgeving op dl'
universiteiten toont aan dater voor zulke betalingen geen enkel"
rechtsgrond te vinden is. lntegendeel, deze handelwijze schij111
zelfs wettelijk te zijn uitgesloten, omdat zij tegenstrijdig is mf't
het objectieve normenstelsel waarvan de betoelaging der universiteiten afhankelijk is.
Ik moge de Minister verzoeken mij mede te delen :
1. op welke rechtsgrond volgens hem zulke betalingen geschieden;
2. op welke begrotingspost van zijn departement dit kau
geschieden;
3. of de betaling van deze bedragen kan leiden tot eeu
vermindering van de normale uit te betalen bedragen voor
studiekosten van studenten uit ontwikkelingslanden?
Tenslotte moge ik de Minister verzoeken, mij de huidige stand
mede te delen van de aldus gevraagde bedragen, per instellinµ
en per jaar tot op heden, met onderverdeling per studierichtin~
van de studentenaantallen waarvoor deze bedragen zouden verschuldigd zijn.
Tenslotte moge iik de Minister verzoeken mij mede te delen.
voor welke bedragen desgevallend reeds betalingen zijn geschied, en vanuit welke begrotingsartikelen.
Questions et Réponses - Chambre
(23)
Il s'agirait de sommes considérables qui, en cas d'extension de
:-;ystème, sont susceptibles de se monter à des centaines de mil1ions de francs, et ce exclusivement pour des établissements
francophones.
Un examen approfondi de la loi de financement des universités ne permet pas de trouver le moindre fondement juridique
pour de tels paiements. Bien au contraire, la loi semble même
exclure cette pratique incompatible avec le système de normes
objectives qui est à la base du subventionnement des universités.
Je prie Monsieur le Ministre de vouloir bien me faire savoir :
1. sur quelle base juridique ces paiements pourraient, à son
avis, s'effectuer;
2. à quel poste budgétaire de son département ils pourraient
émarger;
3. si ces paiements peuvent donner lieu à une réduction des
montants qui doivent normalement couvrir les frais d'études de
personnes provenant de pays en voie de développement?
Puis-je finalement demander à Monsieur le Ministre de me
communiquer le décompte actuel des montants ainsi demandés,
par établissement et par année, ainsi que le nombre d'étudiants,
ventilés par orientation d'études, pour lesquels ces montants
auraient été dus.
Enfin, je lui saurais gré de me faire connaître, en précisant à
quels articles budgétaires ils sont inscrits, les montants pour
lesquels des paiements auraient, le cas échéant, déjà été effectués.
Vraag nr. 41 van de heer Valkeniers d.d. 19 fehruari 1981
(N.):
Question n° 41 de M. Valkeniers du 19 février 1981 (N.) :
Vakbondspremie.
Prime syndicale.
Graag had ik afzonderlijk voor iedere administratie die onder
uw bevoegdheid staat de volgende inlichtingen bekomen inzake
de syndikale premie. Dit zowel betreffende het jaar 1977 ais
Je vous saurais gré de me fournir, pour chaque·administration
ressortissant à votre compétence, les données suivantes en ce qui
concerne la prime syndicale, et ce pour les années 1977 et 1978 :
1978:
1. aantal betrokken personeelsleden :
a) in dienst,
b) op rust;
2. aantal afgeleverde formulieren;
3. aantal uitbetaalde formulieren per rechthebbende organisatie;
4. overgedragen sommen per rechthebbende organisatie :
a) ais uitbetaling aan hun leden,
b) ais administratiekosten;
5. werden voor al deze sommen de uitbetaalde formulieren
terug aan de administratie afgeleverd ter staving van het aantal
werkelijke uitbetalingen? Zoniet, waarom niet?
Minister van Openbaar Ambt
en Wetenschapsbeleid, helast met
de Coordinatie van het Leefmilieubeleid
1. nombre de bénéficiaires :
a) en activité de service,
b) mis à la retraite;
2. nombre de formulaires délivrés;
3. nombre de formulaires ayant donné lieu à paiement, par
organisation ayant droit;
4. les sommes versées à chaque organisation ayant droit :
a) à titre de paiement à leurs membres,
b) à titre de frais administratifs;
5. les formulaires ayant donné lieu à paiement ont-ils été re- 1,1,
mis pour toutes ces sommes en vue de justifier le nombre de ,
paiements réellement effectués? Dans la négative, pourquoi
pas?
Ministre de la Fonction publique
et. de la Politique scientifique, chargé de
ii'
la Coordination de la Politique de l'Environnement. l•I
,
11
1
Vraag nr. 57bis van de heer Kuijpers d.d. 10 februari 1981
(N.):
Question n° 57bis de M. Kuijpers du 10 février 1981 (N.) :
Vakbondspremie. - Begrenzing van het bedrag.
Prime syndicale. - Limite du montant.
ln de memorie van toelichting - ontwerp van wet, betreffende toekenning en uitbetaling van een vakbondspremie aan sommige personeelsleden van de overheidssector (Senaat, 315, 1-3
L'exposé des motifs du projet de loi relatif à l'octroi d'une,.
prime syndicale à certains agents du secteur public (Doc. Sénat'
315, 1-3 décembre 1979) souligne que « le montant de la prime
I'!
1
1
1
1
17 maart 1981 december 1979) lezen wij dat de uit te betalen premie : « niet zo
hoog mag zijn dat het personeelslid door toekenning in feite
onder druk of dwang kan komen te staan om lid te worden van
een erkende vakorganisatie » .
A. ln de metaalnijverheid (privé) wordt voor 1980 ee11
syndicalepremie terugbetaald ten belope van 2.000 fr. aan de
leden van de representatieve vakbonden die een bijdrage van
minstens 2.520 fr. per jaar betalen (deze syndicale premi1·
wordt door de bedrijven betaald).
B. ln de parastatale N.M.B.S. bijvoorbeeld werd door de
Staat de te betalen premie in 1979 berekend op basis ·yan
1.050 fr. per werknemer.
C. Voor de bij de drie representatieve vakbonden aangesloten
personeeslsleden in overheidsdienst, betaalt de Staat 700 fr. en
500 fr. werkingskosten terug onder vorm van vakbondspremie.
Kan de Minister mij mededelen vanaf welk bedrag inbreuk
gepleegd wordt tegen de zienswijze van de Raad van State, zoals
opgenomen in de hogervermelde memorie van toelichting?
17 mars 1981
(23)
2275
ne devrait pas être tel que son octroi puisse en fait excercèr une
contrainte sur l'agent en vue de le déterminer à s'affilier à une
organisation syndicale reconnue ».
A. Dans l'industrie des constructions métalliques on a octroyé, pour 1980, une prime syndicale de 2.000 F aux membres
des syndicats reconnus, pour autant qu'ils paient une cotisation
annuelle de 2.520 F; (cette prime syndicale est à charge des
entreprises).
B. Pour la S.N.C.B. qui est une organisation parastatale,
l'Etat a calculé la prime pour 1979, sur base de 1.050 F par
travailleur.
C. Pour les agents des services publics affiliés à l'un des trois
syndicats reconnus, l'Etat accorde 700 F, majorés de 500 F
pour frais de fonctionnement sous la forme d'une prime syndicale.
Monsieur le Ministre pourrait-il me dire à partir de quel
montant l'on dépasserait la limite proposée par le Conseil
d'Etat, dont l'avis a été cité dans l'exposé des motifs.
Réponse: La question posée par l'honorable Membre m'a été
transmise par M. le Premier Ministre pour suite utile.
L'honorable Membre trouvera la réponse à sa question dans
l'avis du Conseil_ d'Etat du 18 juillet 1979 (observation générale, deuxième alinéa) joint à l'exposé des motifs du projet de loi
auquel il fait référence, ainsi que dans les autres documents
parlementaires relatifs à la loi du 1er septembre 1980.
Antwoord : De door het geacht Lid gestelde vraag werd mi_j
door de heer Eerste Minister voor verder gevolg toegestuurd.
Het geacht Lid vindt het antwoord op zijn vraag in het advies
van de Raad van State d.d. 18 juli 1979 (algemene opmerking,
tweede alinea) dat gevoegd is bij de memorie van toelichting bij
het door hem geciteerde wetsontwerp alsmede in de andere parlementaire documenten met betrekking tot de wet van 1 september 1980.
Bij een aandachtige lezing van het koninklijk besluit van
30 september 1980 betreffende de toekenning en de uitbetaling
van een vakbondspremie aan sommige personeelsleden van de
overheidssector zal het geacht Lid voorts vaststellen dat de
administratieve werkingskosten per uit te betalen premie niet
500 fr. maar 35 fr. bedragen.
En lisant attentivement l'arrêté royal du 30 septembre 1980
relatif à l'octroi et au paiement d'une prime syndicale à certains
membres du personnel du secteur public, l'honorable Membre
constatera en outre que les frais administratifs de fonctionnement afférents au paiement de chaque prime ne s'élèvent pas à
500 F mais à 35 F.
Vraag nr. 59bis van de heer Kuijpers d.d. 12 februari 1981
Question n° 59bis de M. Kuijpers du 12 février 1981 (N.) :
(N.):
Vakbondspremie. -
Terugbetaling. -
Verantwoording.
Prime syndicale. - Remboursement. - Justification.
ln het koninklijk besluit van 30 september 1980 (Belgisch
Staatblad van 10 oktober 1980) artikel 19, § 2, lezen we dat :
« de uitbetalingsinstelling gehouden is tot de onmiddellijke
terugbetaling van de sommen welke het bedrag van de regelmatig uitbetaalde premies en de daarmee verbonden administratieve werkingskosten overschrijveri, of waarvoor de in dit besluit
omschreven verantwoording niet wordt verstrekt ».
Meen ik te mogen afleiden uit het laatste zinsdeel dat datgene
wat niet in het koninklijk besluit vermeld is, niet verantwoord
moet worden?
Of heeft de Minister een andere verklaring?
Le § 2 de l'article 19, de l'arrêté royal du 30 septembre 1980
(Moniteur belge du 10 octobre 1980) prévoit que : « l'organisme
de paiement est tenu de rembourser immédiatement les sommes
qui excèdent le montant des primes régulièrement payées et des
frais administratifs de fonctionnement y afférents ou celles qui
ne sont pas justifiées conformément au présent arrêté ».
Antwoord : De doo_r het geacht Lid gestelde vraag werd mij
door de Eerste Minister voor verder gevolg doorgestuurd.
lngeval een uitbetalingsinstelling de door het koninklijk
besluit van 30 september 1980 voorgeschreven verantwoording
omtrent uitbetaalde premies weigert te verschaffen, of hiertoe
niet in staat is, client ze het bedrag van die premies en de
daarmee verbonden administratieve werkingskosten onmiddellijk terug te betalen. Eike andere interpretatie is te verwerpen.
Réponse: La question posée par l'honorable Membre m'a été
transmise par le Premier Ministre pour suite voulue.
Lorsqu'un organisme de paiement refuse de fournir la justification de primes payées, prescrite par l'arrêté royal du 30 septembre 1980, ou n'est pas en mesure de le faire, il est tenu de
rembourser immédiatement le montant de ces primes et des frais
administratifs y afférents. Toute autre interprétation est à
rejeter.
Faut-il conclure de ce paragraphe in fine, que ce qui n'est pas
prévu par l'arrêté royal ne doit pas nécessairement être justifié?
Le Ministre a-t-il peut-être une autre explication?
2276
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
Vraag nr. 65 van de heer Mundeleer d.d. 18 fehruari 1981
(Fr.):
Question n° 65 de M. Mundeleer du 18 février 1981 (Fr.):
WetenschappeliJk onderzoek in België. - Kredieten.
La recherche scientifique en Belgique. -
De Franstalige televisie R.T.B.F. heeft onlangs een uitzendin~
gewijd aan het probleem van de kredieten voor het wetenschappelijk onderzoek. Volgens hetgeen de ondervraagde vooraanstaande personen verklaarden zouden die kredieten in constantt'
termen tussen 1974 en 1978 merkelijk verlaagd zijn.
Kan U mij laten weten hoeveel de kredieten bestemd voor de
bevordering van het wetenschappelijk onderzoek in België e11
verspreid over verscheidene begrotingen (inbegrepen de toelagen aan particuliere organisaties) sinds 1973 bedragen en wa t
zijn in dat verband de uitgetrokken bedragen in de ontwerpen
van begroting voor 1981 ?
La télévision R.T.B.F. a récemment consacré une émission au
problème des crédits à la recherche scientifique. Selon les déclarations des personnalités interrogées, ces crédits auraient fortement diminué en francs constants depuis 1974 jusqu'à 1978.
Antwoord : Het geacht Lid gelieve hieronder mijn antwoord
op zijn vraag te willen vinden :
1. Bijgaande tabel geeft de evolutie weer van de begrotingskredieten door de Staat verleend ter bevordering van het wetenschappelijk onderzoek in België (in miljoen frank - in vaste
prijzen - basis 1980).
2. Uit die tabel kan het geacht Lid on der andere het volgende
afleiden:
- tijdens de periode 1973-1979 is de begrotingsinspanning
van de Staat voor de financiering van het wetenschappelijk
onderzoek in België in reële termen met jaarlijks 3,86 %
toegenomen;
- door de beperkingen van de overheidsuitgaven is het bedrag
voor 1980 ten overstaan van 1979 verminderd (- 1, 93 %) ;
- om dezelfde redenen neemt de begrotingsinspanning die
voor 1981 wordt voorzien met 1,47 % af ten opzichte van
1980 en met 3,? 8 % vergeleken met 1979 ..
Crédits.
Pourriez-vous me faire connaître à combien s'élèvent depuis
1973 les crédits destinés à promouvoir la recherche scientifique
en Belgique et qui sont dispersés dans divers budgets (en ce
compris les subsides accordés à des organismes privés) et quels
sont à cet égard les prévisions dans les projets de budget de
1981?
Réponse : L'honorable Membre voudra bien trouver ci-après
ma réponse à sa question :
1. Le tableau ci-joint indique l'évolution des crédits budgétaires octroyés par l'Etat pour la promotion de la recherche
scientifique en Belgique (en millions de francs - à prix constants - base 1981).
2. De ce tableau, l'honorable Membre peut déduire, entre
autres, ce qui suit :
- au cours de la période 1973-1979, l'effort budgétaire de
l'Etat pour le financement de la recherche scientifique en
Belgique a été en accroissement réel de 3,86 % par an;
-
les restrictions des dépenses publiques ont réduit le montant
de 1980 par rapport à 1979 (- 1,93 %);
pour les mêmes raisons, l'effort budgétaire prévu pour 1981
est en réduction de 1,47 % par rapport à celui de 1980 et de
3,38 % par rapport à celui de 1979.
Activiteiten van wetenschappelijk onderzoek
in België
1973
1974
1975
1976
1977
1978
1979
1980
1981
(raming)
(prev.)
5.620
5.638
5.989
6.176
6.614
6.715
6.143
6.200
1.960
2.154
2.367
2.393
2.465
2.639
2.431
2.451
Totaal - Total ...................................................... 7.548
7.580
7.792
8.356
8.569
9.079
9.354
8.574
8.651
b) Onderzoek in de wetenschappeli/ke rijksinstellingen en de daarmee gelijkgestelde inrichtingen ........................................................ 2.734
Recherche dans les établissements scientifiques de l'Etat et établissements assimilés
2.926
3.019
3.263
3.215
3.446
3.329
3.348
3.369
1.383
1.227
1.785
1.755
2.006
2.122
2.241
2.161
3.309
3.292
3.552
3.690
2.759
3.325
3.617
3.337
Activités de recherche scientifique
en Belgique
a) Universitair onderzoek
Recherche universitaire
- Rechtstreekse financiering ............................... 5.594
Financement direct
- Onrechtstreekse financiering ........................... 1.954
Financement indirect
c) Onderzoek uitgaande van overheidswege ........ 1.463
Recherches dues à l'initiative publique
d) Onderzoek ten laste van de Technologische
Herverdelingsfondsen ...................................... 2.700
Recherches à charge des Fonds de répartition
technologique
Algemeen totaal/Total général .............................. 14.445 15.198 15.330 16.956 17.229 17.290 18.130 17.780 17.518
Evolutie in %/Evolution en %
+ 5,21 + 0,87 + 10,61 + 1,61 + 0,35 + 4,86 - 1,93 - 1,47
il
17 maart 1981 -
17 mars 1981
(23)
2277
Vraag nr. 72 van de heer Bertouille d.d. 27 fehruari 1981
(Fr.):
Question n° 72 de M. Bertouille du 27 février 1981 (Fr.) :
Minder-validen. - lndienstneming.
Handicapés. - Engagement.
Zie vraag nr. 85 aan de Eerste Minister, blz. 2198.
Voir question ~: 85 au Premier Ministre, p. 2198.
Antwoord : Het geacht Lid gelieve hieronder de gevraagde
inlichtingen te vinden wat betreft de Diensten van de Eerste
Minister (sector « Eerste Minister », sector << Openbaar Ambt »
en sector « Wetenschapsbeleid ») :
1. Het quotum van acht minder-validen dat vastgesteld is
voor de Diensten van de Eerste Minister bij artikel 2 van het
koninklijk besluit van 11 augustus 1972 ter bevordering van de
tewerkstelling van minder-validen in de rijksbesturen is bereikt:
2. In overleg met de heer Eerste Minister wordt overwogen
het quotum waarvan sprake sub 1 met 50 % te verhogen om
alzo het aantal te recruteren minder-validen voor de Diensten
van de Eerste Minister op twaalf te brengen.
Réponse : L'honorable Membre vourdra bien trouver cidessous les renseignements demandés en ce qui concerne les
Services du Premier Ministre (secteurs « Premier Ministre »,
« Fonction publique » et « Politique scientifique ») :
1. Le quota de huit handicapés fixé pour les Services du
Premier Ministre par l'article 2 de l'arrêté royal du 11 août 1972
stimulant l'emploi de handicapés dans les administrations de
l'Etat est atteint;
2. En accord avec M. le Premier Ministre, il est envisagé
d'augmenter de 50 % le quota dont question au 1, et de porter
iinsi à douze le nombre de handicapés à recruter par les Services
:lu Premier Ministre.
Minister van het Brusselse Gewest
Ministre de la Région bruxelloise
Vraag nr. 35 van de heer Bertouille d. d. 27 februari 1981
(Fr.) :
Question n° 35 de M. Bertouille du 27 février 1981 (Fr.) :
Minder-validen. - lndienstneming.
Handicapés. - Engagement.
Zie vraag nr. 85 aan de Eerste Minister, blz. 2198.
Voir question n° 85 au Premier Ministre, p. 2198.
Antwoord : Op het ogenblik han-gt het personeel van de
gewestelijke administraties enkel af van de functionele voogdij
en niet van de administratieve voogdij van de Gewestelijke
Ministers.
De toestand zal slechts geregulariseerd worden op het ogenblik dat de ambtenaren effektief naar de nieuwe ministeries
overgeheveld zullen zijn.
Réponse : Actuellement, le personnel des administrations
régionalisées dépend uniquement de la tutelle fonctionnelle et
non de la tutelle administrative des Ministres régionaux.
Minister van Pensioenen
Ministre des Pensions
Vraag nr. 36 van de heer Buchmann d.d. 18 fehruari 1981
(N.):
Question n° 36 de M. Buchmann du 18 février 1981 (N.):
Ministeriële diensten. - Koffiebedeling.
Services ministériels. - Distribution de café.
Zie vraag nr. 149 aan de Vice-Eerste Minister en Minister van
Ec~nomisch~lak~_~_b_!z_. 2~0_0. _ _________ _
Antwoord : Ik heb de eer het geacht Lid de hiernavolgende
gevraagde inlichtingen, betreffende de instellingen van openbaar nut die onder mijn bevoegheid vallen, mede te delen.
Ri,ikskas voor rust- en overlevingspensioen :
1. personen : geen (koffiebedeming .door Restobel, uitbater
van het personee~srestaurant in de Z uidertoren);
2. jaarverbruik koffie en thee : 235. 956 kopjes;
3. uitgaven 1980 :
a) tussenkomst in de kostprijs : 589.896 fr.;
b) materieel: geen;
c) tickets : 22.517 fr.
Ri,ikdienst voor werknemerspensioenen :
1. personen : geen (koffiebedeling door Restobel, uitbater
van het personeelsrestaurant in de Zuidertoren);
Voir question n° 149 au Vi ce-Premier Ministre et Ministre des
_Affaires économiques, p. 2200.
Réponse : J'ai l'honneur de communiquer à l'honorable
Membre les renseignements demandés concernant les orgamsmes d'intérêt public relevant de ma compétence.
Caisse nationale des pensions de retraite et de survie :
1.per~onnes : néant (la distribution du café est assumée par la
firme Restobel, exploitant du mess de la Tour du Midi);
2. consommation annuelle de café et de thé : 235. 956 tasses;
3. dépenses 1980 :
a) intervention dans le coût: 589.896 F;
b) matériel: néant;
c) tickets : 22.517 F.
Office national des pensions pour travailleurs salariés :
1. personnes : néant (la distribution du café est assumée par
la firme Restobel, exploitant du mess de la Tour du Midi);
La situation ne sera régularisée qu'au moment où les agents
auront été effectivement tranférés dans les nouveaux ministères.
1
289
2278
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
2. jaarverbuik koffie en thee : 201.051 kopjes;
3. uitgaven 1980 :
a) tussenkomst in de kostprijs : 620.987 fr.;
b) materieel voor de regionale bureaus : 111.064 fr.;
c) tickets : 11.452 fr.
2. consommation annuelle de café et de thé : 201.051 tasses;
3. dépenses 1980 :
a) intervention dans le coût : 620. 987 F;
b) matériel pour les bureaux régionaux : 11.064 F;
c) tickets : 11.452 F.
Vraag nr. 37 van de heer Valkeniers d.d. 19 fehruari 1981
(N.):
Question n° 37 de M. Valkeniers du 19 février 1981 (N.) :
Vakbondspremie.
Prime syndicale.
Zie vraag nr. 80 aan de Eerste Minister, blz. 2197.
Voir question n° 80 au Premier Ministre, p. 2197.
Antwoord : Ik heb de eer het geacht Lid hierna de te zijner
intentie ingewonnen inlichtingen bij de instellingen van openbaar nut waarover ik het toezicht heb, te verstrekken.
Aantal betrokken personeelsleden
Aantal afgeleverde formulieren
Nombre d'agents intéressés
in/en 1977
in/en 1978
op rust
in dienst
op rust
in dienst
Nombre de formulaires délivrés
in/en 1977
in/en 1978
lnstellingen
Organismes
Rijksdienst voor
werknemerspensioenen ................ .
Office national des pensions
pour travailleur salariés
Rijkskas voor rust- en
overlevingspensioenen ................. .
Caisse nationale des pensions
de retraite et de survie
Réponse : Je prie l'honorable Membre de trouver ci-après les
informations qui ont pu être recueillies à son intention auprès
des organismes d'intérêt public placés sous ma tutelle :
en service
retraités
en service
retraités
856
13
863
16
869
879
892
-4
920
4
896
924
Voor wat de door hem andrere gevraagde inlichtingen betreft
is het mij niet mogelijk deze te verstrekken gezien beide
organismen geen enkel gegeven omtrent dit onderwerp hebben
ontvangen noch vanwege de syndicale organisaties noch vanwege het Fonds voor vakbondspremies.
Quant aux autres informations qu'il a demandées il ne m'est
pas possible de les lui fournir, les deux organismes n'ayant reçu
aucune donnée à ce sujet, ni de la part des organisations
syndicales ni du Fonds des primes syndicales.
Vraag nr. 38 van de heer Tromont d.d. 19 fehrùari 1981
(Fr.) :
Question n° 38 de M. Tromont du 19 février 1981 (Fr.) :
Tewerkstelling van werklozen. - Arrondissement Bergen.
Placement de chômeurs. - Arrondissement de Mons.
, Zie vraag nr. 159 aan de Vice-Eerste Minister en Minister van
Economische Zaken, blz. 2208.
Voir question n° 159 au Vice-Premier Ministre et Ministre des
Affaires économiques, p. 2208.
Antwoord : 1k heb de eer het geacht Lid de gevraagde
inlichtingen betreffende de instellingen van openbaar nut waarover ik het toezicht heb, te verstrekken :
Rifksdienst voor werknemerspensioenen : Bureau te Bergen :
Réponse : J'ai l'honneur de communiquer ci-après à l'honorable Membre les renseignements qu'il a demandés, en ce qui /~
concerne les organismes d'intérêt public placés sous ma tutelle : •.
Office national des pensions pour travailleurs salariés : 1~,
Bureau de Mons :
•
1. jeunes stagiaires (6 mois) : néant;
2. chômeurs mis au travail : en 1979 - 7; en 1980 - 9;
3. cadre spécial temporaire : néant;
4. emplois vacants du cadre statutaire : à ce jour 3.
Caisse nationale des pensions de retraite et de survie :
L'organisme n'a pas de bureau régional.
1. jonge stagiairs (6 maanden) : nihil;
2. tewerkgestelde werklozen : in 1979 - 7; in 1980 - 9;
3. bijzonder tijdelijk kader : nihil;
4. vacatures in de personeelsformatie : thans 3.
Rijkskas voor rust- en overlevingspensioenen :
Deze instelling bezit geen gewestelijk bureau.
1
,i
1
1
1
17 maart 1981 -
Minister van Posterijen,
Telegrafie en Telefonie
17 mars 1981
(23)
2279
Ministre des Postes,
Télégraphes et Téléphones
Vraag nr. 77 van de heer Liénard d.d. 3 februari 1981 (Fr.) :
Question n° 77 de M. Liénard du 3 février 1981 (Fr.) :
R. T. T. - Reclame. •
R. T. T. - Publicité.
Herhaaldelijk heb ik vastgesteld dat de R.T.T. een reclamecampagne voerde in allerlei bladen : de jongste op 31 januari
1981, met ais thema « De T elefoon droogt tranen af », zelfs in
kleuren.
Aan de ene kant vraag ik me af of die reclame niet het
tegenovergestelde gevolg heeft van wat wordt nagestreefd, als
wij weten dat in mijn streek bijvoorbeeld aanzienlijke vertraging
is in de aansluitingsaanvragen en aan de andere kant de talrijke
storingen in het telefoonnet meer tranen doen vloeien bij de
gebruikers dan dat zij er afdrogen.
Kan de Minister mij zeggen hoeveel de post reclame hij de
R. T. T. bedraagt?
Meent hij niet dat dit geld beter zou worden gebruikt ais het
werkelijk diende om het imago van de R.T.T. dat nogal in
discrediet is geraakt door een onberispelijke dienst te verbeteren?
Ik, voor mij, ben van oordeel dat die reclame op dit ogenblik,
~elet op de slechte werking van het net, op zijn minst ongepast
A diverses reprises, j'ai constaté que la R.T.T. lançait une
campagne publicitaire coûteuse dans divers journaux et quotidiï·,-b: la dernière en date du 31 janvier 1981, sur le thème« Le
Téléphone essuie les larmes », est même publiée en couleurs.
Je me demande d'une part, si cette publicité n'a pas l'effet
contraire à celui recherché lorsque l'on sait que dans ma région,
par exemple, des retards considérables sont enregistrés dans les
demandes de raccordement et que, d'autre part, les multiples
perturbations du réseau téléphonique provoquent plus les larmes des usagers qu'elles ne les essuient!
Monsieur le Ministre, pourrait-il me dire combien coûte le
~poste publicitaire de la R. T. T.?
Ne croit-il pas que cet argent serait mieux employé s'il servait
réellement à améliorer par un service correct l'image de marque
fort discréditée de la R. T. T.
18.
En ce que me concerne, j'estime qu'à l'heure actuelle, et vu le
mauvais fonctionnement du réseau, cette publicité est pour le
moins inconvenante.
Antwoord : Het geacht Lid weet zeker dat ik de laatste tijd
Réponse : L'honorable Membre n'ignore pas que, ces derherhaaldelijk heb onderstreept welke belangrijke achterstand de
niers temps, j'ai souligné à plusieurs reprises le retard important
R. T. T. zowel op nationaal ais op internationaal gebied heeft . encouru par la R.T.T. aussi bien sur le plan national qu'international.
opgelopen.
De moeilijkheden op het gebied van de nieuwe aansluitingen
Les difficultés dans le domaine des nouveaux raccordements
en van de afwikkeling van het telefoon- en telexverkeer tijdens
et dans celui de l'écoulement du trafic téléphonique et télex aux
de piekuren zijn voldoende bekend.
heures de pointe- sont connues à suffisance.
De voornaamste oorzaak van deze problemen is het tijdelijk
La cause principale de ces problèmes est le manque temporaigemis van vrije paren in de ondergrondse kabels. Die toestand is
re de paires libres dans les câbles souterrains. Cette situation
ontstaan enerzijds door budgettaire beperkingen en anderzijds
découle d'une part des restrictions budgétaires et d'autre part
door het personeelstekort waarmee men heeft af te rekenen en
du manque de personnel, auquel on est confronté et lequel
?-at vooral te wijten is aan de personeelsstop tijdens de voorbije
résulte principalement de l'arrêt dans le recrutement du personnel des années passées.
1aren.
De merkelijk opgedreven investeringskredieten, die mijn
L'augmentation sensible des crédits d'investissements accordepartement onlangs bekomen heeft, moeten toelaten, voor • dés récemment à mon département doivent permettre, pour
zover dezelfde inspanning ook in 1982 kan worden voortgezet'. , autant que le même effort puisse être poursuivi en 1982, de
normaliser la situation à moyen terme.
de situatie op middellange termijn te normaliseren.
De inspanningen die nu worden geleverd met het oog op .de
Les efforts déployés en vue de la modernisation du réseau ne
modernisering van het net zijn slechts te verantwoorden indien . se justifient que si, dans le même temps, toutes mesures sont
terzelfdertijd alle maatregelen worden genomen om de rendabi- prises pour assurer la rentabilisation de l'infrastructure existan liteit van de bestaande infrastructuur te verzekeren.
te. C'est là la raison d'être de la campagne d'information qui se
développe actuellement au plan national.
Dat is de reden van bestaan van de informatiecampagne die
Dans notre pays, le trafic moyen par abonné est de ± 25 %
op nationaal gebied verloopt. In ons land is het gemiddeld inférieur à celui des autres pays de la C.E.E. et il a accusé,
verkeer per abonnee 25 % lager dan dat van andere landen van pendant ces dernières années, une tendance à la baisse.
de Europese Gemeenschap en vertoont het gedurende de laatste
jaren een neiging tot dalen.
Er is dus reden om te veronderstellen dat er latente behoeften
Il y a donc lieu de supposer qu'il existe des besoins latents,
bestaan, maar ook dat van de bestaande infrastructuur geen mais également que l'infrastructure existante n'est pas utilisée
optimaal gebruik wordt gemaakt, wat leidt tot minder ontvang- de manière optimale, ce qui donne lieu à moins de recettes, d'où
s~en_ en vandaar tot meer beperkte mogelijkheden tot autofinan- des possibilités d'autofinancement plus limitées.
cienng.
Indien deze toestand zou voortduren, valt te vrezen dat op
Si cette situation devait se prolonger, il est à craindre qu'elle
lange of middellange termijn een stijgend onevenwicht zal entraîne, à plus ou moins longue échéance, un déséquilibre
ontstaan tussen de ontvangsten en de uitgaven, en dus proble- croissant entre les recettes et les dépenses et donc des difficultés
men die nog moeilijk te overwinnen zijn zonder zeer grote malaisément surmontables sans qu'il soit nécessaire de procéder
tariefverhogingen te moeten doorvoeren, tarieven die, ik herin- à une hausse très importante des tarifs, lesquels, je le rappelle,
ner eraan, sedert 1 maart 1977 niet meer gewijzigd zijn.
n'ont pas varié depuis le 1"' mars 1977.
2280
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
Geplaatst voor een dergelijk probleem heeft de Regie van T. T.
de taak aile mogelijke maatregelen te treffen die dit verschijnsel
kunnen stoppen of, beter nog, omkeren.
Het is vanuit deze zienswijze dat zij het passend heeft
gevonden een grootscheepse campagne van algemeen belang te
beginnen die een duidelijker, doelmatiger en meer beredeneerd
gebruik van de telefoon tot doel heeft.
Om deze campagne een optimale impact te geven heeft dl'
Regie van T. T. vooraf een marktstudie laten uitvoeren. Deze
studie heeft het mogelijk gemaakt zich een oordeel te vormen
over de kennis die de abonnees van de Regie van T.T. en van de
aangeboden diensten hebben; zo heeft zij de algemene en
specifi'eke informatie vastgesteld die aan de abonnees client te
worden verschaft.
ln het bijzonder door te herinneren aan het bestaan van het
vrijetijdtarief tussen 19 uur en 8 uur evenals gedurende de
weekeinds en op feestdagen, wenst de Regie van T.T. te komen
tot een geleidelijke spreiding van het verkeer waarbij de
abonnee tergelijkertijd nog voordeel opdoet.
De kostprijs van de aan gang zijnde campagne wordt gespreid
over de boekjaren 1980 en 1981 en bedraagt 21.394.000 fr ..
exclusief B.T.W.
(23)
La Régie des T.T., confrontée à un tel problème, a le devoir de
prendre toutes mesures visant à stopper ou, mieux encore à
inverser le phénomène constaté.
C'est dans cette optique qu'elle a estimé opportun d'engager
une vaste campagne d'intérêt public visant à une utilisation plus
é~lairée, plus efficace et plus raisonnée de l'appareil téléphomque.
Pour s'assurer un impact optimal de la campagne, la Régie
des T. T. a fait procéder au préalable à une étude de marché.
Cette étude a permis d'apprécier la connaissance qu'ont les
abonnés de la Régie des T.T. et des services qu'elle peut offrir;
elle a déterminé ainsi les informations d'ordre général et
spécifique qu'il s'indiquait de fournir aux abonnés.
En particulier, par le rappel de l'existence du tarif réduit
entre 19 heures et 8 heures ainsi que les week-ends et jours
fériés, la Régie des T. T. souhaite, tout en faisant bénéficier
l'abonné, aboutir à un étalement progressif du trafic.
Le coût de la campagne en cours qui est imputable aux
exercices 1980 et 1981, s'élève au montant de 21.394.000 F,
hors T.V.A.
Vraag nr. 81 van de heer Valkeniers d.d. 5 februari 1981
(N.):
Question n° 81 de M. Valkeniers du 5 février 1981 (N.):
R. T. T. - Personeelsbestand.
R. T. T. - Effectifs.
Ik ben ten zeerste bezorgd over de steeds toenemende
moeilijkheden die zich voordoen bij de afwikkeling van het telefoonverkeer.
Volgens bekomen inlichtingen zou dit vooral voortkomen uit
een onderbezetting van het technisch onderhoudspersoneel voor
elektromechanische kommutatie. Deze onderbezetting zou te
wijten zijn aan :
• .1. de totale effektieven worden berekend volgens een algemene norm, maar de onderlinge verdeling per discipline wordt
overgelaten aan het goeddunken der gewestelijke directies. Dit
in tegenstelling tot voordien waar de berekening gebeurde op
een specifieke norm volgens gemeten gespreksdichtheid en
bestaande uitrustingen per bureel en per zone;
Je suis sérieusement préoccupé par les difficultés de plus en
plus grandes qui perturbent le trafic téléphonique.
2. doordat er sinds 12 juni 1978 geen herziening meer plaats
vond voor deze personeelsformatie;
3. door de blokkering der personeelsformaties (contingent
1975-1976);
4. de berekening der effektieven steeds ± 2 jaar achterloopt
op de werkelijkheid;
5. er ook geen personeelsuitbreiding kwam inzake arbeidsduurvermindering.
Ingevolge deze toestand kan men vaststellen dat er onvoldoende personeel is om het voorgeschreven onderhoud te verzekeren. Bijgevolg kan men slechts het hoogstnodige doen waardoor het slijtpercentage verhoogt. Dit brengt op zijn heurt een
versnelde aftakeling mede met ais gevolg een verhoging der
investeringen om redenen van noodzakelijke voortijdige vervanging van zeer kostelijke apparatuur.
Bijgevolg had ik graag van de heer Minister vemomen voor de
volgende personeelsformaties :
a) technicien elektromechanische kommutatie;
b) mecanicien-installateur;
c) installateur.
1. Wanneer gebeurde de laatste aanpassing der effektieven?
Il me revient qu'elles seraient principalement dues à une
pénurie de personnel technique d'entretien pour la commutation
électronique. Cette pénurie serait due :
1. au fait que les effectifs globaux sont calculés selon une
norme générale, tandis que la subdivision par discipline est laissée à l'appréciation arbitraire des directions régionales, alors
qu'antérieurement, le calcul se faisait sur la base d'une norme
spécifique, établie en fonction de la densité enregistrée des communications et des équipements existants par bureau et par
zone;
2. au fait que le cadre du personnel en question n'a plus été
revu depuis le 12 juin 1978;
3. au blocage des cadres (contingent 1975-!976);
4. au fait que le calcul des effectifs se fait généralement avec\
quelque deux ans de retard;
1~
5. au fait qu'aucune extension de personnel n'a été prévue en
dépit de la réduction du temps de travail.
'
Il en résulte qu'il n'y a pas assez de personnel pour effectuer,
les entretiens prescrits. Seul l'entretien le plus urgent est assuré,
de sorte que le pourcentage d'usure augmente. La détérioration
s'accélère ce qui entraîne un accroissement des investissements,,
pour le remplacement prématuré d'appareillages extrêmement'
coûteux.
'
11
1
Aussi saurais-je gré à Monsieur le Ministre de me fournir les
renseignements suivants en ce qui concerne les effectifs :
a) de techniciens commis à la commutation électromécanique;
b) de mécaniciens installateurs;
•
c) d'installateurs.
1. A quand remonte la dernière adaptation?
17 maart 1981 2. Volgens de gegevens van welk jaar gebeurde de berekening
van deze aanpassing?
3. Wat is voor een lokale 7D bureau de volgens de voorgeschreven onderhoudsnormen noodzakelijke bezetting uitgedrukt in man per lijn?
4. Idem als 3 maar voor een lokale 7A bureau?
5. Wat zijn in toepassing van 3 en 4 de benodigde effektieven?
6. Wat zijn de werkelijke effektieven?
7. Kan men bij onvoldoende personeelsbezetting het personeelslid verantwoordelijk stellen voor de gebrekkige werking
van het toegewezen gedeelte?
8. Welke maatregelen zult U nemen om dringend aan deze
ongezonde toestand te verhelpen?
9. Wordt deze toestand niet moedwillig in de hand gewerkt
om uiteindelijk de R.T.T. in de handen van een privé-maatschappij te spelen?
Antwoord : Tijdens de periode van .1 januari 1973 tot en met
31 december 1978, werden de personeelsformaties van de
niveaus 2, 3 en 4 van de Regie van Telegrafie en Telefonie
vastgesteld op basis van een algemene norm waarvan de
reglementaire grondslagen werden vastgelegd door de koninklijke besluiten van 13 april 1973 en van 6 juni 1978.
Er werd een analoog systeem uitgewerkt, dat tot doel heeft de
toepassing van deze methode te verlengen.
Bij toepassing van deze handelwijze moeten de normen eigen
aan elke activiteitssector niet meer in aanmerking worden
genomen als beoordelingselement voor de verdeling van de
toegestane uitbreidingscontingenten.
Op een algemeen vlak vindt het essentiële van de moeilijkheden die de Regie voor het ogenblik kent inzake personeel, zijn
oorsprong in de diverse beperkingsmaatregelen, waartoe op
regeringsniveau werd beslist. Zij hebben geleid tot het beletten
of het vertragen hetzij van de regelmatige toepassing van de
algemene norm, hetzij van de aanwervingen die er normaliter
moesten nit voortspruiten.
De discipline « elektromechanische commutatie » heeft de
nadelige weerslag van deze beschikkingen vanzelfsprekend
ondergaan. Het nadeel werd nog vergroot wegens het feit dat het
nodig is gebleken bij de verdeling van de al te beperkte
bijkomende middelen die ter beschikking werden gesteld, de
voorrang te verlenen aan de behoeften van de geprogrammeerde
commutatie en ze zelfs te bevredigen ten nadele van de
bestaande personeelsformatie van de elektromechanische commutatie.
Na het uiteenzetten van deze algemene beschouwingen,
': beantwoord ik de negen specifieke vragen die door het geacht
Lid werden naar voor gebracht.
1. De laatste aanpassing van de personeelsformaties werd
vastgelegd door het koninklijk besluit van 26 april 1979;
2. Zij was gebaseerd op het aantal abonnees in dienst en in
vertoef op 1 januari 1978;
3. Voor het systeem Rotary 7D, kunnen de personeelsbehoeften schematisch worden voorgesteld ais volgt :
- technicien-specialist : 1 personeelslid voor 4.000 lokale
lijnen;
- mecanicien-installateur : 1 personeelslid voor 10.000 lokale
lijnen;
- installateur : 1 personeelslid voor ± 3.000 lokale lijnen;
4. Voor het systeem Rotary 7A, zijn deze gegevens van
dezelfde aard :
- technicien-specialist : 1 personeelslid voor 2.500 lokale
lijnen;
17 mars 1981
(23)
2281
2. Sur les données de 4ul'l1r- annrr s'est-on basé à cet effet?
3. Quelle est, pour un bureau local 7 D, exprimé en effectifs
par ligne, l'occupation requise conformément aux normes d'entretien réglementaires?
4. Mêmes données que pour le point 3, mais relatives à un
bureau local 7 A?
5. Quels sont, compte tenu des points 3 et 4, les effectifs
requis?
6. Quels sont-ils en réalité?
7. Peut-on, en cas de sous-occupation, rendre l'agent responsable du fonctionnement défectueux du service qui lui est
confié?
8. Quelles mesures prendrez-vous pour remédier sans plus
tarder à cette situation malsaine?
9. Celle-ci n'est-elle pas entretenue volontairement dans le
but de confier finalement la gestion de la R. T. T. à une société
privée?
Réponse : Entre le 1er janvier 1973 et le 31 décembre 1978,
les cadres du personnel des niveaux 2, 3 et 4 de la Régie des
Télégraphes et des Téléphones ont été fixés sur base d'une
norme générale dont les fondements réglementaires ont été
consacrés par les arrêtés royaux des 13 avril 1973 et 6 juin
1978.
Un système analogue, destiné à prolonger l'application de
cette méthode, a été élaboré.
Dans ce contexte, les normes particulières à chaque secteur
d'activités doivent uniquement être considérées comme un des
éléments d'appréciation permettant de guider la répartition des
contingents d'extensions autorisés.
Sur un plan général, l'essentiel des difficultés en personnel
que la Régie connaît actuellement trouve son origine dans
diverses mesures de restrictions, décidées au niveau gouvernemental, et qui ont empêché ou retardé soit l'application régulière de la norme générale, soit les recrutements qui auraient normalement dû en résulter.
La discipline commutation électromécanique a bien entendu
subi le contrecoup de ces dispositions. Le mal y a même encore
été aggravé du fait qu'il s'est avéré nécessaire, dans le processus
de répartition de moyens supplémentaires trop limités, d'accorder la priorité aux besoins de la commutation programmée et
même de satisfaire ces derniers au détriment de l'existant en
commutation électromécanique.
- - Ces ~~~~idé~~tions générales étant posées, j'aborde les neuf
questions spécifiques soulevées par l'honorable Membre.
1. La dernière adaptation des cadres a été consacrée par
l'arreté royal du 26 avril 1979;
2. Elle était basée sur les nombres d'abonnés en service et en
instance au 1er janvier 1978;
•
3. En système Rotary 7D, les besoins en personnel peuvent
être schématisés comme il suit :
- technicien-spécialiste : 1 agent pour 4.000 lignes locales;
-
mécanicien-installateur : 1 agent pour 10.000 lignes locales;
-
installateur : 1 agent pour ± 3.000 lignes locales;
4. Eti système Rotary 7 A, ces mêmes données sont :
-
technicien-spécialiste : 1 agent pour 2.500 lignes locales;
2282
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
mécanicien-installateur : 1 agent pour 5.000 lignes locales;
mecanicien-installateur : 1 personeelslid voor 5.000 lokale
lijnen;
installateur : 1 agent pour ± 2.000 lignes locales;
installateur : 1-personeelslid voor ± 2.000 lokale lijnen;
Il convient de noter que d'autres systèmes de commutation
Het past aan te stippen dat nog andere systemen van -de
électromécanique sont en exploitation.
elektromechanische commutatie in werking zijn.
5. Les besoins pris en considération pour la prochaine
5. De behoeften die in aanmerking werden genomen voor de
adaptation des cadres s'élèvent, dans les grades considérés, à :
volgende aanpassing van de personeelsformaties bedragen in de
betrokken graden voor :
technicien-spécialiste : 1.144 unités;
- technicien-specialist : 1144 eenheden;
mécanicien-installateur : 340 unités;
- mecanicien-installateur : 340 eenheden;
installateur : 1.590 unités;
- installateur : 1.590 eenheden;
6. Les effectifs réels, quant à eux, atteignent les niveaux ci6. De werkelijke effectieven, wat deze graden betreft, bereiaprès :
ken de hiernavolgende cijfers :
technicien-spécialiste : 957 agents;
- technicien-specialist : 957 personeelsleden;
- mécanicien-installateur : 212 agents;
- mecanicien-installateur : 212 personeelsleden;
installateur : 1.484 agents;
- installateur : 1. 484 personeelsleden;
7. Le travail du personnel en place est apprécié en tenant
7. Bij de beoordeling van het werk van het personeel ter
plaatse wordt rekening gehouden met alle omstandigheden en . compte de toutes les circonstances et éventuellement du déficit
eventueel ook met het deficit inzake personeel in de betrokken . en personnel dans la résidence en question;
standplaats;
8. En ce qui concerne les remèdes, les points ci-après peuvent
8. Ten einde deze toestand te verhelpen, kunnen de hiernaêtre signalés :
volgende punten worden naàr voor gebracht :
het in werking stellen van een aanwervingsplan dat, in l - la mise en œuvre d'un plan de recrutement qui, dans son
principe, prévoit, outre le remplacement des membres du
principe, buiten de vervanging van de personeelsleden die
personnel appelés à quitter la Régie dans le courant du
geroepen zijn om de Regie te verlaten in de loop van het
présent exercice, l'engagement de près de 1.500 unités
huidige dienstjaar, de indienstneming van bijna 1.500· bijsupplémentaires. Ce programme concerne l'ensemble du
komende eenheden voorziet. Dit programma heeft betrekpersonnel. Il aura bien entendu des répercussions dans les
king op het geheel van het personeel en zal natuurlijk ook
services de commutation électromécanique;
zijn weerslag hebben op de diensten wan de elektromechanische commutatie;
l'application du volet sectoriel de la 6m• convention collective
de toepassing van het sectorieel luik van de 6de collectieve
du secteur public 1978-1979. Cet accord permettra notamovereenkomst van de openbare diensten 1978-1979. Dit
ment une revalorisation de certaines des tâches de mainteakkoord zal vooral een herwaardering van bepaalde taken
nance et entre autres le transfert de 200 emplois du niveau 4
van het onderhoud toelaten, ondermeer de overheveling van
vers le niveau 3. Les bénéficiaires de ces mesures recevront,
200 ambten van het niveau 4 naar het niveau 3. De begunsà cette occasion, une formation complémentaire, sanctionnée
tigden van deze maatregelen zullen bij deze gelegenheid een
aanvullende op lei ding ontvangen, afgesloten door een' proef
par une épreuve et il est certain que l'opération dans son
ensemble aura un effet bénéfique sur l'exploitation;
en het is zeker dat de verrichting in zijn geheel een voordelige uitwerking zal hebben op de exploitatie;
l'aboutissement du dossier relatif aux extensions de cadre
de afwerking van het dossier met betrekking tot de uitbreiconsécutives à la réduction de la durée hebdomadaire du
dingeo van de personeelsformaties te wijten aan de vermintravail à 38 heures.
dering van de wekelijkse arbeidsduur tot 38 uur.
Ce dossier autorisera l'introduction, dans les services de la
Dit dossier zal de inbreng van elektriciens-specialisten in de
commutation électromécanique, d'électriciens-spécialistes,,
diensten van de elektromechanische communtatie toelaten,
grade pour lequel les perspectives de recrutement sont bongraad voor dewelke de vooruitzichten voor aanwerving
nes. Ces électriciens pallieront provisoirement le manque de
gunstig zijn. Deze elektriciens zullen voorlopig de nadelen
techniciens-spécialistes sans que, pour autant, les efforts •
van het gebrek aan techniciens-specialisten verzachten zonvisant au comblement du cadre en agents qualifiés de niveauij!'
der dat evenwel de inspanningen worden opgegeven die de
2 soient abandonnés.
11
aanvulling van de personeelsformatie met bekwame beambten van niveau 2 op het oog hebben.
l'intensification des renouvellements en équipements de
de intensiteit van de vernieuwingen in uitrustingen van
commutation programmée grâce à l'octroi de crédits d'enga-,
geprogrammeerde commutatie dank zij de toekenning van
gement supplémentaires pour 1981. Il est démontré que
bijkomende vastleggingskredieten voor 1981. Er werd aangetoond dat deze politiek, tezamen met de recuperatie van
cette politique, acc'ompagnée de la récupération des lignes,
électromécaniques encore utilisables, présente des avantage$[ i
de nog bruikbare elektromechanische lijnen, zekere voordelen ,oplevert zowel op economisch vlak ais op het niveau van
certains au plan économique ainsi qu'au niveau de la qualit~I
de kwaliteit van de dienst;
du service;
~,
9. Il n'entre nullement dans les intentions de la Régie de~
9. Het ligt geenszins in de bedoeling van de Regie van T. T.
het onderhoud van de uitrustingen van de commutatie toe te
T.T. de confier, à l'industrie privée, la maintenance des équipei
ments de· commutation.
,1
vertrouwen aan de private nijverheid.
Ce n'est que dans des circonstances exceptionnelles qu'on fai·t
Slechts in uitzonderlijke omstandigheden zal op techniciens
appel à des techniciens du secteur privé pour l'entretien des ce:Q 1
van de private nijverheid beroep worden gedaan voor het ondertraux électromécaniques, comme ce fut le cas à Charleroi.
houd van electromechanische centrales, zoals dit het geval was
te Charleroi.
1
1
1
17 maart 1981 -
17 mars 1981
(23)
2283
Vraag nr. 93 van de heer Van Grembergen d.d. 11 februari
1981 (N.):
Question n° 93 de M. Van Grembergen du 11 février 1981
(N.):
Kijk- en luistergeld. -
Redevance radio et télévision. - Perception. - Erreurs.
/nning. -
Vergissingen.
Naar aanleiding van het innen door de Dienst kijk- en
luistergeld, E. Jacqmainlaan 164, 1000 Brussel, gebeuren er
heel wat vergissingen.
Deze inning gebeurt door de goede diensten van de post.
namelijk betaalformulieren worden door de post op adres van de
geabonneerde uitgedeeld. Het komt veelvuldig voor dat er
missingen gebeuren bij deze bestellingen. Het gevolg is dat heel
wat mensen de maning tot betaleg niet ontvangen. Achteraf
krijgen ze van de Dienst kijk- en luistergeld een boete ten
bedrage van 500 fr. op de mouw gespeld. Reclamaties helpen
dus niet meer. Mag ik van de heer Minister vernemen hoeveel
abonnees boeten hebben moeten betalen oned in deze omstandighedent.
a) voor de radio;
b) voor kleuren T.V. in woning (de zogezegde bij~aks)?
Antwoord:
1. Zoals het geacht Lid opmerkt kunnen vergissingen bij de
bestelling de oorzaak zijn van het niet ontvangen van betalingsuitnodigingen voor kijk- en luistergeld.
De wetgever had dit evenwel voorzien vermits artikel 10 van
de wet van 26 januari 1960 voorschrijft dat :
« De taksen dienen gestort op de wijze aangeduid op het
bericht dat te dien einde aan de taksplichtige wordt gestuurd
door de Directeur van de dienst « Kijk- en Luistergeld ».
Bij ontstentenis van dergelijk bericht client de taks gestort op
de postrekening geopend onder de benaming van « Kijk- en
Luistergeld » te Brussel uiterlijk de laatste dag van de tweede
maand van iedere periode van twaalf opeenvolgende maanden ».
Bijgevolg wordt de houder in dergelijk geval verzocht om nit
eigen beweging zijn taks(en) te betalen.
2. Alle nuttige inlichtingen betreffende de betaaldatums en
de verschuldigde bedragen staan vermeld in de affiches die
uithangen in de openbare lokalen zoals in de postkantoren, de
gemeentehuizen, de stations van de N.M.B.S., enz.
De voornaamste wettelijke voorschriften terzake zijn er eveneens in opgenomen bijvoorbeeld deze waarvan sprake in punt 1
hierboven.
3. Regelmatig worden persberichten gepubliceerd in de dagbladen om de taksplichtigen te herinneren aan hun voornaamste
verplichtingen terzake.
4. De Dienst Kijk- en Luistergeld beschikt niet over gedetailleerde cijfers in de zin zoals door het geacht Lid wordt gevraagd,
maar wel over het globaal aantal in 1979 opgelegde bijtaksen,
w.z. in 677.843 gevallen.
Bij dit getal behoren nochtans de twee hiernavolgende bemerkingen:
a) het betreft het aantal betalingsuitnodigingen die in 1979
werden verzonden en niet de bijtaksen die op het boekjaar
1979 betrekking hadden. Het gaat hier om een bruto-cijfer
want het omvat zowel de werkelijk betaalde bijtaksen, de
niet-vereffende, deze die na onderzoek van een klacht
werden geannuleerd, ais deze die, hoewel betaald, na afhandeling van het dossier werden teruggestort (wegens dienstfeil, vergissing bij het postcheckambt, regeling van twee of
meer inschrijvingen voor eenzelfde gezin, enz.). Met het
huidige boekingssysteem kunnen geen nauwkeurige details
worden verstrekt.
On constate de nombreuses erreurs dans la perception des
redevances radio et télévision par le service compétent établi
boulevard E. Jacqmain 164 à Bruxelles.
La perception de cette taxe est effectuée par l'intermédiaire de
la poste; celle-ci assure la distribution aux abonnés des formulaires de paiement. C'est à ce niveau que l'on constate de
nombreuses erreurs. Il s'ensuit que de nombreux citoyens ne
reçoivent pas l'invitation de paiement et se voient par la suite
réclamer par le ~service de prrl'q1t ion .i,.~ n·dn11111•ps !lllf'
amende de 500 F contre faquelle il est inutile de réclamer. J'aimerais savoir combien d'abonnés ont été obligés de payer des
amendes dans les conditions susdites :
a) pour la redevance radio;
b) pour la télévision en couleur (taxe complémentaire)?
Réponse:
1. Comme le signale l'honorable Membre, des erreurs de
distribution peuvent être à l'origine de la non-réception de
certaines invitations à payer les redevances de radio et/ ou de
télévision.
Le législateur a toutefois prévu le cas puisque l'article 10 de la
loi du 26 janvier 1960 dispose que :
« Les redevances doivent être versées de la manière indiquée
sur l'avis adressé à cette fin au redevable par le Directeur du
service « Radio-Télévision Redevances ».
A défaut d'un tel avis, la redevance doit être versée au compte
des Chèques postaux ouvert sous la dénomination de « RadioTélévision Redevances Bruxelles », au plus tard, le dernier jour
du deuxième mois de chaque période de douze mois consécutifs )) .
Par conséquent, le détenteur est invité en pareil cas à payer
spontanément sa (ou ses) redevance (s).
2. Toutes indications relatives aux dates de paiement et aux
montants des redevances figurent sur les affiches apposées dans
de nombreuz endroits publics notamment bureaux de postes,
maisons communales' gares de la S.N.C.B., etc.
Les principales obligations légales y sont également mentionnées par exemple celles reprises au point 1 ci-dessus.
3. Des communiqués de presse paraissent régulièrement dans
les journaux en vue de rappeler aux redevables leurs obligations
légales.
4. Le Service Radio-Redevances ne dispose pas de chiffres
ventilés comme souhaité par l'honorable Membre mais bien du
nombre global de surtaxes imposées au cours de l'exercice 1979.
Celui-ci s'élève à 677.843 unités.
Ce nombre appelle toutefois les deux remarques suivantes :
a) Le nombre de surtaxes concerne les surtaxes expédiées en
1979 et non les surtaxes relatives à des redevances de
l'exercice 1979. Il s'agit d'un chiffre brut car il comprend à
la fois les surtaxes effectivement acquittées, celles non
acquittées, celles dont les droits ont été annulés après
examen d'un litige ou d'une plainte ainsi que celles qui,
ayant été acquittées, ont été remboursées à la suite du
traitement d'un dossier (erreur de service, erreur de C.C.P.,
régularisation résultant de deux ou plusieurs inscriptions
concernant un même ménage, etc.). Dans la situation
actuelle de la comptabilisation, il n'est pas possible de
fournir plus de précisions.
2284
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
b) Het aantal wegens laattijdige betaling opgelegde bijtaksen
zou normaliter moeten verminderen ingevolge de beslissing
d.d. 24 juli 1980 wan het Ministerieel Comité voor economische en sociale coordinatie waardoor de datum van het
opleggen van de bijtaks wordt verdaagd, zodat momenteel
pas na de zestiende werkdag, volgend op de uiterste betaaldatum, wordt ingegrepen. Deze beslissing wordt vanaf
1 augustus 1980 toegepast.
(23)
b) Le nombre de surtaxes appliquées aux paiements tardifs
devrait normalement diminuer à la suite de la décision du
Comité ministériel de coordination économique et sociale du
24 juillet 1980 qui a retardé la date d'imposition de la
surtaxe, laquelle est actuellement appliquée dans le cas où le
paiement n'a pas été enregistré le seizième jour ouvrable
suivant la date extrême de paiement. Cette décision n'est
applicable que depuis le 1"' août 1980.
Vraag· nr. 103bis van de heer Grootjans d.d. 27 februari
1981 (N.):
Question n° 103bis de M. Grootjans du 10 février 1981 (N.):
Telematica. - lnterministeriële commissie.
Télématique. - Commission interministérielle.
La R.T.T., la B.R.T. et la R.T.B.F. procèdent actuellement à
des expériences en télématique et préparent l'introduction de
cette technologie.
En novembre 1979 vous m'avez fait savoir que ces expériences seraient suivies par une Commission interministérielle mais
que celle-ci n'avait pas encore été créée.
, J'aimerais savoir si cette Commission a été créée depuis lors
et, dans l'affirmative, être informé du déroulement de ses travaux.
Zowel de R.T.T. ais de B.R.T. en de R.T.B.F. zijn thans bezig
met experimenten inz~e telematica of bereid~n deze voor.
In no':ember 1979 deelde U mij mede dat deze experimenten
zouden gevolgd worden door een Interministeriële Commissie,
maar dat die commissie nog niet was opgericht.
Kan U mij mededelen of ondertussen tot de oprichting wèrd
overgegaan en kan U inlichtingen verstrekken over het verloop
van de werkzaamheden van deze Interministeriële Commissie.
Antwoord:
1. Ik heb de eer het geacht lid mede te delen dat de
samenstellende vergadering van de lnterministeriële Commissie,
waarover sprake, werd gehouden op 16 april 1980.
2. Tijdens de twee volgende vergaderingen, gehouden op 7 en
27 mei 1980, is de Interministeriële Commissie overgaan tot een
eerste overzicht van de talrijke problemen die het invoeren van
de videotexdiensten in België kon meebrengen en heeft zich
beziggehouden met het verzamelen van documentatie in dit verband.
Ik heb de nodige schikkingen getroffen opdat de werken van
de Commissie zich zouden kunnen voorzetten zoals het oorspronkelijk was voorzien.
Réponse:
1. J'ai l'honneur d'informer l'honorable Membre que la
réunion constitutive de la Commission interministérielle à
laquelle il a fait allusion, s'est tenue le 16 avril 1980.
2. Au cours· des deux réunions suivantes, tenues les 7 et
27 mai 1980, la Commission interministérielle a procédé à un
premier tour d'horizon des multiples problèmes posés par
l'introduction des services vidéotex en Belgique et elle s'est
préoccupée de rassembler une documentation à ce sujet.
Pragen waarop niet werd geantwoord
binnen de door het Reglement bepaalde termijn.
(Art. 71 ban het Reglement van de Kamer.)
Questions auxquelles il n'a pas été répondu
dans le délai fixé par le Règlement.
(,4.rt. 71 du Règlement de la ChalJlbre.)
Vraag nr. 100 van de heer Buchmann d.d. 18 februari 1981
Question n° 100 de M. Buchmann du 18 février 1981 (N.) :
J'ai pris les dipositions nécessaires pour que les travaux de la
Commission puissent se poursuivre comme prévu initialement.
(N.):
Ministeriële diensten. - Koffiebedeling.
Services ministériels. - Distribution de café.
Het is gebruikelijk dat in de diverse diensten van uw
departement dagelijks een koffiebedeling wordt georganiseerd.
Kan de Minister, in verband met deze activiteit, mij meedelen :
1. hoeveel personen belast of betrokken zijn bij de koffiebedeling in zijn departement, en in de parastatale instellingen die
onder zijn bevoegdheid vallen;
Il est d'usage d'organiser dans les différents services du,
département une distribution journalière de café.
Monsieur le Ministre pourrait-il, à ce sujet, me communiquer : i
2. welke het jaàrlijks verbruik is aan koffie en thee;
3. hoeveel belopen de uitgaven in verband met deze koffiebedeling (personeel, materieel en produkten)?
1. le nombre de personnes chargées de la distribution de café:
ou y intervenant d'une façon ou d'une autre, dans son départe-;
ment et dans les institutions parastatales relevant de son!
Ministère;
2. la consommation annuelle de café et de thé;
3. les dépenses occasionnées par cette distribution de café
(personnel, matériel et produits)?
17 maart 1981 -
17 mars 1981
2285
(23)
Vraag nr. 101 van de heer Hendrick d.d. 19 februari 1981
(Fr.):
Question n° 101 de M. Hendrick du 19 février 1981 (Fr.) :
Chèques uitbetaald door de Regie der Posterijen. -Particuliere
sector.
Chèques payés par la Régie des Postes. - Secteur privé.
Een koninklijk besluit zal de Regie der Posterijen toestaan
elke chèque uit te betalen die getrokken wordt op bepaalde
openbare kredietinstellingen, te weten de Algemenen Spaar- en
Lijfrentekas, de Nationale Maatschappij voor Krediet aan de
Nijverheid, het Gemeentekrediet van België, het Nationaal
Instituut voor Landbouwkrediet en de erdoor erkende kassen,
alsook de Nationale Kas voor Beroepskrediet en de erdoor erkende kredietverenigingen.
Kan de Minister mij uitleggen :
1. waarom particuliere instellingen van die maatregelen
uitgesloten worden voor de betaling van chèques door de Post;
2. hoe hij verantwoordt wat een discriminatie is vanwege een
overheidsdienst ten opzichte van de particuliere sector, waar de
meeste staatsburgers een financiële rekening hebben?
Un arrêté royal va autoriser la Régie des P.T.T. à payer tout
chèque tiré sur certaines institutions publiques de crédit, à
savoir la Caisse générale d'Epargne et de Retraite, la Société
nationale de Crédit à l'industrie, le Crédit communal de Belgique, l'Institut national de Crédit agricole, et les caisses agréées
par lui, ainsi que la Caisse nationale du Crédit professionnel et
les associations de crédit agréées par elle.
Monsieur le Ministre pourrait-il m'expliquer :
1. pourquoi les organismes privés sont exclus de ces dispositions pour le paiement des chèques par les P.T.T.;
2. quelle est la justification qu'il donne à ce qui constitue une
discrimination de la part d'un service public à l'égard du secteur
privé, secteur dans lequel la plupart des citoyens ont un compte
financier?
Vraag nr. 103 van de heer Tromont d.d. 19 februari 1981
(Fr.):
Question n° 103 de M. Tromont du 19 février 1981 (Fr.) :
Tewerkstelling van werklozen. - Arrondissement Bergen.
Placement de chômeurs. - Arrondissement de Mons.
Met verwijzing naar het overheidsbeleid inzake bevordering
van de werkgelegenheid had ik gaarne vernomen, voor de jaren
1979 en 1980, met betrekking tot de departementen en besturen
die onder U ressorteren :
1. aantal stages voor jongeren (6 maanden);
2. aantal tewerkgestelde werklozen;
3. aantal personen in het bijzonder tijdelijk kader;
4. aantal vacante betrekkingen in de statutaire formatie.
Dans le cadre de la politique de promotion de l'emploi
pratiquée par les pouvoirs publics, je souhaite connaître, pour
l'année 1979 et 1980, en ce qui concerne votre département et
les administrations placées sous votre tutelle :
1. le nombre de stages (6 mois) de jeunes;
2. le nombre de chômeurs mis au travail;
3. le nombre de membres du cadre spécial temporaire;
4. le nombre d'emplois vacants du cadre statutaire.
Minister van Landsverdediging
Ministre de la Défense nationale
Vragen waarop niet werd geantwoord
binnen de door het Reglement bepaalde termiJn.
(Art. 71 van het Reglement van de Kamer.)
Questions auxquelles il n'a pas été répondu
dans le délai fixé par le Règlement.
(,4rt. 71 du Règl~ment de la Chambre.)
Vraag nr. 91 van de heer Buchmann d.d. 18 februari 1981
(N.):
•
Ministeriële diensten. - Koffiebedeling.
Het is gebruikelijk <lat in de diverse diensten van uw
departement dagelijks een koffiebedeling wordt georganiseerd.
Kan de Minis ter, in verband met deze activiteit, mij meedelen :
1. hoeveel personen helast of betrokken zijn bij de koffiebedeling in zijn departement, en in de parastatale instellingen die
onder zijn bevoegdheid vallen;
2. welke het jaarlijks verbruik is aau koffie en thee;
3. hoeveel belopen de uitgaven in verband met deze koffiebedeling (personeel, materieel en produkten)?
Question n° 91 de M. Buchmann du 18 février 1981 (N.) :
/'
Services ministériels. - Distribution d(j café.
1
Il est d'usage d'organiser dans l1s différents services du
département une distribution journalière de café.
Monsieur le Ministre pourrait-il, à
sujet, me communiquer :
~f
1. le nombre de personnes chargéi de la di$tribution de café,
ou y intervenant d'une façon ou d'u e autre, dans son département et dans les institutions pa astatales relevant de son
Ministère;
2. la consommation annuelle de café et de thé;
3. les dépenses occasionnées par cette distribution de café
(personnel, matériel et produits)?
290
Vragen en Antwoorden - Kamer -
2286
Questions et Réponses - Chambre
(23)
Vraag nr. 92 van de heer Valkeniers d.d. 19 februari 1981
(N.):
Question n° 92 de M. Valkeniers du 19 févri~r 1981 (N.):
Yakbondspremie.
Prime syndicale.
Graag had ik afzonderlijk voor iedere administratie die onder
uw bevoegdheid staat de volgende inlichtingen bekomen inzake
·de syndikale premie. Dit zowel betreffende het jaar 1977 als
Je vous saurais gré de me fournir, pour chaque-administration
ressortissant à votre compétence, les données suivantes en ce qui
concerne la prime syndicale, et ce pour les années 1977 et 1978 :
1978:
1. aantal betrokken personeelsleden :
1. nombre de bénéficiaires :
a) in dienst,
b) op rust;
2. aantal afgeleverde formulieren;
3. aantal uitbetaalde formulieren per rechthebbende organisatie;
4. overgedragen sommen per rechthebbende organisatie :
a) ais uitbetaling aan hun leden,
b) ais administratiekosten;
5. werden voor al deze sommen de uitbetaalde formulieren
terug aan de administratie afgeleverd ter staving van het aantal
werkelijke uitbetalingen? Zoniet, waarom niet?
a) en activité de service,
b) mis à la retraite;
2. nombre de formulaires délivrés;
3. nombre de formulaires ayant donné lieu à paiement, par
organisation ayant droit;
4. les sommes versées à chaque organisation ayant droit :
a) à titre de paiement à leurs membres,
b) à titre de frais administratifs;
5. les formulaires ayant donné lieu à paiement ont-ils été remis pour toutes ces sommes en vue de justifier le nombre de
paiements réellement effectués? Dans la négative, pourquoi
pas?
Vraag nr. 98 van de heer Tromont d.d. 19 fehruari 1981
(Fr.):
Question n° 93-de M. Tromont du 19 février 1981 (Fr.) :
Tewerkstelling van werklozen. - Arrondissement Bergen.
Placement de chômeurs. - Arrondissement de Mons.
Met verwijzing naar het overheidsbeleid inzake bevordering
van de werkgelegenheid had ik gaarne vernomen, voor de j aren
1979 en 1980, met betrekking tot de departementen en besturen
die onder U ressorteren :
1. aantal stages voor jongeren (6 maanden);
2. aantal tewerkgestelde werklozen;
3. aantal personen in het bijzonder tijdelijk:kader;
4. aantal vacante betrekkingen in de statutaire formatie.
Dans le cadre de la politique de promotion de l'emploi
pratiquée par les pouvoirs publics, je souhaite connaître, pour
l'année 1979 et 1980, en ce qui concerne votre département et
les administrations placées sous votre tutelle :
•
1. le nombre de stages (6 mois) de jeunes;
2. le nombre de chômeurs mis au travail;
3. le nombre de membres du cadre spécial temporaire;
4. le nombre d'emplois vacants du cadre statutaire.
Minister van Binnenlandse Zaken
en Minister van Nationale Opvoeding
Ministre de l'Intérieur
et Ministre de l'Education nationale
(Franse Sector)
(Secteur français)
Ministerie van Binnenlandse Zaken
Ministère de l'Intérieur
Vraag nr. 118 van de heer Bourgeois d.d. 20 januari 1981
(N.):
Question n° 118 de M. Bourgeois du 20 janvier 1981 (N.):
Gemee,:ztekrediet van België. ~ Rentevoeten. -
Crédit communal de Belgique. - Taux d'intérêt. - RelèvementJ:
Yerhoging. .
11,
Bij brief van 29 mei 1980 gericht aan de gemeentebesturen
deelde het Gemeentekrediet van België mede dat de Beheerraad
van deze instelling op een niet medegedeelde datum beslist had
alle basisdehetrentevoeten voor aile lopende leningen te verhogen vanaf 1 juli 1980.
Aldus werden de rentevoeten midden een begrotingsjaar
verhoogd op de ganse schuldenlast van de gemeenten met de
helangrijke financiële terugslag daarvan op de begroting en de
gemeentelijke financies.
Par lettre du 29 mai 1980, le Crédit communal de Belgique •
fait savoir que le Conseil d'administration avait, à une date no~
communiquée, décidé de relever à partir du 1e.r juillet 1980 tou.s
les taux d'intérêt de hase pour tous les emprunts en cours.
Les taux d'intérêt sur la dette des communes ont ainsi été
relevés au beau milieu d'une année budgétaire, ce qui a dHs
répercussions financières considérables sur le budget et sur l~s
finances communales.
17 maart 1981 -
17 mars 1981
(23)
2287
De verhoging van de basisdebetrentevoeten is niet uniform,
maar verschilt volgens de categorieën leningen en zou gemiddeld 1,5 tot 2 % bedragen.
Het is belangrijk de financiële terugslag te kennen van deze
beslissing van het Gemeentekrediet.
1. Hoeveel beloopt de totale meeropbrengst van de verhoging
van de basisdebetrentevoet voor het Gemeentekrediet van België
voor de periode 1 juli 1980-31 december 1980?
2. Hoeveel bedraagt voor dezelfde periode de bijkomende
rentelast ingevolge deze verhoging van rentevoet voor elk van de
volgende steden en gemeenten : Roeselare, Kortrijk, Waregem,
Tielt, Izegem, Harelbeke, Ardooie en Meulebeke?
3. Hoeveel beloopt de bijkomende rentelast voor de provincie
Oost-Vlaanderen?
Le relèvement des taux d'intérêts débiteurs de base n'est pas
uniforme, mais diffère selon les catégories d'emprunts et serait
en moyenne de 1,5 à 2 %.
Il est important de connaître les répercussions financières de
cette décision du Crédit communal.
1. Quelle plus-value résultera pour le Crédit communal de
Belgique du relèvement des taux d'intérêts débiteurs de base
pour la période du 1er juillet au 31 décembre 1980?
2. A combien s'élève, pour la même période, la charge
d'intérêt supplémentaire due à ce relèvement pour chacune des
communes suivantes : Roulers, Courtrai, Waregem, Tielt, Izegem, Harelbeke, Ardooie et Meulebeke?
3. A combien s'elève la charge d'intérêt supplémentaire pour
la province de Flandre orientale?
Antwoord : Het geacht Lid gelieve hieronder de inlichtingen
te willen vinden waarom verzocht werd bij bovenvermelde
identieke vragen.
De cijfergegevens terzake werden verstrekt door de N. V.
« Gemeentekrediet van België » en hebben uitsluitend betrekking op de periode 1 juli 1980 tot 31 december 1980.
1. : .................................................................... 1.726.000.000 fr.
2.:
Roeselare .................................................................. 6.520.800 fr.
Kortrijk .................................................................... 8.890.000 fr.
Waregem ........................ ;......................................... 6.368.100 fr.
Tielt ......................................................................... 2.137. 700 fr.
Izegem ...................................................................... 3.303.600 fr.
Harelbeke ................................................................. 2. 733.400 fr.
Ardooie.................................................................... 933.500 fr.
Meulebeke ................................................................ 1.109.300 fr.
3. : ......................................................................... 10.403.800 fr.
Réponse : L'honorable Membre voudra bien trouver ci-après
les renseignements demandés par ses deux questions identiques.
Les données chiffrées fournies par la S.A. « Crédit communal
de Belgique )) , se rapportent exclusivement à la période du 1er
juillet 1980 au 31 décembre 1980.
1.: .................................................................... 1.726.000.000 F.
:2.:
Roulers ..................................................................... 6.520.800 F.
c:ourtrai ................................................................... 8.890.000 F.
\Varegem .................................................................. 6.368.100 F.
Tielt ......................................................................... 2.137. 700 F.
Izegem ...................................................................... 3.303.600 F.
Harelbeke ................................................................. 2.733.400 F.
Ardooie.................................................................... 933.500 F.
Meulebeke................................................................ 1.109 .300 F.
3. : ......................................................................... 10.403.800 F.
Vraag nr. 170 van de heer Van Renterghem d.d. 27 februari
1981 (N.) :
Question n° 170 de M. Van Renterghem du 27 février 1981
Gemeentelijke brandweerdiensten. vingsvoorwaarden.
Services communaux d'incendie. - Condition de recrutement
des officiers.
Le 29 avril 1980, j'ai posé à Monsieur le Ministre de
l'Intérieur la ~ême question écrite.
Comme je n'ai pas encore reçu de réponse, j'ai l'honneur de
reposer la question.
L'article 10 de l'arrété royal du 20 juillet 1972 ( Moniteur
belge du 17 août 1972, n° 158) établissant les critères d'aptitude
et de capacité, ainsi que les conditions de nomination et de
promotion des officiers des services communaux d'incendie précise, en ce qui concerne l'accès au grade de sous-lieutenant
professionnel, que pour la désignation des candidats qui se
trouvent dans les conditions requises pour être admis au stage,
et qui ont satisfait à l'examen médical, ainsi qu'aux épreuves
d'aptitude physique et de sélection, le conseil communal accorde
la préférence à ceux qui font déjà partie d'un service d'incendie.
O/ficieren. -
Aanwer-
Op 29 april 1980 stelde ik aan de achtbare heer Minister van
Binnenlandse Zaken dezelfde onderhavige schriftelijke vraag.
Daar ik tot op heden nog geen antwoord mocht ontvangen,
heb ik de eer dezelfde vraag opnieuw te stellen.
Artikel 10 van het koninklijk besluit van 20 juli 1972
(Belgisch Staatsblad van 17 augustus 1972, nr. 158) tot
vaststelling van de geschiktheids- en bekwaamheidscriteria
alsmede van de benoembaarheids- en bevorderingsvoorwaarden
voor de officieren van de gemeentelijke brandweerdiensten,
bepaalt dat bij de aanwerving van een beroepsonderluitenant :
« de gemeenteraad onder de gegadigden die de voorwaarden
vervullen om tot de stage te worden toegelaten en die bij he~
geneeskundig onderzoek, bij de proeven inzake lichamelijke
geschiktheid en bij het selectieexamen voldaan hebben de
voorkeur moet geven aan degenen die reeds van een brandweerdienst deel uitmaken ».
Graag vernam ik van de achtbare heer Minister welke
interpretatie er moet worden. gegeven aan « deel uitmaken van
een brandweerdienst »? Worden de vrijwillige brandweerlieden
ook beschouwd ais deel uitmakend van een brandweerdienst, of
slaat de in artikel 10 bedoelde voorkeur enkel op (vaste en/of
tijdelijke) beroepsbrandweermannen?
Antwoord : De voorkeur waarvan sprake in artikel 10. van het
koninklijk hesluit van 20 juli 1972 is toepasselijk zowel op de in
vast verband benoemde beroepsbrandweermannen ais op de
effectief in dienst genomen vrijwillige brandweerlieden.
(N.) :
J'aimerais que Monsieur le Ministre me prec1se quelle est
l'interprétation à donner à l'expression « qui font déjà partie
d'un service d'incendie ». Les pompiers volontaires sont-ils
également considérés comme faisant partie d'un service d'incendie, ou la préférence visée à l'article 10 s'applique-t-elle
1•xclusivement aux pompiers professionnels (définitifs ou temporaires)?
\
, 'Réponse : La préférence dont il est question à l'article 10 de
l'arrêté royal du 20 juillet 1972 s'applique aussi bien aux
membres professionnels des services d'incendie nommés à titre
définitif qu'aux membres volontaires de ces services engagés à
titre effectif.
.
2288
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
Vraag nr. 171 van de heer Kuijpers d.d. 27 februari 1981
(N.):
Question n° 171 de M. Kuijpers du 27 février 1981 (N.):
Samengevoegde gemeenten. - Benaming.
Communes fusionnées. - Dénomination.
Bij de fusieoperatie in 1976-1977 heeft men voor de naamgrving van de nieuwe fusiegemeente meestal rekening gehouden
met het aantal inwoners : de talrijkste gemeente werd daardoor
ais « pilootgemeente » aangesteld. Kan de Minister mij meedele11
op welk jaar men zich baseert ais referentie om een gemeente als
de meest bevolkte aan te duiden? Kan de Minister mij tevens
zeggen welke gemeenten dit principe niet hebben gevolgd?
Welke gemeente in het Vlaamse land hebben een dubbell'
benaming behouden?
Lors de l'opération de fusion des communes en 1976-1977, le
critère retenu pour la dénomination de la commune fusionnée
était le plus souvent celui du nombre d'habitants : la commune
la plus peuplée devenait ainsi, en quelque sorte, la commune
pilote. Monsieur le Ministre pourrait-il me dire sur quelle année
de référence on s'est fondé pour déterminer laquelle des communes à fusionner était la plus peuplée ? Pourrait-il me dire
également quelles communes ne se sont pas conformées à ce
principe ? Quelles communes de la région flamande ont conservé une double dénomination ?
Antwoord : De benaming « Pilootgemeente » doelde alleen 011
de gemeente die onder de samengevoegde gemeenten belast
werd met de kiesverrichtingen. Hiervoor werd, louter om praktische redenen, de gemeente aangewezen met het grootst aanta 1
inwoners op het ogenblik dat het koninklijk besluit tot samenvoeging werd opgesteld.
Dat begrip dat elke betekenis heeft verloren sedert dt>
uitwerking van de samenvoeging mag niet verward worden mt•t
de naamgeving van de nieuwe fusiegemeente. In principe werd
de naam van de nieuwe gemeente gekozen onder de namen van
de samenstellende gemeenten, bij voorkeur de naam met dl'
grootste bekendheid.
Het bevolkingscijfer was hiernij geen element van doorslaggevende betekenis. Het is echter wel zo dat in vele gevallen d,·
naam van de gemeente met het grootst aantal inwoners ook d,,
grootste bekendheid had.
Het geacht Lid gelieve hierna de lijst te vinden van de huidige
gemeenten van het Nederlands taalgebied, met een dubbell'
naam:
Scherpenheuvel-.Zichem, Tielt-Winge, Heusden-Zolder, Ha mont-Achel, Hechtel-Eksel, Houthalen-Helchteren, MeeuwenGruitrode, Erpe-Mere, Wortegem-Petegem, Lo-Reninge, Langemark-Poelkapelle, Spiere-Helkijn, Knokke-Heist.
Réponse : La dénomination de « commune-pilote » ne visait
que celle parmi les communes fusionnées qui était chargée des
opérations électorales. pour des motifs d'ordre purement pratique, la commune désignée à cet effet était celle qui comptait le .
plus grand nombre d'habitants au moment de l'élaboration de
rarrêté royal décidant la fusion.
Ladite dénomination, vidée de sa substance depuis l'entrée en
,·igueur de la fusion, ne peut être confondue avec le nom de la
nouvelle entité, lequel, en principe, a été choisi parmi ceux des
communes concernées par la fusion, en accordant la préférence
au nom le plus connu.
Ministerie van Nationale Opvoeding
En l'occurence, le chiffre de population n'a pas été déterminant dans le choix du nom. Toutefois, dans bon nombre de cas,
la commune la plus peuplée était aussi la plus connue.
L'honorable Membre voudra bien trouver ci-après la liste des
communes actuelles de la région de langue néerlandaise, portant ,'
une double dénomination
Montaigu-Zichem, Tielt-Winge, Heusden-Zolder, Hamont- ,
Achel, Hechtel-Eksel, Houthalen-Helchteren, Meeuwen-Gruitrode, Erpe-Mere, Wortegem-Petegem, Lo-Reninge, Langemark-,
Poelkapelle, Espierres-Helchin, Knokke-Heist.
•
Ministère de l'Education nationale
Vraagnr. 7 van de heer Nols d.d. 28 oktober 1980 (Fr.):
Question n° 7 de M. Nols du 28 octobre 1980 (Fr.) :
Afwezigheid om mee te staken.
Absences pour participation à des grèves.
Een omzend.brief d.d. 12 mei 1980 geeft aan voor het
hasisonderwijs op welke wijze wordt ingehouden op de wedde
van de leerkrachten die afwezig waren wegens staking (1/30
van de bruto maandelijkse weddetoelage per dag staking, 1/60
per halve dag, 12 % van 1/60 per uur).
Kan U, Mijnheer de Minister, aangeven of de afwezigheid
van een leerkracht op woensdagochtend gezien moet worden
ais een afwezigheid van een dag of een halve dag (rekening
houdend met het feit dat lagere en kleuterscholen woensdagnamiddag gesloten zijn) ?
Une circulaire datée du 12 mai 1980 indique, pour l'ensei- ~/
gnement fondamental, les modalités selon lesquelles s'effectue i,1.
la retenue sur le traitement des membres du personnel absents
pour participation à une grève (1/30 de la suhvention-traitement mensuelle brute par journée de grève, 1/60 par demijoumée, 12 % du 1/60 par heure).
Pourriez-vous, Monsieur le Ministre, préciser si l'absence
1
d'un enseignant le mercredi matin doit être considérée comme11 ,
une absence d'une journée ou d'une demi-journée (compte tenu
du fait que les écoles primaires et maternelles sont fermées 1~
mercredi après-midi)?
Antwoord : Hierbij deel ik het geacht Lid mee het feit dat
afboudingen voorgeschreven zijn voor de duur van een halve
dag, kan in verband worden gebracht met de stakingen op
woensdag, voor zover de vakbondsactie beperkt bleef tot de
voormiddag van die dag. ln zulke omstandigheden behouden de
leerkrachten die op die halve dag gestaakt hebben, hun. wedde
voor de namiddag.
Réponse : J'ai l'honneur d'informer l'honorable Membre que
le fait de prévoir des retenues pour des absences d'une durqe
égale à un demi-jour peut se rapporter aux grèves du mercre,i
dans la mesure où l'action syndicale se limite à la matinée (~e
cette journée. Dans ces conditions, les enseignants en grève pmr1r
cette demi-journée conservent leur traitement pour l'apr~t
midi.
1
1
1
1
17 maart 1981 -
17 mars 1981
(23)
2289
Vraag or. 10 van de heer Dejardin d.d. 7 november 1980
(Fr.):
Question n° 10 de M. Dejardin du 7 novembre 1980 (Fr.) :
V.S. O. - Regentes huishoudkunde.
f;,S.R. - Régente ménagère.
De vernieuwing van het secundair onderwijs heeft tot eP11
zekere verwarring geleid wat de vereiste bekwaamheidsbewijze11
voor sommige cursussen betreft :
Graag vernam ik van de Minister :
La rénovation de l'enseignement secondaire a entraîné certaines confusions quant aux qualifications exigées pour l'enseignement de certains cours.
Monsieur le Ministre voudrait-il m'apporter les précisions
suivantes :
1. Une régente technique ménagère peut-elle donner l'option
de base biotechnique (2me renové) sans la spécialisation d'agronomie?
2. Peut-elle donner les cours d'initation scientifique et technologique en 1•• et 2m• renové?
3. Quels sont les cours en 1re et 2m• renové - dans une école
qui n'a pas d'orientation technique ou pr~fessionnelle - qui
peuvent être attribués à une régente ménagère (sauf activités
complémentaires)?
1. of een technische regentes huishoudkunde de basisoptie
biotechniek (tweede V.S.O.) mag geven zonder de specialisatir
landbouwkunde;
2. of ze de cursussen wetenschappelijke en technologische
initiatie mag geven in het eerste en tweede V.S.O.:
3. welke cursussen in het eerste en het tweede V.S.O. in een
school zonder beroeps- of technische richting mogen worden
toegekend aan een regentes huishoudkunde (afgezien van de
bijkomende activiteiten)?
Antwoord : Voordat op de punten 1 en 2 van de vraag van lwt
geacht Lid kan worden geantwoord, moet eerst een onderscheid
worden gemaakt tussen de scholen met vernieuwd onderwijs.
ontstaan uit middelbare scholen en die ontstaan uit technisclw
scholen.
ln het eerste geval is de huishoudregentes niet bevoegd 0111
cursussen van wetenschappelijke en technologische initatie in d,·
1ste graad van het vemieuwd onderwijs te onderwijzen. Voor de
basisoptie « biotechniek » is de huishoudregentes in het bezit
van een bekwaamheidsbewijs B (men moet zich op een tekort
beroepen) indien de vakken van deze optie on der de technischt·
vakken zijn gerangschikt.
In het tweede geval (scholen met vemieuwd onderwijs ontstaan uit technische scholen) kan de basisoptie « biotechniek
van het 2de gemeenschappelijk jaar, als de aldaar onderwezen
vakken onder de « algemene vakken wetenschappen » zij 11
gerangschikt, aan een geaggregeerde lager secundair onderwijs
(afdeling huishoudkunde of landbouwhuishoudkunde of familiale en sociale economie) of aan een regentes huishoudkundl'
(koninklijk besluit van 20 december 1932) worden toevertrouwd.
De personeelsleden die bouder zijn van één der bovenverme]de bekwaamheidsbewijzen zijn inderdaad in het bezit van een
voldoende geacht bekwaamheidsbewijs om die opleiding te verstrekken, krachtens artikel 11 A, 1 punt 7, b) van het koninklijk
besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoende geachtt•
bekwaamheidsbewijzen in het technisch onderwijs.
Hetzelfde geldt voor de cursussen wetenschappelijke en
technologische initatie, opgenomen in het leerplan van de
gemeenschappelijke opleiding in het lste jaar A en in het 2de
gemeenschappelijk jaar, waar die vakken onder de « Algemene
vakken wetenschappen » zijn gerangschikt.
Zodus is de huidshoudregentes in de 1ste graad van alle
scholen met vernieuwd onderwijs (al of niet ontstaan uit een
technische school) bevoegd om de hiernavolgende opleidingen te
verstrekken :
lste jaar A en lste jaar B : aanvullende optie « huisvlijt »;
1
2de gemeenschappelijk jaar :
- technische optie « huishoudkunde en -techniek »;
aanvullende optie : « praktische opleiding tot het gezinsleven »;
aanvullende optie : huishoudkunde en -techniek ».
Réponse : Pour répondre aux points 1 et 2 de la question
posée par l'honorable Membre, il importe tout d'abord d'opérer
une distinction entre les établissements renovés issus des établissements d'enseignement moyen et ceux qui sont issus d'établissements d'enseignement technique.
Dans le premier cas, un régente ménagère n'est pas habilitée à
enseigner les cours d'initation scientifique et technologique au
1"' degré de l'enseignement renové. Pour l'option de base
« biotechnique » la régente ménagère possède un titre B (la
pénurie doit donc être invoquée) si les cours de cette option sont
classés cours techniques.
Dans le second cas (établissements renovés issus d'écoles
techniques) l'option de base « biotechnique » de 2m• année
commune peut, dans la mesure où les cours y dispensés sont
classés « cours généraux sciences » être confiée à une A.E.S.I.
(section ménagère ou ménagère agricole ou économie familiale
et sociale) ou une régente d'économie domestique (arrêté royal
du 20 décembre 1932).
Les membres du personnel porteurs d'un des titres repris cidessus possèdent en effet, un titre de capacité jugé suffisant
pour assurer cette formation, en vertue de l'article 11 A, 1 point
7, b) de l'arrêté royal du 30 juillet 1975 relatif aux titres jugés
suffisants dans l'enseignement technique.
Il en est de même pour les cours d'initiation scientifique et
technologique inscrits au programme de la formation commune
en 1re année A et en 2m• année commune où ces cours sont classés
« cours généraux-sciences ».
Ceci dit, au 1"' degré de tous les établissements d'enseignement renové (qu'ils soient issus ou non d'établissements d'enseingement technique) la régente ménagère est habilitée à
enseigner les formations suivantes :
1re année A et 1 •• année B : option complémentaire « Art du
foyer»;
2m• année commune : option technique « Sciences et techniques du foyer»;
option complémentaire: « Formation pratique à la vie
familiale » ;
option complémentaire : « Sciences et techniques du
foyer».
2290
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
Vraag nr. 20 van de heer Defosset d.d. 20 november 1980
(Fr.) :
Question n° 20 de M. Defosset du 20 novembre 1980 (Fr.) :
Decreet over de verdediging van de Franse taal. -Jaarverslag.
Décret sur la défense- dë la langue française. annuel.
Rapport
Terwijl de regering veel belang hecht aan adviezen van de
V.aste Commissie voor Taaltoezicht - adviezen die dikwij]s
willekeurig of dwingend voor Franstaligen zijn -, schijnt tot op
heden geen initiatief te zijn genomen door de regering om de
• bepalingen van het decreet van 27 juni 1978 van de Cultuurraad van de Franse Gemeenschap over de verdediging van de .
Franse taal te doen toepassen.
Bij mijn weten zou artikel 6 van dit decreet betreffende het
jaarlijks indienen van het verslag van de bevoegde Ministers
strekkende tot de naleving van de bepalingen van bedoeld
dec:ceet- helemaal niet toegepast zijn en dode letter zijn gebleven.
Kan U me dan ook zeggen wat U overweegt te doen om die
stand van zaken te verhelpen?
Alors que le gouvernement semble faire grand cas des avis
rendus par la Commission permanente de Contrôle linguistique
- avis par ailleurs souvent arbitraires ou contraignants à
l'égard des francophones-, à ce jour, il semble qu'aucune initiative n'ait été prises par le gouvernement pour faire appliquer
les dispositions du décret du 27 juin 1978 du Conseil culturel de
la Communauté française sur la défense de la langue française.
A ma connaissance, l'article 6 de ce décret relatif au dépôt
annuel du rapport des Ministres compétents visant le respect des
dispositions dudit décret, n'aurait fait l'objet d'aucune application et serait resté lettre morte.
Pourriez-vous me dire, dès lors, ce que vous comptez faire
pour remédier à cet état de choses?
Antwoord : De lijsten I en II waarvan sprake in artikel 1 van
het decreet van 12 juli 1978 betreffende de verdediging van de
Franse taal, gehomologeerd door de Franstalige Cultuurraad
werden goedgekeurd op 17 juni 1980 door de Cultuurraad van
de Franse Cultuurgemeenschap en verschenen op 5 februari
1981 in het Belgisch Staatsblad.
Zodoende zullen de verschillende verbeteringsraden zorgen
dat de werken bedoeld bij artikel 1, § 3, de gehomologeerde
termen en uitdrukkingen eerbiedigen en bij voorkeur de termen
en uitdrukkingen hernomen op lijst II gebruiken.
Réponse : Les listes I et II dont question dans l'article 1er du
décret du 12 juillet 1978 sur la défense de la langue française
ont été approuvées en date du 17 juin 1980 par le Conseil
culturel de la Communauté culturelle française et ont été
publiées au Moniteur belge le 5 février 1981.
Vraag nr. 34 van de heer Vansteenkiste d.d. 10 december
1980 (N.):
Question n° 34 de M. Vansteenkiste du 10 décembre 1980
(N.):
Personeel der ministeries. ten.
Yergoedingen wegens verbli,ifkos-
Personnel des ministères. - Indemnités pour frais de séjour.
Zie vraag nr. 26 aan de Minister van Landbouw, blz. 2232.
Voir question n° 26 au Ministre de !'Agriculture, p. 2232.
Antwoord : Hierbij heb ik de eer het geacht Lid van antwoord
te dienen over zijn vragen betreffende het Hoofdbestuur van het
Ministerie van Nationale Opvoeding en Franse Cultuur.
Réponse : J'ai l'honneur de communiquer ci-après à l'hono- 'I
rable Membre la réponse aux questions posées en ce qui11
concerne l'Administration centrale du Ministère de l'Education11,
nationale et de la Culture française.
Par conséquent, les divers Conseils de perfectionnement
pourront veiller à ce que les ouvrages d'enseignement visés au
§ 3, de l'article 1er, respectent les termes et expressions homologués et utilisent de préférence les termes et expressions repris
sur la liste Il.
Ik zal bijzondere richtlijnen geven aan alle onderwijsinrichtinJe transmettrai des directives particulières à tous les établissegen, afhankelijk van mijn bevoegheid, om hun aandacht te ves- ments d'enseignement relevant de ma compétence afin d'attirer
tigen op het navelen vari deze lijsten en op de terminologische leur attention sur l'application de ces listes et sur les modificawijzigingen, die ervan voort spruiten, en ze uit te nodigen de lijs- • tions terminologiques qui en résultent et de les inviter à respecten I en II in alle publicaties en allerlei geschreven mededelingen • ter les listes I et II dans toutes leurs publications et communina te leven.
, cations écrites de tous genres.
ik zal in 't bijzonder op de uitvoering van het decreet waken
Je veillerai spécialement à l'application du décret ~n ce qui ,
aangaande de aanwijzingen aangegeven op alle werven afhan- · concerne les inscriptions figurant sur tous chantiers dépendant
gende van het Ministerie van Nationale Opvoeding en Franse du Ministère de l'Education nationale et de la Culture française.
Cultuur.
1
1.
in fr.
Grondslag op
1 november 1980
en F
Taux au
1er novembre 1980
½ dag verblijf op 1 november 1980 ...................................................... ..
½ séjour au 1er n~vembre 1980
68,84 _(25)
(135 X 203,99 = 275,38)
1 dag verblijf op 1 november 1980 ...................................................... ..
1 séjour au 1er novembre 1980
•
1 dag verblijf ambtenaar 1ste cat. op 1 november 1980 ........................ ..
1 séjour fonctionnaire 1re cat. au 1er novembre 1980
234,07 (85)
289,14 (105)
17 maart 1981 -
17 mars 1981
2291
(23)
Grondslag op
1 dag verblijf opperamhtenaar op 1 november 1980 ........................... .
1 séjour fonctionnaire général au 1er novembre 1980
- overnachting tegen betaling op 1 november 1980 ...................... :...... .
- nuit payante au 1•r novembre 1980
- overnachting tegen betaling ambtenaar 1"t" cat. op 1 november
1980 ............................................................................................... .
- nuit payante fonctionnaire 1re cat. au 1•r novembre 1980
- overnachting tegen betaling opperambtenaar op 1 november
1980 ............................................................................................. :... ..
- nuit payante fonctionnaire général au 1er novembre 1980
- kosteloze overnachting op 1 november 1980 .................................... .
- nuit gratuite au 1"' novembre 1980
- kosteloze overnachting ambtenaar 1•1• cat. op 1 november 1980 .......
- nuit gratuite fonctionnaire 1re cat. au 1"' novembre 1980
- kosteloze overnachting opperambtenaar op 1 november 1980 ........ ..
- nuit gratuite fonctionnaire général au 1er novembre 1980
•
.-
in fr.
1 november 1980
en F
Taux au
1er novembre 1980
344,22 (125)
674,68 (245)
729,75 (265)
784,83 (285)
302,91 (110)
357,99 (130)
413,07 (150)
N.B. : Op te merken valt dat er geen verschil bestaat tussen verblijfkosten in binnen- en buitenland.
N.B. : Il est à remarquer qu'aucune différence n'existe pour les frais de séjours à l'intérieur du pays ou à l'étranger.
II. A) Verblijfkosten voor dienstreizen in het binnenland.
Il. A) Frais de séjours pour les voyages de service à l'intérieur
du pays.
1978
1979
1ate semester 1980
1978
1979
1er semestre 1980
3.048.643 fr.
3.129.248 fr.
1.553.569 fr.
3.048.643 F
3.129.248 F
1.553.569 F
Verblijfkosten voor dienstreizen in het buitenland.
Frais de séjours· pour les voyages de service à·
du pays.
l'extérieur
1978
1979
1ste semester 1980
1978
1979
1er semestre 1980
nihil
nihil
nihil
néant
néant
néant
N.B. Op te merken valt dat een of ander verificateur soms naar
de B.R.D. naar de Belgische scholen reist, doch de verblijfkosten
zijn dezelfde ais in het binnenland.
N.B. : Il est à noter que l'un ou l'autre vérificateur se rend
parfois en R.D.A. dans les écoles belges, mais les frais sont les
mêmes qu'à l'intérieur du pays.
B) Kilometervergoedingen voor dienstreizen in het binnenland.
B) Indemnités kilométriques pour les voyages de service à
l'intérieur du pays.
1978
1979
1ste semester 1980
1978
1979
1er semestre 1980
3. 784.483 fr.
4.486.414 fr.
2.113.689 fr.
3.784.483 F
4.486.414 F
2.113.689 F
Kilometervergoedingen voor dienstreizen in het buitenland.
Indemnités kilométriques pour les voyages de service à
l'extérieur du pays.
1978
1979
1ste semester 1980
1978
1979
1er semestre 1980
nihil
nihil
nihil
néant
néant
néant
III. Het antwoord is neen.
III. La réponse est négative.
IV. VerblijfkÔsten en reiskosten die terugbetaald werden aan
vertegenwoordigers van vakorganisaties, die zitting hebben
in Raden en Commissies welke in het Hoofdbestuur zijn
ingesteld, en aan buitenstaanders die deel uitmaken van
examencommissies.
IV. Frais de séjours et frais de parcours remboursés aux
délégués des organisations syndicales siégeant dans les
Comités et Commissions organisés au sein de l'Administration centrale et aux personnes étrangères à l'administration
fonctionnant dans des jury's d'examens.
1978
1979
1"t" semester 1980
1978
1979
1re semestre 1980
409.235 fr.
559.745Jr.
351.055 fr.
409.235 F
559.745 F
351.055 F
2292
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
Vraag nr. 58 van de heer Van Grembergen d.d. 20 januari
1981 (N.) :
Question n° 58 de M. Van Grembergen du 20 janvier 1981
(N.) :
Personeelsformatie. -
Cadre du personnel. - Extension.
Uitbreiding.
In de loop van het jaar 1979 werd voor het departement van
Nationale Opvoeding een voorstel ingediend tot uitbreiding van
de personeelsformatie met 450 eenheden op alle niveaus, doch
in hoofdzaak niveau 2.
De lnspectie van Financiën bracht oorspronkelijk een gedeeltelijk gunstig advies uit voor 112 personeelsleden met het oog op
het inlopen van achterstallige dossiers.
ln de loop van het jaar 1980 werd de volledige personeelsuitbreiding met 450 eenheden gunstig geadviseerd.
Graag had ik hieromtrent het volgende vernomen :
1. Werd met de uitvoering van deze personeelsuitbreiding
reeds een aanvang genomen?
2. Wanneer men vaststelt dat jaarlijks tientallen miljoenen
verloren gaan voor de staatskas via teveel betaalde en niet meer
terug te vorderen wedden en toelagen, en dat bovendien bij
kaderuitbreiding jaarlijks tientallen miljoenen van de brutoweddes terugvloeien naar de staat via personenbelasting en
R.M.Z., kan de financiële weerslag van deze kaderuitbreiding
dan niet ais haalbaar aanzien worden?
3. ln hoeverre is een eventuele kaderuitbreiding een bedreiging voor de in uw departement tewerkgestelde werklozen,
tijdelijken, enz.? Kunne wij opgevangen worden via eksamens,
regularisatie' s, en dergelijken?
Dans le courant de l'année 1979, le département de l'Education nationale avait déposé une proposition tendant à étendre de
450 unités le cadre du personnel à tous les niveaux, mais essentiellement au niveau 2.
Initialement l'Inspection des Finances avait émis un avis
partiellement positif, agréant une extension de 112 agents en
v_ue de rattraper le retard subi par un certain nombre de dossiers.
Dans le courant de l'année 1980 l'extension complète du
cadre, soit 450 unités, a fait l'objet d'un avis favorable.
A cet égard, je vous saurais gré de me fournir les indications
suivantes :
1. L'extension du cadre du personnel a-t-elle déjà connu un
début d'exécution?
2. Ne peut-on considérer que cette extension de cadre n'entraînera finalement pas d'incidence financière, sachant que,
chaque année, les trop-perçus de traitements et d'allocations
qu'il lui est impossible de récupérer font perdre au Trésor des
dizaines de millions de francs et que, chaque année, elle fait
refluer vers lui des dizaines de millions de francs, produit de
l'impôt des ·personnes physiques et des cotisations à l'O.N.S.S.
prélevés sur les traitements bruts?
3. Dans quelle mesure une éventuelle extension de cadre
pourrait-elle constituer une menace pour les chômeurs et les
agents temporaires en fonction dans votre département? Ne
pourrait-on réaliser leur intégration par voie d'examen ou de
régularisation?
Antwoord : Hierbij deel ik het geacht Lid mede dat z11n
bovenvermelde vraag geen betrekking heeft op het Ministerie
van Nationale Opvoeding en Franse Cultuur.
Réponse : J'ai l'honneur de porter à la connaissance de
l'honorable Membre que sa question susvisée ne concerne pas le
Ministère de l'Education nationale et de la Culture française.
Vraag nr. 60 van de heer Weckx d.d. 20 januari 1981 (N.) :
Question n° 60 de M. Weckx du 20 janvier 1981 (N.) :
Brussel-hoofdstad. - Schoolbevolking.
Bruxelles-capitale. - Population scolaire.
Mag ik voor de schooljaren 1979-1980 en 1980-1981, voor
elk van de negentien gemeenten van de Brusselse agglomeratie,
de schoolbevolking kennen van het lager onderwijs en van het
kleuteronderwij - met aanduiding van het aantal kinderen van
Belgische nationaliteit en van vreemde nationaliteit - afzonderlijk per inrichtende macht (volgorde rijksonderwijs, provinciaal
onderwijs, gemeentelijk onderwijs en vrij onderwijs) en per
gemeente, mits opgave van de naam en het adres van elke
school.
J'aimerais que vous me fassiez connaître pour les années
scolaires 1979-1980 et 1980-1981, pour ehàt;Ù11e Jes dix-neuf
communes de l'agglomération bruxelloise, la population scolaire
dans l'enseignement primaire et maternel - en mentionnant le ,
nombre d'enfants de nationalité belge et de nationalité étrangère
- séparément pour chacun des pouvoirs organisateurs (dans:
l'ordre : enseignement de l'Etat, provincial, communal et libre )i/ i
et par commune,
avec l'indication du nom et de l'adresse de1,1
.
chaque école.
•
Antwoord : Het geacht Lid gelieve hierna een tabel te vinden
Réponse : Je saurais gré à l'honorable Membre de vouloit
met, voor de Brusselse agglomeratie, Frans taalstelsel, per
gemeente en inrichtende macht, het totale leerlingencijfer, met
telkens het onderscheid tussen Belgen en vreemdelingen.
bien trouver ci-dessous, un tableau qui reprend pour l'agglomé-·
ration bruxelloise, de régime français, par commune et pa1;
pouvoir organisateur, le total des élèves et la ventilation d~
ceux-ci en belges et en étrangers.
Ce tableau se rapporte à l'année 1979-1980; les chiffres pou~,
1980-1981 ne sont pas encore disponibles.
il
La répartition par établissement scolaire dépasse le cadrè
habituel des questions parlementaires puisqu'elle concerne 2715
1
écoles primaires et 249 écoles maternelles.
L'honorable Membre peut cependant consulter les donnéJ/s
qu'il désire auprès du Service statistique et programmation de la
direction générale de l'organisation des études de mon départ~ ..
ment.
.,
1
1
1
1
Deze tabel slaat op het schooljaar 1979-1980; de cijfers voor
1980-1981 zijn nog niet beschikbaar.
Een indeling per onderwijsinstelling behoort niet meer tot het
gewoon kader van de parlementaire vragen, aangezien 275
lagere scholen en 249 kleuterscholen hierbij betrokken zijn.
Het geacht Lid kan echter desgewenst de gegevens hierover
raadplegen bij de Dienst statistiek en programmatie van de
algemene directie organisatie van het onderwijs van mijn
departement.
1
~!
1
17 maart 1981 -
17 mars 1981
2293
(23)
Brusselse agglomeratie.
Agglomération bruxelloise
Gemeente
Totaal
Belgen
Vreemdelingen
Leerlingenbestand lagere scholen
Leerlingenbestand kleuterscholen
Effectifs des écoles primaires
Effectifs des écoles maternelles
Totaal
RijksProvin- Gemeente
scholen cie scholen scholen
Vrije
scholen
Totaal
Rijksscholen
Gemeente
scholen
Vrije
scholen
Total
Etat
Provmces
Cornmunes
Libre
Total
Etat
Cornmunes
Libre
VIE
75.593
45.226
30.367
5.145
3.014
2.131
64
45
19
37.030 33.354 31.843
19.507 22.660 18.251
17.523 10.694 13.592
1.423
698
725
Anderlecht ....................................
T
B
VIE
7.470
4.149
3.321
Oudergem .....................................
Auderghem
T
B
VIE
2.241
1.910
331
Sint-Agatha-Berchem ...................
Berchem-Sainte-Agathe
T
B
768
599
169
Commune
Totalen ..........................................
Totaux
Brussel ..........................................
Bruxelles
Etterbeek ......................................
Total
Belges
Etrangers
T
B
VIE
T
~B
VIE
T
B
VIE
Evere .............................................
T
B
VIE
Vorst .............................................
Forest
Ganshoren .....................................
T
B
VIE
T
B
VIE
Elsene ...........................................
Ixelles
Jette ...............................................
T
B
VIE
T
B
VIE
Koekelberg ....... :............................
T
B
VIE
Sint-Jans-Molenbeek ....................
Molenbeek-Saint-Jean
Sint-Gillis .....................................
Saint-Gilles
T
B
VIE
T
B
VIE
245
185
60
13.046
6.867
6.179
956
550
406
·~ 3.371
2.418
953
290
227
63
1.428
1.134
294
4.018
2.272
1.746
265
189
76
1.417
1.160
257
426
317
109
4.527
2.801
1.726
176
119
57
2.676
2.108
568
64
45
19
4.004
2.227
1.777
3.466
1.922
1.544
2.958
1.608
1.350
795
675
120
1.201
1.050
151
787
641
146
460
315
145
308
284
24
350
261
89
8.185
4.130
4.055
3.841
2.142
1.699
5.074
2.495
2.579
1.474
983
491
1.607
1.208
399
1.378
908
470
998
765
233
430
369
61
644
514
130
2.078
984
1.094
1.675
1.099
576
1.936
1.042
894
991
843
148
2.070
1.124
946
17.206 13.214
9.042 8.511
8.164 4.703
1.609
917
692
1.349
691
658
393
309
84
354
303
51
261
183
78
89
78
11
236
122
114
3.562
1.706
1.856
1.276
667
609
82
60
22
749
477
272
547
371
176
373
286
87
271
228
43
50
39
11
1.023
451
572
863
552
311
571
452
119
41
26
15
238
186
52
292
240
52
2.281
1.558
723
2.238
,.347
891
62
43
19
1.156
601
555
1.020
703
317
1.322
959
363
1.354
1.149
205
1.030
789
241
611
435
176
419
354
65
40
29
11
1.432
839
593
593
521
72
608
188
420
231
130
101
512
271
241
176
157
19
198
47
151
138
67
71
5.134
2.288
2.846
782
243
539
2.895
1.271
1.624
1.457
774
683
2.233
946
1.287
293
53
240
1.263
550
713
677
343
334
3.015
844
2.171
197
93
104
1.725
334
1.391
1.093
417
676
1.285
294
991
72
39
33
830
165
665
383
90
293
291
~:
~I
Ili
·2294
Vragen en Antwoorden - Kamer -
(23)
Questions et Réponses - Chambre
Brusselse agglomeratie.
Agglomération bruxelloise
Gemeente
Totaal
Belgen
Vreemdelingen
Commune
Total
Belges
Etrangers
Sint-Joost-ten-Noode ....................
Saint-Josse-ten -Noode
Schaarbeek ...................................
Schaerbeek
Ukkel ............................................
Uccle
Watermaal-Bosvoorde ..................
Watermael-Boitsfort
Sint-Lambrechts-Woluwe ............
Woluwe-Saint-Lambert
Sint-Pieters-Woluwe ....................
Woluwe-Saint-Pierre
T
B
VIE
T
B
VIE
T
B
VIE
T
B
VIE
T
B
VIE
T
B
VIE
Leerlingenbestand lagere scholen
Leerlingenbestand kleuterscholen
Effectifs des écoles primaires
Effectifs des écoles maternelles
Totaal
Provin- Gemeente
Rijksscholen cie scholen scholen
Total
Etat
1.661
337
1.324
ProVlOCes
Vrije
scholen
Totaal
Rijksscholen
Gemeente
scholen
Vnje
scholen
Cornmunes
Libre
Total
Etat
Cornmunes
Libre
1.017
91
926
644
246
398
751
151
600
392
29
363
359
122
237
1.911
661
1.250
1.549
804
745
9.658
4.338
5.320
686
169
517
4.532
1.593
2.939
4.440
2.576
1.864
3.686
1.505
2.181
6.208
4.954
1.254
96
83
13
1.973
1.524
449
4.139
3.347
792
2.505
1.937
568
810
602
208
1.695
1.335
360
781
687
94
675
585
90
809
712
97
573
505
68
236
207
29
1.456
1.272
184
226
40
186
3.576
2.900
676
188
142
46
1.103
855
248
2.285
1.903
382
1.854
1.441
413
75
39
36
644
491
153
1.135
911
224
2.491
2.036
455
245
176
69
1.010
802
208
1.236
1.058
178
1.242
937
305
70
51
19
610
441
169
562
445
117
Vraag nr. 61 van de heer Hiance d.d. 20 januari 1981 (Fr.):
Question n° 61 de M. Hiance du 20 janvier 1981 (Fr.) :
Aanrekenen van de beroepsactiviteit.
Activité professionnelle à valoriser.
1
Les professeurs de cours techniques et de pratique profession- ,
Leraren technische vakken en beroepspraktijk in het technisch of vernieuwd onderwijs kunnen ais ervaring die voor de • nelle dans l'enseignement technique ou rénové, peuvent faire
berekening van hun wedde in aanmerking komt, de jaren laten valoir comme expérience à prendre en consid~ration, pour le '
gelden van beroepsactiviteit ais loontrekkers of zelfstandigen, of calcul de leur traitement, les années d'activité professionnelle
een proeftijd in het kader van de wet Spitaels. Die nuttige soit comme salariés, soit comme indépendants, soit durant un·
stage dans le cadre de la loi Spitaels. Cette expérience utile est,
ervaring wordt in aanmerking genomen, ais natuurlijk de beroepsactiviteit bijdraagt tot een betere kennis van de praktijk prise en considération si, bien entendu, l'activité professionnelle'
van dat vak om •het te onderwijzen.
contribue à une meilleure connaissance de la pratique de c1·.i
métier pour l'enseigner.
Monsieur le Ministre peut-il me dire si, dans l'hypothèse où.
Kan de Minister mij zeggen of ingeval die activiteit geregeld
werd uitgeoefend gedurende zijn diensttijd, zij in aanmerking
l'activité exercée régulièrement durant le service militaire, ladit~
activité est prise en considération pour la valorisation de l'expé~
wordt genomen voor valorisatie van de nuttige ervaring, zodra
die activiteit rechtstreeks samenhangt met het door de leraar rience utile, du moment que cette activité est en liaison directe
avec la branche enseignée par le professeur?
'
onderwezen vak?
Kan, zoniet, de Minister mij laten weten welk standpunt hij
Dans la négative, Monsieur le Ministre peut-il me faire savoiJ
wil innemen terzake om een beroepsactiviteit tijdens de dienstce qu'il entend prendre comme position en la matière pour faililb
valoriser une activité professionnelle qui a eu lieu durant l,~
tijd te valoriseren?
service militaire?
1
1
1
1
1
Antwoord : Hierbij deel ik het geacht Lid mee dat het
probleem dat hij stelt ruimer client opgevat te worden dan het in
aanmerking nemen van een periode, waarin een personeelslid
een activiteit zou hebben uitgeoefend die bijdraagt tot het
verwerven van de vereiste kennis om zijn ambt in het onderwijs
uit te oefenen, aangezien de bedoelde periode samenvalt met het •
vervullen van de militaire dienst.
Réponse : J'ai l'honneur de faire savoir à l'honorable Membr,e
que le problème qu'il pose va au delà de la prise en considératiqp.
d'une période pendant laquelle un membre du personnel aurait
exercé une activité pouvant contribuer à assurer la formatio n
requise pour l'exercice de sa fonction enseignante, attendu qu~:il
situe cette période pendant le service militaire.
1
i
17 maart 1981 -
17 mars 1981
(23)
2295
Wanneer een leerkracht zijn onderricht moet onderbreken om
zijn militaire dienst te vervullen, bevindt hij zich in een
administratieve toestand ingevolge waarvan hij op grond van
zijn statuut, zijn activiteitswedde of bij ontstentenis daarvan,
het recht op bevordering tot een hogere wedde behoudt.
Voor de toepassing van de bezoldigingsregeling van 15 april
1958 wordt bij geacht werkelijke diensten te vervullen krachtens artikel 16, § 2, de tijd die hij heeft doorgebracht in het
leger, wordt in aanmerking genomen voor de berekening van
zijn wedde.·
Indien hij zijn militaire dienst heeft vervuld voordat hij in het
onderwijs in dienst was dus op een ogenblik dat de wil om
carrière te maken in het onderwijs nog niet aangetoond was.
wordt de tijd die hij heeft doorgebracht in het leger, niet in
aanmerking genomen voor de berekening van het complement.
Wanneer men het principe zou aanvaarden dat zoals het
geacht Lid het wenst, in sommige gevallen de activiteit uitgeoefend tijdens de militaire dienst ais nuttige ervaring zou gelden~
zou dit erop neerkomen dat in sommige gevallen een gedeelte oi
de gehele duur van de militaire dienst die vervuld wordt voor he1
personeelslid in het onderwijs in dienst was, in aanmerking zot
genomen worden voor de berekening van de wedde.
Lorsqu'un enseignant doit interrompre son enseignement
pour effectuer son service militaire, il est placé dans une
situation administrative qui lui vaut, de par son statut, son
traitement d'activité ou, à défaut, la conservation de ses titres à
l'avancement de traitement.
Pour l'application du statut pécuniaire du 15 avril 1958, il est
réputé prester des services effectifs en vertu de l'article 16, § 2,
et le temps passé au service militaire entre en ligne de compte
pour le calcul de son traitement.
Vraag nr. 64 van de heer Bertouille d.d. 21 januari 1981
(Fr.):
Question n° 64 de M. Bertouille du 21 janvier 1981 (Fr.):
Ferlaging van de schoolplichtige leeftijd van 6 tot 5 jaar en
verlenging van de schoolplicht van 14 tot 16 jaar.
l lmissement de 6 à. 5 ans et prolongation de 14 à 16 ans de
l'obligation scolaire.
In het kader van de verlaging van de schoolplichtige leeftijd
van 6, tot 5 jaar maken vele ouderverenigingen hun akkoord met
een nieuwe inhoud van het 3de kleuterjaar los van het stelselmatig bijbrengen van kennis (lezen, schrijven, wiskunde) van
overleg daarover waaraan natuurlijk de vertegenwoordigers van
alle partners van de opvoedingsgemeenschap . zouden deelnemen.
Wil de Minister mij laten weten of aan het Bestuur richtlijnen
zijn gegeven om die nieuwe inhoud uit te werken en te
bestuderen en of daaromtrent al vooruitzichten bestaan?
Dans le cadre de l'abaissement de la scolarité obligatoire de 6
;à 5 ans, beaucoup d'associations conditionnent leur accord à un
I nouveau contenu de la 3me maternelle dégagé des apprentis sa! µes systématiques d'ordre congnitif (lecture, écriture, mathéma:tique), de nouveau contenu devant faire l'objet d'une concerta' t ion à laquelle seraient associés bien entendu les représentants
de tous les partenaires de la communauté éducative.
Monsieur le Ministre voudrait-il me faire savoir si des
instructions ont été données à l'Administration pour que ce
nouveau contenu soit élaboré et étudié et si des perspectives
peuvent déjà être dégagées à ce sujet?
En ce qui concerne l'allongement de l'obligation scolaire de
14 à 16 ans, Monsieur le Ministre voudrait-il me communiquer
-;j une concertation associant similtanément les représentants
des divers partenaires de la communauté éducative à l'étude de
la partie de l'avant-projet de loi portant sur la prolongation de
la scolarité obligatoire a été faite, avec quels partenaires et quels
1·11 ont été les résultats et les conclusions?
D'autre part, l'allongement de l'obligation scolaire de 14 à 16
ans ne pourra intervenir sans une réforme de l'enseignement
professionnel.
Monsieur le Ministre voudrait-il m'informer au sujet de
révolution du dossier relatif à la réforme de l'enseignement
professionnel?
Wil de Minister wat de verlenging van de schoolplicht van 14
tot 16 jaar betreft, mij zeggen of overleg is gehouden waarbij
tegelijk de vertegenwoordigers van de verschillende deelgenoten
van de opvoedingsgemeenschap werden betrokken bij de studie
van het gedeelte van het voorontwerp van wet over de verlenging
van de schoolplicht, met welke partners en wat waren de resultaten en de besluiten?
Voorts kan de verlenging van de schoolplicht van 14 tot 16
jaar niet worden doorgevoerd zonder hervorming van het
beroepsonderwijs.
Wil de Minister mij inlichten over het beloop van het dossi~r
betreffende de hervorming van het beroepsonderwijs?
Antwoord:
A) Ferlaging van de schoolplicht van 6 naar 5 jaar.
In het raam van het wetsvoorstel tot verlaging van de
schoolplicht van 6 tot 5 jaar, heb ik een voorbereidend werk op
punt gezet, om aan het derde kleuterjaar, een leerinhoud te
geven, los van de systematische oefeningen van cognietieve aard
in lectuur, schrijven, wiskunde.
Sarnen met de verschillende inrichtende machten, de drie
erkende vakbondsorganisaties, de Nationale Oudersraad
(F.A.P.E.O.-C.N.A.P.), vertegenwoordigers van de Administratie, inspectieleden van het Rijks en het gesubsidieerd onderwijs,
heb ik de gelegenheid gehad van gedachten te wisselen.
Par contre, si le service militaire a été effectué avant l'entrée
en fonctions dans l'enseignement, c'est-à-dire à un moment où
la volonté de faire carrière dans l'enseignement n'était pas
1~tablie, le temps passé au service militaire n'est pas valorisé
dans le calcul du complément.
Admettre, comme le suggère l'honorable Membre, le principe
de considérer dans certains cas l'activité exercée au cours du
-;ervice militaire comme pouvant constituer de l'expérience utile
reviendrait à admettre le principe de valoriser dans certains cas,
toute ou partie du service militaire effectué avant l'entrée en
fonctions dans l'enseignement, pour le calcul du traitement.
1
Réponse:
A) Abaissement de l'obligation scolaire de 6 à 5 ans.
Dans le cadre du projet de loi de l'abaissement de la scolarité
obligatoire de 6 à 5 ans, je suis occupé à mettre en place un
dispositif pour donner un contenu de l'apprentissage de 3me
maternelle, dégagé des exercices systématiques d'ordre cognitif
1'11 lecture, écriture, mathématique.
J'ai eu l'occasion de réunir les différents pouvoirs organisateurs, les trois organisations syndicales représentatives, le Conseil national des parents (F.A.P.E.O. et C.N.A.P.) des représentants de mon administration, de l'inspection de l'Etat et du subventionné.
2296
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Een experiment in het kleuteronderwijs start op 1 februari
Questions et Réponses - Chambre
(23)
de kinderen in de gelegenheid stellen gelukkige ogenblikken
in een veilig en aangenaam milieu te beleven, die hen de
mogelijkheid bied zich volledig te ontplooien;
de kinderen ertoe brengen volledig hun eerste experiment
van socialisatie te beleven;
een harmonieuse binding verzekeren tussen de twee niveaus
van het basisionderwijs (cf. de aan de gang zijnde experimenten in beide gemeenschappen);
B) Verlenging van de schoolplicht van 14 tot 16 jaar.
Hervorming van het beroepsonderwijs.
Zoals het geacht Lid het doet opmerken, drong zich niet
alleen een hervorming van het beroepsonderwijs op, om het
funktioneren ervan te verbeteren, maar tevens ook om de verlenging van de schoolplicht voor te bereiden, dat het behoud van
talrijke leerlingen op school zal meebrengen.
Ingevolge de experimenten gevoerd in de drie onderwijsnetten
om hun acties te coordoneren en nieuwe strategieën te bepalen
werd een Commissie van het beroepsonderwijs opgericht die
onder mijn voorzetterschap vergadert en waar vertegenwoordigers van de drie onderwijsnetten het verbond van Belgische
Ondernemingen, vakbondsorganisaties, ouderverenigingen
zetelen.
Een vernieuwd kader, bestaande uit psycho-sociale bezielers,
werd opgericht om in het kader van deze hervorming · het
lerarenkorps bij te staan.
Na de experimenten van twee jaar en de enkele maanden van
dit schooljaar, tijdens dewelke de hervorming veralgemeend
werd, mag men zich optimist verklaren, wat de kwalitatieve
verbetering van het beroepsonderwijs betreft.
Un projet de recherche-action dans l'enseignement maternel
débutera le 1°' février 1981. Les objectifs sont les suivants :
mettre les enfants dans des conditions telles qu'ils vivent des
moments heureux dans un milieu sécurisant et stimulant qui
leur donne la possiblilité de se construire globalement;
amener les enfants à vivre pleinement leurs premières expériences de socialisation;
assurer une liaison harmonieuse entre les deux niveaux de
l'enseignement fondamental (voir à cet égard les expériences
de rénovation dans les deux communautés);
B) Prolongation de 14 à 16 ans de l'obligation scolaire.
Réforme de l'enseignement professionnel.
Ainsi que le fait remarquer l'honorable Membre, une réforme
de l'enseignement professionnel s'imposait non seulement pour
améliorer le fonctionnement actuel de cet enseignement mais
également pour préparer la prolongation de la sèolarité qui
entraînera le maintien à l'école d'un nombre important d'élèves.
Suite aux expériences menées par les trois réseaux d'enseignement et afin de coordonner leurs actions et de déterminer des
stratégies nouvelles, une Commission de l'enseignement professionnel a été instituée, qui se réunit sous ma présidence et où
siègent des représentants des trois réseaux d'enseignement, de laFédération des entreprises de Belgique, des organisations syndicales, des organisations de parents.
Un encadrement d'un type nouveau constitué par une équipe
d'animateurs psycho-sociaux destinée à aider le corps professo- '
rai, a été mis en place dans le cadre de cette réforme.
Après deux ans d'expérience et les quelques mois depuis le
début de cette année scolaire, au cours desquels la réforme a été
généralisée, on peut se déclarer optimiste sur l'amélioration
qualitative de l'enseignement professionnel.
Vraag nr. 71bis van de heer Kuijpers d.d. 3 fehruari 1981
Question n° 71bis de M. Kuijpers du 3 février 1981 (N.) :
1981. Ziehier de doeleinden :
(N.) :
Gemeenten. - Oprichting van scholen op aanvraag van ouders.
Communes. -
Is er reeds een koninklijk besluit in de maak, in uitvoering van
artikel 6 van de wet van 30 juli 1963, waarbij het gemeentebestuur, bij wie een kwantitatief voldoende aantal vragen tot
oprichting van een school toekomt, verplicht wordt om binnen
een bepaalde termijn op een dergelijk verzoek te reageren?
Een dergelijk besluit werd aangekondigd door de heer Martens, Eerste Minister.
Un arrêté royal est-il actuellement en cours d'élaboration, en
exécution de l'article 6 de la loi du 30 juillet 1963, en vertu
duquel l'administration d'une commune saisie d'un nombre
quantitativement suffisant de demandes de création d'une école~
serait tenue d'y donner suite dans un délai déterminé?
Monsieur Martens, Premier ministre, avait annoncé un te.l
arrêté royal.
Antwoord : 1k verwijs het geacht Lid naar het antwoord
gegeven door de heer Eerste Minister op vraag nr. 54 d.d. 15 januari 1981 die gesteld werd. (Bulletin nr. 16 van 27 januari
Réponse : J'invite l'honorable Membre à se référer à la
réponse donnée par M. le Premier Ministre à la question qui lui H
t~té posée sous le n° 54 du 15 janvier 1981 (bulletin n° 16 d1~
'27 janvier 1981).
li
1981.)
Création d'écoles à Îa demande de parents.
l11
Vraag nr. 73 van de heer Bertouille d.d. 3 februari 1981
(Fr.) :
Question n° 73 de M. Bertouille du 3 février 1981 (Fr.) :
Tijdelijke en contractuele personeelsleden.
.·lgents temporaires et contractuels.
Zie vraag nr. 25 aan de Minister van Buitenlandse Handel,
blz. 2246.
Voir question n° 25 au Ministre du Commerce extérieur,
p. 2246.
Antwoord : Hierbij deel ik het geacht Lid mee dat tussen
Réponse : J'ai l'honneur de porter à la connaissance de
25 juli 1972 en 31 december 1973, 82 tijdelijke personeelsleden
1•honorable Membre que 82 agents temporaires ont été recru\és
werden opgenomen; zij zijn thans nog in dienst.
<'ntre le 25 jmillet 1972 et le 31 décembre 1973 et sont encore
actuellement en fonctions.
A ma connaissance, trois agents temporaires parmi les 82
agents temporaires cités ci-avant, ont réussi un concours de
recrutement.
Voor· zover mij bekend is, zijn drie van de hierover bedoelde
82 tijdelijken voor een wervingsexamen geslaagd.
17 maart 1981 -
17 mars 1981
(23)
2297
Heden is er in de diensten van Nationale Opvoeding gee11
enkele agent aangeworven onder contract, tijdens de voornoemde periode.
Il n'y a actuellement dans les services de l'Education nationale, aucun agent engagé sous contrat durant la période précitée.
Vraag nr. 73bis van de heer Kuijpers d.d. 3 februari 1981
(N.):
Question n° 73bis de M. Kuijpers du 3 février 1981 (N.) :
Vlaamse school te Komen.
Ecole flamande de Comines.
Is het juist te menen dat het gemeentebestuur, nu te Komen,
geen gemeente- maar een rijksschool werd opgericht, niet langer
. verantwoordelijk is voor die school?
L'école créée à Comines étant une école de l'Etat et non une
école communale, est-il exact que l'administration communale
n'en est plus responsable?
Antwoord : Ik heb de eer het geacht Lid mede te delen de
Nederlanstalige afdeling van het Koninklijk Atheneum van
Komen onder de uitsluitende bevoegdheid van de Minister van
Nationale Opvoeding (F) valt.
Réponse : J'ai l'honneur de faire savoir à l'honorable
Membre que la section néerlandophone de l' Athénée royal de
Comines est sous ia responsabilité exclusive du Ministre de
l'Education nationale (F).
Vraag nr. 74bis van de heer Kuijpers d.d. 3 februari 1981
(N.) _:
Question n° 74bis de M. Kuijpers du 3 février 1981 (N.) :
Vlaamse school te Komen.
Ecole flamande de Comines.
Indien de Komense school, met haar huidig juridisch statuut.
op 30 juni zou worden gesloten, blijft zij dan administratief
bestaan, zodat zij onmiddellijk weer zou kunnen worden geopend indien zich minimaal 16 leerlingen aanbieden, of moet de
gehele procedure : ook aanvraag bij het gemeentebestuur.
controle van aanvragen, enz., dan worden overgedaan om de
school opiiieuw in te richten?
Si, eu égard à son actuel statut juridique, l'école de Comines
était fermée, continuerait-elle d'exister sur le plan administratif,
de sorte qu'elle pourrait être rouverte immédiatement si au
moins 16 élèves s'y présentaient, ou faudrait-il recomme-ncer
toute la procédure (demande adressée à l'administration communale, contrôle des demandes, etc.) ?
Antwoord : Ik heb het genoegen het geacht Lid mede te delen
dat de toestand van de Nederlandstalige afdeling zal herzien
worden op 30 september van volgend schooljaar, overeenkomstig de vigerende reglementering.
Indien, krachtens deze reglementering, de afdeling gesloten
moest worden, zouden nieuwe aanvragen door de ouders moeten
ingediend worden, mits het nale:ven van de voorgeschreven vormen vervat in het koninklijk besluit van 20 november 1979.
betreffende de inrichting van kleuter- en lager onderwijs in een
andere landstaal dan de streektaal in gemeenten met een speciale taalregeling inzake onderwijs.
Réponse: J'ai l'honneur de faire savoir à l'honorable Membre
que la situation de la section néerlandophone devra, conformément à la réglementation en vigueur, être appréciée au 30 septembre de la prochaine année scolaire.
Si en vertu de cette réglementation, la section élevait être
fermée, de nouvelles demandes devraient être introduites par les
parents dans le respect des procédures décrites par l'arrêté royal
du 20 novembre 1979, concernant l'organisation d'un enseignement gardien et primaire dans une langue nationale autre que
celle de la région dans les communes dotées d'un régime linguistique spécial en matière d'enseignement.
Vraag nr. 75bis van de heer Kuijpers d.d. 3 februari 1981
(N.):
Question n° 75bis de M. Kuijpers du 3 février 1981 (N.) :
Vlaamse school te Komen. - Neutrale jury. - Conclusies.
Welke waren de beshi:iten van de zogenaamde neutrale jury
die door de Minister van Binnenlandse Zaken naar Komen wercJ
gestuurd, einde augustus 1980, en waar zijn deze gepubliceerd?
Welk gevolg is hieraan gehecht?
Ecole flamande de Comines. - Jury neutre. - Conclusions.
Quelles ont été les co~clusions du jury (( neutre » envoyé à
Comines par le Ministre de l'Intérieur à la fin de l'année 1980 et
où ont-elles été publiées?
Quelle suite leur a été donnée?
Antwoord : Ik heb de eer het geacht Lid mede te delen dat de
neutrale jury, waarop hij zich berÔept, eind augustus 1980 door
de Minister van Nationale pvoeding (F) te Komen werd gestuurd.
Het betrof een groep ambtenaren, bestaand uit leden van
beide gemeenschappen, gevraagd de Minister een omstandig advies te geven, die in feite de geldigheid van de aanvragen, tot
oprichting van een Nederlandstalig onderwijs, in deze gemeente
moest nagaan.
Deze jury oordeelde dat de voorwaarden tot oprichting een
Nederlandstalig lager onderwijs vervult waren, maar niet voor
het Nederlandstalig kleuteronderwijs.
Réponse: J'ai l'honneur de faire savoir à l'honorable Membre
que le jury neutre auquel il fait allusion a été envoyé fin août
1980 à Comines par le Ministre de l'Education nationale (F).
Il s'agissait d'un groupe de fonctionnaires, composé de
membres des deux communautés, appelés à donner un avis circonstancié au Ministre à qui il appartenait de vérifier en fait la
validité des demandes pour la création d'un enseignement néerlandophone dans cette commune.
Ce jury a estimé que les conditions étaient remplies pour
organiser à Comines un enseignement primaire en néerlandais et
qu'elles ne l'étaient pas pour organiser un enseignement maternel en néerlandais.
2298
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
Deze besluite~ werden door de Minister in overleg met de
andere Regeringsleden nagevolgd.
Het verslag van de neutrale jury diende slecht om de Minister
toe te lichten, hij werd niet gepubliceerd.
•
, Ces conclusions furent suivies par le Ministre en accord avec
les autres membres du Gouvernement.
Le rapport du jury neutre n'étant destiné qu'à éclairer le
Ministre, il ne fut pas publié.
Vraag nr: 76 van de heer Van der Niepen d.d. 3 februari
1981 (N.) :
Question n° 76:de M. Van der Niepen du 3 f~"_rie~ 1981 (N.):
Examencommissie van de Staat voor diploma 's vertaler en tolk.
Jury d'Etat pour les diplômes de traducteur et interprète.
Artikel 5bis van de Wet van 7 juli 1970, op het hoger
onderwijs, ingevoegd door artikel 13 van de wet van 18 februari
1977, bepaalt dat de Koning examencommissies van de Staat
kan oprichten.
Voor het hoger onderwijs van het lange type werd voor alle
diploma's, die worden uitgereikt de centrale examencommissie
ingesteld behoudens voor de studiën, die leiden tot kandidaat en
licenciaat vertaler en tolk.
Het gelieve de heer Minister mede te delen waarom deze
examencommissie van de Staat nog niet werd ingesteld en/ of
deze instelling eerlang mag worden verwacht?
L'article 5bis de la loi du 7 juillet, sur l'enseignement
supérieur, introduit par l'article 13, de la loi du 18 février 1977,
_dispose que le Roi peut créer des jurys d'Etat.
Antwoord : Artikel 5bis, § 2, van de wet van 7 juli 1970
betreffende de algemene structuur van het hoger onderwijs
veleent inderdaad aan de Koning de macht om examencommissies van de Staat op te richten, die belast zijn met het toekennen
van~ verschillende bekwaamheidsbewijzen. Het gaat hoegenaamd niet om een formele wettelijke verplichting, maar om een
mogelijkheid, over de opportuniteit waarvan de uitvoerende
macht oordeelt.
Er werden examencommissies van de Staat opgericht voor alle
studierichtingen van het hoger onderwijs van het lange type, behalve voor de studiën van vertaler en tolk en in de administratieve wetenschappen.
Om een oordeel te kunnen vormen over de opportuniteit,
thans dergelijke examencommissies in te richten voor deze drie
soorten studies, heb ik mijn administratie opdracht gegeven de
bevoegde instanties (inspectie en Hoge Raad) te raadplegen.
Réponse : L'article 5bis, § 2, de la loi du 7 juillet 1970,
relative à la structure générale de l'enseignement supérieur
donne effectivement au Roi le pouvoir de créer des jurys d'Etat
chargés de conférer les divers titres de capacité. Il ne s'agit
nullement d'une obligation légale formelle, mais d'une possibilité dont l'opportunité est laissée à l'appréciation du pouvoir
exécutif.
Vraag nr. 80 van de heer Liénard d.d. 4 februari 1981 (Fr.) :
Question n° 80 de M. Liénard du 4 février 1981 (Fr.) :
Regelmatige leerlingen in het secundair onderwi.fs.
Elèves réguliers dans l'enseignement secondaire:
Artikel 10, eerste lid, van het koninklijk besluit van 31 juli
1975 zegt dat een leerling ais regelmatig wordt beschouwd, dit
L'article 10 de l'arrêté royal du 31 juillet 1976 prévoit aul
1"' alinéa qu'un élève est régulier, c'est-à-dire compte pom\j
l'attribution des charges de professeur et de la subvention dtj,
fonctionnement per capita quand il présente sur du papier à en~'
tête une attestation délivrée par une école primaire disant « qu 'i~
a terminé avec fruit l'enseignement primaire ».
wil zeggen dat hij voor de toewijzing van de leraarstaken en voor
de werkingstoelage per hoofcl wordt meegerekend, wanneer hij
een door een lagere school uitgereikt getuigschrift op papier met
briefhoofd voorlegt waaruit blijkt « dat hij het lager onderwijs
met vrucht heeft beëindigd ».
Met die bij het koninklijk besluit van 31 juli 1975 getroffen
beslissing wordt een maatregel tot het secundair onderwijs van
type I en II uitgebreid die sedert het koninklijk besluit van 1 juli
1957 reeds voor het technisch onderwijs gold : in het technisch
onderwijs konden slechts leerlingen die hun lagere studies met
vrucht hadden beëindigd, regelmatig worden ingeschreven.
Mag ik de achtbare Minister vragen al die maatregelen te
verduidelijken en de volgende vragen te beantwoorden :
1. Is de uitdrukking « met vrucht » ais administratief
criterium voor een regelmatige leerling gekozen door zijn
diensten of na overleg met de overheden die in ons land het lager
onderwijs inrichten?
Le jury central a été créé pour tous les diplômes de l'enseignement supérieur de type long, excepté pour les études de candidat
et licencié traducteur ou interprète.
Je saurais gré à Monsieur le Ministre de me dire pourquoi ce
jury d'Etat n'a pas encore été créé et si l'on peut en attendre
l'instauration à bref délai.
Des jurys d'Etat ont été créés pour toutes les études d'ensei- ,
gnement supérieur de cycle long sauf pour les études de traduc- '
teur, d'interprète et de sciences administratives.
Afin d'apprécier l'opportunité actuelle d'organiser ces jurys.
pour ces trois genres d'études, j'ai chargé mon administration de
consulter les instances compétentes (Inspection et Conseil supé- '
rieur).
Cette disposition prise par l'arrêté royal du 31 juillet 197[~
étend à l'enseignement secondaire du type I et du type II urn~
mesure qui existait déjà dans l'enseignement technique depuis
l'arrêté royal du 1er juillet 1957 : ne pouvaient être inscri~~
régulièrement dans l'enseignement technique que les élèves qu/i
avaient terminé avec fruit leurs études primaires.
L'honorable Ministre veut-il clarifier toutes ces mesures ~lt
répondre aux questions suivantes :
~i'
1. L'expression « avec fruit » qui détermine le critère admil..
nistratif d'élève régulier a-t-elle été prise par ses services ou à J!a
suite d'une concertation entre les autorités organisant l'ensdgnement primaire dans notre pays?
1
11
17 maart 1981 -
17 mars 1981
(23)
2299.
2. Houdt het « met vrucht beëindigen van het lager onderwijs » noodzakelijkerwijze zes jaar schoolbezoek in, wat een
overdreven normalisering zou zijn?
3. Kan het bij koninklijk besluit gereglementeerd kantonnaal
eindexamen lager onderwijs niet worden beschouwd ais eell
centrale examencommissie voor het lager onderwijs die een
bekrachtiging verleent buiten een vereiste leeftijd?
4. Kan de verstandhouding onder de inrichtende machtell
van het lager onderwijs geen concrete vorm aannemen door dr
strikte vaststelling van een minimum niveau van 6 jaar schoolbezoek?
5. Kan niet onverwijld een programmacommissie voor het
lager onderwijs worden opgericht naar het voorbeeld van wat
voor het secundair onderwijs gebeurt tussen het door het rijk
ingerichte net, het net van de gemeenten en provincies en het net
van het katholiek gesubsidieerd vrij onderwijs?
2. Ce concept de « terminer avec fruit l'enseignement primaire » est-il nécessairement lié à un scolarité en 6 ans ce qui serait
une abusive normalisation?
3. L'examen cantonal de fin d'études primaires réglémenté
par arrêté royal ne peut-il être considéré comme un jury centra]
d'enseignement primaire qui assure une certification en dehors
d'un âge requis?
4. L'entente entre les pouvoirs organisateurs d'enseignement
primaire ne peut-elle se concrétiser par la détermination rigoureuse d'un niveau-plancher après 6 années de scolarité?
Antwoord : Hierbij heb ik de eer het geacht Lid het antwoord
op zijn vijf vragen, in de volgorde waarin hij ze heeft gesteld.
mede te delen :
1. De uitdrukking « met vrucht », gebruikt in artikel 10 va11
het koninklijk besluit van 31 juli 197 6, betreffende de organisatie van het secundair ondewijs, werd opgenomen na overleg tussen de vertegenwoordigers van de inrichtende overheden van hrt
secundair onderwijs.
Tot op heden werd geen nadere aanwijzing over deze uitdrukking verstrekt.
Het behoort tot de bevoegdheid van het schoolhoofd, <lat in
naam van de inrichtende overheid optreedt, te getuigen <lat het
lager onderwijs met vrucht werd beëindigd.
2. Het antwoord is ontkennend.
3. Het koninklijk besluit van 15 april 1953 regelt de inrichting van de kantonnale examens. Aan de leerlingen die voor dit
examen slagen, wordt een getuigschrift van lager onderwijs uitgericht. Dit getuigschrift wordt beschouwd ais het bewijs dat het
lager onderwijs met vrucht werd beëindigd.
4. Thans is een onderzoek aan de gang met betrekking tot dt•
minimale bevoegdheden in de verschillende leervakken die 011
het leerplan van de lagere school vermeld staan.
5. Het geacht Lid neemt als voorbeeld hetgeen in het
secundair onderwijs gebeurt. Ik vestig zijn aandacht erop dat d ..
wet van 19 juli 1971, betreffende de algemene structuur en dt•
organisatie van het secundair onderwijs, voorziet in de oprichting van twee commissies voor de leerplannen :
één voor het rijksonderwijs (art. 5, § 2 van voormelde wet):
Réponse : J'ai l'honneur de donner réponse aux cinq questions posées par l'honorable Membre, dans l'ordre où il les a
formulées:
1. L'expression « avec fruit » utilisée à l'article 10 de l'arrêté
royal du 31 juillet 1976, relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire y a été inscrite à la suite d'une concertation
entre les représentants des pouvoirs organisateurs d'enseignement secondaire.
Aucune précision n'a été jusqu'ici apportée à cette expresion.
5. La création d'une commission des programmes de l'enseignement primaire ne peut-elle se faire incessamment sur le
modèle de ce qui ce fait pour l'enseignement secndaire enTre le
réseau organisé par l'Etat, le réseau organisé par les communes
et les provinces et le réseau de l'enseignement libre subventionné
catholique?
de andere voor het gesubsidieerd onderwijs (art. 8 van·
aezelfde wet).
La certification que l'enseignement primaire a été terminé
avec fruit est de la compétence du directeur de l'école, qui agit à
Pintervention du pouvoir organisateur.
2. La réponse est négative.
3. L'arrêté royal du 15 avril 1953 a réglementé l'organisation
de l'examen cantonal. Les élèves qui satisfont à cette épreuve
reçoivent un certificat d'études primaires. De certificat est
considéré comme attestant que l'enseignement primaire a été
terminé avec fruit.
4. Une recherche est en cours actuellement, qui porte sur les
compétences minimales dans les différentes disciplines figurant
au programme de l'école primaire.
5. L'honorable Membre prend comme modèle ce qui se fait
dans l'enseignement secondaire. J'attire son attention sur le fait
que la loi du 19 juillet 1971 relative à la structure générale et à
l'organisation de l'enseignement secondaire institue deux commissions des programmes :
l'une pour l'enseignement de l'Etat (art. 5, § 2 de la loi
citée);
l'autre pour l'enseignement subventionné (art. 8 de la même
loi).
Vraag nr. 102 van de heer Gendehien d.d. 27 fehruari 1981
Question n° 102 de M. Gendehien du 27 février 1981 (Fr.):
(Fr.) :
Bouw van een motel te Han-sur-Lesse.
Construction d'un motel à Han-sur-Lesse.
De minister van Nationale Opvoeding heeft een aanbestedin~
uitgeschreven voor de bouw van een motel in het voor de
ambtenaren van het departement bestemde ontspanningscentrum « Les Masures » te Han-sur-Lesse.
Worden de kosten van dat motel inderdaad op 30 tot 73 miljoen fr. geraamd, aangezien de van de inschrijvende firma's
geëiste erkenning categorie D, klas 5, is?
Strookt die uitgave met de wetgeving op het fonds der
schoolgebouwen dat moet zorgen voor de huisvesting van de
inrichtingen en internaten?
Le Ministre de l'Education nationale a lancé une adjudication
pour la construction d'un motel au centre de loisirs « Les
Masures » à Han-sur-Lesse, centre affecté à la détente des
fonctionnaires du département.
Est-il exact que ce motel est estimé à un coût de l'ordre de 30
à 75 millions de F, puisque l'agréation réclamée aux firmes
soumissionnaires est la catégorie D, classe 5?
Cette dépense est-elle conforme à la législation régissant le
Fonds des Bâtiments scolaires dont l'objet est d'assurer
l'hébergement des établissements et internats?
2300
-
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
Komt zij niet in mindering op de kredieten voor de bouw va11
schoolgebouwen?
Is het de taak van Nationale Opvoeding in de toeristisclw
nijverheid te investeren en is dat geen nutteloze concurrentic
voor de plaatselijke horeca-sector?
Kan de Minister het mogelijke verband verklaren tussen die
uitgave en de verplichting voor het rijkspersonnel (met nanw
het personeel van het gebouwenfonds voor de rijksschole11
tot inkomensmatiging om de rijkskassen uit het slop t1•
helpen?
-
-
(23)
Ne vient-elle pas en déduction des crédits destinés à construire des bâtiments scolaires?
L'Education nationale a-t-elle pour mission d'investir dans
l'industrie touristique et cela ne concurrence-t-il pas inutilement le secteur hôtelier local?
•
Le Ministre pourrait-il enfin expliquer le lien éventuel entre
cette dépense et l'obligation faite aux agents de l'Etat (et
notamment à ceux du Fonds des Bâtiments scolaires de
l'Etat) de modérer leurs revenus en vue de renflouer les
caisses de l'Etat?
Antwoord: Ik veroorloof mij het geacht Lid te verwijzen naar
het antwoord dat ik gegeven heb op de parlementaire vraaµ
nr. 48, die mij 2 januari 1981 gesteld werd door de herr
Damseaux, Volksvertegenwoordiger.
Daarin zal hij het antwoord vinden op al zijn vragen behalw
die met betrekkingtot de kostprijs van de bouw. De aanbestt'ding heeft plaats gehad en wordt thans onderzocht door dt•
diensten. Het eindbedrag zal om de 23 miljoen schonimelen.
Il y trouvera réponse à toutes ses questions, sauf celle relative
au coût de la construction. L'adjudication a eu lieu et est
actuellement soumise à l'examen des services. Le montant final
sera de l'ordre de 23 millions.
Vragen waarop niet werd geantwoord
binnen de door het Reglement bepaalde termijn.
(Art. 71 van het Reglement van de Kamer.) •
Questions auxquelles il n'a pas été répondu
dans le·délaifi:i::é par le Règlement.
(Art. 71 du Règlement de la Chambre.)
Vraag nr. 93 van de heer Tromont d.d. 18 februari 1981
Réponse : Je me permets de renvoyer l'honorable Membre à
la réponse que j'ai donnée à la question parlementaire n° 48 que
M. le Député Damseaux m'a posée en date du 2 janvier 1981.
Question n° 93 de M. Tromont du 18 février 1981 (Fr.) :
(Fr.) :
Aanstelling van niet-gediplomeerden.
Désignation de non-diplômés.
Het komt voor dat de Minister van Nationale Opvoeding voor
een les of een reeks lessen een leerkracht aanwijst die niet in het
bezit van het vereiste of van een voldoende diploma is. .
Kan de achtbare Minister mij zeggen of dergelijke gevallen
zich in 1980 hebben voorgedaan? Voor welke specialiteit( en)?
ln welke inrichring (en) ?
Il arrive que pour assurer un cours ou une série de cours, le
Ministre de l'education nationale désigne un enseignant non
porteur ni du titre requis ni du titre suffisant.
L'honorable Ministre peut-il me préciser si des cas semblables
ont été rencontrés en 1980? Pour quelle(s) spécialités(s)? Dans
quelle(s) institution(s)?
Vraag nr. 94 van de heer Delhaye d.d. 18 februari 1981
(Fr.) :
Question n° 94 de M. Delhaye du 18 février 1981 (Fr.) :
Terbeschikkingstelling van leerkrachten voor de jeugdorganisaties.
Mise à la disposition des organisations de jeunesse de membres ,
du personnel enseignant.
De wet van 29 maart 1965 en het koninklijk besluit van
27 oktober 196 7 bieden de mogelijkheid om vastbenoemde leerkrachten van gesubsidieerde of door het Rijk georganiseerde onderwi j sinrichtingen ter beschikking van jeugdbewegingen.
-diensten of -groeperingen te stellen om er op verzoek van deze
laatste de leiding en de kaderopleiding op zich te nemen.
Leerkrachten die in het rijksonderwijs werken en detachering
naar een organisatie aanvragen, worden voor een bijzondere
opdracht ter beschikking gesteld op grond van artikel 7 van het
koninklijk besluit van 18 januari 1974 genomen ter toepassing
van artikel 164 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969
tot vaststelling van het statuut van het onderwijzend personeeL
van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs ·van de StaaL
alsmede der intematen die van deze inrichtingen afhangen en
van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht
van deze inrichtingen.
Mag ik de heer Minister in dit verband om een antwoord
verzoeken op de volgende vragen :
1. Mag de betrekking van pedagogisch gedetacheerde in zijn
inrichting open worden verklaard na twee jaar afwezigheid?
La loi du 29 mars 1965 et l'arrêté royal du 27 octobre 1967 '
permettent à des enseignants nommés à titre définitif dans les
établissements d'enseignement subventionné ou organisé par
l'Etat, d'être mis à la disposition des mouvements, services ou'
groupements de jeunesse en vue d'y assurer, à la demande de11
ceux-ci, la direction et la formation des cadres.
1~1:
Les enseignants qui œuvrent dans l'enseignement de l'Etat et i
qui sollicitent leur détachement dans une organisation, sont mis .
en disponibilité pour mission spéciale sur base de l'article 7 de
l'arrêté royal du 18 j~nvier 1974 pris en appiication de l'article
164 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut du
personnel enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du
personnel paramédical des établissements gardien, primaire~;
spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des
internats dépendant de ces établissements et des membres du
personnel du service d'inspection chargé de la surveillance dd
ces établissements.
'
1
1
Sur cette base, Monsieur le Ministre, aurait-il l'obligeance dJ
me répondre, aux questions ci-après:
1. L'emploi du détaché pédagogique peut-il être déclar:1f
vacant dans son établissement après deux ans d'absence?
11
1
'
1
17 maart 1981 2. Kan hij rechten doen gelden op een benoeming in een
selectie- of promotieambt dat met het wervingsambt waarvoor
hii een vaste benoeming geniet, overeenstemt?
3. Kan hij een mutatie genieten zolang hij niet m het
onderwijs is teruggekeerd?
4. Worden de jaren in de jeugdorganisatie aangerekend:
a) als anciënniteit in de dienst;
b) ais anciënniteit in het ambt?
Ais het antwoord op b) hierboven ontkennend is, meent de
heer Minister dan niet dat de leerkrachten van het rijksonderwijs tegenover die van het gesubisidieerd onderwijs benadeeld
zijn wanneer zij om een benoeming in een selectie- of promotieambt verzoeken?
De inrichtende macht van een gesubidieerde school kan
immers, wanneer zij dat nuttig acht, de bij een jeugdorganisatie
doorgebrachte jaren in aanmerking nemen om een personeelslid
dat een pedagogische detachering geniet of genoten heeft, voor
een selectie- of promotieambt aan te wijzen.
Zou een gelijkaardige houding niet dienen te worden aangenomen voor leerkrachten van het rijksonderwijs, bijvoorbeeld
door toevoeging van punt « i » aan artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969, luidend ais volgt : << voor een
pedagogische opdracht bij jeugdorganisaties krachtens de wet
van 29 maart 1965 »?
17 mars 1981
2301
(23)
2. Peut-il faire valoir des droits à une nomination dans une
fonction de sélection ou de promotion qui corresponde à la fonction de recrutement pour laquelle il bénéficie d'une nomination
à titre définitif?
3. Peut-il bénéficier d'une mutation tant qu'il n'entre pas
dans l'enseignement?
4. Les années passées dans l'organisation de jeunesse sontelles comptabilisées :
a) comme ancienneté de service?
b) comme ancienneté de fonction?
Dans l'éventualité d'une réponse négative au b) ci-dessus, .
Monsieur le Ministre, n'estime-il pas que les enseignants de
l'Etat sont pénalisés lorsqu'ils sollicitent une nomination dans
une fonction de sélection ou de promotion, par rapport au personnel enseignant de l'enseignement subventionné?
En effet, le pouvoir organisateur d'une école subventionnée
peut, s'il l'estime utile, prendre en considération les années
passées au sein d'une organisation de jeunesse, pour désigner un
membre de son personnel qui bénéficie ou qui a bénéficié d'un
détachement pédagogique, dans une fonction de sélection ou de
promotion.
Une attitude semblable ne devrait-elle pas être adoptée pour
les enseignants de l'Etat en ajoutant par exemple un point « i » à
l'article 160 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 ainsi libellé :
« pour une mission pédagogique au sein des organisations de
jeunesse, en vertu de la loi du 29 mars 1965 »?
Vraag nr. 95 van de heer Buchmann d.d. 18 fehruari 1981
(N.):
Question n° 95 de M. Buchmann du 18 février 1981 (N.):
Ministeriële diensten. - Koffiebedeling.
Services ministériels. - Distribution de café.
Het is gebruikelijk dat in de diverse diensten van uw
departement dagelijks een koffiebedeling wordt georganiseerd.
Kan de Minister, in verband met deze activiteit, mij meedelen :
•
1. hoeveel personen belast of betrokken zijn bij de koffiebedeling in zijn departement, en in de parastataJe instellingen die
onder zijn bevoegdheid vallen;
Il est d'usage d'organiser dans les différents services du
département une distribution journalière de café.
Monsieur le Ministre pourrait-il, à ce sujet, me communiquer :
2. welke het jaarlijks verbruik is aan koffie en thee;
3. hoeveel belopen de uitgaven in verband met deze koffiebedeling (personeel, materieel en produkten)?
1. le nombre de personnes chargées de la distribution de café,
ou y intervenant d'une façon ou d'une autre, dans son département et dans les institutions parastatales relevant de son
• Ministère;
2. la consommation annuelle de café et de thé;
3. les dépenses occasionnées par cette distribution de café
(personnel, matériel et produits)?
Vraag nr. 96 van de heer Tromont d.d. 19 fehruari 1981
(Fr.):
Question n° 96 de M. Tromont du 19 février 1981 (Fr.) :
Gesubsidieerd officieel onderwijs. -
Ens.eignement officiel subventionné. -
Cumulaties.
Op 2 september 1977 heeft de Minister van Nationale
Opvoeding, Franse sector, een omzendbrief verzonden, die betrekking heeft op de toepassing van artikel 77 van de wet van
24 december 1976 betreffende de begrotingsvoorstellen 19761977 en de beperking van de cumulaties in het onderwijs, en die
een aantal richtlijnen ten aanzien van het door het Rijk georgamseerd en gesubsidieerd onderwijs, met uitzondering van het
universitair onderwijs en het onderwijs dat afhangt van de
diensten van Cultuur, bevatte.
Op 27 november 1979 heeft de Vide Kamer van de Raad van
State, administratieve afdeling, in het arrest nr. 19940 de
punten 1 en 2 van voomoemde omzendbrief nietig verklaard.
Cumuls.
Le 2 septembre 1977, le Ministre de l'Education nationale (F)
lançait une circulaire ayant pour objet l'application de l'article
77 de la loi du 24 décembre 1976 relative aux propositions budgétaires 197 6-1977, limitation des cumuls exercés dans l'enseignement et portant des instructions à l'adresse de l'enseignement organisé et subventionné par l'Etat, à l'exception de l'enseignement universitaire et de l'enseignement dépendant des
services de la Culture.
Le 27 novembre 1979, la VIe Chambre du Conseil d'Etat,
section administrative, prononçait l'annulation des points I et 2
de ladite circulaire dans un arrêt portant le n° 19940.
292
2302
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
Graag vernam ik van de Minister of dat arrest ais een
referentie wordt beschouwd en terzake ais rechtspraak gel dt?
Werd dit arrest ter kennis gebracht van de provinciale en de
gemeentelijke overheid? Zo neen, waarom niet?
Worden die omzendbrief en datzelfde arrest eveneens toegepast in de Nederlandse sector? Zo neen, waarom niet?
Aangezien de omzendbrief van 2 september 1977 definitief in
werking i:noet treden in september 1981, client dan geen nieuwe
umzeu<lbrief ie· worden toegezonden aan de inrichtende schoolbesturen waarin terzake de nodige klaarheid wordt gebracht?
(23)
L'honorable Ministre peut-il me dire si cet arrêt est aujourd'hui considéré comme référence et fait jurisprudence en la
matière?
A-t-il été porté à la connaissance des autorités provinciales et
communales? Dans la négative, pourquoi?
La même circulaire et le même arrêt sont-ils d'application.
dans le secteur néerlandais? Dans la négative, pourquoi?
Une circulaire nouvelle adressée aux pouvoirs organisateurs
subordonnés ne devrait-elle pas faire le point sur cette question
au moment où celle du 2 septembre 1977 doit entrer dans sa
phase définitive (septembre 1981)?
Vraag nr. 97 van de heer Biefnot d.d. 19 fehruari 1981
(Fr.):
Question n° 97 de M. Biefnot du 19 février 1981 (Fr.) :
Schoolplicht. -
Scolarité obligatoire. - Extension. ;- Incidence financière.
Uitbreiding. - Financiële weerslag.
Mag ik de heer Minister van Nationale Opvoeding om een
Plairait-il à Monsieur le Ministre de l'Education nationale de
antwoord verzoeken op de volgende vragen :
me répondre aux deux questions ci-après?
1. Wat zou de financiële weerslag van de verlaging van de
1. Quelle serait l'incidence financière de l'abaissement de la
schoolplichtige leeftijd tot 5 jaar zijn, ermee rekening houdend scolarité obligatoire à 5 ans 1 compte tenu :
dat:
- de begeleidingsnormen gelden volgens het aantal ingeschredu fait que les normes d'encadrement seront comptées
ven leerlingen (en niet meer volgens het schoolbezoek dat
d'après le nombre des élèves.inscrits (et non plus suivant la
schommelde van 70 tot 88 % );
fréquentation qui oscillait de 70 à 88 % ) ;
aan de psycho-medisch-sociale centra meer middelen zullen
de ce que des moyens accrus devront être accordés aux
moeten worden verleend opdat zij een dep;elijk advies zullen _
Centres psycho-médico-sociaux pour qu'ils puissent émettre
kunnen uitbrengen over mogelijke afwijkingen voor verun avis autorisé sur les dérogations possibles pour l'entrée
vroegde of uitgestelde toelating tot het lager onderwijs?
avancée ou retardée en primaire?
2: Wat- zal de firi~nciële weerslag van de verlenging van de
2. Quelle sera l'incidence financière de la prolongation de la
schoolplicht van 14 tot 16 jaar zijn, ermee rekening houdend
scolarité de 14 à 16 ans sachant que :
dat:
- 10 tot 12.000 leerlingen bij die maatregel betrokken zullen
10 à 12.000 élèves seront concernés par cette mesure et ,
zijn; en dus in die mate de huidige schoolbevolking zullen
augmenteront donc d'autant la population scolaire actuelle;
verhogen;
de leerkrachten en het opvoedend en sociaal begeleidingsle personnel enseignant et le personnel d'encadrement édu-'
personeel in verhouding tot het aantal leerlingen zullen
catif et social devront être augmentés en nombre proportion- .
moeten worden uitgebreid;
nellement à celui des élèves : ':
- voor dat personeel voor een bijzondere opleiding zal moeten
une formation particulière devra être assurée pour ce per- .
worden gezorgd?
sonnel?
Vraag nr. 98 van de heer Valkeniers d.d. 19 fehruari 1981
(N.):
Question n° 98 de M. Valkeniers du 19 février 1981 (N.):
'JIakbondspremie.
Prime syndicale.
Graag had ik afzonderlijk voor iedere administratie die onder
uw bevoegdheid staat de volgende inlichtingen bekomen inzake
·de syndikale premie. Dit zowel betreffende het jaar 1977 ais
1978:
1. aantal betrokken personeelsleden :
a) in dienst,
b) op rust;
2. aantal afgeleverde formulieren;
3. aantal uitbetaalde formulieren per rechthebbende organisatie;
4. overgedragen sommen per rechthebbende organisatie :
a) ais uitbetaling aan hun leden,
b) ais administratiekosten;
5. werden voor al deze sommen de uitbetaalde formulieren
terug aan de administratie afgeleverd ter staving van h~t aantal
werkelijke uitbetalingen? Zoniet, waarom niet?
Je vous saurais gré de me fournir, pour chaque-administratiotj.1,
ressortissant à votre compétence, les données suivantes en ce qu~
concerne la prime syndicale, et ce pour les années 1977 et 1978 ;
1
1
1. nombre de bénéficiaires :
a) en activité de service,
b) mis à la retraite;
2. nombre de formulaires délivrés;
3. nombre de formulaires ayant donné lieu à paiement, par
organisation _ayant droit;
•
4. les sommes versées à chaque organisation ayant droit :
a) à titre de paiement à leurs membres,
b) à titre de frais administratifs;
5. les formulaires ayant donné lieu à paiement ont-ils été remis pour toutes ces sommes en vue de justifier le nombre de
paiements réellement effectués? Dans la négative, pourqu◄~i
pas?
1
111
17 maart 1981 -
17 mars 1981
(23)
Vraag nr. 99 van de heer Tromont d.d. 19 fehruari 1981
(Fr.):
Question n° 99 _de M. Tromont du 19 h,
Tewerkstelling van werklozen. - Arrondissement Bergen . .
Placement de chômeurs. - Arrondissement de ft-...
Met verwijzing naar het overheidsbeleid inzake bevordering
van de werkgelegenheid had ik gaarne vernomen, voor de jaren
1979 en 1980, met betrekking tot de departementen en besturen
die onder U ressorteren :
1. aantal stages voor jongeren (6 maanden);
2. aantal tewerkgestelde werklozen;
3. aantal personen in het bijzonder tijdelijk kader;
4. aantal vacante betrekkingen in de statutaire formatie.
Dans le cadre de la politique de promotion L
pratiquée par les pouvoirs publics, je souhaite connai.
Pannée 1979 et 1980, en ce qui concerne votre départen. .
les administrations placées sous votre tutelle :
1. le nombre de stages (6 mois) de jeunes;
2. le nombre de chômeurs mis au travail;
3. le nombre de membres du cadre spécial temporaire;
4. le nombre d'emplois vacants du cadre statutaire.
et
Minister van Verkeerswezen
Ministre des Communications
Vraag nr. 56 van de heer Vansteenkiste d.d. 19 november
1980 (N.):
Question n° 56 de M. Vansteenkiste du 19 novembre 1980
(N.):
Betoelagingen. - Verdeling.
Gelieve mij voor de jaren 1975-1980 de ventilatie mede te
delen van alle betoelagingen welke door uw departement (of
datgene wat uw departement voorafging) werden toegekend en
uitgekeerd? (Per taalgroep).
Subsides. - Ventilation.
J'aimerais, pour les années 1975-1980, connaître la ventilation, par groupe linguistique, de tous les subsides octroyés et
payés par votre département (ou par les services qui ont exercé
l'es attributions antérieurement).
Antwoord : Het antwoord op deze vraag is rechtstreeks aan
het geacht Lid doorgezonden. Daar sommige tabellen bijzonder
lang zijn, zullen zij niet in het bulletin worden opgenomen; zij
liggen echter bij de Griffie van de Kamer ter inzage.
Réponse : La réponse à cette question a été transmise
directement à l'honorable Membre. Etant donné l'étendue de
l'ertains tableaux, ceux-ci ne sont pas reproduits au bulletin,
mais peuvent être consultés au Greffe de la Chambre.
Vraag nr. 152 van de heer Louis Michel d.d. 3 februari 1981
(Fr.):
Question n° 152 de M. Louis Michel du 3 février 1981 (Fr.):
Sabena. -
Sabena. -
nucht Tel-Aviv-Brussel van 20 januari 1981.
Vol Tel-Aviv-Bruxelles du 20 janvier 1981.
Op de Sabena-vlucht van dinsdag 20 januari 1981 van TelAviv (vertrek 16 u 45 plaatselijke tijd) naar Brussel moesten de
passagiers tot hun grote verbazing vaststellen :
dat het vliegtuig de kentekens van Sobelair en niet die van
Sabena droeg;
dat de vlucht naar Brussel meer dan 5 uren duurde, wat
ruim een uur meer is dan de normale tijd;
- dat bepaalde diensten die gewoonlijk op de buiteneuropese
vluchten worden verstrekt, niet ter beschikking waren.
Kan de heer Minister mij zeggen :
1. of ·een passagier met een gewoon Sabena-biljet (zonder
prijsvermindering) niet gerechtigd is met de nationale luchtvaartmaatschappij te vliegen;
2. hoe het kwam dat de vlucht minder snel en minder
comfortabel was dan de gewone Sabena-vluchten;
3. of een als zodanig aangekondigde Sobelair-vlucht een
regelmatige vlucht van het type I.A. T .A. blijft;
4. tegen welke prijs Sobelair het Sabena-vliegtuig onderbevracht heeft; of Sobelair daardoor winst gemaakt heeft?
Lors du vol Sabena Tel-Aviv-Bruxelles du mardi 20 janvier
1981 (départ de Tel-Aviv à 16 h 45, heure locale), la surprise
des passagers fut grande de constater :
que l'avion portait les couleurs de la Sobelair et non de la
Sabena;
qu'il mit plus de 5 heures à gagner Bruxelles, soit plus d'une
heure de plus que le temps normal;
que certains services habituellement fournis sur les vols
extra-européens n'étaient pas disponibles.
Monsieur le Ministre peut-il m'indiquer :
1. si un passager prenant un ticket ordinaire (sans réduction
de prix) Sabena, n'est pas en droit de voler sous les couleurs de
la compagnie nationale;
2. quels sont les motifs qui ont justifié que le vol ait été moins
rapide et moins confortable que les vols ordinaires de la Sabena;
3. si un vol Sobelair affiché comme tel reste un vol régulier de
type I.A.T.A.;
4. à quel prix la Sobelair a sous-affrété l'avion de la Sabena; si
Sobelair a enregistré de ce fait un bénéfice?
Antwoord : Gezien de huidige noodzaak om de bedrijfskosten
zoveel mogelijk te verminderen en energie te sparen, gebruikt de
Sabena op sommige lijnen die gewoonlijk door toestèllen van het
type B. 707 worden bevlogen, rendabeler toestellen met kleinere
capaciteit, van.het type B. 737, wanneer de stand van de reservering en de beschikbaarheid van het materiaal dit mogelijk
maken.
Réponse : Vu l'actuelle nécessité de réduire au maximum les
coûts d'exploitation et de préserver l'énergie, la Sabena met en
service sur certaines lignes habituellement desservie par des
appareils du type B.707, des appareils du type B.737, plus rentables et à moindre capacité, lorsque l'état des réservations et
des disponibilités en matériel le permet.
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
Om technische redenen maakt de Sabena in dat geval, op de
lijn Tel-Aviv, gebruik van een toestel van Sobelair dat een groter
actieradius heeft.
Dit toestel wordt geheel door Sabena-personeel bemand'.
zowel stuur- ais cabinepersoneel, ten einde een gewone Sabenalijnvlucht uit te voeren.
Het gebruik van een toestel van e~n maatschappij door een
andere voor de uitvoering van een vlucht is een algemeen aanvaarde praktijk, die in overeenstemming is met de voorwaarden
van het vervoercontract dat onder de I.A.T.A.-regeling omtrent
lijnvluchten tussen luchtreiziger en vervoerder, aangegaan is.
De toestellen van Sobelair, een dochtermaaschappij van de
Sabena, worden door Sabena onderhouden, en het behoort tot
de gewone praktijk dat beide maatschappijen elkaar hun vliegend materieel in bruikleen geven om in hun bedrijfsbehoeften
te voorzien. Dit geschiedt op grond van een technische overeenkomst zonder commerciëel oogmerk.
Dat de vlucht op 20 januari langer duurde moet worden
geweten aan krachtige tegenwinden.
Pour des raisons techniques, la Sabena recourt dans ce cas,
sur la ligne Tel-Aviv-Bruxelles, à un appareil Sobelair possédant
un rayon d'action plus grand.
Cet appareil est pris en charge par un équipage Sabena, tant
de conduite que de cabine, en vue d'exécuter un vol régulier de
la Sabena.
L'utilisation par une compagnie d'un appareil d'une autre
compagnie pour l'exécution d'un de ses vols constitue une pratique admise, compatible avec les conditions du contrat de
transport intervenu entre passager et transporteur, sous le
régime des vols réguliers I.A.T.A.
Les appareils de la Sobelair, filiale de la Sabena, entretenus
par la Sabena, sont couramment cédés à la Sabena et inversément, pour les besoins d'exploitation des deux compagnies, aux
termes d'une convention d'ordre technique sans objectif commercial.
Vraag nr. 153 van de heer Poswick d.d. 3 februari 1981
(Fr.):
Question n° 153 de M. Poswick du 3 février 1981 (Fr.) :
Sabena. - Dubbele versie van de dienstregelingen 1 november
1980-31 maart 1981.
Sabena. - Double version des horaires 1er novembre 198031 mars 1981.
Sabena verspreidt een folder met de titel « Sabena HorairesDiens tregelingen-Timetables 1 november 1980-31 maart
1981 ».
Kan de achtbare Minister bevestigen dat er inderdaad twee
versies van dat voor het publiek bestemde en aan de kliënten ter
hand gestelde stuk bestaan :
een normale versie A met de door Sabena bediende luchthavens en onder de rubriek « Passengers Flights » tussen Teheran en Teneriffa de vluchten naar Tel-Aviv. ln die versie
staat de stad Tel-Aviv vermeld op de in het midden
vastgepinde wereldkaart;
- een verste B ( nwt ais lwrkr11ni11gstt·'kcn er11 zwart p1mtj1·
li11k.; lim·r11 op d1· 11111-.laµ, wauriu lu:-,:-iell" Teh1c·rau eu 1~m>
riffa geen sprake is van Tel-Aviv, welke stad daarin ook van
de wereldkaart is verdwenen?
Ais er inderdaad twee versies van die folder gedrukt zijn, kan
de heer Minister mij dan meedelen :
1. de reden voor die dubbele publikatie;
2. in welke landen en op welke lijnen die twee verstes
onderscheidenlijk in omloop gebracht worden;
3. wat het uitgeven en het drukken van de tweede versie
gekost heeft;
4. of door vreemde landen_ of door openbare of particuliere
instellingen druk is geoefend om Sabena die twee versies te doen
uitgeven;
5. of een dergelijke dubbele versie ook door andere EuropesP
luchtvaartmaatschappijen zoals Air-France, K.L.M., Lufthansa.
enz., is uitgegeven;
6. of een dergelijke houding verenigbaar is met het buitenlandse beleid van België dat :
in november 194 7 in de Verenigde Naties een plan tot verdeling van Palestina heeft goedgekeurd;
de staat Israël de jure heeft erkend;
normale betrekkingen onderhoudt met dat land dat trouwens door voorkeurverdragen met de_ E.E.G. verbonden is;
Que le vol en cause ait été moins rapide résulte des vents
nettement contraires rencontrés ce 20 janvier.
La Sabena publie un document intitulé « Sabena horaires-
Diens tregelingen-Timetab les 1 novembre 1980-31 mars
1981 ».
L'honorable Ministre peut-il me confirmer qu'il existe bien
deux versions de ce document accessible au public et distribué
au clients :
une version A normale contenant les aéroports, desservis par
Sabena et à la rubrique « passengers flights >> entre
Têhéran et Teneriffe, les vols pour Tel-Aviv. Dans cette
version, la ville de Tel-Aviv est portée et indiquée sur la carte
du monde agrafée au milieu;
Une version B. portant comme signe de reconnaissance un
discret point noir en haut et à gauche sur la couverture,
version où entre Téhéran et Teneriffe, il n'y a plus aucune
référence à Tel-Aviv et où cette ville a disparu de la carte du
monde?
S'il existe bien cette double version imprimée du document,
'.\fonsieur le Ministre peut-il me faire savoir :
1. quel est le motif de cette double publication;
2. dans quels pays et sur quelles lignes ces deux versions sont
respectivement mises en circulation;
ii
3._ quel a a été le coût d'édition et d'impression de la seconde
vers10n;
4. si des pressions extérieures ont été excercées par des Etats
1~trangers ou des institutions publiques ou privées en vue d'amener la Sabena a cette double édition;
5. si une telle double version est publiée par les autres
l'Ompagnies européennes telles que Air-France, K.L.M., Ludi
thansa, etc.;
•
6. si une telle attitude est compatible avec la politique!
•:trangère de la Belgique qui :
a voté en novembre 1947 aux Nations-Unies en faveur du
plan de partage de la Palestine;
a reconnu de jure l'Etat d'Israël;
entretient des relations normales avec cet Etat, d'ailleurs fo;
par des Traités préférentiels à la C.E.E.;
111
1
1
1
17 maart 1981 -
17 mars 1981
(23)
2305
-
aan g~en enkel embar~o dP _jure of de facto tegen dat land
deelneemt:
- geregeld bevestigt dat de staat Israël binnen veilige en
erkende grenzen in vrede moet kunnen leven;
7. of hij een dergelijke houding van onze nationale luchtvaartmaatschappij, die aldus een democratisch land « van de
kaart veegt », niet bijzonder ergerlijk vindt;
8. welke maatregelen hij getroffen heeft om een einde te
maken aan die bedilzucht in een vredelievend land dat tegen alle
oorlogspropaganda en tegen elke rassenhaat en -discriminatie
gekant is;
9. of de talrijke Belgische passagiers die met Sabena naar of
vanuit Tel-Aviv vliegen op de hoogte zijn van die houding van
onze nationale maatschappij die beschaamd verheelt dat zij een,
naar het schijnt trouwens zeer renderende, verbinding met
Israël « durft » in stand houden?
ne participe à aucun embargo de droit ou de fait contre cet
Etat;
affirme régulièrement son souci que l'Etat d'Israël puisse
vivre en paix à l'abri de frontières sûres et reconnues;
7. si Monsieur le Ministre n'estime pas particulièrement
~candaleux une telle attitude prise par notre compagnie nationale qui ainsi « raye de la carte » un Etat démocratique;
8. quelles mesures Monsieur le Ministre a prises pour faire
l'esser cette situation fronteuse dans un pays soucieux de la paix,
hostile à toute propagande belliciste ou et à toute haine ou disnimination raciale;
9. si les nombreux passagers belges voyagant à destination et
en provenance de Tel-Aviv par Sabena sont avertis d'une telle
attitude de notre compagnie nationale qui dissimule honteusement qu'elle « ose » organiser une ligne d'ailleurs paraît-il très
rentable en provenance et à destination d'Israël?
Antwoord : Evenals alle luchtvaartmaatschappijen die zowel
op Israël ais op de Arabische Staten diensten onderhouden, geeft
de Sabena een speciale editie van de dienstroosters uit die alleen
voor de Arabische Staten bestemd zijn. Deze editie, die zonder
enige extrakosten of bijzondere kennisgeving aan de kliënteel
wordt uitgebracht, verschilt van de gebruikelijke, die voor
wereldwijde verspreiding bedoeld is.
Deze prestatie van de dienstroosters is al een twintigtal jaren
oud en beantwoordt aan de eisen die de Arabische Staten aan
documenten stellen welke in die staten worden verspreid.
Van enige blijk van afkeuring van de Israëlische autoriteiten
in deze is mij niets bekend.
Deze praktische en algemeen verbreide maatregel tast geenszins de volkenrechtelijke verbintenissen ten aanzien van Israël
aan.
Réponse : Comme toutes les compagnies desservant à la fois
Israël et les Etats arabes, la Sabena émet une édition spéciale
des horaires, destinée aux seuls Etats arabes. Cette édition,
établie sans supplément de coût ni avis particulier à la clientèle,
est distincte de l'édition courante à diffusion universelle.
Vraag or. 160 van de heer Dillen d.d. 10 fehruari 1981 (N.) :
Question 0° 160 de M. Dillen du 10 février 1981 (N.) :
Openbaar vervoer. - M./. F.A. - Rijkstussenkomst.
Transports publics. - M./. F.A. - Intervention de l'Etat.
ln Antwerpen heerst ontstemminq omdat de M.I. V.A. de
dienstverlening, waarover reeds geklaagd werd, in aanzienlijke
mate heeft ingekrompen, niet alleen bij het personeel dat ontslagen werd, maar ook bij de gebruikers van het openbaar vervoer.
Le mécontentement règne à Anvers, où la « Maatschappij
,·oor Intercommunaal Vervoer te Antwerpen-M.I.V.A. » a considérablement réduit les services. q_11i prt·taÎP11t d,~_jit :'i dl'~ dnl,~ances, aussi bien parmi le personnel licencié que de la part des usaµ:ers des transports publics.
li faut bien constater, en effet, que Bruxelles bénéficie d'un
traitement préférentiel par rapport à Anvers. L'Etat rembourse
aux transports publics d'Anvers 2/3 seulement des frais contre
3/4 à ceux de Bruxelles. Normalement, le prix des billets pourrait donc être réduit de 25 % à Anvers.
Er moet vastgesteld worden dat Brussel ten opzichte van
Antwerpen een voorkeursbehandeling krijgt. lmmers waar in
Antwerpen het openbaar vervoer slechts 2/3 van zijn kosten
terugkrijgt van de Staat, ontvangt Brussel 3/4. Normaal zou de
prijs die in Antwerpen aan de reizigers wordt gevraagd dus met
25 % moeten kunnen worden verlaagd.
Graag vernamen we van de heer Minister welke de oorzake11
waren van deze manke verhouding en welke maatregelen in de
toekomst zullen genomen worden om hieraan een einde te
stellen?
Antwoord : Sedert vele jaren zijn de inkomsten bij de
Maatschappijen voor het intercommunaal vervoer ontoereikend
om hun uitgaven te dekken, en worden de tekorten in de
exploitatierekeningen door de Staat ten laste genomen.
De dekkingsgraad van de uitgaven door de inkomsten verschilt bij de verschillende maatschappijen door diverse factoren : de gemiddelde afgelegde afstand ~per reiziger, uitbating
met trams of bussen, met metro of premetro, lokale omstandigheden, verdeling van het aantal reizigers volgens de verschillende plaatsbewijzencategorieën, enz.
ln 1980 werden de tussenkomsten in de tekorten beperkt. De
geraamde exploitatiekosten overtroffen deze toegestane bijpassing. Hierdoor moest M.I.V.A. allerlei rationalisaties doorvoeren
Cette présentation, qui remonte déjà à une vingtaine d'années, répond aux exigences émises par les Etats arabes pour les
documents à diffuser dan.s ces Etats.
Je n'ai pas connaissance d'une manifestation de désaccord de
la part des autorités israéliennes.
Cette mesure pratique et généralisée n'entache pas les engagements souscrits par les Etats vis-à-vis d'Israël.
Monsieur le Ministre pourrait-il nous dire quelles sont les
raisons de cette discrimination et quelles mesures il prendra
11our y mettre fin?
Réponse : Depuis de nombreuses années, les recettes des
Sociétés de transports intercommunaux sont insuffisantes pour
rnuvrir les dépenses et les déficits des comptes d'exploitation
~ont pris en charge par l'Etat.
Le taux de couverture des dépenses par les recettes diffère
d" une société à l'autre suite à divers facteurs : la distance
moyenne parcourue par voyageur, l'exploitation par tramway
11u autobus, par métro ou prémétro, les circonstances locales, la
. répartition du nombre des voyageurs d'après les différentes
1·atégories de titres de transport, etc.
En 1980, l'intervention dans les déficits a été limitée. Les
rnûts d'exploitation estimés dépassaient l'intervention allouée.
De ce fait, la M.I. V .A. dut prendre diverses mesures de ratio-
2306
Vragen en Antwoorden - Kamer -
onder andere via het inkrimpen van de diensten door een personeelsvermindering. Dit gebeurde door het niet vervangen van
personeel dat de maatschappij verliet of van personeel dat op
rust of op brugpensioen ging.
ln dit opzicht client opgemerkt dat de vermindering van he1
globaal personeelseffectief in 1980 kleiner is dan de personeelsbreidingen die gedaan werden gedurende de drie voorgaandl'
jaren; inzonderheid indien men rekening houdt dat in 1980 he1
personeel van de beweging van het regime van de 35 uur naar
dit van de 38 uur week is overgegaan.
31 decemher 1977: 1.265;
31 decemher 1978: 1.401;
31 december 1979 : 1.493;
31 december 1980: 1.317.
Mijn administratie onderzoekt voor elk der 6 maatchappije11
voor intercommunaal vervoer en voor de N.M.V.B. geval per
geval elke lijn ten einde een verbetering van de rentabiliteit na fr
streven.
lk houd er aan te benadrukken dat de M.I.V.B. evenmin vau
deze bezuinigingsmaatregelen gespaard bleef, waar ook belangrijke maatregelen dienden genomen te worden.
Questions et Réponses - Chambre
(23)
nalisation entre autres par une réduction des services suite à une
diminution de l'effectif du personnel. Celle-ci se réalisa par le
non remplacement du personnel qui quittait la société ou qui
prenait sa pension ou sa prépension.
Il faut à cet égard souligner que cette diminution du volume
global du personnel en 1980 est plus réduite que l'accroissement
enregistré au cours des trois années précédentes, surtout si l'on
tient compte que le personnel du mouvement est passé, pour
1980, d'un régime de 35 heures à celui des 38 heures/semaine.
31 décembre 1977 : 1.265;
31 décembre 1978: 1.401;
31 décembre 1979; 1.493;
:31 décembre 1980: 1.317.
Pour chacune des 6 sociétés intercommunales et la S.N.C.V.,
mon administration examine les lignes cas par cas afin de
rechercher une amélioration de la rentabilité des lignes.
Je tiens également à préciser que les restrictions n'ont pas
ép~rgné la S.T.I.B., où des mesures importantes ont aussi été
pnses.
Vraag nr. 162 van de heer Durgeon d.d. 10 februari 1981
(Fr.):
Question n° 162 de M. Durgeon du 10 février 1981 (Fr.) :
Vermindering op het spoor. - Uitbreiding tot de E.E.G. -Landen.
Réductions sur les chemins de fer. membres de la C.E.E.
België en andere landen van de Gemeenschap staan aan
oorlogsslachtoffers en personen van de derde leeftij d verminderingen op het spoorwegnet toe.
Acht de achtbare Minister het niet wenselijk die maatregel
eenvormig te maken en te veralgemenen zodat oorlogsslachtoffers en personen van de derde leeftijd uit de E.E.G.-landen op
het hele spoorwegnet van de tien Lid-staten verminderingen
kunnen genieten ?
Heeft de heer Minister reeds contacten genomen om aan dir
eis tegemoet te komen ?
La Belgique, ainsi que d'autres pays de la Communauté,
accorde des réductions sur le réseau du chemin de fer à ses victimes de guerre et aux personnes du 3m• âge.
L'honorable Ministre n'estime-t-il pas qu'il serait souhaitable •
d'uniformiser et de généraliser cette mesure, afin que les victimes de guerre et les personnes du 3m• âge ressortissants de la .
C.E.E. puissent bénéficier de réductions sur l'ensemnle du
réseau du chemin de fer des dix Etats-membres ?
A-t-il déjà pris des contacts pour rencontrer cette revendica- .
tion ?
•
Antwoord : De vermindering op de spoorwegtarieven toegestaan om vaderlandslievende redenen aan bepaalde categorieën
van personen vallen tot nog toe onder de bevoegdheid van de
staten waartoe die personen behoren.
Daar deze beschikkingen van land tot land verschillen is het
te vroeg om te overwegen ze op korte termijn te harmoniëren op
het vlak van de E.E.G.
Ook de tariefverminderingen toegekend aan de personen van
de 3de leeftijd verschillen sterk van land tot land. Nochtans
werd in het kader van de Wederzijdse erkenning van de redurtie-kaarten « 3de leeftijd » een eerste resultaat bereikt met de
invoering in 1980 van een verminderingskaart « Senior International » uitgereikt door de N.M.B.S.
Mits betaling van een geringe prijs (500 fr. per jaar of 200 fr.
per trimester); laat die kaart toe aan de personen woonachtig in
België, ten minste 65 jaar oud voor de mannen, 60 jaar voor de
vrouwen, internationale heen- en terug-biljetten van 1ste of van
2de klasse te verkrijgen, met .een vermindering van :
-
50 % voor de Belgische, Luxemburgse, Nederlandse, Franse.
Spaanse en Portugese trajecten;
- 30 % voor de 'Duitse trajecten (R.F.A.) en de zeetrajecten
van de Kanaaloverzetdiensten.
Gelijkaardige kaarten, uitgereikt door de vreemde netten die
aan dit akkoord deelnemen, zijn erkend door de N.M.B.S.
Extension aux Etats-
1
Réponse : Les réductions accordées sur les tarifs ferroviaires
1
à certaines catégories de citoyens pour raisons patriotiques sont
jusqu'à présent de la compétence des Etats dont ces citoyenS'
sont ressortissants.
Ces dispositions étant très différentes de pays à pays, il es~
prématuré d'envisager à court terme leur harmonisation au ni-,
veau de la C.E.E.
De même, les réductions tarifaires accordées aux personnet
du 3m• âge varient fortement de pays à pays. toutefois un premie~
résultat a été obtenu dans la voie de la reconnaissance réciprol
que des cartes de réduction « 3m• âge » par la création en 198(!
d'une carte « International Senior» émise par la S.N.C.B.
Moyennant paiement d'un prix minime (500 F par an on
200 F pour un trimestre), cette carte permet aux personnes
résidant en Belgique, âgées de 65 ans au moins pour l~s
hommes, 60 ans pour les femmes, d'acquérir des billets interna.1tionaux aller-retour de 1•• ou de 2• classe, comportant une
réduction de :
•
50 % pour les parcours belges, luxembourgeois, néerlandai~,
français, espagnols, portugais;
30 % pour les parcours allemands (R.F.A.) et les traj~ts
maritimes des services transmanche.
'
Les cartes similaires émises par les réseaux étrangers partic,ipant à cet accord sont reconnues par la S.N.C.B.
1
111
1
1
1
17 maart 1981 -
17 mars 1981
(23)
2307,
Ten slotte client het initiatief aangestipt genomen door
zeventien Europese spoorwegnetten die sedert 1979 een kaart
« lnterrail Senior » hebben ing~voerd, die toelaat aan de personen van ten minste 65 jaar voor de mannen en 60 jaar voor de
vrouwen, 50 % vermindering te bekomen in het land van uitreiking en vrij vervoer geeft op de lijnen van de anden·
deelnemende netten.
De prijs van die kaart, geldig 1 maand, bedraagt 8.340 fr. in
1ste klasse en 5.560 fr. in 2de klasse.
Enfin, il a lieu de signaler l'initiative prise depuis 1979 par
dix-sept réseaux ferroviaires européens qui ont créé une carte
« lnterrail senior» permettant aux personnes âgées de 65 ans au
moins pour les hommes, 60 ans pour les femmes, d'obtenir
50 % de réduction dans le pays cl' émission et la libre circulation
sur les lignes des autres réseaux participants.
Vraag nr. 167 van de heer Gabriels d.d. 10 februari 1981
(N.) :
Question n° 167 de M. Gabriels du 10 février 1981 (N.) :
N.M.B.S. -
S.N.C.B. -Ateliers à Hasselt.
Werkplaatsen te Hasselt.
Geruchten doen de ronde dat de werkplaatsen van d,·
N.M.B.S. te Hasselt zouden opgedoekt worden daar de elektrische treinstellen zouden hersteld worden in werkplaatsen t1•
Wallonië. Hierdoor zouden een 150-tal betrekkingen te Hasselt
wegvallen.
Kan de Minister me mededelen of deze geruchten juist zijn
aangezien op de lijn Hasselt-Antwerpen binnenkort zal gerede11
worden met deze elektrische treinstellen?
Indien deze geruchten juist zijn, waarom worden deze treinstellen dan hersteld in Wallonië?
Le prix de cette carte, valable un mois, est de 8.340 F en 1r•
classe et 5.560 F en 2m• classe.
Selon certaines rumeurs, les ateliers de la S.N.C.B. à Hasselt
fermeraient leurs portes puisque les trains électriques seraient
dorénavant réparés dans les ateliers de Wallonie. Cela entraînerait la suppression de quelque cent cinquante emplois à Hasselt.
Monsieur le Ministre pourrait-il me dire si ces informations
sont exactes, compte tenu du fait que ces trains électriques
circuleront bientôt sur la ligne Hasselt-Anvers?
Dans l'affirmative, pourquoi ces trains seront-ils réparés en
Wallonie?
Antwoord : Er is geenszins sprake de tractiewerkplaats
Hasselt te ontmantelen na de elektrificatie van de as AntwerpenHasselt-Aachen.
De geleidelijke vermindering der dieseltractie zal in de mat,·
van het mogelijke gecompenseerd worden door onderhoudRwerken aan elektrisch tractiematerieel.
Deze omschâkeling is vervat in een algemeen reorganisatieplan dat betrekking heeft op het totaal park tractiematerieel e11
bijgevolg ook op al de tractiewerkplaatsen van het net.
Dit plan ligt ter studie en aan de hand van de huidig,·
beschikbare gegevens kunnen nog geen juiste cijfers verstrek t
worden.
Réponse : Il n'est nullement question de démanteler l'atelier
de traction de Hasselt après l'électrification de l'axe AnversHasselt-Aachen.
La réduction progressive de la traction diesel sera compensée
dans toute la mesure du possible par des travaux d'entretien du
matériel de traction électrique.
Cette reconversion entre dans le plan général de réorganisation qui concerne le parc total des engins de traction et par voie
de conséquence tous les ateliers traction du réseau.
. Ce plan est à l'étude et les données dont on dispose pour
l'instant ne permettent pas de fournir des chiffres précis.
Vraag nr. 171 van de heer Poma d.d. 11 februari 1981 (N.) :
Question n° 171 de M. Poma du 11 février 1981 (N.) :
Woone,f.
Clos résidentiels.
Het woonerf werd bij koninklijk besluit van 23 juni 1975
geregeld.
Gaarne vernam ik in welke gemeenten een woonerf :
1. tot stand kwam;
2. gepland werd?
Le clos résidentiel est réglé par arrêté royal du 23 juin 1975.
Je souhaiterais savoir dans quelles communes un clos résidentiel a été :
1. réalisé;
2. prévu?
Antwoord : Ik heb mijn diensten opgedragen zo vlug mogelijk
de gevraagde inlichtingen op te zoeken. Anderzijds zullen deze.
gezien hun omvang, rechtstreeks aan het geacht Lid worden
toegezonden.
Réponse : J'ai chargé mes services de rechercher le plus
rapidement possible les renseignements demandés. D'autre
part, compte tenu de leur ampleur, ceux-ci seront communiqués
directement à l'honorable Membre.
Vraag nr. 172 van de heer Caudron d.d. 11 februari 1981.
Question n° 172 de M. Caudron du 11 février 1981 (N.) :
Voeren. - Administratieve afhankeliJkheid.
Fourons. -
Graag vernam ik van de heer Minister van welke diensten
(ook adressen), instellingen, overheden of intercommunales de
gemeente Voeren afhangt voor wat betreft :
J'aimerais savoir de quels services, organismes, autorités et
intercommunales (avec mention des adresses) relève la commune de Fourons en ce qui concerne :
Organisation administrative.
2308
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
1. de autokeuring-inspectie;
2. openbaar vervoer?
Antwoord:
1. De gemeente Voeren is voor wat de automobielinspectil'
betreft, ingedeeld bij het ~ontrolestation nr. 53, P.V.B.A. « A11toveiligheid » steenweg op Luik 350 te 3870 Heers (Limburg\
De aanvraag kunnen gebruikers uit bedoelde gemeente hun
voertuig( en) ook aanbieden in het controlestation nr. 92
P.V.B.A. « Autosécurité » route de Dolhain te 4800 Verviers.
2. De gemeente Voeren wordt bediend door de volgende
openbare autobuslijnen :
39b : Tongeren-Visé-Voeren;
376 : Visé-Voeren-Maastricht;
39c: Visé-Voeren-Montzen-Welkenraedt;
38a : Verviers-Battice-Aubel-Voeren.
De lijnen nrs. 39b en 376 hangen af van de N.M.V.B., Groep
Limburg, Grote Breemstraat 4, 3500 Hasselt, terwijl de lijnen
39c en 38a beheerd worden door de N.M.V.B., Groep Luik, nu·
St. Nicolas 70, 4000 Luik.
(23)
1. l'inspection automobile;
2. les transports en commun?
Réponse : En ce qui concerne l'inspection automobile, la
t'oomune des Fourons relève de la zone d'action de la station de
contrôle n° 53 P.V.B.A. « Autoveiligheid » steenweg op Luik,
350, 3870 Heers.
Sur demande, les usagers de la localité en cause peuvent
néanmoins présenter leur(s) véhicu~e(s) à la station de contrôle
n° 92, « Autosécurité » S.P .R.L., iroute de Dolhain à 4800
Verviers.
1
•
2. La commune des Fourons est desservie par les lignes
publiques d'autobus suivantes :
39b: Tongres-Visé-Fourons;
376 : Visé-Fourons-Maastricht;
39c : Visé-Fourons-Montzen-Welkenraedt;
38a : Verviers-Battice-Aubel-Fourons.
Les lignes n°• 39b et 376 dépendent de la S.N.C.V., Groupe du
Limbourg, Grote Breemstraat 4, 3500 Hasselt, tandis que les
lignes 39c et 38a sont régies par la S.N.C.V., Groupe de Liège,
me Saint-Nicolas 70, 4000 Liège.
Vraag nr. 173 van de heer Dejardin d.d. 11 februari 1981
(Fr.) :
Question n° 173 de M. Dejardin du 11 février 1981 (Fr.):
Belgavia. - Diensten en personeel.
Belgavia. - Services et personnel.
De concessie-overeenkomst tussen de Regie der Luchtwegen
en de firma Belgavia betreffende bijstand aan de gewestelijke
luchthavens en aan Brussel-Nationaal bevat in de artikelen 9,
10 en 11 de verplichtingen van de concessiehouder.
Zij houden de vaststelling in van algemene tarieven, dt•
aanwezigheid van materieel en die van personeel.
1. Waarom zijn die tarieven dezelfde in aile luchthavens
terwijl de verstrekte diensten verschillen?
2. Waarom worden de geleverde prestaties niet gefactureerd ~
3. Welke diensten verleent Belgavia op Brussel-Nationaal.
respectievelijk, Deurne, Oostende, Gosselies en Luik-Bierset?
Le contrat de concession entre la R. V .A. et la firme Belgavia
concernant la fourniture d'assistance aéroportuaire aux aéroports régionaux et de Bruxelles-National énonce, par ses articles
9, 10 et 11, les obligations du concessionnaire.
Ils impliquent l'établissement de tarifs généraux, la présence
de matériel et de personnel.
1. Pourquoi ces tarifs sont-ils identiques dans tous les
aéroports alors que les services rendus sont différents?
2. Pourquoi ne facture-t-on pas les prestations exécutées?
3. Quels sont les services prestés par Belgavia, respectivement
à Bruxelles-National, Deurne, Ostende, Gosselies et LiègeBierset?
4. Quel est le personnel de Belgavia en service à Bruxelles- i
National et dans chacun des aéroports régionaux?
4. Welk personeel heeft Belgavia in dienst op Brussel-Nationaal en op elke van de gewestelijke luchthavens?
Antwoord:
Réponse:
1. Les tarifs généraux publiés qui sont établis sur une base
1. De gepubliceerde algemene tarieven die op een commerciële basis worden vastgesteld, zijn identiek voor aile luchthavens commerciale, sont identiques pour tous les aéroports afin d'éviter toute forme de discrimination.
teneinde iedere vorm van discriminatie te vermijden.
2. Les prestations fournies sont facturées selon les tarif~
2. De geleverde prestaties worden gefactureerd volgens de
algemene tarieven die een reeks prestaties omvatten geschikt généraux contenant une série de prestations appropriées ~
l'assistance aéroportuaire d'un avion déterminé.
i,11
voor de afhandeling van een bepaald vliegtuig.
Les
prestations
complémentaires
sont
portées
en
compt1r
De prestaties die daarnaast worden geleverd, worden in
rekening gebracht overeenkomstig de gepubliceerde tariefrege- conformément à la tarification publiée.
ling.
3. Sur chacun des aéroports visés, Belgavia accorde sans
3. Belgavia verleent op de bedoelde luchthavens, zonder
distinction et pour autant que les circonstances locales l' exigen~,
onderscheid en voor zover de lokale omstandigheden het vergen,
les services énumérés dans l'objet de sa concession.
de diensten opgesomd in het voorwerp van de concessie.
11
Toutefois, ces services peuvent varier selon l'importance cl~$
Deze diensten kunnen nochtans verschillen naargelang de
belangrijkheid van de door Belgavia op elke luchthaven gedane , investissements réalisés par Belgavia dans chaque aéroport ql'~i
investeringen die vooral rekening houden met het verkeersvo- tiennent compte notamment du volume de trafic.
lume.
4. En 1980, la moyenne des effectifs Belgavia, sur chacun drps
4. Het gemiddeld personeelsbestand in 1980 deed zich op elk
der luchthaven voor ais volgt :
=.................................... :r:s
Antwerpen : .. .. ... .. .... .. ... .. ... .. ... .. ... ... ...... ..... .. .. .... .. .. .... .. ..... ... ..
3
Brussel-Nationaal: ................................................................. 159 Bruxelles-National:............................................................... 1~9
Charleroi: ................................................................... niet bepaald Charleroi : ..................................................................... non défini
5
Luik: .....................................................................................
5 L.,
25
Oostende : ... ... .. ... ... ... .. ... .. ... .. ... . ..... . .... . .... . .... ... ... .. .. .... ... ........ 25
~::!r:~~.'. ~~.~~~.~~~~~~~. ~~~~.~.~~~.
11
o~:~:d~··=·::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::
17 maart 1981 -
17 mars 1981
(23)
2309
Vraag nr.174 van de heer Dejardin d.d. 11 februari 1981
(Fr.) :
Question n° 174 de M. Dejardin du 11 février 1981 (Fr.) :
Belgavia. - Monopolie.
Belgavia. - Monopole.
De Regie der Luchtwegen heeft op 15 januari 1980 een
nieuwe concessieakte, immatriculatienummer 8.01.27/4bis, ondertekend betreffende bijstand aan de luchthavens BrusselNationaal, Oostende, Antwerpen-Deurne, Luik-Bierset en Charleroi-Gosselies, met uitzondering van brandstof- en smeermiddelenvoorziening.
ln feite gaat het om de gezamenlijke activiteiten die in het
technisch jargon « handling » en « catering >> worden genoemd
en het is een echt monopolie dat aan de Antwerpse firma Belgavia wordt toegekend.
Volgens artikel 2 van de overeenkomst, wordt de concessie
verleend voor een termijn van dertig jaar, die op 1 oktober 1980
ingaat en op 30 september 2010 eindigt.
Het vorig contract nu, met een termijn van tien jaar, eindigde
pas op 31 december 1982.
1. Waarom die overhaasting om, in deze tijd van snelle
wijzigingen en veranderingen met name in de techniek, aan een
particuliere firma zo 'n monopolie over het gehele grondgebied
toe te kennen?
'·
2. Waarom de duur van de concessie van tien op dertig jaar
gebracht?
3. Is het juist dat het de prijs was die Belgavia vroeg ter
compensatie van grote investeringen voor Brucargo, waarvan de
volledige verwezenlijking zeker tot gevolg zal hebben elke
decentralisering van het luchtvrachtvervoer naar de gewestelijke
vliegvelden onmogelijk te maken?
4. Welke waarborgen stortte de concessiehouder?
La Régie des Voies aériennes a signé le 15 janvier 1980 un
nouvel acte de concession, immatriculé n° 8.01 .27 /4bis, concernant la fourniture cl' assistance aéroportuaire aux aéroports de
Bruxelles-National, Ostende, Anvers-Deurne, Liège-Bierset et
Charleroi-Gosselies, à l'exclusion du ravitaillement en carburant et en lubrifiants.
Cela concerne en fait l'ensemble des activités reprises dans le
langage technique sous les appellations « handling » et « catering » et il s'agit d'un réel monopole offert à la firme Belgavia
sise à Anvers.
Selon l'article 2 du contrat, la concession est accordée pour
une période de trente ans, prenant cours le 1er octobre 1980 pour
se terminer le 30 septembre 2010.
Or, le contrat précédent, qui portait sur une période de dix
ans, ne venait à échéance que le 31 décembre 1982.
1. Pourquoi cette précipitation, dans cette ère des changements et mutations rapides notamment technique, à offrir à une
firme privée un tel monopole sur tout le territoire national?
5. Welke termijn is voor de concessiehouder gesteld om
artikel 10, eerste lid, betreffende de uitrusting van alle luchthavens na te leven?
6. Waarom is die overeenkomst niet voorgelegd aan de Raad
van advies van de Regie der Luchtwegen, waarin de vijf grote
agglomeraties zijn vertegenwoordigd?
5. Quel est le délai _mis au concessionnaire pour le respect
intégral de l'article 10, alinéa 1, concernant l'équipement de
tous les aéroports?
6. Pourquoi ce contrat n'a-t-il pas été soumis au Conseil
consultatif de la R. V .A. où les cinq grandes agglomérations sont
représentées?
Antwoord : De concessiehandling verleend aan de firma
Belgavia, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is op de
Nationale Luchthaven, vormt eigenlijk geen monopolie zoals
reeds uiteengezet in het antwoord op de parlementaire vraag nr.
132 d.d. 16 maart 1978 van de heer Laridon (bulletin van
Vragen en Antwoorden, Kamer, 11 april 1978).
Voor de vaststelling van de duur van deze concess_ie werd
rekening gehouden met de belangrijkheid van de. door gezegde
firma gedane investeringen voor de verwezenlijking van de
nodige installaties voor de vrachtbehandeling in de zone Brucargo.
Belgavia heeft een bankgarantie gestort van meer dan
100.000 fr. en haar minimumbasisvergoeding werd verviervoudigd.
Met betrekking tot de verplichting voortvloeiende uit artikel
10, lid 1, van de concessie, moge ik het geacht Lid verwijzen
naar de antwoorden gegeven op de parlementaire vragen nr. 60
van 14 november 1979 van de heer Volksvertegenwoordiger
oops (bulletin van Vragen en Antwoorden, Kamer, 11 december
1979) en nr. 99 van 2 januari 1981 van de heer Volksvertegenwoordiger Vansteenkiste (bulletin van Vragen en Antwoorden.
Kamer, 27 januari 1981).
Deze aangelegenheid valt niet onder de bevoegdheid van het
Comité van advies wiens roi bepaald wordt in artikel 3 van het
statuut van het organisme (koninklijk besluit van 5 oktober
1970 verschenen in het Belgisch Staatsblad van 5 november
Réponse : La concession de « handling » octroyée à la firme
Belgavia dont le siége social se situe à l'aéroport de BruxellesNational ne constitue pas à vrai dire un monopole ainsi que cela
a été exposé dans la réponse à la question parlementaire n° 132
du 6 mars 1978 de M. Laridon (bulletin des Questions et
Réponses, Chambre, 11 avril 1978).
La durée de cette concession a été fixée compte tenu de
l'importance des investissements effectués par ladite firme pour
la réalisation d'installations nécessaires à la manipulation du
fret dans la zone Brucargo .
2. Pourquoi avoir porté la durée de la concession de dix à
trente ans?
3. Est-il exact que ce fut le prix exigé par Belgavia en
compensation de ses investissements importants pour Brucargo,
dont la réalisation totale aura certainement pour effet de
condamner toute décentralisation du transport aérien de fret
vers les aéroports régionaux?
4. Quelles furent les garanties versées par le concessionnaire?
•
Belgavia a déposé une garantie bancaire de plus de 100.000 F
et sa redevance minimum de base a été quadruplée.
En ce qui concerne l'obligation résultant de l'article 10, alinéa
1"', de la concession, l'honorable Membre est invité à se référer
aux réponses données aux questions parlementaires n° 60 du 14
novembre 1979 de M. le Député Knoops (bulletin des Questions
et Réponses, Chambre, 11 décembre 1979) et n° 99 du 2 janvier
1981 de M. le Député Vansteenkiste (bulletin des Questions et
Réponses, Chambre, 27 janvier 1981).·
La matière n'est pas de la compétence du Comité consultatif
dont le rôle est défini dans l'article 3, du statut de l'o_rganisme
(arrêté royal du 5 octobre 1970 publié au Moniteur belge du
5 novembre 1970).
1970).
293
2310
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Questions et Réponses - Chambre
(23)
Vraag nr. 175 van de heer Kuijpers d.d. 2 februari 1981
(N.):
Question n° 175 de M. Kuijpers du 12 février 1981 (N.) :
N.M.B.S. - Lijn Vilvoorde-Brussel -
S.N.C.B. -Ligne Vilvorde-Bruxelles -
Trein nr. E 2199.
Train n° E 2199.
C'est comme interprète d'un groupe d'usagers mécontents du
Het is in naam van misnoegde reizigers van de trein E 2199 op
de lijn Vilvoorde-Etterbeek-Brussel met vertrek te Vilvoorde om train n° E 2è99, qui quitte Vilvorde à 8 h 03 à destination
8 u 03, dat ik mij tot de achtbare Minister wend in de loop dat' d'Etterbeek et de Bruxelles, que je m'adresse à l'honorable
hij een spoedige en positieve oplossing zal willen nastreven voor Ministre dans l'espoir qu'il trouvera rapidement une solution au
de chronische vertraging waarmee deze trein nu reeds maanden ·retard chronique que le convoi assurant cette liaison subit à
présent depuis de nombreux mois.
rijdt tussen Vilvoorde en Brussel.
Ce retard atteint en moyenne cinq' minutes.
De gemiddelde vertraging bedraagt ± 5 minuten.
La direction de la S.N.C.B. le sait, mais elle n'a apparemment
De N.M.B.S.-directie is op de hoogte van dit chronisch
verschijnsel, maar geeft blijkbaar nog altijd niet de passende pas encore trouvé le remède approprié.
medicijn gevonden.
C'est ce qui m'incite à demander à l'honorable Ministre
Reden waarom ik aan de achtbare Minister wens te vragen
welke maatregelen hij zal nemen om trein nr. E 2199 volgens quelles mesures il se propose de prendre pour assurer la
circulation du train n° E 2199 selon l'horaire prévu.
zijn voorziene tijdsschema te doen rijden.
Antwoord : De huidige vertraging van de treinen vindt vooral
haar oorsprong in de veelvuldige werven, tengevolge van een
versnelde elektrificatie van het net, en in de saturatie van de
N.Z.-verbinding en de toegangswegen naar Brussel.
Normaal zal deze toestand op korte termijn niet verbeteren.
De N.M.B.S. stelt echter alles in het werd om de opgelopen
vertraging tot een minimum te herleiden.
Réponse : Les retards actuels des trains trouvent leur origine
dans les nombreux chantiers créés pour les électrifications
accélérées du réseau, ainsi que dans la saturation de la jonction
N.-M. et des voies d'accès à Bruxelles.
Cette situation ne pourra normalement pas s'améliorer à
court terme.
La S.N.C.B. met cependant tout en œuvre pour réduire les
retards au minimum.
Vraag nr. 176 van de heer Kuijpers d.d. 12 februari 1981
(N.):
Question n° 176 de M. Kuijpers du 12 février 1981 (N.) :
N.M.B.S. trix.
S.N. C.B. - Liaison touristique Anvers-Namur-Bertrix.
Toeristische verbinding Antwerpen-Namen-Ber-
Het spoorboekje vermeldt op blz. 7 en 8 de nieuwigheden die
tijdens de periode van 1 juni 1980 tot 30 mei 1981 worden
ingevoerd, waaronder een rechtstreekse verbinding naar de
Maasvallei en de Ardennen op zon- en feestdagen van 1 juni
1980 tot 27 september 1981 vanuit Antwerpen (mits onmiddellijke overstap te Brussel-Noord) en Brussel via Namen en
Dinant naar Bertrix, met ongeveer dezelfde regeling 's avonds in
de tegengestelde richting.
• Inderdaad, bij de terugrit stopt deze trein eveneens in
Gembloers en Ottignies.
L'indicateur des chemins de fer mentionne aux pp. 7 et 8 les
nouveaux services assurés pendant la période du 1er juin 1980 au
30 mai 1981. Y figure, les dimanches et jours fériés, du 1" _juin
1980 au 27 -se-ptembre 1981, au d-épart d'Anvers et avec 1·111-rf's- ';
pondance immédiate à Bruxelles-Nord, une liaison directe, via
Namur et Dinant, avec la vallée de la Meuse et les Ardennes, la
gare de destination étant Bertrix.
1
Daar ik veronderstel dat dit experiment het komende toeristische seizoen zal worden verdergezet, zou ik willen suggereren de
morgenverbinding eveneens in Ottignies te laten stoppen. Op die
manier zouden de reizigers uit de Leuvense regio en van de lijn
nr. 139 (mits een overstapje van trein nr. E 7458 in Ottignies)
deze trein ook kunnen gebruiken voor hun uitstappen naar de
Maasvallei en de Ardennen.
Kan de achtbare Minister dit voorstel onderschrijven?
Le voyage de retour, le soir, s'effectue quasiment dans les
mêmes conditions, à ceci près que le train s'arrête également à
Gembloux et Ottignies.
Comme je suppose que l'expérience sera poursuivie au courEi
de la prochaine saison touristique, je me permets de vous sugli
gérer de prévoir un arrêt à Ottignies le matin également. Ainsi~:
les voyageurs de la région de Louvain et ceux de la ligne n° 13~
pourraient, en descendant du train n° E 7 458 à Ottignies;
prendre, eux aussi, le train touristique pour excursionner dam;
la vallée de la Meuse et les Ardennes.
•
Vous plairait-il de souscrire à ma proposition?
Antwoord : Vanaf 31 mei eerstkomend zal op zondag de
voorziene toeristische verbinding Brussel-Namen-Dinant-Bertrix, verzekerd met trein nr. 933 (Brussel-Zuid 8 u 17-Bertrix
11 u 20) stoppen in het station Ottignies om 8 u 51.
Deze stilstand zal aldus de verplaatsingen van de reizigers van
de streek van Leuven en de lijn nr. 139 (Leuven-Ottignies)
gevoelig vergemakkelijken.
Réponse : A partir du 31 mai prochain la relation touristiqu;t
du dimanche Bruxelles-Namur-Dinant-Bertrix assurée par le
train n° 933 (Bruxelles-Midi 8 h 17-Bertrix 11 h 20) marquer.a
l'arrêt en gare d'Ottignies à 8 h 51.
Cet arrêt offrira ainsi aux voyageurs de la région de Louvain
et de la ligne n° 139 (Louvain-Ottignies) un surcroît de facilit{Js
pour leurs déplacements.
'
1
•
17 maart 1981· -
Vraag nr. 179 van de heer Lenssens d.d. 12 fehruari 1981
17 mars 1981
2311
(23)
Question n° 179 de M. Lenssens du 12 février 1981 (N.):
(N.):
N.M.B.S. - Spoorlifn Lokeren-Dendermonde-Brussel.
S.N. C.B. - Ligne Lokeren-Termonde-Bruxelles.
Mag ik van de heer Minister vernemen wat de preciese
vooruitzichten zijn wat betreft de datum van ingebruikname
van de vernieuwde spoorlijn 57-60 Lokeren-DendermondeBrussel.
Monsieur le Ministre pourrait-il me faire connaître les prévisions exactes en ce qui concerne la mise en service de la lig:pe
modernisée 5 7 -60 Lokeren-Termonde-Bruxelles?
Antwoord : De ingebruikname van de elektrische traktie op
de lijn 57-60 Lokeren-Dendermonde-Brussel, is voorzien voor
31 mei.1981.
Réponse : La mise en service en traction électrique de la ligne
57-60 Lokeren-Termonde-Bruxelles est prévue pour le 31 mai
1981.
Vraag nr. 181 van de heer Tromont d.d. 18 fehruari 1981
(Fr.):
Question n° 181 de M. Tromont du 18 fevrier 1981 (Fr.) :
Pleziervaartuigen. - Stuurmansvergunning.
Bateaux de plaisance. - Permis de pilotage.
ln zijn antwoord op een schriftelijke vraag van een collega in •
Dans sa réponse à une question écrite d'un estimé collègue du
de Senaat (bulletin van Vragen en Antwoorden van de Senaat Sénat (bulletin des Questions et Réponses du Sénat n° 11, du
nr. 11 van 23 december 1980 blz. 388-389), maakt de achtbare 23 décembre 1980, p. 388-389), l'honorable Ministre fait état
Minister gewag van initiatiecursussen zeilen in allerlei centra de cours d'initiation à la voile dispensés dans divers centres du
van het B.L.O.S.O.
B.L.O.S.O.
Kan hij me zeggen of die cursussen enkel in de centra van het
Peut-il me préciser si ces cours ne sont donnés que dans des
B.L.O.S.O. worden gegeven, en zo ja, waarom de gelijkaardige centres du B.L.O.S.O. et dans cette hypothèse, pourquoi les
cursussen in de A.D.E.P.S.-centra niet worden erkend?
cours identiques organisés dans les centres de l'A.D.E.P.S. ne
sont pas reconnus?
Antwoord : Het is inderdaad gebleken dat ook initiatiecursussen voor zeilen worden ingerièht in de nautische centra van
A.D.E.P.S., verspreid in het Franstalig landsgedeelte.
Noch deze cursussen noch deze van B.L.O.S.O. maken het
voorwerp uit van een erkenning of een toezicht vanwege mijn
departement.
Réponse : Il est apparu en effet que des cours d'initiation à la
voile sont également organisés dans les centres nautiques de
l'A.D.E.P.S. dispersés dans la partie francophone du pays.
Ni ces cours ni ceux de B.L.O.S.O. ne font l'objet d'une
reconnaissance,. ou d'un contrôle de la part de mon département.
Vraag nr. 184 van de heer Van Renterghem d.d. 18 fehruari
1981 (N.) :
Question n° 184 de M. Van Renterghem du 18 février 1981
Automobielinspectie. -
Inspection automobile. -
Controle op de uitlaatgassen.
Bij koninklijk besluit van 8 november 1971, betreffende de
beperking van het gehalte aan koolmonoxyde der uitlaatgassen
afgegeven door motorvoertuigen, wordt in artikel 6, onder meer
bepaald dat door de Minister van Verkeerswezen voor de automobielinspectie erkende organismen belast zijn met de controle
op de naleving van de bepalingen van dit besluit, dit ter
gelegenheid van de schouwingen die zij verrichten.
1k stel nochtans vast dat de organismen voor de automobielinspectie deze controle op de uitlaatgassen niet meer verrichten.
Graag had ik desbetreffend van de achtbare heer Minister
vernomen:
1. Waarom er ter gelegenheid van de automobielinspectie
geen CO 2 -controle meer wordt verricht;
2. of er eventueel door andere ambtenaren en/of organismen
controle op de uitlaatgassen van motorvoertuigen gebeurt?
Antwoord:
1. Mijn diensten hadden vastgesteld dat de methode, die
gebruikt werd voor het meten van het CO-gehalte in de uitlaatgassen van voertuigen uitgerust met motoren met elektrische
ontsteking, aanleiding gaf tot betwisting. Inderdaad, factoren
die op het eerste gezicht onbelangrijk lijken kunnen in zeer
sterke mate het Co-gehalte beïnvloeden.
(N.):
Contrôle des gaz d'échappement.
L'article 6 de l'arrêté royal du 8 novembre 1971, relatif à la
limitation de la teneur en monoxyde de carbone des gaz
d'échappement émis au régime du ralenti par les véhicules automobiles équipés d'un moteur à allumage commandé stipule que
les organismes agréés par le Ministre des Communications pour
l'inspection automobile sont chargés de procéder au contrôle des
dispositions du présent arrêté à l'occasion des vérifications
qu'ils effectuent.
Je constate, cependant, que les organismes d'inspection automobile ne procèdent plus à ce contrôle des gaz d'échappement.
Monsieur le Ministre pourrait-il, à ce sujet, me faire savoir :
1. pourquoi l'on ne procède plus à des contrôles du CO 2 à
l'occasion de l'inspection automobile;
2. si, le cas échéant, d'autres fonctionnaires ou organismes
effectuent encore des contrôles des gaz d'échappement des véhicules automobiles?
Réponse:
1. Mes services avaient constaté que la méthode, utilisée pour
mesurer la teneur en CO des gaz d'échappement émis par les
véhicules équipés d'un moteur à allumage commandé, donnait
lieu à des contestations. En effet, des facteurs qui paraissent
sans importance à première vue peuvent influencer très fort la
teneur en CO.
2312
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Derhalve werden de stations voor automobielinspectie einde
1978 ervan verwittigd dat de CO-meting in de stations voorlopig
moest opgeschort worden, totdat betere meetmethodes zouden
uitgewerkt zijn.
Na onderzoek is gebleken dat de weersomstandigheden, de
motortemperatuur en de instabiele motorwerking het COgehalte aanzienlijk kunnen doen variëren. Een correcte meting
zou laboratorium-omstandigheden vergen.
Sinds 1 juni 1980 werd de meting van het CO-gehalte in de
uitlaatgassen hernomen, evenwel zonder invloed op de geldigheid van het schouwingsbewijs. Voor CO-gehaltes hoger dan
4,5 % wordt aan de automobilist een folder overhandigd,
waarin hij aangespoord wordt zich zo vlug mogelijk in regel te
stellen wat betreft het CO-gehalte van zijn voertuig.
2. Zijn gemachtigd voor het meten van het CO-gehalte der in
bedrijf zijnde voertuigen : de ambtenaren bedoeld in artikel 3
van het koninklijk besluit van 1 december 1975, houdende
algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.
ln het kader van de goedkeuring per type van auto's uitgerust
met een motor met elektrische ontsteking, worden betreffende
het uitlaten van verontreinigende gassen door de motor controles verricht volgens de voorschriften van het reglement nr. 15
van Genève (E.E.G.) en de E.E.G.-richtlijnen 70/156/E.E.G.,
70/220/E.E.G. en 74/290/E.E.G. Dit zijn controles op het COen het CH-gehalte. ln ons land is het Laboratorium MechanicaVervoer bij de Koninklijke Militaire School, Renaissancelaan
30, 1040 Brussel hiervoor aangewezen.
I
Questions et Réponses - Chambre
(23)
Par conséquent les stations d'inspection automobile furent
avisées fin 1978 qu'il y avait lieu de suspendre provisoirement
la mesure de la teneur en CO dans les stations jusqu'à ce que des
méthodes de mesure meilleures aient été mises au point.
Après enquête il est apparu que la teneur en CO peut varier
considérablement en fonction des conditions atmosphériques,
de la température du moteur et du fonctionnement instable de
ce dernier, Pour une mesure correcte il faudrait des conditions
de laboratoire.
Depuis la 1er juin 1980 la mesure de la teneur en CO des gaz
d'échappement a été reprise, toutefois sans incidence sur la validité du certificat de visite. Pour des teneurs en CO dépassant
4,5 %, il est remis à l'automobiliste un dépliant l'incitant à se
mett.e en règle le plus tôt possible vis à vis de la teneur en CO de •
son véhicule.
2. Ont le pouvoir de mesurer la teneur en CO des véhicules en '
service : les fonctionnaires visés à l'article 3 de l'arreté royal du
1°' décembre 1975, portant règlement général sur la police de la ,
circulation routière;
Dans le cadre de l'agréation par type de véhicules automobiles
équipés d'un moteur à allumage commandé, il est effectué des
contrôles sur l'émission de gaz polluants par le moteur; ces
contrôles se font suivant les prescriptions du règlement n° 15 de
Genève (C.E.E.) et les directives de la Communauté économique
européenne 70/156/C.E.E., 70220/C.E.E. et 74/290/C.E.E. Il
s'agit là de contrôles sur la teneur en CO et CH. Dans notre pays
cette tâche est assignée au Laboratoire de Mécanique-Transports de l'Ecole royale militaire, avenue de la Renaissance, 30 à
1040 Bruxelles.
1
Vraag nr. 185 van de heer Dejardin d.d. 18 fehruari 1981
(Fr.) :
•
Question n° 185 de M. Dejardin du 18 février 1981 (Fr.):
Luchthaven Bierset. - Statuut.
Aéroport de Bierset. - Statut.
ln het Belgisch Staatsblad van 20 december 1980 verscheen
_e~n koninklijk besluit tot vaststelling van de personeelsformat~e
van de Regie der Luchtwegen, -waaruit blijkt dat luchthavenmeester van Luik-Bierset van de 3de tot de 2de klasse wordt
bevorderd.
ln strijd met wat steeds is beweerd, zowel op regeringsniveau
ais in de Regie der Luchtwegen, slaat die klassering niet
uitsluitend op de persoonlijke situatie van de luchthavenmeester, maar ook op het statuut van het gezamelijke personeel en de
apparatuur.
De huidige toestand van de luchthaven Luik-Bierset is zeer
zorgwekkend in zover de onderklassering van het personeel ten
opzichte van dat in de luchthavens Deurne, Oostende en Gosselies in zijn ogen een bedreiging met diskwalificatie betekent.
Dat zou kunnen leiden tot overplaatsingsverzoeken die een
verantwoord vertrek van bekwaam personeel kunnen meebrengen.
Denkt de Minister niet dat het geboden is de klassering en het
statuut van het personeel van de vier gewestelijke luchthavens
op gelijke voet zou worden gebracht?
Le Moniteur belge du 20 décembre, dans un arrêté royal',
portant sur le statut du personnel de la Régie des Voies
aériennes, a fait connaître la promotion du commandant de
l'aéroport de Liège-Bierset de la 3me à la 2m• classe.
Antwoord : lk vestig de aandacht van het geacht Lid op het
feit dat het koninklijk besluit van 7 november 1980, verschenen
in het Belgisch Staatsblad van 20 december 1980, de luchthavenmeester van de luchthaven van Luik-Hollogne geenszins
gereklasseerd van de 3de naar de 2de klasse.
Het is echter juist dat een principe-akkoorcl is tot stand
gekomen om over te gaan tot deze reklassering. Dit betekent een
eerste stap tot de algemene hervorming van de hiërarchie van de
betrekkingen die rechtstreeks verband houden met het plaatselijk beheer van de luchthavens. ,
1
Contrairement à ce qui a toujours été affirmé, tant au niveau,·
~ouvernemental qu'à la R.V.A., cette classification ne concerne
pas seulement la situation personnelle du commandant de l'aéroport, mais le statut de tout son personnel et son équipement.
La situation actuelle à l'aéroport de Liège-Bierset est fort
préoccupante dans la mesure où le sous-classement du personnel:
par rapport à celui des aéroports de Deurne, Ostende et Gosse 71
lies présente aux yeux de celui-ci une menace de déqualification.'/;1
• • pourrait
• av01r
• comme consequence
'
d es d eman cl es d ft,Il
Cel m-c1
mutation entraînant le départ justifié d'un personnel compétent.
1
Monsieur le Ministre ne pense-t-il pas qu'il s'agirait de mettré
sur un même pied la classification et le statut du personnel de~
quatre aéroports régionaux?
Réponse : J'attire l'attention de l'honorable Membre sur lij;
fait que l'arrêté royal du 7 novembre 1980 paru au Moniteu~
belge du 20 décembre 1980 n'a nullement reclassé de la 3m,•
classe à la 2me classe le commandant de l'aéroport de Liège~
Hollogne.
'
Toutefois, il est exact qu'un accord de principe est interven~
pour opérer ce reclassement qui constitue une première phase d'e
la réforme générale de la hiérarchie des emplois en relatior
directe avec la gestion sur place des aéroports.
17 maart 1981 -
17 mars 1981
(23)
2313
De Regie der Luchtwegen heeft trouwens de vereiste procedure ingeleid met het oog op de bekrachtiging ervan bij koninklijk
besluit.
Eens deze eerste maatregel geregeld zal de ambtenaar, belast
met de leiding van de luchthaven van Luik-Hologne, dezelfde
graad hebben ais de luchthavenmeester van Antwerpen-Deurne.
La Régie des Voies aériennes a d'ailleurs entamé la procédure
nécessaire en vue de sa consécration par arrêté royal.
Staatssecretaris voor de Vlaamse Gemeenschap,
toegevoegd. aan de heer Geens,
Minister van de Vlaamse Gemeenschap
(Mevr. H. De Backer-Van Ocken)
Secrétaire d'Etat à la Communauté flamande,
adjoint à M. Geens,
Ministre de la Communauté flamande
(Mme H. De Backer-Van Ocken)
Vragen waarop niet werd geantwoord
binnen de door het Reglement bepaalde termijn ..
(Art. 71 van het Reglement van de Kamer.)
Questions auxquelles il ri 'a pas été répondu
dans. le délai fixé par le Règlement.
(Art. 71 du Règlement de la Chambre.)
Vraag nr. 22 van de heer Buchmann d.d. 18 fehruari 1981
(N.):
Question n° 22 de M. Buchmann du 18 février 1981 (N.) :
Ministeriële diensten. - Koffiebedeling.
Services ministériels. - Distribution de café.
Het is gebruikelijk dat in de diverse diensten van uw
departement dagelijks een koffiebedeling wordt georganiseerd.
Kan de Minis ter, in verband met deze activiteit, mij meedelen:
1. hoeveel personen belast of betrokken zijn bij de koffiebedeling in zijn departement, en in de parastatale instellingen die
onder zijn bevoegdheid vallen;
Il est d'usage d'organiser dans les différents services du
département une distribution journalière de café.
Monsieur le Ministre pourrait-il, à ce sujet, me communiquer :
2. welke het jaàrlijks verbruik is aan koffie en thee;
3. hoeveel belopen de uitgaven in verband met deze koffiebedeling (personeel, materieel en produkten)?
Lorsque cette première mesure sera appliquée, le fonctionnaire chargé du commandement de l'aéroport de Liège-Hollogne
sera revêtu du même grade que le commandant d'AnversDeurne.
1. le nombre de personnes chargées de la distribution de café,
ou y intervenant d'une façon ou d'une autre, dans son département et dans les institutions parastatales relevant de son
'finistère;
2. la consommation annuelle de café et de thé;
3. les dépenses occasionnées par cette distribution de café
(personnel, matériel et produits)?
Vraag nr. 23 van de heer Valkeniers d.d. 19 februari 1981
(N.):
Question n° 23 de M. Valkeniers du 19 février 1981 (N.) :
Vakbondspremie.
Prime syndicale.
Graag had ik afzonderlijk voor iedere administratie die onder
uw bevoegdheid staat de volgende inlichtingen bekomen inzake
·de syndikale pr.emie. Dit zowel betreffende het jaar 1977 als
1978:
1. aantal hetrokken personeelsleden :
a) in dienst,
b) op rust;
2. aantal afgeleverde formulieren;
3. aantal uitbetaalde forrnulieren per rechthebbende organisatie;
4. overgedragen sommen per rechthebbende organisatie :
a) als uitbetaling aan hun leden,
b) als administratiekosten;
5. werden voor al deze sommen de uitbetaalde formulieren
terug aan de administratie afgeleverd ter staving van het aantal
werkelijke uitbetalingen? Zoniet, waarom niet?
Je vous saurais gré de me fournir, pour chaque ·administration
ressortissant à votre compétence, les données suivantes en ce qui
concerne la prime syndicale, et ce pour les années 1977 et 1978 :
1. nombre de bénéficiaires :
a) en activité de service,
b) mis à la retraite;
2. nombre de formulaires délivrés;
3. nombre de formulaires ayant donné lieu à paiement, par
organisation ayant droit;
•
4. les sommes versées à chaque organisation ayant droit :
a) à titre de paiement à leurs membres,
b) à titre de frais administratifs;
5. les formulaires ayant donné lieu à paiement ont-ils été remis pour toutes ces sommes en vue de justifier le nombre de
paiements réellement effectués? Dans la négative, pourquoi
pas?
2314
Vragen en Antwoorden - Kamer -
Staatssecretaris voor het Brusselse Gewest,
toegevoegd
aan de Minister van bet Brusselse Gewest
(Mevr. C. Goor-Eyben)
Questions et Réponses - Chambre
(23)
Secrétaire d'Etat à la Région bruxelloise,
adjoint au Ministre de la Région bruxelloise
(Mme C. Goor-Eyben)
Vraag nr. ,14bis van de heer Weckx d.d. 11 maart 1981 (N.) :
Question n° 14bis de M. Weckx du 11 mars 1981 (N.) :
Fietspaden. - Zoniënwoud.
Pistes cyclables. - La forêt de Soignes.
Volgens een toelichting bij een landkaart, beschikt het Zoniënwoud over 169 km boswegen, waarvan 17 km waar met de
wagen mag gereden worden, 30 km waarop mag gefietst worden
en 48 km voorbehouden aan paardrijders.
Het minst gevaarlijke en tevens milieuvriendelijkste « vervoermiddel », namelijk de fiets, wordt verhoudingsgewijs stiefmoederlijk behandeld.
Mag ik U verzoeken mij mede te delen of U voor de nabijP
toekomst een vermeerdering van het aantal kilometers fietspaden plant?
Une légende qui accompagne une carte géographique précise
que la forêt de Soignes compte 169 km de chemins forestiers,
dont 17 km sont carrossables, 30 km peuvent être utilisés par
les cyclistes et 48 km sont réservés aux cavaliers.
Proportionnellement, la bicyclette, moyen de locomotion le
moins dangereux et le plus respectueux de l'environnement, est
traitée en parent pauvre.
Vous plairait-il de me faire savoir si vous envisagez d'étendre
dans un proche avenir le nombre de kilomètres de pistes
cyclables?
Antwoord : Ik heb de eer het geacht Lid mede te delen dat d"
fietsers de boswegen mogen nemen, die in de meeste gevalle11
verboden zijn voor paardrijders.
Deze wegen werden over tientallen kilometers geasfalteerd en
aldus toegankelijker gemaakt voor fietsers.
Er werden eveneens fietspaden aangelegd langsheen de grote
verkeersaders (Tervuerenlaan, Waterloosesteenweg, Terhulpsesteenweg), wat het huidige fiestswegennet in het Zoniënwoud op
meer dan 200 km brengt.
Daar de meeste fietspaden in de richting Noord-Zuid werden
aangelegd, worden op dit ogenblik de mogelijkheden van een
Oost-Westas onderzocht.
Bovendien werd bij de bouw van de nieuwe wegtunnel op het
kruispunt van de R. W. 227 en 4 (het kruispunt Léonard te
Oudergem), voorzien in 2 afzonderlijke tunnels, speciaal bestemd voor het fietsverkeer in de richting Brussel-Wa ver.
Tenslotte, wordt de aanleg gepland van een aanvullend
fietspad langsheen de Lorrainedreef (1.200 m) alsmede de
modernisering en de verbreding van het bestaand fietspad in de
nabijheid van de Lorrainedreef en het pad van de Kleine Hut
(1.600 m en de aanleg van een verbindingsfietspad met de
Waterloosesteenweg, langsheen de Sint-Hubertusdreef ( 100 m).
Anderzijds is de aanleg van een fietspad in het Zoniënwoud,
evenwijdig met de R. W. 227 in studie.
Réponse: J'ai l'honneur de faire savoir à l'honorable Membre
que les cyclistes sont autorisés à emprunter les chemins forestiers qui, dans la plupart des cas, sont interdits aux cavaliers.
Ces chemins ont été asphaltés sur des dizaines de kilomètres
et rendus ainsi plus accessibles aux cyclistes.
Des pistes cyclables ont également été construites le long des,
grands axes routiers (avenue de Tervueren, chaussée de Water~
loo, chaussée de La Hulpe), ce qui porte à plus de 200 km lei
réseau cycliste actuel dans la Forêt de Soignes.
La plupart des pistes cyclables étant construites dans le sern,
Nord-Sud, la possiblilité d'un axe Est-Ouest est à l'étude.
Staatssecretaris voor de Vlaamse Gemeenschap,
toegevoegd aan de heer Geens,
Minister van de Vlaamse Gemeenschap
(de heer P. Akkermans)
D'autre part, lors de la construction du nouveau tunnel
routier au carrefour des R.N. 227 et 4 (carrefour Léonard 1
Auderghem), deux tunnels séparés ont été prévus spécialemeI11.t
pour la circulation des cyclistes dans le sens Bruxelles-Wavre.
Enfin, la construction d'une piste cyclable complémentaire eHt
prévue le long de la Drève de Lorraine (1.200 m) ainsi que l a
modernisation et l'élargissement de la piste cyclable existan~e
jouxtant la drève de Lorraine et le sentier de la Petite Espinede
(1.600 m) de même que la construction d'une piste cyclable de
raccordement à la chaussée de Waterloo le long de la Drève
Saint-Hubert (100 m). La construction d'une piste cyclable
dans la Forêt de Soignes parallèle à la R.N. 227 est par ailleurs à
l'étude.
1
1
Secrétaire d'Etat à la Communauté flamande,
adjoint à M. Geens,
Ministre de la Communauté flamande
(M. P. Akkermans)
:1
Vraag nr. 18 van de heer Bertouille d.d. 27 februari '1981
(Fr.):
:
Question n° 18 de M. Bertouille du 27 février 1981 (Fr.)·.~ '
Minder-validen. - Indienstneming.
Handicapés. - Engagement.
Zie vraag nr. 85 aan de Eerste Minister, blz. 2198.
Antwoord : Ik heb de eer het geacht Lid mede te idelen
vooralsnog niet te beschikken over eigen administratieve idiensten.
1
Voir question n° 85 au Premier Ministre, p. 2198.
!i
Réponse: J'ai l'honneur de faire savoir à l'honorable Me~bre
que, jusqu'à ce jour, je ne dispose pas de services administratifs
propres.
1
17 maart 1981 -
17 mars 1981
(23)
2315
Staatssecretaris voor de Vlaamse Gemeenschap,
toegevoegd aan de heer Geens,
Minister van de Vlaamse Gemeenschap
(Mevr. R. Steyaert)
Secrétaire d'Etat à la Communauté flamande,
adjoint à M. Geens,
Ministre de la Communauté flamande
(Mme R. Steyaert)
Vraag waarop niet werd geantwoord
binnen de door het Reglement bepaalde termijn.
(Art. 71 van het Reglement van de Kamer.)
Question à laquelle il n'a pas été répondu
dans le délai fLXé par le Règlement.
(Art. 71 du Règlement de la Chambre.)
Vraag nr. 14 van de heer Buchmann d.d. 18 fehruari 1981
(N):
Question n° 14 de M. Buchmann du 18 février 1981 (N.) :
Ministeriële diensten. - Koffiebedeling.
Services ministériels. - Distribution de café.
Het is gebruikelijk dat in de diverse diensten van uw
Il est d'usage d'organiser dans les différents services du
departement dagelijks een koffiebedeling wordt georganiseerd.
département une distribution journalière de café.
Kan de Minister, in verband met deze activiteit, mij meeMonsieur le Ministre pourrait-il, à ce sujet, me communiquer :
delen :
1. hoeveel personen belast of betrokken zijn bij de koffiebe1. le nombre de personnes chargées de la distribution de café,
deling in zijn departement, en in de parastatale instellingen die ou y intervenant d'une façon ou d'une autre, dans son départe• ment et dans les institutions parastatales relevant de son
onder zijn bevoegdheid valle:ri;
Ministère;
2. welke het jaarlijks verbruik is aan koffie en thee;
2. la consommation annuelle de café et de thé;
3. hoeveel belopen de uitgaven in verband met deze koffiebe- '.
3. les dépenses occasionnées par cette distribution de café
deling (personeel, materieel en produkten)?
; (personnel, matériel et produits) ?
Staatssecretaris voor het Waalse Gewest,
toegevoegd aan de Minis ter van het Waalse Gewest
(de heer M. Wathelet)
Secrétaire d'Etat à la Région wallonne,
adjoint au Ministre de la Région wallonne
(M. M. Wathelet)
Vraag waarop niet werd geantwoord
binnen de door het Reglement bepaalde termiJn.
~rt. 71 van het Reglement van de Kamer.)
Question à laquelle il n'a pas été répondu
dans le délai fLXé par le Règlement.
(Art. 71 du Règlement de la Chambre.)
Vraag nr. 13 van de heer Buchmann d.d. 18 fehruari 1981
(N.) :
Question n° 13 de M. Buchmann du 18 février 1981 (N.) :
Ministeriële diensten. - Koffiebedeling.
Services ministériels. - Distribution de café.
Het is gebruikelijk dat in de diverse diensten van uw
departement dagelijks een koffiebedeling wordt georganiseerd.
Kan de Minister, in verband met deze activiteit, mij mef'delen :
1. hoeveel personen belast of betrokken zijn bij de koffiebedeling in zijn departement, en in de· parastatale instellingen die
onder zijn bevoegdheid valle:ri;
Il est d'usage d'organiser dans les différents services du
département une distribution journalière de café.
Monsieur le Ministre pourrait-il, à ce sujet, me communiquer :
2. welke het jaarlijks verbruik is aan koffie en thee;
3. hoeveel belopen de uitgaven in verband met deze koffiebedeling (personeel, materieel en produkten)?
1. le nombre de per.sonnes chargées de la distribution de café,
ou y intervenant d'une façon ou d'une autre, dans son département et dans les institutions parastatales relevant de son
Ministère;
2. la consommation annuelle de café et de thé;
3. les dépenses occasionnées par cette distribution de café
(personnel, matériel et produits)?
j
\ Drukkerijen DEWARICHET, pvba., typo en offset
Wildewoudstraat 16 - Tel. 218 45 20 (3 lijnen)
1000 Brussel
4475
lmp,rimeries DEWARICHET, sprl., typo et offset
Rue du Bois Sauvage 16 - Tél. 218 45 20 1(3 I.}
1000 Bruxelles
4475;
Téléchargement