SYNTHÈSE COMPLÈTE Culture néerlandaise — RG2205

Telechargé par sarathesheep
SYNTHÈSE COMPLÈTE
Culture néerlandaise — RG2205
HELHa Loverval — Germaanse talen B2
Comment utiliser cette synthèse :
■■ Texte néerlandais original — tel qu'il apparaît dans le cours
■■ Traduction française — fond orange pour repérer facilement
Résumé bilingue — fond vert en fin de chaque chapitre
• Hoofdstuk 1 : De Romeinse tijd en de Middeleeuwen
• Hoofdstuk 2 : Het Bourgondische en het Habsburgse Huis
• Hoofdstuk 3 : De opstand tegen Spanje
• Hoofdstuk 4 & 5 : De Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden
• Hoofdstuk 6 : Noord en Zuid verenigd onder Willem I
• Hoofdstuk 7 : België en Nederland van 1830 tot de Eerste Wereldoorlog
• Hoofdstuk 8 : De Eerste Wereldoorlog
• Hoofdstuk 9 : Het Interbellum
• Hoofdstuk 10 : De Tweede Wereldoorlog
• Hoofdstuk 11 : Nederland na de Tweede Wereldoorlog
• Hoofdstuk 12 : België na de Tweede Wereldoorlog
HOOFDSTUK 1
De Romeinse tijd en de Middeleeuwen
Inleiding — De Romeinse Tijd en de Middeleeuwen
■■ Nederlands
De Romeinse Tijd: Het Romeinse Rijk begon zich vanaf de zesde eeuw voor Christus uit te breiden en groeide
uit tot een groot rijk dat in de vierde eeuw na Christus (476) ten val kwam. De Romeinse cultuur en instellingen
beïnvloedden de geschiedenis van Europa en de westerse wereld diepgaand.
■■ Traduction
L'époque romaine : L'Empire romain commença à s'étendre à partir du VIe siècle avant Jésus-Christ et devint
un grand empire qui tomba au IVe siècle après J.-C. (476). La culture et les institutions romaines ont
profondément influencé l'histoire de l'Europe et du monde occidental.
■■ Nederlands
De Middeleeuwen: Het is de periode vanaf het einde van de Romeinse tijd (ca. 500) tot de Renaissance (ca.
1500). De Rooms-katholieke godsdienst had de val van het Romeinse rijk overleefd en was heel machtig.
Tijdens de Middeleeuwen was de bevolking in drie standen verdeeld: de Boeren (90% van de bevolking): ze
werkten, ze hadden een hard leven maar ze bleven onderdanig uit angst na hun dood naar de hel te gaan. De
adel: ze waren de bezitters van het land, ze voerden oorlogen. De kerk/geestelijken: ze hielden zich met de
godsdienst bezig. De stand waartoe je behoorde werd door bloedbanden bepaald. Je kon enkel uit je stand
geraken door geestelijke te worden.
■■ Traduction
Le Moyen Âge : C'est la période allant de la fin de l'époque romaine (vers 500) jusqu'à la Renaissance (vers
1500). La religion catholique romaine avait survécu à la chute de l'Empire romain et était très puissante. Au
Moyen Âge, la population était divisée en trois ordres : les Paysans (90 % de la population) : ils travaillaient,
menaient une vie dure mais restaient soumis par crainte d'aller en enfer. La noblesse : propriétaires des
terres, ils faisaient la guerre. L'Église/le clergé : ils s'occupaient de la religion. L'ordre auquel on appartenait
était déterminé par la naissance. On ne pouvait en sortir qu'en devenant clerc.
1. Waarom werd het gebied 'De Lage Landen' genoemd?
■■ Nederlands
Het gebied dat nu Nederland en België omvat, werd altijd 'de Lage Landen' genoemd. Het ligt inderdaad
grotendeels beneden de zeespiegel. Het ligt aan de Noordzee tegenover Engeland. De Lage Landen liggen aan
de monding van drie rivieren: de Rijn die vanuit Duitsland de Nederlanden binnenstroomt, daarnaast de Schelde
en de Maas, die in Frankrijk ontspringen.
■■ Traduction
Le territoire qui correspond aujourd'hui aux Pays-Bas et à la Belgique a toujours été appelé 'les Pays-Bas'
(De Lage Landen). Il se situe en grande partie sous le niveau de la mer, au bord de la mer du Nord, en face
de l'Angleterre. Les Pays-Bas se trouvent à l'embouchure de trois fleuves : le Rhin (venant d'Allemagne),
l'Escaut et la Meuse (prenant leur source en France).
2. Overzicht van de verschillende stammen
■■ Nederlands
De Kelten (6de eeuw voor tot rond 400 na Christus): Ze waren een vereniging van volkeren en stammen die het
grootste deel van West-Europa bewoonden. Restanten nu: Keltische talen (Bretagne, Schotland, Ierland,
Wales), feestdagen zoals Halloween (=Samhain), Keltische muziek, cultuurelementen zoals de druïden.
■■ Traduction
Les Celtes (VIe siècle avant J.-C. jusqu'à vers 400 après J.-C.) : Union de peuples et tribus habitant la
majeure partie de l'Europe de l'Ouest. Traces actuelles : langues celtiques (Bretagne, Écosse, Irlande, Pays
de Galles), fêtes comme Halloween (=Samhain), musique celtique, éléments culturels comme les druides.
■■ Nederlands
De Romeinen (4 eeuwen lang tot 476 na Christus): De Romeinen onderwierpen het gebied van het huidige
België, Nederland en Frankrijk waar de oude Belgen of de Belgae woonden.
■■ Traduction
Les Romains (4 siècles jusqu'en 476 après J.-C.) : Les Romains soumirent le territoire de la Belgique, des
Pays-Bas et de la France actuels, où vivaient les anciens Belges ou Belgae.
■■ Nederlands
De Franken (3de eeuw): Ze waren een Germaanse stam. Ze vestigden zich binnen de grenzen van het
Romeinse rijk zonder zich aan het Romeinse gezag te onderwerpen. 'Frank' betekende moedig. Nu betekent
het brutaal.
■■ Traduction
Les Francs (IIIe siècle) : Tribu germanique qui s'installa dans les limites de l'Empire romain sans se soumettre
à l'autorité romaine. 'Frank' signifiait courageux. Aujourd'hui cela signifie effronté.
■■ Nederlands
De Merovingers (einde 5de eeuw): Ze verenigden de verschillende Frankische stammen tot één rijk. Doornik
was het centrum van de Merovingische dynastie. Clovis (5de eeuw) vergrootte het koninkrijk en werd Christen.
■■ Traduction
Les Mérovingiens (fin du Ve siècle) : Ils unirent les différentes tribus franques en un seul royaume. Tournai
était le centre de la dynastie mérovingienne. Clovis (Ve siècle) agrandit le royaume et se convertit au
christianisme.
■■ Nederlands
De Karolingers (tijdens de 7de eeuw): Het noordelijke deel van het rijk komt onder invloed van deze stam met
als grote leider Karel de Grote.
■■ Traduction
Les Carolingiens (VIIe siècle) : La partie nord du royaume passe sous l'influence de cette tribu, dont le grand
chef est Charlemagne.
3. Het Verdrag van Verdun
■■ Nederlands
Karel de Grote was een heel machtige vorst, hij was geliefd bij het volk want hij probeerde de mensen
opvoeding en scholing bij te brengen. In elk bisdom liet hij een school oprichten voor de zonen van adel. Zijn
moedertaal was het Oudnederlands maar hij sprak ook Latijn en enkele Germaanse dialecten. Hij voerde veel
oorlogen en kon zo het Karolingische rijk naar het oosten en het noorden uitbreiden. Als beloning werd hij door
de paus als keizer uitgeroepen.
■■ Traduction
Charlemagne était un souverain très puissant, aimé du peuple car il cherchait à éduquer ses sujets. Il fit
construire une école dans chaque évêché pour les fils de la noblesse. Sa langue maternelle était le vieux
néerlandais, mais il parlait aussi le latin et quelques dialectes germaniques. Il mena de nombreuses guerres
et put ainsi étendre l'empire carolingien vers l'est et le nord. En récompense, le pape le proclama empereur.
■■ Nederlands
In 843 vond een eerste verdeling van het Frankische rijk plaats via het Verdrag van Verdun: Het
West-Frankische Rijk (= Vlaanderen), Het Midden-Frankische Rijk (= Nederland), Het Oost-Frankische Rijk (=
Duitsland). Later werd Nederland aan dit rijk toegevoegd.
■■ Traduction
En 843, le Traité de Verdun divisa l'empire franc en trois parties : le Royaume franc occidental (= Flandre), le
Royaume franc médian (= Pays-Bas), le Royaume franc oriental (= Allemagne). Les Pays-Bas y furent plus
tard rattachés.
4. De Lage Landen in de Middeleeuwen
■■ Nederlands
Ze bestonden uit vrijwel autonome gebieden. De landsheren, met name de graven, hertogen en bisschoppen
waren gehoorzaam aan de keizer van het Duitse rijk (de noordelijke Lage Landen) en aan de koning van
Frankrijk (de zuidelijke Lage Landen).
■■ Traduction
Ils étaient composés de territoires quasi autonomes. Les seigneurs — comtes, ducs et évêques — étaient
soumis à l'empereur du Saint-Empire germanique (nord) et au roi de France (sud).
5. Waarom vormde Vlaanderen een uitzondering?
■■ Nederlands
Het graafschap Vlaanderen was in de Middeleeuwen een uitzondering. Het was afhankelijk van de Franse
koning maar de landsheren begonnen zelfstandiger te worden. Er werd veel handel met Engeland gevoerd
(vooral in wol) en drie Vlaamse steden — Brugge, Gent en Ieper — hadden veel macht en rijkdom.
■■ Traduction
Le comté de Flandre faisait exception au Moyen Âge. Il dépendait du roi de France, mais les seigneurs
devenaient de plus en plus autonomes. Il y avait beaucoup de commerce avec l'Angleterre (surtout la laine) et
trois villes flamandes — Bruges, Gand et Ypres — avaient beaucoup de pouvoir et de richesse.
■■ Nederlands
De Franse koning voerde hoge belastingen in en vanaf 1301 veroorzaakte dit opstanden. Dit leidde tot de
Brugse Metten in mei 1302 waar de inwoners van Brugge Franse soldaten doodden die de stad wilden
bezetten. De reactie van de Franse koning was de Guldensporenslag. Dit gevecht vond plaats in Kortrijk: de
zware ridders te paard reden zich vast in de modder en zo konden de Vlaamse strijders, grotendeels boeren te
voet, hen overwinnen. De officiële feestdag van Vlaanderen valt op 11 juli — het is een herdenking van de
Guldensporenslag van 1302.
■■ Traduction
Le roi de France imposa de lourdes taxes et à partir de 1301, cela provoqua des révoltes. Cela mena aux
Matines de Bruges en mai 1302, où les habitants de Bruges tuèrent des soldats français. La réaction du roi
fut la Bataille des Éperons d'Or à Courtrai : les lourds chevaliers à cheval s'enlisèrent dans la boue et les
combattants flamands, surtout des paysans à pied, les vainquirent. La fête officielle de la Flandre tombe le 11
juillet — commémoration de cette bataille de 1302.
Le lion flamand — symbole de la Flandre
RÉSUMÉ DU CHAPITRE / SAMENVATTING
• De Lage Landen liggen grotendeels beneden de zeespiegel, aan de monding van de Rijn, Schelde en Maas.
Les Pays-Bas se situent en grande partie sous le niveau de la mer, à l'embouchure du Rhin, de l'Escaut et
de la Meuse.
• De bevolking was in de Middeleeuwen verdeeld in drie standen: boeren, adel en geestelijken.
Au Moyen Âge, la population était divisée en trois ordres : paysans, noblesse et clergé.
• Belangrijke stammen: Kelten, Romeinen, Franken, Merovingers en Karolingers.
Tribus importantes : Celtes, Romains, Francs, Mérovingiens et Carolingiens.
• Het Verdrag van Verdun (843) verdeelde het Frankische rijk in drie delen.
Le Traité de Verdun (843) divisa l'empire franc en trois parties.
• Vlaanderen was rijk door de lakenhandel; de Guldensporenslag (1302) is de feestdag van Vlaanderen op 11
juli.
La Flandre était riche grâce au commerce de la laine ; la Bataille des Éperons d'Or (1302) est fêtée le 11
juillet.
1 / 32 100%
La catégorie de ce document est-elle correcte?
Merci pour votre participation!

Faire une suggestion

Avez-vous trouvé des erreurs dans l'interface ou les textes ? Ou savez-vous comment améliorer l'interface utilisateur de StudyLib ? N'hésitez pas à envoyer vos suggestions. C'est très important pour nous!